Gaan we schelden?
- Eyeopener
Een van hun eigen profeten, zelf een Kretenzer, heeft gezegd: ‘Kretenzers zijn onverbeterlijke leugenaars, gemene beesten, vadsige vreters.’ Dát is pas een waar woord! Titus 1:12-13a
Het zal je maar overkomen. Nietsvermoedend lees je samen aan tafel een stukje uit de brief van Paulus aan zijn medewerker Titus. Aangekomen bij vers 12 van het eerste hoofdstuk is ieders volle aandacht gegarandeerd: ‘”Kretenzers zijn onverbeterlijke leugenaars, gemene beesten, vadsige vreters.” Dát is pas een waar woord!’ Zo Paulus, gaan we schelden?
Dit kan natuurlijk niet. Zoiets kun je toch niet schrijven, het is discriminerend en ronduit grof. Hoezo is dit ‘heilige’ Schrift? Je zou nog kunnen aanvoeren dat het niet Paulus’ eigen woorden zijn. Het gaat waarschijnlijk om een uitspraak van Epimenides van Knossos (op Kreta), een dichter-filosoof uit de vijfde of zesde eeuw voor Christus. Maar dan nog: Paulus haalt deze uitspraak aan en stemt er nadrukkelijk mee in.
Bovendien is hij zelf niet wars van stevige taal richting zijn tegenstanders. Lees bijvoorbeeld Filippenzen 3:2: ‘Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze!’ Of Galaten 5:12: ‘Ze moesten zich laten castreren, die onruststokers!’ Het is bijna onvoorstelbaar dat diezelfde apostel even later in de brief aan Titus schrijft: ‘Herinner allen eraan (…) dat ze van niemand mogen kwaadspreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen’ (Titus 3:1-2). Hij lijkt zich op dit punt van geen kwaad bewust.
IJver
Ook in onze samenleving is verbaal geweld volop aanwezig, vooral op de digitale kanalen. Haatmail, grove berichten op Twitter, bekende en minder bekende Nederlanders krijgen ermee te maken. De verontwaardiging hierover is groot, ook bij christenen. Maar wat moet je dan met Paulus’ grove taal? Hij kon er wat van, lijkt het, ondanks zijn eigen herhaalde oproepen tot vriendelijkheid in zijn brieven. Hij verontschuldigt zich ook nergens voor dit verbale geweld. Dat is op zich al merkwaardig. Sommigen wijten het aan zijn persoonlijkheid. Zijn verleden als notoir christenvervolger, zijn niet te stuiten ijver bij het oppakken van christenen tot over de grenzen van Israël heen, doen een fel karakter vermoeden. Dezelfde ijver zien we na zijn ommekeer in zijn werk als apostel. Niemand houdt hem tegen. Op veel gebieden is Paulus wendbaar, maar waar het om Christus gaat of de implicaties van het evangelie, bestaat er geen enkele tint grijs voor hem: je bent voor of tegen. Het is best mogelijk dat dit radicale kantje van zijn persoonlijkheid heeft meegespeeld. Tegelijk verklaart het niet alles. Paulus’ verbale geweld lijkt ook veroorzaakt door een zekere retoriek die in zijn tijd en omgeving gebruikelijk was.
Retoriek
In dat opzicht is het goed te beseffen dat een brief van Paulus iets anders is dan bijvoorbeeld het boek Handelingen. Beide documenten willen overtuigen. Lucas doet dit in Handelingen door verslaglegging van de beginfase van de kerk in een stevig stuk theologische geschiedschrijving. Maar in de brieven van zijn vriend Paulus zien we een kant van een levendig gesprek. Paulus is in gesprek met zijn gemeenten en zijn medewerkers. Hij laat voor hun concrete omstandigheden steeds weer zien wat hun keuze voor Jezus Christus volgens hem moet betekenen. En dat doet hij met volle inzet van retorische middelen.
Zijn brieven zijn doortrokken van een wij-zijretoriek
Het belang van retoriek bij het overtuigen van mensen kennen we uit de reclamewereld of de politiek. Rondom premier Rutte bijvoorbeeld wordt goed nagedacht over de taal en de beelden die effect hebben bij het overtuigen van mensen om zich te houden aan de coronamaatregelen. Framing is in het politieke spel een niet weg te denken kunst en een krachtige beïnvloedingsstrategie. Soms gaat dit gepaard met sterke polarisatie. In de Verenigde Staten ontvouwt de verkiezingsretoriek zich steevast langs de lijnen van ‘wij’ en ‘zij’. Verbaal geweld is daarbij geen uitzondering. Sterker nog, het lijkt eerder regel te worden. Hoewel dit moddergooien bij veel mensen verontwaardiging oproept, weet iedereen ook wel dat het nu eenmaal ‘zo werkt in deze setting’. Bij het lezen van Paulus’ brieven is het belangrijk om het gevoel van ‘zo werkt het nu eenmaal in deze setting’ mee te nemen.
Afbakenen
Want zo werkte het in zekere zin ook in de context van Paulus. Zijn brieven zijn doortrokken van een wij-zijretoriek. Dat komt omdat christenen een minderheidsgroepering in de Grieks-Romeinse samenleving vormden. Ze stonden onder druk. Vaak kwam de tegenstand van buitenaf, maar soms kwam zij ook van bepaalde groeperingen binnen het ontluikende christendom. Met zijn brieven bemoedigt Paulus zijn gemeenten en medewerkers bij de druk van buitenaf. Tegelijk probeert hij ook de groep ‘echte’ gelovigen af te bakenen tegen druk van binnenuit, haar identiteit te versterken en de onderlinge samenhang te bevorderen.
Ook in de brief aan Titus is sprake van personen die dwalingen in de gemeente verspreiden. Paulus wil dat Titus zich tegen deze mensen en hun dwalingen verzet. Hij bakent de groep van ‘echte’ gelovigen, inclusief Titus, sterk af ten opzichte van het ‘gevaar’. In deze discussie was de belangrijkste strategie de wij-groep als ‘eervol’ te labelen en de tegenstanders als ‘schandelijk’. Afkomst, levensstijl, waarheidsgehalte, invloed die men uitoefende op de omgeving… het waren allemaal facetten van het leven die in deze retoriek meededen.
Polariserende taal
Dit zie je meteen ook in de brief aan Titus. Als het gaat om het aanstellen van oudsten of opzieners formuleert Paulus in het eerste hoofdstuk niet zozeer een functieprofiel – dat zouden wij doen. Hij noemt wel een hele reeks eerzame deugden en eervol gedrag waaraan de kandidaten (en hun gezin!) moeten voldoen, met ‘onberispelijkheid’ als de deugd die de kroon spant. Verder moet een oudste helemaal gaan voor de ‘betrouwbare boodschap’ zodat ‘hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen’ (Titus 1:9).
‘Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen’
Vervolgens gaat Paulus over tot het levendig schilderen van die potentiële dwarsliggers. Hij karakteriseert hen als ongehoorzaam, praatjesmakers en bedriegers die hele families te gronde richten. En dat alleen omdat ze uit zijn op winstbejag. In een woord: schandelijk! Dat hoeft echter niet te verwonderen, aldus Paulus, getuige deze profetische uitspraak van iemand uit hun eigen midden: ‘Kretenzers zijn onverbeterlijke leugenaars, gemene beesten, vadsige vreters.’ Paulus laat er geen twijfel over bestaan dat hij daarover precies zo denkt. Wie het eerste hoofdstuk van zijn brief aan Titus verder doorleest, komt nog meer van dit soort polariserende eer-schaamtetaal tegen.
Wij kunnen ons hierover verbazen en ons verwonderd afvragen of Paulus zich wel bewust was van het geweldselement in zijn uitlatingen. Tegelijk is het goed om ons te realiseren dat het gebruikelijke retoriek was in zijn tijd. Paulus lijkt zich er in ieder geval ten volle van bewust hoe hij zijn betoog moet opbouwen. In hoeverre heeft daarnaast ook zijn persoonlijkheid een rol heeft gespeeld? We zullen het misschien wel nooit weten.
Vriendelijkheid
De spannende vraag is natuurlijk hoe wij als westerse Bijbellezers in de 21ste eeuw hiermee moeten omgaan. Mogen wij, ‘opgebouwd’ door deze passage, na het lezen van tafel gaan en hetzelfde doen? Aan hermeneutische vertaalslagen zitten altijd veel aspecten. Maar volgens mij is een belangrijke factor in dezen dat onze huidige samenleving dit soort taal nadrukkelijk als gewelddadig ervaart. En dan komt het des te meer op gespannen voet te staan met de vriendelijkheid die een christen moet kenmerken. Of, om met Filippenzen 4:5 te spreken: ‘Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.’ Dat lijkt mij pas een waar woord!
Om verder te lezen of over in gesprek te gaan
- Meer uitleg bij de achtergrond van het citaat dat Paulus aanhaalt, kun je vinden in Rob van Houwelingen, ‘Is Paulus te grof in de mond?’ pp. 162-164 en ‘Zijn alle Kretenzers leugenaars?’ pp. 247-250 in Rob van Houwelingen en Reinier Sonneveld (red.), Ongemakkelijke teksten van de apostelen, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn Motief) 2014.
- Lees het briefje aan Titus helemaal door. Op welke plekken zie je de lijn tussen ‘wij’ en ‘zij’ duidelijk lopen? En betreffen het dan verschillen in leefwijze, waarheid, invloed of nog iets anders?
- Heb je zelf wel eens te maken (gehad) met verbaal geweld? Hoe reageer je dan?
- Hoe kijk je aan tegen polariserende verkiezingsretoriek? Vind je dat verbaal geweld in het politieke spel tot op zekere hoogte moet kunnen?
Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.



