Vertrouwensarmoede

Bob Wielenga | 1 november 2021
  • Blog

Vertrouwen wij elkaar nog? In de voortdurende crisis rond de vorming van een nieuwe regering valt dat woord vertrouwen steeds weer. Er is geen onderling vertrouwen tussen de onderhandelende politici.

Kunnen we als burgers de overheid nog wel vertrouwen? De toeslagenaffaire en de behandeling van de Afghaanse tolken heeft ons vertrouwen in de regering geen goed gedaan. Ook de coronacrisis zet ons vertrouwen in beleidsmakers en wetenschappers onder druk. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vertrouwensarmoede in de samenleving. Hoe groot is ons vertrouwen in elkaar als burgers, boeren en buitenlui? En in de migranten die samen met ons ons land bewonen?

Het xenofobievirus

We proberen het coronavirus in zijn vele varianten eronder te krijgen. Maar vergeten we het xenofobievirus niet, dat ons op een veel dieper niveau – moreel en geestelijk – bedreigt? We zeggen wel dat de meeste mensen deugen, maar dat geldt kennelijk niet van migranten, trouwens ook niet van niet-witte Nederlanders. Hen benaderen we met wantrouwen. Ze zien er anders uit dan wij, dus zijn ze anders. We ervaren hen als bedreiging voor wat ons vertrouwd is of zelfs voor onze Nederlandse identiteit.

Gevolg is dat we hen zo veel mogelijk uitsluiten van de normale samenleving en hen proberen kwijt te raken – maakt niet uit waarheen. We vertrouwen hen niet in ons dorp of onze wijk of op ons werk. Zelfs migranten die al twee, drie generaties in Nederland wonen, worden dagelijks geconfronteerd met wantrouwen van witte burgers (denk aan het etnisch profileren). Migranten schijnen geen recht op ons vertrouwen te mogen hebben.

Lang nadat we de coronacrisis onder bedwang gekregen hebben, zal de migrantencrisis ons nog wereldwijd blijven bezighouden. Vergeten we niet dat deze crisis in de komende jaren alleen maar zal groeien. Klimaatverandering veroorzaakt bijvoorbeeld toenemende droogte in Afrika, waardoor de voedselproductie in gevaar komt. Honger zal de mensen dwingen elders een leefbaar bestaan op te bouwen. Oorlog, geweld, onderdrukking en onrecht maken ook dat mensen hun geboorteland ontvluchten om elders veiliger en rechtvaardiger te kunnen leven. Of we het willen of niet, migranten zullen altijd bij ons zijn.

Is er een medicijn beschikbaar tegen het virus van de xenofobie? Niet in de kliniek, maar in de kerk is het gratis beschikbaar. We hebben een injectie nodig met het Woord-medicijn dat ons in onze ziel raakt.

Migranten in Israël

Vanaf de uittocht uit Egypte waren er migranten in Israël. Een hele groep mensen ‘van allerlei herkomst’ trok met de Israëlieten mee naar het beloofde land (Exodus 12:38). Onder hen zou Mozes weleens zijn Nubische vrouw gevonden kunnen hebben (Numeri 12:1).

Voor hen moest er alle ruimte zijn in Israël (Leviticus 19:33-34). De zorgzame samenleving die Israël in het beloofde land moest opbouwen, had aandacht voor lichamelijk gehandicapten (19:14), voor bejaarden (19:32) en niet minder voor arme mensen, waaronder migranten (19:9-10). De opdracht was eenvoudig: behandel hen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf. Mensen die God liefhebben met heel hun hart (Deuteronomium 6:4-6) kunnen niet anders dan oog hebben voor de sociaal zwakken in de samenleving, waaronder migranten.

Een migrant kon zich in Israël sociaal omhoog werken (Leviticus 25:47), maar was net als iedere geboren Israëliet gebonden aan Gods geboden. Uria de Hethiet is hier een voorbeeld van. Hij was met Batseba getrouwd, lid van een voorname familie in Jeruzalem (2 Samuel 11:3). Zijn naam verried zijn etnische afkomst, maar dat had geen verschil gemaakt. Ezechiël zag in een visioen zelfs dat geboren Israëlieten en migranten een even groot stuk grond zouden erven in het land van de toekomst (47:22-23). Geboren Israëlieten kregen er geen voorkeursbehandeling.

Verbindend geloof

Een Bijbels-geïnformeerd geloof zou het beste medicijn moeten zijn tegen xenofobie. Het stimuleert ons als gelovigen om bij te dragen aan een rechtvaardige, menselijke samenleving waarin niemand wordt gediscrimineerd om zijn etnische afkomst. Zelf vreemdelingen en gasten op aarde (Hebreeën 11:13) heten wij migranten onder ons welkom.

Voor alle duidelijkheid: het gaat om migranten die in ons land recht van verblijf hebben, dat we niet aan zo veel mogelijk migranten als maar enigszins mogelijk is moeten ontzeggen. Juist in het migratiebeleid komt het op de menselijke maat aan.

Belangrijk is dat wij migranten uitnodigen, thuis en in de kerk. We laten hen meedoen met onze activiteiten door de week. We zoeken naar verbinding op een dieper niveau, op dat van het christelijk geloof.

Zeker de migranten uit Afrika zijn meestal christelijk. De geloofsverbondenheid verschaft dan een goede uitgangspositie om wederzijds wantrouwen te overwinnen en om hen te helpen hun plaats in de Nederlandse samenleving te vinden. We zullen ontdekken dat zij net zo goed deugen als wijzelf, even betrouwbaar zijn als wijzelf, maar net zo goed vergeving van zonden en het vernieuwende werk van de Geest nodig hebben als wijzelf. Migranten zijn onze naasten, die we moeten liefhebben als onszelf.

Injectie

De mirantencrisis is een extra reden om naar de kerk te gaan. We gaan om er de anti-xenofobie-injectie te halen. Dat maakt ons betere burgers, maar vooral ook betere naasten van migranten (Lucas 10:30-37).

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Hopen tegen wil en dank

Hopen tegen wil en dank

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen
Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Peter Hommes
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief