‘Gaan we nu eerlijk praten, of niet?’

Arie Kok | 13 augustus 2022
  • Interview
  • Thema-artikelen

Verkondiging kan volgens Kees van Ekris, IZB-studieleider missionaire prediking, niet zonder woorden, maar dode taal resoneert niet. Levende taal, daar gaat het om. Taal die gebeurt, ter plekke, in de ontmoeting. Zo gaat het ook in het interview: de woorden en zinnen komen boven in het samen zoeken naar een weg. Een gesprek zonder slogans en clichés.

Kees van Ekris (1972) promoveerde in 2018 op een studie naar het profetische in de prediking van onder andere Martin Luther King en Dietrich Bonhoeffer. Onlangs verscheen zijn boek Dialoog, dans en duel, preken voor tijdgenoten. Sinds 2018 is Kees als studieleider verbonden aan IZB-Areopagus, een centrum voor contextuele en missionaire prediking. Met zijn vrouw en twee zoons woont hij in de leefgemeenschap van bijbelschool De Wittenberg in Zeist.

Verkondigen doen we steeds vaker met daden. Ze zeggen meer dan woorden, vinden we. Ergens komt het ook wel goed uit, we vinden het niet meer zo gemakkelijk om woorden van God te spreken. Toch zwijgen we vaak over God en de Bijbel, terwijl we toch leven in een tijd van tweets en soundbites. Kees van Ekris herkent de verlegenheid wel.

(beeld Hans van Sloten)

‘Ik voel me vaak geïmponeerd doordat de woorden van het geloof in onze tijd niet resoneren. Ze landen niet, er komt niets terug. Dat doet wat met je. Het is ook geen incidentele ervaring, maar een structurele. Ik kan het woord ‘god’ wel gebruiken, maar het slaat dood terwijl ik het uitspreek. Als ik bijvoorbeeld vrienden van vroeger ontmoet, krijg ik zelden een vraag terug over waar ík mee bezig ben. Wat trekt jou in de theologie? Vertel het me, want jij bent mijn vriend. Het gebeurt niet. Tegelijk kan het ook zo zijn dat we het inmiddels projecteren op andere mensen. Dat ik denk: jij zult dit wel niet begrijpen, dus slik ik het al in voordat ik het uitspreek. In mijn boek Dialoog, dans en duel probeer ik hierin helpend te zijn, toegespitst op de preek, maar je kunt daarmee ook breder aan de slag. Als dat directe misschien niet gaat, kun je het wel degelijk over oerthema’s in het bestaan hebben, thema’s die anderen ook herkennen. Dan kun jij vertellen hoe jij de dingen vanuit jouw traditie ziet.’

Wijst die verlegenheid erop dat de secularisatie inmiddels ook diep in onszelf zit?
‘Dat is een goeie. Door het gebrek aan resonantie kun je ook zelf gaan twijfelen aan die woorden, dat je ze amper gebruikt. Dat je stilletjes denkt: wat heeft het geloof mijzelf eigenlijk nog te zeggen? We leven in een cultuur die ook ons seculariseert. Automatisch, onbewust misschien wel. Er gaat een stroom door ons heen die we niet eens doorhebben, maar die ons immanent doet denken alsof er geen God is. Een goed voorbeeld is de leus die je nu op veel tractors leest. ‘No farmers, no food.’ Als wij staken, hebben jullie geen eten. Heeft voedsel dan niets met transcendentie te maken, met zegen, groei, het geheim van het leven, het waarom van de dingen? Een christelijke boer krijgt dat toch niet op een plakkaat?! Of denk aan de pretentieuze slogans: ‘Wij schoppen ALS de wereld uit’. Het is steeds de mens die heerst of meent te heersen. De vraag is, hoe spreek je in deze seculiere wereld over God? In die zin vind ik het kwalijk als we zomaar zeggen: woorden hoeven niet meer. Als praktisch christendom het antwoord is, zou je de eigenlijke opdracht wel eens kunnen ontwijken. We zullen opnieuw levende taal moeten zien te vinden, dat staat ons te doen.’

‘Praktisch christendom kan de
eigenlijke opdracht van God ontwijken’

In je boek gebruik je vier kernbegrippen: luisteren, inzien, lijden en geloven. We lopen ze alle vier langs. Achter luisteren zet je tussen haakjes: participeren.
‘Levende taal wordt geboren in de ontmoeting. In gesprekken doe je taal op, uitdrukkingen, je probeert een bepaalde ervaring te verwoorden. Je hebt de ander dus nodig om tot levende taal te komen. Dat is iets heel anders dan jouw jargon droppen bij een ander mens. Missie heeft veel te maken met de overtuiging dat je de ander nodig hebt om de juiste woorden te vinden. Je probeert het geloof te doordenken vanuit wat je de ander hoort zeggen, waarmee de ander zit, wat zijn of haar ervaring is. Voordat ik mijn boek schreef, heb ik gesprekken gevoerd met tijdgenoten, daarvan hebben we samen met de EO de podcast Dit dus gemaakt. Dan moet je denken aan activisten, influencers en schrijvers, mensen die licht kunnen werpen op deze tijd en die bereid waren hun hart te openen en diep te gaan. Die ontmoetingen waren zo verhelderend! In een gesprek is de levenservaring altijd aanwezig, vaak sluimerend, niet alleen bij jou, ook bij die ander. Werkelijk luisteren kan ook een gestalte zijn van het heil, als een voorhof tot het heilige: het is weldadig als een ander jou die ruimte en het respect geeft. Maar het is niet eenvoudig, het vraagt concentratie en energie. En zelfverloochening, dat je het niet invult voor de ander en frames gebruikt.’

Het hele artikel lezen? Log hieronder in of neem een (proef)abonnement op magazine OnderWeg en ontvang inloggegevens voor de website.

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

Koos Tamminga
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief