Liefde in tijden van racisme

Arie Kok | 7 januari 2021
  • Achtergrond
  • Literatuur

Soms landt een nieuwe roman zomaar in de actualiteit. Jack van Marilynne Robinson is zo’n boek, het verscheen nog net in het jaar waarin de acties van Black Lives Matter wekenlang de voorpagina’s domineerden. Niet dat de auteur dat met opzet zal hebben gedaan, daarvoor werkt ze te lang aan een boek, en daarvoor zijn haar romans ook te subtiel, te rijk aan thema’s en betekenissen.

Marilynne Robinson, Jack, vertaling: Ton Heuvelmans, Amsterdam (Arbeiderspers), 2020. 300 pagina’s, € 22,50. ISBN 9789029542647.

Marilynne Robinson, Jack, vertaling: Ton Heuvelmans, Amsterdam (Arbeiderspers), 2020. 300 pagina’s, € 22,50. ISBN 9789029542647.

We kennen de Amerikaanse Robinson vooral van haar Gilead-romans, waarin ze personages aan de zelfkant van het leven met geloofsthema’s laat worstelen. Jack is het vierde deel in deze serie. Dit keer is de stad Saint Louis in de jaren ’50 van de vorige eeuw het decor. Het is de tijd voor de opkomst van Martin Luther King. Witte en zwarte Amerikanen wonen in hun eigen wijken en leiden gescheiden levens, gemengde relaties zijn in veel staten nog bij wet verboden. Jack Boughton is wit, domineeszoon en uit zijn huis in Gilead vertrokken nadat hij een meisje zwanger had gemaakt. Hij leidt een zwervend bestaan, leeft van de giften van zijn broer en komt regelmatig in de problemen vanwege kruimeldiefstallen. Zijn bijnamen zeggen veel: ‘gladjanus’, en ‘professor’ vanwege zijn filosofische kennis. Een schoolvoorbeeld van menselijke degeneratie noemt hij zichzelf. Zelfdestructie lijkt zijn grootste talent.

Op een dag ontmoet Jack Della, een zwarte vrouw, zomaar op straat. Ze gaan samen wat eten in een restaurant waar gemengde stellen getolereerd worden, maar aan het tafeltje naast hen verschijnen louche heren die nog een appeltje te schillen hebben met Jack, die wegvlucht. Een tijdje later ontmoet hij Della weer, bij het vallen van de avond, op een inmiddels gesloten begraafplaats. Ze kunnen er niet uit en wachten samen op de dageraad. Tientallen pagina’s lang lezen we over hun gesprekken, waarin ze elkaar nabijkomen en afstoten, en waarin wezenlijke vragen van het leven bijna terloops passeren en toch met diepgang behandeld worden. Het is Robinson ten voeten uit. Je ziet haar zitten, een scherp geslepen potlood in de hand, een gummetje op tafel, woord voor woord overpeinzend, noteren, uitgummen en opnieuw proberen.

In die nacht ontstaat er iets tussen Jack en Della. Het is liefde, onvoorwaardelijke liefde. Slechts omdat hij het is, en omdat zij het is. Jack is wit, veel ouder en heeft Della nauwelijks iets te bieden. Hij noemt zichzelf de Prins der Duisternis, niet goed genoeg voor deze sterke vrouw, niet goed genoeg voor dit leven. De rechtschapen Della confronteert hem hard met zichzelf, het brengt hem geestelijk op de rand van de afgrond. Goed en kwaad vechten het met elkaar uit in zijn binnenste.

Della is zwart, elegant, goed opgeleid en werkzaam als docent op een middelbare school. Zij houdt de relatie gaande. Ze nodigt Jack steeds weer uit langs te komen en ontvangt hem vol liefde. Op straat kunnen ze beter niet samen gezien worden, een wandeling kan in de cel eindigen. Verloven of trouwen zit er niet in, bij wet verboden. En Della’s familie zal Jack uiteindelijk ook niet accepteren. Niet om zijn persoon, maar omdat ze nu eenmaal strijden voor zelfstandigheid van het zwarte ras. Een gemengd nageslacht is dan geen optie.

Della en Jack besluiten zichzelf maar als getrouwd te beschouwen. Jack peinst over de gevolgen, zijn zoon zal gekleurd zijn. ‘Onomstotelijk bewijs. Wat een uitdrukking. Het land had dit hele wrede systeem opgezet om de geboorte van zoons als de zijne te dwarsbomen. Hij zou de jongen kunnen ontmoeten als hij zijn moeder ontmoette, stiekem, in het donker. Hij zou altijd een halve vreemde voor hem blijven, een raadsel voor het kind, een gênante vertoning voor de jongen en vervolgens waarschijnlijk een voorwerp van rancune voor de man.’ Die rancune is tot op de dag van vandaag een open wond in de Amerikaanse samenleving. Marilynne reikt ter heling iets wezenlijks aan: onbaatzuchtige liefde. Genade, zou je ook kunnen zeggen.

Samengevat

Ontroerend en meeslepend verhaal.

Taalgebruik soms wat ondoorgrondelijk, maar nodigt wel uit tot overpeinzing.

Gelaagd verhaal, bij herlezing lees je weer een ander boek.

Roept verlangen op naar naastenliefde en verlossing.

Deze recensie komt uit de OnderWeg van 9 januari 2020. Geïnspireerd? Neem een gratis proefabonnement.

Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief