Goed toeven in een huis van rouw

Peter Strating | 14 mei 2022
  • Thema-artikelen

‘De dood. Praat erover, niet eroverheen.’ Zo luidt de SIRE-campagne die de afgelopen tijd op de TV te zien was. Kennelijk is het nodig dat we hiertoe aangespoord worden. Open praten over de dood werkt bevrijdend, toch is het moeilijk en kunnen we bang zijn voor de emoties die het gesprek met zich meebrengen.

(beeld mactrunk/iStock)

Het wordt ons niet al te moeilijk gemaakt om het gesprek over de dood uit de weg te gaan. Voor de meeste mensen in onze samenleving is de dood ver weg. Dankzij goede medische zorg is het de meeste mensen gegeven om oud te worden. Soms realiseren we ons dat oud worden niet vanzelfsprekend is. Als er een vliegramp is of het begin van een verschrikkelijke oorlog onze huizen binnendringt, beseffen we dat het leven kwetsbaar is. Maar zo lang het sterven gaat over mensen die ver van ons af staan, schudden we dat gevoel van kwetsbaarheid snel van ons af.

Schroom

Het is anders wanneer je van heel dichtbij direct met de dood geconfronteerd wordt. Zelf was ik zeven toen mijn moeder stierf, een leeftijd waarop ik nog niet zo goed kon bevatten wat de dood betekent. Maar het heeft mij het besef gegeven dat de dood bij het leven hoort. Misschien hoort het er wel bij als je op jonge leeftijd een ouder verliest, maar toen ik jong was, heb ik altijd gedacht dat ik nooit oud zou worden of dat ik, toen ik getrouwd was, zomaar mijn vrouw zou kunnen verliezen. Dat laatste heeft mij ertoe aangezet om ervoor te zorgen dat ik in staat was om alleen verder te gaan.

Toch is dat voor mij meer een innerlijk proces geweest dan dat ik er uitgebreid over heb gepraat. We spraken er wel over wat er zou moeten gebeuren met de zorg voor onze kinderen als we er niet meer zouden zijn, maar nooit zo concreet dat we erover ook echt afspraken hebben gemaakt of dingen op papier hebben gezet. Kennelijk was er schroom om die stap te zetten.

Ontspannen spreken over de dood betekent niet
dat er geen plaats is voor rouw

Vanaf het moment dat ik ouder werd dan mijn moeder ooit geweest is, merk ik dat het leven voor mij meer vanzelfsprekend geworden is en is de gedachte dat ik eens moet sterven naar de achtergrond geraakt. Ik ga er bijna onbewust vanuit dat ik oud zal worden en er nog alle tijd zal zijn me op het sterven voor te bereiden. Het zijn juist onze kinderen geweest die in hun tienerjaren onbevangen het gesprek met ons zijn aangegaan met vragen als: wat moet er gebeuren als je plotseling doodgaat? Waar wil je begraven worden? En: hoe moet ons leven verder als jullie er niet meer zijn? Waardevolle gesprekken zijn dat geweest.

Weggestopte angst

Het is eigenlijk gek dat we de gedachte aan en het gesprek over de dood het liefste uit de weg gaan. De bekende psychiater Irvin Yalom zegt dat die weggestopte angst voor de dood een bron van psychisch lijden is. Bewustwording van je sterfelijkheid leidt tot een beter leven, is zijn devies. Juist als gelovigen die weet hebben van de Opstanding zou het mogelijk moeten zijn om ontspannen om te kunnen gaan met de gedachte aan onze sterfelijkheid. Wat Yalom zegt over bewustwording van je sterfelijkheid komt zo weg uit het bijbelboek Prediker, waar staat: ‘In een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte. De dwaas is graag in een huis van plezier, maar de wijze beseft dat het goed toeven is in een huis vol rouw, want daar valt ook de zin van het leven te ontdekken’ (Prediker 7:2-4).

Voorbereiding

We krijgen in de Bijbel niet zo veel mee van gesprekken die over de eigen dood zijn gegaan. We zien wel dat er mensen zijn die zich in hun ouderdom voorbereiden op de dood en zaken regelen voor als ze er niet meer zijn. Een prachtig voorbeeld vind ik Jakob die aan het einde van zijn leven, toen hij wist dat hij spoedig sterven zou, al zijn zonen bij zich riep om hun een zegen te geven. Ook gaf hij ze de opdracht om hem te begraven in Kanaän, in de grot van Machpela die zijn grootvader had gekocht als een graf voor hem en zijn familie. Bij hem en ook bij zijn zoon Jozef zie je dat de regelingen die ze getroffen hebben voor hun begrafenis te maken hebben met hun geloof in de toekomst. God had immers beloofd dat aan het volk van Jakob het land Kanaän gegeven zou worden. In het geloof dat zijn nakomelingen in dat land zouden komen te wonen wilde hij en ook Jozef daar begraven worden.

(beeld KatarzynaBialasiewicz/iStock)

Ook Jezus zelf heeft gesproken over zijn naderende dood. Verschillende keren heeft Hij zijn leerlingen daarover gesproken om hen voor te bereiden op wat komen zou, maar wellicht ook omdat Hij zelf intensief met de gedachte aan zijn lijden en sterven bezig was en die gedachten wilde delen met de mensen die Hem na aan het hart stonden. In elk geval was Hij zich bewust van zijn naderende sterven en sprak Hij daarover.

Levensroeping

Paulus kan vrij onbekommerd spreken over zijn eigen sterfelijkheid. 1 Korintiërs 15 is een prachtig hoofdstuk waarin hij schrijft over de betekenis van de opstanding van Christus, waardoor ook de angel van onze dood is weggenomen. Daarom vindt hij het niet moeilijk om te denken aan zijn dood, want hij weet dat wanneer hij sterft, hij met Christus zal zijn. Daarom kan hij zeggen: ‘Ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste’ (Filippenzen 1:23).

Hij schrijft dat op een moment dat hij lange tijd al zijn krachten gegeven heeft voor het werk waarvoor hij door de Heer geroepen was. Hij heeft veel moeten lijden voor het evangelie en op het moment dat hij dit aan de christenen in Filippi schrijft, zit hij gevangen. Maar ook bij Paulus zie je dat bewustheid van sterfelijkheid leidt tot het goede blijven zoeken voor het leven. Want Paulus schrijft over zijn verlangen om te sterven en bij de Heer te zijn in het kader van zijn levensroeping. Hij heeft zijn leven gegeven om mensen tot geloof in Christus te brengen en de tijd van leven die hij nog heeft, wil hij ten volle blijven inzetten om het geloof van de mensen die bij Christus horen te versterken.

Als je de pijn van de dood voelt,
ontdek je de waarde van het leven

Ik moet ook denken aan de ontmoeting van Paulus met de oudsten uit Efeze op het strand van Milete (Handelingen 20:17-38). Hij houdt daar een afscheidsrede, want hij weet dat hij in Jeruzalem gevangengenomen zal worden en de gelovigen uit Efeze nooit meer zal terugzien. Het afscheid in het besef van zijn sterfelijkheid maakt bedroefd. Huilend vallen de mensen Paulus om de hals. Wat een zegen is het voor deze mensen geweest dat Paulus hun de gelegenheid gegeven heeft om zo afscheid van hem te nemen. Ik vind het een ontroerend stukje uit de Bijbel, vooral omdat het ontspannen spreken over afscheid en dood niet betekent dat er geen plaats is voor rouw. Mensen laten hun tranen de vrije loop.

Afscheid nemen bestaat wel en doet pijn. Luchtig spreken over het hiernamaals kan ook een vlucht zijn om de zwaarte van de dood niet onder ogen te hoeven zien. Het perspectief van de opstanding laat juist zien dat de dood iets verschrikkelijks is, zo is Gods schepping niet bedoeld. Zelfs vlak voor het moment dat Jezus zijn vriend Lazarus terugriep uit de dood staat er dat hij huilde. Dat kan toch niet anders zijn dat hij op dat moment ook de pijn van de dood heeft gevoeld.

Schroom voorbij

Ik begrijp het wel als mensen liever niet praten over de dood. Want besef van onze sterfelijkheid en de naderende dood van onszelf of van onze geliefden roept pijn naar boven. Ik betrap mezelf erop dat ik het fijn vind wanneer een ander zijn kwetsbaarheid laat zien, maar dat ik het zelf lastig vind om emoties van verdriet te tonen waar anderen bij zijn.

Enige tijd terug hoorde ik een lied dat zoveel indruk op mij maakte dat ik dacht: ik wil graag dat het klinkt op mijn begrafenis. Maar het heeft me best tijd gekost voordat ik dat kon delen met mijn vrouw en kinderen. Want op het moment dat ik erover spreek, voel ik ook de pijn van het verdriet die daarbij hoort. Toch zijn zulke gesprekken kostbaar. Wat is het waardevol om goed voorbereid te zijn op je sterven. Om, net als Jakob, ervoor te zorgen dat alles wat gezegd moet worden, gezegd is.

Daarbij is het goed om te beseffen dat het niet iedereen gegeven is om net als Jakob op hoge leeftijd aan te voelen dat de tijd van sterven gekomen is. Soms komt de dood heel wreed en plotseling. Daarom is een goede voorbereiding op de dood belangrijk, door er met je geliefden over te spreken, door te zorgen dat alles wat echt nodig is gezegd is en dat je wensen voor je uitvaart bekend zijn. Want spreken over de dood voordat deze er is, helpt ook bij het spreken over de dood bij de achterblijvers.

Houden van doet pijn, want hoe meer je van iemand houdt, hoe groter de pijn is van het gemis als deze er niet meer is. Jozef had dat begrepen. Toen Jakob begraven was, werd er zeven dagen gerouwd. De rouw was zo diep dat het indruk maakte op de Kanaänieten die woonden in de buurt van het graf. Rouwen doet pijn, maar rouwen is niet erg. Het hoort bij het leven en het hoort bij liefde. Wie uit angst voor de pijn het verdriet wegstopt of overschreeuwt, verliest waar het in het leven om gaat. Het is niet voor niets dat Prediker stelt dat de wijze graag met zijn gedachten in een huis vol rouw is. Want waar de pijn van verlies en dood wordt gevoeld, wordt ook de waarde van het leven ontdekt.

Over de auteur
Peter Strating

Peter Strating is predikant van de Havenkerk (NGK) in Den Haag.

‘In de diepste dalen ervoer ik het meest van God’

‘In de diepste dalen ervoer ik het meest van God’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Thema-artikelen
Praten met hen die sterven gaan – hoe doe je dat?

Praten met hen die sterven gaan – hoe doe je dat?

Anke Nijdam
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief