De ambtelijke handtekening onder de belijdenis

Peter Sneep | 5 juni 2021
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Bij de fusiegesprekken tussen NGK en GKv komt ook de binding aan de belijdenis en het ondertekeningsformulier aan de orde. Dat het formulier een juridisch document is, is voor sommigen een bron van ergernis, anderen zien het als een betekenisvolle formaliteit. Vier predikanten vertellen over hun ervaringen met het formulier, met daarin ergernis en blijdschap. En ze blikken vooruit. Hoe kan het beter?

Repo 6

‘Je stapt in een relatie en dan ben je ergens op aanspreekbaar’

NGK-predikant Jan Mudde (62), Wilhelminakerk in Haarlem

Jan Mudde schreef voor het lokale Handboek ambtsdragers een toelichting van anderhalf A4’tje op de ondertekening van de drie formulieren van enigheid. Hij deed dat op verzoek van een jonge, pas gekozen ouderling. ‘Vervreemding, weerstand en onbekendheid waren reden om de toelichting te schrijven.’ ‘Binnen de NGK is de ondertekening van de belijdenisgeschriften niet van juridische aard. Het is niet alsof je een contract ondertekent’, zo begint het document. ‘Het gaat erom dat we ons van harte willen binden aan het evangelie en Gods Woord’, licht Mudde toe, ‘daar willen we zelfs ons leven voor geven.’ Mudde heeft nog nooit meegemaakt dat een ambtsdrager vanwege de leer werd geschorst of weggestuurd, maar dat maakt ondertekening niet overbodig. ‘Het heeft zin gehad om op je trouwdag een gelofte van trouw af te leggen, ook als je in je hele huwelijk nooit overspel hebt gepleegd. Je stapt in een relatie en dan ben je ergens op aanspreekbaar.’

Massief of speelruimte

‘Het ondertekeningsformulier is een onderdeel van de kerkorde, niet van de belijdenis. Het klassieke formulier verwoordt de binding aan de belijdenis veel te massief: ‘de drie formulieren komen in alle delen geheel met Gods Woord overeen’, en ‘indien wij ooit een bedenking zouden krijgen…’. In de NGK wordt de leer van de kerk veel dichter bij het evangelie zelf gebracht, bij kruis en opstanding. Rond de belijdenis moet binnen de kerken speelruimte zijn om samen in vrijheid de Schrift te spellen. Het gaat uiteindelijk om het vertrouwen dat we aanspreekbaar zijn op de Bijbel. In de NGK heerst dat vertrouwen, al kan er tussen predikanten onderling op het scherpst van de snede gediscussieerd worden.’

Hij heeft alle hoop op een vruchtbaar samenleven van NGK en GKv. ‘Onder invloed van EO en ChristenUnie hebben christenen in Nederland elkaar beter leren kennen en zijn ze dichter bij elkaar gekomen. De ontkerkelijking relativeert vroegere verschillen. Nog veel meer geldt dat voor de relatie tussen onze kerken.’


‘Het is de spanning tussen de heiligheid en de katholiciteit van de kerk’

Jan Matthijs van Leeuwen (52), GKv-predikant. Werkzaam bij zendings- en ontwikkelingsorganisatie De Verre Naasten.

Jan Matthijs van Leeuwen was van 1999 tot 2008 zendingspredikant en -docent en daarna dominee van Ede-Zuid. ‘In Afrika is het christendom booming, vooral de pinksterbeweging. Die snelle groei heeft ook schaduwkanten als winzucht en machtsmisbruik. In Congo werkte ik bij een groep gemeenten die niet uit dezelfde geografische context komt als de gereformeerde kerken in Nederland. Deze gemeenten hebben er bewust voor gekozen om gereformeerd te zijn. Ze waren zo blij met de gereformeerde belijdenisgeschriften dat die soms wel eens te sterk werden neergezet. Ze toonden bijvoorbeeld uit de belijdenis aan dat je niet mag dansen in de kerk, omdat in pinkstergemeenten wel wordt gedanst.

Groepscode

De belijdenis is de groepscode van wat gereformeerd is, om ermee te laten zien waar je loyaliteit ligt. Maar de belijdenis is geen antwoord op alle vragen. Er staat niets in over de discussies die wij nu hebben over schepping en evolutie, over de positie van vrouwen, over lhbti. Toen ik in 1996 predikant werd in mijn eerste gemeente, de GKv van Eemdijk, heb ik voorafgaand aan het classisexamen zeven kleuren gescheten. Dat je daar werd doorgezaagd over je confessionele betrouwbaarheid, stond van tevoren vast. Iedereen die in de GKv zijn ogen open heeft, weet dat wij de belijdenis al lang niet meer hanteren. Dat is eigenlijk al zo sinds de jaren negentig toen, mede onder invloed van veel artikelen in het Nederlands Dagblad, het gesloten vrijgemaakte bolwerk is opengebroken. Vanaf dat moment raakte een deel van de predikanten de voeling met het kerkvolk kwijt, omdat ze in de oude patronen bleven denken. Ondertussen werden de kerkleden via de mogelijkheden van de informatiemaatschappij steeds diverser in hun meningen.

Toen ik in de jaren negentig in Kampen studeerde, was er een gespreksavond met professoren en studenten. Het ondertekeningsformulier kwam aan de orde. Bijna alle professoren vonden dat de juridische kant van dat formulier te strikt was, ook de hoogleraren die dat in de jaren zeventig te vuur en te zwaard verdedigd hadden. “Je moet er een beetje mee sjacheren’’ begreep ik uit wat ze zeiden.’ Dat je de belijdenis moet ondertekenen, heeft een juridische kant en dat heeft iets onbevredigends, vindt hij. ‘Maar het is de spanning tussen de heiligheid en de katholiciteit van de kerk.’


‘Het is geformaliseerd wantrouwen’

GKv-predikant René Barkema (43), De Kandelaar in Amersfoort.

René Barkema is nog net predikant van De Kandelaar in Amersfoort, zijn eerste gemeente sinds 2014. Hij stapt binnenkort over naar de Boogkerk in Amersfoort. Hij gelooft niet in een ondertekeningsformulier. ‘De belijdenis als juridisch middel functioneert niet. Zo lang ik predikant ben, is er na ondertekening van het bindingsformulier met die handtekening van ouderlingen en diakenen nooit iets gedaan.

Vertrouwen

Het moment van ondertekening vind ik niet fijn. Ik zie vaak dat nieuwe ouderlingen en diakenen aarzelen of terugschrikken als ze zien wat er in het formulier staat dat ze moeten ondertekenen. Bij de ondertekening worden ook foto’s gemaakt, wat verder in kerkelijke vergaderingen nooit gebeurt. Een belijdenis is er niet om te ondertekenen. Ik houd het liever bij wat Jezus zegt: ”Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. En wat je daaraan toevoegt, komt voort uit het kwaad.’’ Het is geformaliseerd wantrouwen als je een ouderling of predikant de belijdenis laat ondertekenen. Het werkt niet, er is juist een basishouding van vertrouwen nodig. Die basishouding zie ik in de praktijk ook vaak. Laat de confessie zijn wat ze is: documenten met grote historische waarde. Door de kracht van Gods Geest is vrijheid en eenheid iets wat je gezamenlijk in praktijk brengt.’

Hij vermoedt dat Ursinus en Olevianus (de opstellers van de Heidelbergse Catechismus) het niet fijn hadden gevonden als ze hadden geweten dat hun geschriften belijdenissen van de kerk waren geworden, waaraan voorgangers gebonden worden. “Olevianus schreef: de kerk kan nooit worden gebonden aan particuliere belijdenissen.”’


‘Wat je ook ondertekent, het is geen waarborg voor orthodoxie’

NGK-predikant Peter Sinia (53), Proosdijkerk in Ede

Peter Sinia vindt het ondertekenen van de belijdenis door ambtsdragers juist wel een ‘betekenisvolle formaliteit’. ‘Wat ik verkondig, mag geen ketterij zijn, dat is de geest van de ondertekening. Voor mij heeft de geschiedenis van de NGK nooit zwaar gewogen, omdat ik een andere kerkelijke afkomst heb. Ik ben opgegroeid in de ‘gewone’ gereformeerde kerken en heb een tijdlang in Amerika gewoond. Daar was ik lid van de Christian Reformed Church, een zusterkerk van de NGK en daar leerde ik het belijdenisdocument ‘Our world belongs to God’ kennen. Dat is een eigentijds getuigenis waarmee sinds 1986 veel gereformeerde kerken over de hele wereld werken, bijvoorbeeld in Korea. De regiegroep die de eenwording van NGK en GKv voorbereidt, kijkt in zijn visiedocument al naar ‘Our world belongs to God’, weet Sinia. ‘Het belijden is niet een document over oude vragen, maar gaat over het nu.’

Verschillen erkennen

Hoewel Peter Sinia de kerkstrijd uit de jaren zestig niet heeft meegemaakt, merkt ook hij dat er nog steeds verdriet is over wat er toen is gebeurd. ‘Bij de meeste mensen in mijn gemeente is geen angst voor fusie met de vrijgemaakten, ook niet op het gebied van de binding aan de belijdenis. Maar ik spreek weleens predikantsweduwen die zeggen: ”Mijn man had het heel mooi gevonden als hij wist wat er nu gebeurde, maar zelf ben ik huiverig.’’

Als de belijdenisgeschriften die we nu hebben niet zouden bestaan, zou er wel iets anders zijn geweest om elkaar te kunnen aanspreken op de ernst die wij maken met Gods woord. Maar wat je ook ondertekent, het is geen waarborg voor orthodoxie en ook geen rem op vrijzinnigheid. Elkaar bij de les houden doe je in het werkelijke leven, biddend dat God over de kerk waakt. Je moet ook erkennen dat kerkleden op grond van de bestudering van de Bijbel tot verschillende standpunten kunnen komen, de positie van de vrouw, kinderen aan het avondmaal, homoseksuele relaties. Ik zeg meteen erbij dat het mij pijn doet als mensen op een andere plek uitkomen dan ik, maar je mag elke vraag stellen.’

Over de auteur
Peter Sneep

Peter Sneep is journalist, presentator, componist en organist.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief