In memoriam ds. Gerard de Lange

Ton Vos | 3 juni 2021
  • Achtergrond
  • In memoriam

Op 30 april overleed Gerard de Lange (72), emeritus predikant in de NGK. Collega-predikant Ton Vos schrijft een in memoriam over De Lange, een herder en onderwijzer in hart en nieren.

Gerard de Lange

(beeld Peter Mulder)

Ds. Gerard de Lange was predikant in drie Nederlands-gereformeerde gemeenten. ‘Het waren mooie tijden en de gemeenten groeiden’, zo vatte zoon Marc het samen tijdens de dankdienst voor het leven van zijn vader.

Tot zijn verdriet moest hij in zijn laatste gemeente, Ede, met vervroegd emeritaat. Hij leed sinds 1989 aan sarcoïdose dat zijn longen al meer aantastte. In deze vacature mocht ik Gerard opvolgen en heb ik warme verhalen gehoord over zowel zijn pastoraal meeleven als het doorgeven van het evangelie op de preekstoel. Nog recent hoorde ik het mooie verhaal van iemand die zich teleurgesteld en gekwetst had afgekeerd van geloof en kerk. Door een preek van Gerard werd hij zo in het hart geraakt, dat hij toch weer op zoek ging en via de Alphacursus God ontmoette.

Op Gerard is die klassieke typering van toepassing: een lam in het pastoraat en een leeuw op de preekstoel. In de omgang was hij vriendelijk en innemend. Dat vernam ik in de gemeente, dat werd royaal bevestigd in de afscheidsdienst uit de kring van zijn gezin, dat was ook de herinnering van vele collegae. Dat was ook mijn ervaring. Dat spreekt eens te meer, omdat Gerard vanaf de preekstoel (en dat woord gebruik ik hier in de meest brede zin van het woord: vlogs en blogs, correspondentie en zeker ook zijn boek over de Christelijke Toekomstverwachting) als een leeuw zijn visie op het evangelie niet verhulde. Nee, om Marc nog maar eens te citeren: hij deelde die fanatiek, gevraagd en even gemakkelijk ongevraagd. Daarin was hij niet mals en spaarde hij ons als collegae niet. Omgekeerd trouwens ook niet. We gingen op het scherpst van de snede. We waren oprecht bezorgd over elkaar. Wat ons samen hield, was de liefde voor de Heer en zijn gemeente en voor zijn evangelie. Zijn vriendelijkheid hield de omgang fijn en bemoedigend, over en weer. Hij profileerde zich soms al te scherp, niet om zichzelf neer te zetten maar uit liefde en zorg voor het evangelie en voor de kerk die hij bleef liefhebben, inclusief haar dienaren. Genade voor trots. IJdelheid was hem vreemd.

Om jongeren te bereiken
nam hij steevast een voorwerp als illustratie
mee de preekstoel op

Mijn eerste vluchtige contact dateert uit de tijd van de Theologische Studie Begeleiding. Gerard studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en volgde daarom met grote dankbaarheid de begeleiding door de predikanten H. de Jong en H. Smit. Door hun inspirerend voorbeeld werd zijn liefde voor Gods Woord gevoed en gevormd.

De weg naar het predikantschap was lang voor Gerard. De liefde daarvoor was al op jonge leeftijd gewekt in het grote gezin waarin trouw aan God en zijn woord ook praktisch gestalte kreeg in trouw zondags ter kerke gaan. Gerard wilde onderwijzer worden. Op de kweekschool werd dat verlangen verlegd naar het mogen zijn van dienaar van het Woord. Dat werd de passie van zijn leven: mensen Gods woord vertellen en uitleggen en hen daarmee helpen in het leven van elke dag.

In de manier waarop hij vanaf zijn eerste gemeente in Oegstgeest het Woord bediende, toonde hij zich een ijverige leerling die nauwgezet de Schriften naging en zich daardoor en alleen daardoor liet leiden. Met al zijn gegeven en verworven talenten heeft Gerard vrijwel letterlijk tot zijn laatste adem de gemeente van jong tot oud willen helpen. Jongeren hadden daarbij een speciaal plekje in zijn hart. Om hen te bereiken nam hij steevast een voorwerp als illustratie mee de preekstoel op. Als jong mens schreef hij al ferme brieven naar Opbouw met kritiek op een kerk ‘die zich druk maakt om anderen en die veroordeelt, maar aan haar eigen jeugd niet kan vertellen wie Jezus echt is’.

Een nader contact met Gerard volgde jaren later, toen hij het beroep kreeg van zijn tweede gemeente Rotterdam-Overschie. Omdat ik daar een paar jaar eerder als pastoraal medewerker had gewerkt, kwam hij even buurten in Lisse waar ik in mijn eerste gemeente was gestart. Toen leerde ik hem kennen als een zorgvuldig en betrokken collega. En wie weet, heeft mijn hartelijke aanbeveling van Rotterdam-Overschie een steentje mogen bijdragen aan zijn keuze dit beroep te aanvaarden. Dat Gerard niet alleen op de gemeente betrokken was, maar ook op de uitkijk stond voor schapen buiten de kudde, bleek uit de erfenis die ik van hem kreeg bij zijn vertrek naar Rotterdam: de pastorale zorg voor een aantal bewoners in een genabuurde psychiatrische inrichting.

Per saldo was Gerard een kostbare makker
in de goede strijd van het geloof

Een volgende ontmoeting was tijdens een New Wine retraite in Houten. Ook voor wat hier werd gezocht en gedeeld, stond Gerard open. Treffend voor hem was wat hij toen deelde in een kringgesprek. Ik herinner het mij nog als kenmerkend voor zijn eigen benadering: ‘als mijn vrouw mij zou vragen: waarom hou je van me, zou ik antwoorden: omdat ik dat beloofd heb!’. Trouw en integriteit waren voor Gerard heilig. Niet de beleving of de omstandigheden: nee, wat God van je vraagt, geldt en zoals Hij zich houdt aan zijn woord, zo behoren wij dat op onze beurt ook te doen. Niet verrassend was dan ook dat hem tijdens deze bijeenkomst in het profetisch gebed door de aanwezige Engelse gasten het woord ‘integrity’ werd toegekend. Dat gaf hem ontegenzeglijk ook zijn soms irritante onbuigzaamheid. De onbuigzaamheid van een riet, zo relativeerde weer een andere collega hem genadig en raak.

Mijn laatste en ook meeste intensieve contact dateert uit mijn tijd in Ede. Ik herinner mij de fijne ontmoetingen en boeiende gesprekken, ook samen met Pia zijn vrouw. Zij heeft hem – ik kan alleen maar met hartelijke instemming nog eens Marc citeren – ‘onvermoeibaar, zachtmoedig en trouw verzorgd’. Al die keren dat zijn ziekte Gerard – een lichte verkoudheid kon fataal zijn – met één been in het graf bracht. Een specialist die een foto van Gerards longen onder ogen keek, kon niet geloven dat de patiënt nog in leven was. Met de minste adem bleef hij volop leven. Altijd weer met goede moed, dankbaar en actief. Het is nauwelijks voor te stellen wat dit voor hem en Pia heeft betekend: tientallen jarenlang met deze zorg en angst moeten leven. Ze hebben het bewonderenswaardig gedaan. Hun krachtbron kon niemand anders zijn dan onze goede God en zijn genade. Moge die bron ook voor Pia nu ze alleen verder moet royaal blijven stromen.

Wij gedenken met ds. Gerard de Lange een markante dienaar van het goddelijk Woord: wat hij predikte, leefde hij voor. Walk your talk, was hem op het lijf geschreven. We mogen ook blij en dankbaar vaststellen, dat het gebed bij zijn doop is verhoord: dat Gerard zijn kruis vrolijk heeft gedragen in de navolging van zijn Heer en Hem heeft aangehangen met een waarachtig geloof, een vaste hoop en een vurige liefde. Hij heeft op 30 april in het jaar van onze Heer 2021 in de leeftijd van 72 jaar dit leven getroost mogen verlaten. “Doe de groetjes aan Jezus”, vertelden kleinkinderen hem die laatste dag nog en het maakte hem intens blij. Met die lach is hij ontslapen. Tot ziens, kostbare makker in de goede strijd van het geloof!

Over de auteur
Ton Vos

Ton Vos is predikant van de NGK Ede en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief