De kwetsbare kant van Els van Dijk

Esther de Hek | 4 juni 2021
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Voor een stevige visie kun je altijd bij Els van Dijk aankloppen, het is haar handelsmerk. Haar kwetsbare, zorgende kant kennen minder mensen. ‘Ik verlang ernaar om voor mijn moeder te zorgen en zo mijn liefde aan iemand te kunnen geven, maar dat is niet meer nodig.’

Bio
Els van Dijk is directeur van de Evangelische Hogeschool, auteur van diverse boeken (o.a. De hunkerende generatie en Oefenen in verlangen), spreker en columnist, ook van magazine OnderWeg.

Het is vrij uitzonderlijk dat ze een gast ontvangt op haar retraiteplek in Overijssel, vertelt ze als ik net zit met een glas water. Twee keer per jaar trekt ze zich daar een paar weken terug in hetzelfde huis op een rustig vakantiepark. ‘Maar voor jou maak ik ruimte’, zegt Els van Dijk (65), de vrouw die dertig jaar geleden mijn docent massacommunicatie was op de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ) in Amersfoort. Ik was net achttien en ‘erg speels’, volgens Els. Zij was dat ook, reageer ik, zeker voor een docent. ‘Ik hield van dollen met studenten, nog steeds trouwens.’

(beeld Sahil Aamir)

(beeld Sahil Aamir)

De vakantiebungalow waar we zijn is voor haar een plek vol herinneringen die deze weken van afzondering zomaar kunnen schrijnen. Toen ze dit keer naar Overijssel reed, was dat met alleen haar eigen bagage: kleding, proviand en een krat vol boeken; overal in de huiskamer liggen stapeltjes. ‘Ik lees hier ontzettend veel, ook boeken die ik al eerder gelezen heb.’

Een halfjaar geleden overleed haar moeder op 90-jarige leeftijd – haar lichaam was op, haar geest tot het laatst toe scherp. Herfst 2019 was ze er nog bij in Overijssel. ‘Ze verbleef in een ander huis op het park, ook toen mijn vader nog meeging, was dat zo. Toen ik vorige week aan kwam rijden, was ik zo klaar met inrichten. Dat was eerder wel anders. De laatste keer hadden we een bed in haar kamer besteld, de postoel en allerlei verzorgingsmateriaal gingen mee, Buurtzorg kwam dagelijks en een paar keer per dag ging ik bij haar kijken. Ergens is dit gemakkelijker, maar toch mis ik het en is er zomaar iets wat het gemis oproept.’ Zo droomde ze vannacht over een begrafenis waar ook haar vader rondliep die in 2016 overleed. En: ‘Gisteren fietste ik een rondje in de omgeving dat ik vaak met mijn ouders heb gefietst. Zo’n tochtje zit boordevol herinneringen die mooi zijn, maar juist nu ook kunnen steken.’

Els hield zielsveel van haar ouders, merk je aan alles wat ze over hen vertelt. Hun levens waren nauw met elkaar verweven. ‘Mijn vader en ik waren heel close, hij was echt mijn maatje. Voor mijn moeder was het extra bijzonder dat onze relatie na zijn overlijden ook zo hecht en goed was.’

Ik zou het niet direct verwachten, maar houd jij van zorgen?
‘Jazeker. Dienstbaarheid, dus onder andere zorgen is een van mijn liefdestalen, iets wat veel mensen niet van mij weten. Ieder weekend was ik bij mijn moeder. Op zaterdag ging ik naar haar toe om de boodschappen en wat klusjes in huis te doen. Op zondag was ze de hele dag bij mij en kookte ik wat lekkers voor haar. De hele week at ze van die stomme kant- en klaarmaaltijden terwijl ze zelf een verschrikkelijk goede kok was geweest. Ze hield bijvoorbeeld erg van vis, dus maakte ik op zondag regelmatig een heerlijk visgerecht. Ook hadden we altijd wat lekkers bij de koffie. Het zorgen voor haar gaf mij veel voldoening.’

Dan zien haar weekenden er nu heel anders uit, zeg ik. ‘Totaal anders, dat heb ik wel onderschat. Doordeweeks ben ik altijd aan het werk en druk, maar het weekend was voor mijn moeder. Wat ik mezelf niet echt gerealiseerd heb, is dat de zaterdagen en zondagen stil zijn. Ik verlang ernaar om voor mijn moeder te zorgen en zo mijn liefde aan iemand te kunnen geven, maar dat is niet meer nodig.’ Dan, na een korte stilte: ‘Ik heb het geluk dat ik goed kan schakelen. Twee weken na de begrafenis kon je mij weer zien dollen met studenten, terwijl ik even daarna thuis vol kan schieten. Ik merk dat het rouwen mij zwaar valt, nog zwaarder dan na het overlijden van mijn vader. Toen had ik mijn moeder nog, nu voelt het soms erg leeg.’ Of ze afgelopen maanden weleens intens gehuild heeft, vraag ik? Ze schudt haar hoofd: ‘Ik ben niet zo’n type die thuis in haar eentje gaat lopen huilen. Nee, dit is een stil verdriet.’

Nooit doorsnee

De wandeling die we zouden maken gaat niet door, omdat het buiten regent. Dus zitten we drie en een half uur in de huiskamer van haar bungalow, met water, koffie en een brownie. Maar wandelen blijkt geen voorwaarde voor een blik in de kwetsbare ziel van Els van Dijk, de vrouw met het stevige en solide imago, altijd in voor een ferme visie.

Die sterke visie is toch wel een handelsmerk van jou, wat vind je daar eigenlijk van?
‘Ik heb geen enkele behoefte om mij te profileren als iemand met een stevige mening of die overal wat van vindt. Maar ik wil wel ergens voor staan en dat is bekend, denk ik. Als ik kom spreken, kom ik met een origineel verhaal en dat vind ik niet meer dan vanzelfsprekend. God heeft ons mensen allemaal, stuk voor stuk, als originele mensen geschapen. Hij schept geen doorsnee mensen, maar plaatst ieder mens in deze wereld vanuit de vraag: hoe mag jij ertoe doen? Zo leef ik mijn leven, al van jongs af aan.’

Welke vragen heb je?
‘Er zijn een heleboel dingen die ik niet weet, eigenlijk steeds meer. Overal een antwoord op hebben bestaat niet, dan ben je een betweter. Als je bewust in het leven staat, sta je ook zoekend in het leven: wat wil deze situatie zeggen? Maar dan nog is God zo veel groter dan ik en concludeer ik iedere keer weer dat mij slechts een ding te doen staat: met mijn kwaliteiten die ik van God kreeg van betekenis zijn.’

Koersvast

(beeld Sahil Aamir)

(beeld Sahil Aamir)

‘Ik houd me eigenlijk nooit zo bezig met de vraag wie ik ben en wil zijn’, zegt ze als we even later in de keuken staan. ‘Het is: dit is Els, en daar moet je het mee doen, als jong meisje stond ik er al zo in.’ Haar jeugd komt langs. Ze vertelt over haar jongensachtige imago – de voetballende een na oudste dochter in het Veenendaalse, christelijk gereformeerde gezin waarin ze opgroeide. Adolescent in een kerkelijk klimaat waar begin jaren zeventig rokken en hoofdbedekking toonaangevend waren, maar zij haar spijkerbroeken van chloorvlekken voorzag.

‘Ik ben altijd koersvast geweest, zou je kunnen zeggen. Ik wist wat ik vond en wilde. Toen ik van de kleuterschool naar de middelbare school ging, zei de juf tegen mijn moeder dat het tijd werd dat ik ging: “Want ze begint de boel hier nu zelf een beetje te regelen.” Op de lagere school bleek ik andere keuzes te maken dan andere meisjes uit mijn klas. Touwtjespringen, elastieken en met poppen spelen vond ik niets. Op het christelijk lyceum in Veenendaal werd ik tot mijn stomme verbazing tijdens de verkiezingen in het eerste, nieuwe schoolparlement als lid gekozen.’

Geboren om een eigenzinnige eigenheimer te zijn dus, Els beaamt het. Ik ontdek al pratend en doorvragend dat het echt zo is en zij van haar ouders volop mocht zijn wie ze is. ‘Ik zeg altijd dat ik enorm geboft heb met mijn ouders. Mijn vader was ook een eigenheimer, mijn moeder meer een volger die rekening wilde houden met de gevoeligheden van anderen. Maar ze gaven ons de ruimte en, heel belangrijk, hebben ons laten zien wat trouw en liefde is. Op het sterfbed van mijn vader zat mijn moeder naast hem, hand in hand, met ons als kinderen eromheen. “Ik houd van jou”, zei hij tegen haar. “Ik nog meer van jou”, zei zij. “Ik nog meer van jou”, zei hij, en zo ging dat maar door.’

Els is zelf nooit getrouwd. Of er weleens iemand in haar leven geweest is met wie ze het leven had willen delen, vraag ik. ‘Ja, ik heb weleens gedacht: dit zou hem kunnen zijn. Maar uiteindelijk is het niet zo gegaan en daar heb ik inmiddels volle vrede mee. Ik ben bezig met waar ik van betekenis kan zijn, niet met wat ik mis.’

Homoseksualiteit

Haar single zijn weerhoudt studenten er niet van met haar te praten over relaties en seksualiteit. Integendeel: ‘Het is een veelbesproken en belangrijk thema, heel begrijpelijk natuurlijk.’ Verliefdheid, wel of geen seks voor het huwelijk, juist met iedereen naar bed gaan, bindingsangst en homoseksualiteit, het komt allemaal langs in haar kamer op de Evangelische Hogeschool. En dan? ‘Dit vraagt maatwerk en tact, want op het gebied van relaties en seksualiteit speelt er ontzettend veel onder jongeren. Ik mag delen in heel mooie dingen. Van een verliefd stelletje dat eerst afzonderlijk bij mij komt en vertelt eigenlijk nog geen verkering te willen, omdat ze ieder nog aan hun eigen ontwikkeling willen werken. Of dat wijs is en ik advies heb.’

Daartegenover staat dat aardse gebrokenheid veelvoudig zichtbaar is in wat jongeren haar nog meer vertellen. ‘Ik noemde het rouwen over mijn ouders een stil verdriet, maar heb hetzelfde verdriet over hoe jongeren lijden onder zoiets verschrikkelijks als misbruik, of hun worsteling met homoseksuele gevoelens. Daar zit veel leed en verdriet, ook onder christelijke jongeren. Op de EH zien we gelukkig dat jongeren gaan praten over wat hen soms al jarenlang terneerdrukt. Waarom pas hier, vraag ik mij regelmatig af?’

En toch, zegt ze, is haar algemene stemming hoopvol, altijd. ‘Ik bestudeer momenteel Psalm 130, die ook begint met gebrokenheid: “Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE.” Ik las in een uitleg dat er erkenning van gebrokenheid nodig is om bij God uit te komen. Het moet eerst bij mij binnenkomen, zodat ik op zoek ga naar hoop, naar lichtpuntjes, naar God. Zo werkt het bij mij en dat geef ik mijn studenten ook mee, laatst nog toen ik zei: “Als ik niet wist dat er meer is dan verdriet en pijn, zou ik per direct de sleutel inleveren en mijn ontslag indienen.”

Nu ze het er toch over heeft: over een kleine twee jaar mag Els van Dijk de deur van het EH-gebouw voorgoed achter zich dichttrekken. 46 jaar zit ze dan in het onderwijs. Ze begon ooit als basisschoolleerkracht, startte in 1990 op de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ) en is sinds 2001 directeur van de EH. ‘Mensen vragen me wel wat ik na mijn pensioen wil gaan doen. Maar daar ben ik dus helemaal niet mee bezig.’

Misschien val je wel in een groot gat?
Lachend: ‘Dat zal wel meevallen.’ Ze verbindt er in één adem een ietwat gepeperd gezichtspunt aan, zoals je van Els kunt verwachten: ‘Ik behoor niet tot de categorie mensen die zegt dat er ergens nog een gat in mijn bestaan zit, iets wat ik dan na mijn pensioen kan realiseren. Zo kijk ik niet naar mijn leven en zo heb ik er nooit naar gekeken.’ Toch is die wens er bij veel mensen wel, zeg ik. Is daar iets mis mee? ‘Dat zie ik ook. En toch denk ik dat zo’n levenshouding zomaar kan leiden tot egocentrisme, je eigen belang centraal stellen vanuit een onvervuld verlangen, misschien zelfs wel ontevredenheid. Maar als dat de motivatie is, kan ik je op een briefje geven dat je teleurgesteld uitkomt. Er is zat te doen op deze aarde, ik vertrouw erop dat dit zo zal blijven en zo niet, dan is ook God erbij.’

Over de auteur
Esther de Hek

Esther de Hek is schrijver, schrijftrainer en oud-hoofdredacteur van OnderWeg.

Gods stem verstaan

Gods stem verstaan

OnderWeg
  • Reportage
  • Thema-artikelen
Verdiep je bijbellezen

Verdiep je bijbellezen

Anke Nijdam
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief