Wie is nu echt de zondebok?

0

‘Het voelt goed om iemand te hebben die iets gedaan heeft dat nog slechter is dan wat jij op je geweten hebt.’ Arie Kok zocht contact met Ineke Baron en Ineke van Dongen. Zij behandelen ingewikkelde vraagstukken waarmee velen worstelen: schuld erkennen, genadig omgaan met iemand die de fout is ingegaan, werken aan herstel voor slachtoffer en dader.

Ineke Baron. Therapeut en geestelijk verzorger onder gevangenen.

‘God komt de wraak toe, hoe mooi is dat!’

We spreken elkaar via het scherm. Ineke Baron werkt onder gevangenen en gaat zondags voor in kerken en gemeenten. Nu zit ze in de woonkeuken van een villa aan de rand van het voormalige ‘gevangenisdorp’ Veenhuizen. Ze kwam er vaak, vanuit Bakkeveen, als vrijwilliger voor de kerkdiensten en voor het bezoeken van gevangenen. Nu ze in dit huis mogen wonen, zolang het geen andere bestemming krijgt, hebben zij en haar man Tjeerd voldoende ruimte om mensen onderdak te geven. Ex-gevangenen die geen thuis hebben, kunnen drie maanden bij hen blijven om te wennen aan het gewone leven.

(beeld Motortion/iStock)

(beeld Motortion/iStock)

Het begon met een Roemeense jongen die Ineke leerde kennen bij haar bezoeken aan de instelling. Hij had geen gezin om op terug te vallen en terug naar Roemenië wilde hij niet. Baron: ‘Hij mocht niet op straat belanden, vonden wij. Dus vingen wij hem op, hij heeft twee en een half jaar jaar bij ons gewoond. Later kwamen we in contact met een gedetineerde die de weekenden naar huis mocht, maar nergens naartoe kon. Die is de weekenden bij ons geweest. Er wonen maximaal twee mensen bij ons in huis, maar voor hen gaan we dan ook.’

Ineke neemt mensen in huis met een bepaald verleden. Daarmee neem je een risico. ‘Klopt. Bij voorkeur zijn het mensen met wie ik een band heb opgebouwd. Komen ze van buitenaf, dan wil ik diegenen meerdere keren ontmoeten. Het moet klikken en de verwachtingen moeten wederzijds helder zijn. Wij bieden onderdak, de gewone dingen van het leven. Als er hulp nodig is, schakelen we daarvoor anderen in. Een jongen zei na een paar weken: “Jij en Tjeerd horen echt bij elkaar, dat merk ik.” Dat is precies de reden dat we hiermee zijn begonnen. Zij hebben vaak alleen de gebroken kant van het leven gezien, ik wil dat ze ook de mooie dingen van een normaal leven meemaken. Pas dan kun je echt keuzes maken in je leven.’

Strontvervelend

‘Ik ben therapeut, maar dat wil ik voor mijn gasten niet zijn. Een jongen flipte een keer enorm, hij was heel onredelijk. Later zei hij: “Sorry dat ik vanmorgen zo raar deed.” “Fijn dat je dat zegt”, zei ik, “maar we hebben je al vergeven. Maar wat gebeurde er eigenlijk? Ik denk dat ik het begrijp: jij reageert vanuit de situatie waarin je gewend bent dat je altijd betaalde hulp krijgt, mensen die het als werk doen. Als jij een keer strontvervelend doet tegen een hulpverlener, dan gaat die na zijn dienst naar huis, drinkt een biertje en spoelt het weg. Wij hoeven het niet te doen, wij worden er niet voor betaald.” Wat ze missen is een omgeving waarin aandacht vanzelfsprekend is, waarin je je veilig voelt.’

Hoe vind jij dat we in Nederland omgaan met mensen die iets op hun kerfstok hebben?
‘We hebben het wel goed geregeld, maar er zit vaak niet veel hart in. Bij bewakers zie ik nog wel veel oordeel, vooral als het om pedofielen gaat. Als ik mannen uit de gevangenis spreek, kunnen ze ook enorm afgeven op pedo’s. Dat maakt mij boos. Waarom ben jij voor hen een rechter? Als het je kind of kleinkind is, kan ik het begrijpen. Het mechanisme is dat je je beter voelt als je een ander kunt veroordelen. Het voelt goed om iemand te hebben die iets gedaan heeft dat nog slechter is dan wat jij op je geweten hebt. Zo werkt het in het dagelijks leven ook, we herkennen het allemaal wel.’

Verhaal

‘In de geestelijke verzorging is het niet belangrijk om te weten wat iemand gedaan heeft, maar wel: waarom heb je het gedaan? Wat is er gebeurd, welk verhaal zit erachter? God zegt: “Mij komt de wraak toe.” Toen ik die tekst las, dacht ik: hoe mooi is dat! Hij weet wat er gespeeld heeft, waarom iemand iets deed. Als mens zie ik alleen de buitenkant en denk al snel: weg met die persoon. God ziet het hele leven, laat de vergelding dan ook maar aan Hem over.’

Dit interview komt uit de OnderWeg van 13 maart 2021. Geïnspireerd? Neem een gratis proefabonnement.


Ineke van Dongen. Coördinator Meldpunt misbruik en intimidatie en misbruik in pastorale relaties.

‘Als het slachtoffer de zondebok wordt’

Dat een slachtoffer van een misdrijf zomaar als zondebok de woestijn in gestuurd kan worden, daarover kan Ineke van Dongen meepraten. Juist in de kerk is dit een levensgroot risico. Van Dongen is coördinator van het Meldpunt Misbruik, dat werkt namens vijf verschillende kerkgenootschappen. Slachtoffers van misbruik in een kerkelijke context kunnen bij het meldpunt terecht om een klacht in te dienen, een melding te doen of een luisterend oor te vinden voor hun verhaal. Het aantal meldingen varieert van rond de vijftig in 2020, het jaar waarin veel kerkelijke activiteiten stillagen, tot meer dan honderd in 2017, toen de #metoo-campagne de wereld over ging. Zo’n twintig procent gaat over seksueel misbruik waarbij een kerkelijke functionaris betrokken is, meestal een man, soms een vrouw. Van Dongen benadrukt: ‘Kerken werken aan preventie, hebben protocollen, stellen vertrouwenspersonen aan. Iedereen wil uiteindelijk dat misbruik in de kerk niet voorkomt.’

Waarom vinden we praten over seksueel misbruik zo moeilijk?
‘Het gaat over seksualiteit, over intimiteit. Het gaat over grenzen, dat roept weerstand op. Daar komt vaak onbewust de angst bij dat je zelf slachtoffer zou kunnen worden. Als het een ander kan overkomen, kan dat bij jou ook. Of, als die charismatische man dader kan worden, hoe zit het dan bij mijzelf? Wanneer ben ik de grens over gegaan? Dat zijn spannende gedachten die we maar liever van ons afduwen.’

Vervreemding

‘De eerste gedachte van het slachtoffer is vaak: als ik ga praten, dan ben ik straks alles kwijt. Helaas is dat vaak ook zo. Slachtoffers raken vaak vervreemd van hun gezin, familie, kerk. Terwijl slachtoffers juist steun nodig hebben van hun omgeving. Ze beschuldigen zichzelf al vaak genoeg. “Waarom ben ik erheen gegaan? Waarom heb ik de deur opengedaan? Wat vond ik eigenlijk zo geweldig aan die man?” Elke psycholoog of therapeut kan dit rijtje aanvullen. Therapeut Iva Bicanic zei eens: “Het slachtoffer steekt zichzelf iedere dag een dolk in de rug.”’

‘Plegers komen vaak met Matteüs 18 aan: als er iets speelt, moet je naar die persoon toegaan en waarschuwen. Als hij dan tot inkeer komt, dan is er een broeder gewonnen. Vanuit deze tekst wordt gemakkelijk gezegd: het slachtoffer of de melder had niet de openbaarheid moeten opzoeken. Het had klein moeten blijven. Nu zitten we met de schade. Je ziet een gemeente onderuitgaan, het leven van de pleger valt in duigen. En mensen vragen zich af: waarom maakt zij of hij dit dan openbaar?’

Basisveiligheid

‘Zo kan het oordeel wijzigen: de pleger wordt slachtoffer van de situatie. Het is een ingewikkelde manier om te zoeken naar basisveiligheid. Niet het seksueel misbruik, maar het in de openbaarheid brengen, wordt het probleem. Niet de pleger, maar het slachtoffer, de melder of andere betrokkenen worden de zondebok. We vragen het slachtoffer: waarom heb je dat nu op deze manier gemeld? Waarom vertel je het nu pas? Waarom heb je niet iemand in vertrouwen genomen? Dat is een manier om het voor jezelf veilig te houden. Want jij zou toch nooit die eerste zoen geaccepteerd hebben? Aan wie ga je vertellen dat je getongzoend hebt met de dominee? Daar komt bij dat het slachtoffer vaak in een moeilijke periode zit en extra kwetsbaar is. Daarom had ze ook pastorale hulp gezocht.’

Achterdeur

‘Wordt het misbruik openbaar, dan komt de kerk in een crisis terecht met een enorme hectiek. Iedereen wil daar zo snel mogelijk weer uitkomen. Een zondebok zoeken is een mechanisme dat dan werkt. Je wordt boos op de pleger, op het slachtoffer, op de melder of op de kerkenraad. Zo kan de wens van de gemeente samenvallen met de wens van de pleger, die wil er ook zo snel mogelijk vanaf. Het slachtoffer kan dan zomaar de zondebok worden en via de achterdeur de kerk verlaten.

We adviseren dan gemeenten gebruik te maken van een gemeentebegeleider. Die kan het proces in goede banen leiden en kijkt naar alle partijen. Wie heeft wat nodig? Wat kan er aan schadevergoeding worden gegeven, materieel of immaterieel? Wij streven ernaar dat erover gesproken wordt, omdat er recht moet worden gedaan. Alleen dan kan de kerk weer een veilige omgeving zijn.’

Dit interview komt uit de OnderWeg van 13 maart 2021. Geïnspireerd? Neem een gratis proefabonnement.

Delen.

Over de auteur

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Laat een reactie achter