Thea Westerbeek: ‘Ik durf nu keuzes te maken die meer bij mij passen’

Wilfred Hermans | 1 oktober 2021
  • Interview
  • Ontmoeting

Thea Westerbeek is hoofdredacteur van het magazine Elisabeth. Via het blad kan ze veel lezers bemoedigen en inspireren en dat roept ze graag van de daken, zeker nu het magazine ruim negentig jaar bestaat. Maar zelf hoeft ze niet zo nodig in de spotlights. ‘De keerzijde van bescheidenheid is dat je daarmee je eigen talenten begraaft.’

Thea Westerbeek (1964) groeide op in Amersfoort, in een GKv-gemeente. Sinds de jaren negentig woont zij in Drenthe; ze bezoekt een PKN-gemeente en was daarin actief in de kerkenraad, onder meer als voorzitter. Regelmatig spreekt Thea in het land over ‘onbezorgd leven’. Zij heeft een eigen tekstbureau. Daarnaast werkt Westerbeek bij zorgorganisatie Stichting Sprank, op de communicatieafdeling. Sinds acht jaar is zij hoofdredacteur van het magazine Elisabeth, een uitgave van Royal Jongbloed; dit jaar viert Elisabeth het negentigjarig jubileum.

Thea houdt enorm van stilte. Zeldzaam in Nederland, maar niet in haar achtertuin in Midden-Drenthe. Het is hier zo rustig, groen en idyllisch dat je denkt in een parallelle wereld te zijn aanbeland. Aan een hoge boom bungelt een schommel, in de verte slenteren koeien door de wei. ‘Elke ochtend dat ik mijn huis uitloop, denk ik: wow, hier woon ik dus.’

(beeld Carla Manten)

Echtgenoot Johan brengt koffie en legt bij vertrek liefdevol z’n hand op het hoofd van zijn geliefde.

Hij heeft je lief, zo te zien.
‘Zie je dat? Grappig… Dat hoor ik vaker. Ja, hij heeft me lief, en ik hem. Dat zie ik als een groot voorrecht, zeker omdat ik weet dat het ook heel anders kan.’

Dat laatste, dat het ook anders kan, is een verhaal waar Thea niet graag over praat, want het is ‘geen leuk’ verhaal. Haar ouders kunnen zich niet meer verdedigen, zegt ze, want zij leven niet meer. ‘En ik heb een verantwoordelijkheid richting mijn broers en zussen. Ik kom uit een groot gezin en mijn ouders hadden geen goed huwelijk. Desondanks hebben ze, denk ik, alles geprobeerd om ons goed op te voeden. Daarvoor heb ik veel respect. Maar het was thuis geen veilige haven. Mijn vader was driftig en kon elk moment ontploffen, dan had hij zichzelf niet in de hand. Dat gebeurde niet vaak, maar zorgde er wel voor dat ik altijd op mijn hoede was.’

Komt daar je gevoelige aard vandaan?
‘Ja, en het willen aanpassen, zodat er maar niks naars gebeurt. Door die jeugd heb ik veel nagedacht over: waarom gedragen mensen zich zoals ze doen, hoe is iemand zo geworden? Dat heeft ook mijn geloof beïnvloed. Ik kan nu zeggen: begrijpen is bijna vergeven. Ik weet wat voor jeugd mijn vader heeft gehad, waardoor ik begrijp waarom hij zo is geworden en moeilijk met zijn emoties kon omgaan. Zo heb ik hem kunnen ‘ontschuldigen’, vlak voor zijn dood. Overigens heb ik net zo goed iets van hem geleerd, namelijk dat liefde een opdracht is. Voor hem voelde dat daadwerkelijk zo, het was geen gemakkelijke opdracht, maar ik vond het heel knap dat hij dat zo uitdroeg.’

Godsgeschenk

‘Ik ben een nakomertje, mijn moeder was 47 toen ze mij kreeg. Ik kan me voorstellen dat het geen fijne verrassing was toen ze op die leeftijd nog ontdekte dat ze zwanger was. Mijn ouders noemden mij Theodore, Godsgeschenk, en dat vind ik een getuigenis. “Al ben je nummer zeven en zijn wij oud, toch ben je welkom” – dat. Ik heb nooit het gevoel gekregen dat ik ongewenst was.’

Jullie zijn bewust kinderloos gebleven. Heeft dat met die onveilige setting van vroeger te maken?
‘Zeker. Omdat ik zag hoe moeilijk mijn ouders het opvoeden vonden, heb ik daar zelf ook veel over nagedacht: durf ik dat aan? Kan ik een kind wél een veilige setting bieden? Ik heb dat niet aangedurfd, zo simpel is het. Een kind is geen hond die je naar het asiel brengt als het niet meer gaat. Johan is daarin meegegroeid. Overigens heb ik vanuit mijn geloof enorm met die keuze geworsteld. Als vrijgemaakt meisje ben ik toch opgegroeid met de gedachte: kinderen krijgen is een zegen, zo bouw je mee aan Gods koninkrijk. Dus voelde ik me tekortschieten tegenover God en bad ik mijn knieën stuk – geef me de moed! – maar het kwam niet.’

Was het verlangen er wel?
‘Nee, totaal niet, nooit. Enkel beduchtheid voor de grote verantwoordelijkheid. Het ouderschap moet iets geweldigs zijn, maar niet voor mij. Zonder wiskundeknobbel moet je geen wiskunde gaan studeren, zo zie ik het een beetje – al gaat de vergelijking misschien mank.’

Geen groepsmens

Johan noemt Thea grappend een ‘tweepersoonsmens’ en dat klopt. Een groepsmens is ze nooit geweest, op de basisschool al niet. ‘Groepen kosten mij veel energie. Na een spreekbeurt ben ik total loss, familieweekenden trek ik niet tot het eind. Het heeft lang geduurd voor ik daarin voor mezelf op durfde te komen, ik wilde me conformeren aan de rest, dacht dat ik onnodig moeilijk deed. Het fijne van ouder worden vind ik dat ik keuzes durf te maken die meer bij mij passen. Laatst gingen we met een personeelsuitje steppen, maar dat is niks voor mij, dus ik zei: geef mij maar een fiets. Nou, ik heb genóten.’

(beeld Carla Manten)

Je gaf vooraf aan dat je niet graag wordt geïnterviewd. Waarom niet?
‘Ik sta niet graag in de belangstelling. Dit interview heb ik ook niet voor mezelf gezocht, de aanleiding is dat Elisabeth negentig jaar bestaat. Ik ben best open, maar ook introvert, laat mij maar lekker in m’n kamertje schrijven. En het zal iets met een innerlijke onzekerheid te maken hebben.’

Onzeker waarover? Of je wel iets te vertellen hebt?
Een lachje. ‘Tja, Wilfred… misschien wel. Ik denk dat ik erg bescheiden ben, soms te bescheiden, dat is het ook. Toen ik nog eindredacteur van Eva was en werd gevraagd om ergens te spreken, wees ik altijd naar collega’s; vraag haar maar, zij kan het beter. De keerzijde is dat je zo je eigen talenten begraaft. Want áls ik dan een spreekbeurt gaf, kreeg ik er wel complimenten over. Uiteindelijk ben ik toch een teamspeler, ik moedig mensen graag aan om hun talenten te ontplooien en ik verlang ernaar dat God levend wordt in levens van mensen. Dat heb ik gelukkig kunnen verwezenlijken, doordat ons blad bij zoveel mensen terechtkomt.’

Wat vind je het mooiste van je werk?
‘Samen een idee verzinnen, dat bundelen in een magazine en daarmee mensen inspireren. Je begint met niks en een tijd later valt er iets waardevols bij mensen op de mat, gewéldig.’

Nier doneren

Op de vraag of Thea een hoogtepunt kan noemen uit haar acht jaar bij Elisabeth, last ze een korte denkpauze in. Na een hap krentenbrood herinnert ze zich een mannelijke lezer die een lezersoproepje wilde doen, zijn vrouw had dringend een nier nodig. ‘Een oproepje voor zoiets vond ik niet passend, maar omdat zijn vrouw in een levensbedreigende situatie zat, wilde ik toch iets doen. We lieten hem een fictieve brief aan zijn vrouw schrijven, waarin indirect om de donornier werd gevraagd. Een lezeres heeft toen haar nier geschonken, dat had ik nooit verwacht. Een onvoorstelbaar verhaal.’

Je geeft lezingen over inspirerend ouder worden en onbezorgd leven. Wat vertel je dan?
‘Dat ik zelf niet zo onbezorgd leef, dus in de eerste plaats tegen mezelf praat. Waar ik me nu nog bezorgd over maak? Dat er aan mijn gevoel van veiligheid wordt gerammeld. Dan raak ik uit m’n evenwicht. Onze trouwtekst is: wees in geen ding bezorgd, maar daaraan denk ik niet op zo’n moment. Ik ga dan door diepe dalen, ik blijf piekeren en kan niet slapen, totdat ik besef: o ja, God is er ook. Ik ben zeven jaar zzp’er geweest en had altijd werk, maar maakte me toch zorgen of ik aan het einde van de maand wel uitkwam. Later, in loondienst, is het weleens gebeurd dat ik bang was voor een negatieve beoordeling; daar zat ik echt van in de zenuwen, ik had al helemaal uitgedacht dat ik mijn baan zou verliezen en ons huis moest verkopen. Maar op dit moment is mijn leven redelijk onbezorgd. Ik vind het ontzettend fijn om met Johan getrouwd te zijn. Hij is een evenwichtig mens.’

Wat is jullie geheim?
‘Natuurlijk dat het een goede match is, daar begint het mee. Je moet het geluk hebben dat je de juiste tegen het lijf loopt. Daarbij moet je elkaar accepteren zoals die ander is, ook de mindere kanten. Johan kan goed luisteren en heeft zelf weinig woorden nodig, maar er zijn ook momenten dat ik zou willen dat er wat meer tekst uitkwam, zal ik maar zeggen. Maar je kunt niet wensen dat iemand zich opeens anders gedraagt op het moment dat het jou uitkomt.’

En wat is de keerzijde van met jou getrouwd zijn?
‘Dat zou je hem moeten vragen. Dat heb ik ook vaak gedaan – “Wat vind je lastig aan mij?” – maar daar komt gewoon niks uit, haha! Het schijnt aangenaam te zijn met mij. Er is niets aan mij waar hij zich aan ergert, maar dat zegt vast ook iets over hem.’

Enthousiast over Jezus

Het basisjaar van de Evangelische Hogeschool was in Thea’s studietijd onderdeel van de School voor Journalistiek. Daar kwam ze evangelische christenen tegen die gepassioneerd waren over Jezus. ‘Dat vond ik zo apart, ik kende dat niet. Wel dacht ik als vrijgemaakt meisje in de ware kerk te zitten, maar doordat ik mijn medestudenten met Jezus zag weglopen, dacht ik: laat ik zelf de Bijbel eens lezen.’

‘Thuis lazen we er driemaal daags uit, maar nu begon ik alles te onderstrepen wat me aansprak. Ik begon bij Matteüs, omdat ik over Jezus wilde lezen. Ik onderstreepte zoveel dat ik langzamerhand helemaal enthousiast werd over Jezus; zo origineel, zo anders, zo wilde ik ook in het leven staan. Inmiddels is dat zo verweven met mijn leven, dat ik de rijkdom ervan weleens vergeet. Laatst werd ik daar weer op gewezen in een gesprek met niet-gelovige vrienden; zij wilden graag geloven in een leven na dit leven, omdat ze het alternatief zo leeg vonden. Dat opende mijn ogen opnieuw, zo van: wow, dat perspectief hebben wij dus. Dat je weet dat God je draagt en daardoor zelf meer kunt verdragen.’

Over de auteur
Wilfred Hermans

Wilfred Hermans is journalist, interviewer en copywriter.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief