‘Gebarentaal heeft al aanbidding in zich’

Arie Kok | 22 oktober 2022
  • Interview
  • Special 2022
  • Thema-artikelen

fotograaf Jaco Hoeve

Dovenpastor Hendrik Stevens (1998) is doof geboren. Hij spreekt op het eerste gehoor als ieder ander. Toen hij drie jaar was kreeg hij zijn eerste cochleair implantaat, waarna hij heeft leren praten. Toch ontwikkelt het gesprek zich tot een ontmoeting van twee heel verschillende manieren van spreken en beleven. Doof-zijn is niet alleen medische beperking, het is ook een manier van leven, benadrukt Hendrik. Een cultuur die de geloofsbeleving sterk beïnvloedt.

Na zijn middelbare school studeerde Hendrik theologie aan de Viaa Hogeschool in Zwolle. Op dit moment werkt hij aan zijn preekbevoegdheid voor de PKN. ‘Daarmee kan ik in dovendiensten van verschillende kerken voorgaan, maar ik wil zeker ook graag gewone diensten doen. Elke dove ontwikkelt zich anders, afhankelijk van de tijd waarin je geboren bent en de sociale competenties die je hebt. Net als bij iedereen eigenlijk. Ik heb acht jaar op een dovenschool gezeten, maar volgde ook lessen op een gewone school. In ons gezin zijn vier van de zes kinderen doof. We spreken zowel Nederlands als gebarentaal, net wat ieder het prettigst vindt.’

Zoals je het nu formuleert, lijkt gebarentaal een zelfstandige taal.

‘Dat is het zeker, met een eigen grammatica en zinsopbouw. Nederlandse Gebarentaal is mijn moedertaal en Nederlands mijn tweede taal. Als ik een boek lees, zet ik de woorden in mijn hoofd om in gebarentaal. Als ik Nederlands spreek, ben ik bezig met een vreemde taal. Je zult het wel horen dat ik een zin soms anders opbouw. Als ik moe word, als ik lang achter elkaar Nederlands moet spreken, ga ik meer fouten maken, zoals horenden in een Engels gesprek de grip wat kwijt kunnen raken.’

Doof-zijn is ook een gave volgens jou. Wat is precies het verrijkende eraan?

Doordat je eerst hebt leren communiceren in gebarentaal, denk je in beelden. Daarin betrekken we het lichaam helemaal. Wij kunnen veel minder met abstracte begrippen. Spreekwoorden gebruiken we niet, die zijn in gebarentaal niet uit te drukken. Een dove kan daarentegen het bijbelverhaal driedimensionaal vertellen, vol dramatiek, alsof je in het theater zit. We zijn ons veel meer bewust van mimiek en emoties. We communiceren concreter en directer. Dat is wel eens oppassen, in het Nederlands kan ik me soms wat te direct uitdrukken. Dan zeg ik: “Nu koffie!”’

Maar je kijkt er heel vriendelijk bij.

‘Bij gebarentaal zijn gezichtsuitdrukkingen heel belangrijk. Als ik ‘boos’ zeg, kijk ik ook boos.’ Er komt een niet mis te verstane blik in Hendriks ogen, hij maakt woeste gebaren met zijn arm. ‘Als ik dit doe, zeg ik ‘woedend’. Je beeldt uit wat je zeggen wilt, het hele lichaam doet daarin mee: handen, gezicht, bovenlijf.’

In de kerk zeggen we dat het geloof uit het gehoor is. Hoe is dat voor een dove?

‘Ik zeg ook wel dat ik iets gehoord heb, maar dan in de betekenis van aangehoord. Als antwoord geef ik je een voorbeeld: het verhaal van Petrus die in de storm over het water naar Jezus wil lopen. Een predikant kan het verhaal vertellen en daarna de betekenis uitleggen dat geloven niet gemakkelijk is en er worstelingen zijn. In een dovencontext vertel je het verhaal heel beeldend. Dat Petrus op het water stapt, de golven ziet en dat hij naar Jezus kijkt en dan weer naar de golven.’ Als Hendrik vertelt, gaan de gebaren erbij vanzelf. ‘Om de betekenis van het verhaal duidelijk te maken, moet je het eigenlijk opnieuw uitbeelden, met de nadruk op emoties. De angst laten zien, wordt Petrus gered? De golven van het leven, de storm. En dat je moet kijken naar Jezus. Wij doven kijken meer naar het drama dat zich voltrekt. Niet alle doven hebben voldoende bijbelkennis, dus visuele uitleg is wel nodig. We denken heel concreet, gedachtesprongen maken is moeilijker. Alles wat je uitbeeldt, moet dus passen in het verhaal.’

Je zou zeggen dat doven dan graag lezen, bijvoorbeeld romans, waarin het draait om beeldende taal.

‘Doven lezen meestal erg weinig. We ervaren het Nederlands als een beperking. Waarom zou je woorden gebruiken als je het ook kunt uitbeelden? Als je de beelden uit woorden moet halen, is dat voor ons een extra vertaalslag die we moeten maken. Dat is vermoeiend. Mijn ouders hebben mij sterk gestimuleerd om veel te lezen en ik ben er ook wel van gaan houden. Maar het blijft toch je tweede taal, zoals iemand anders Engelse boeken leest. Als ik lees, onthoud ik het in gebarentaal. Als ik een preek schrijf, moet ik in woorden weergeven wat ik in beelden in me heb, omdat ik taal heb geleerd in gebarentaal.’

Muziek is een belangrijk onderdeel van de liturgie in een protestantse kerk. Hoe werkt dat bij jullie?

‘Een dove ervaart een protestantse dienst vaak als erg statisch. Dat komt ook doordat er relatief weinig symboliek is. Muziek hoor ik wel, maar ik heb er weinig gevoel bij, het raakt me niet op existentieel niveau. Ik kom zelf uit de reformatorische traditie, hersteld hervormd. Tegenwoordig ben ik lid van de hervormde gemeente in Woerden, PKN dus. Ik voel me wel verbonden met het reformatorische, maar ik heb ook mijn bezwaren. Vooral het kerkelijk taalgebruik vind ik problematisch. Het wordt te veel verabsoluteerd. Het taalgebruik uit de Statenvertaling kan dove mensen moeilijk bereiken. De Bijbel reikt beelden aan, heeft meer kleuren dan we denken. Het woord is mens geworden, dat is heel concreet. Je doet daaraan meer recht als je er concreet over spreekt, meer aanbiddend ook. Als doven gebeurt dat al snel, doordat we ons lichaam zo intens erbij gebruiken.’

Hendrik heeft lang gedacht dat hij een keuze moest maken, tussen de wereld van de doven en de christelijke wereld. ‘Ik heb moeten leren dat het in het geloof ook mag gaan om zien, het zien van de Onzienlijke. Als je het geloof in een andere taal dan je moedertaal wilt verwoorden, ga je in gescheiden werelden leven. De uitdaging is om dat niet te doen. Ik weet inmiddels dat theologie bedrijven ook in mijn moedertaal kan, in gebarentaal dus. God spreekt door zijn Geest alle talen. Accepteer die taal die God je gegeven heeft; dat is genoeg, voor horenden en voor doven.’

In Jezus is God concreet mens geworden. ‘Dat spreekt doven extra aan’, zegt Hendrik. Hij vertelt graag het verhaal uit Markus 7, over de dove man die bij Jezus wordt gebracht voor genezing. ‘Jezus neemt hem apart, haalt hem uit de menigte. Dat laat zien dat Jezus begrijpt dat een dove moeilijk kan communiceren in een menigte. Naar wie moet hij kijken, wiens lippen moet hij lezen? Doordat Jezus hem uit de menigte haalt, kan de man zich op Jezus concentreren. Jezus geneest hem niet meteen, maar Hij doet eerst modder aan zijn handen en raakt de tong van de man aan. Daarbij komt mimiek kijken. En Hij zuchtte, dat is emotie, die de dove man ook meekrijgt. Pas daarna worden zijn oren geopend. Voor doven is dit een heel belangrijk bijbelverhaal. Jezus gaat niet langs de context van mensen heen, zoals het Evangelie ook niet buiten de omstandigheden van mensen omgaat.’

‘Jezus gaat niet langs de context van mensen heen’

‘Ik denk veel na over dualisme. Zo wordt in de christelijke wereld vaak onderscheid gemaakt tussen het geestelijke en het lichamelijke. Door dit dualistische denken, gaan mensen er soms vanuit dat je niet in gebaren kunt communiceren over geloof. Maar ik zie die tegenstelling helemaal niet. Dualisme bestaat bijna niet bij doven. Verlossing als redding van de ziel is een abstract begrip. Redding omvat veel meer. Denk maar aan het verhaal dat Petrus neerzinkt en Jezus hem eruit trekt. Dualisme heeft veel met westers denken te maken. In de Bijbel zie je dat veel minder. Kijk maar naar de Psalmen, ‘mijn lichaam verdort’ staat er ergens. Daar maken we al snel van dat de ziel droogstaat. Geloof is veel concreter, het gaat om meer dan alleen de ziel. Ik lees graag de essays van Helen Keller. In de negentiende eeuw dacht zij al na over het leven met doofblindheid, ze was het allebei. Zij schrijft ergens: “De aanraking met de hand komt in elk hoofdstuk van de Bijbel voor. Je kunt Exodus bijna herschrijven als het verhaal van de hand. Alles wordt gedaan met de hand van God, of de hand van Mozes.”’

Gij zult u geen gesneden beelden maken, lezen we in de tien geboden. Jullie beelden God af in gebaren. Hoe ga je hiermee om?

‘Met woorden creëer je ook een godsbeeld.’ Hendrik laat zien wat het gebaar voor ‘God’ is: een geopende hand naar boven, terwijl hij zijn hoofd tussen zijn schouders laat zakken. ‘Dit wil ook zeggen: je bevat het niet. Spiritualiteit in gebarentaal heeft al aanbidding in zich, omdat je je lichaam gebruikt. ‘Jezus’ drukken we uit door te wijzen op de doorboorde handen.’

Ook als het over het kind Jezus in de kribbe gaat?

‘Ja, ook dan. Het naamgebaar voor mijn persoon is een kuifje. Die kuif had ik als baby nog niet en zal ik misschien niet altijd hebben. Als doven zich aan elkaar voorstellen, spellen ze hun naam en laten ze hun eigen naamgebaar zien. Een collega van mij houdt erg van vlinders. Doven maken voor hem het gebaar van dartelende vlinders. Dat is meteen heel direct, je communiceert wat je aan de ander opvalt, vaak uiterlijke dingen.’

Je bent nog jong, begint nog maar net in de kerk. Waar wil je naartoe groeien?

‘Ik wil graag bruggen bouwen tussen de dovengemeenschap en de kerken, dat dovengemeenschappen onderdeel zijn van de kerk. In de kerken wordt vaak gedacht: we moeten doven helpen. Maar wij hebben ook iets te bieden aan de kerk. Zie doven als gelijkwaardige gemeenteleden en creëer geen afhankelijkheidscultuur. Helpen is een kenmerk van het lichaam dat de kerk is, maar doe het wederzijds.’

Soms doet Hendrik zijn implantaat weleens uit, bijvoorbeeld als hij leest of stille tijd houdt. ‘Dan krijg ik de meeste inspiratie. Met stilte moet je wel leren omgaan, maar doven kunnen dat van nature. Voor mij voelt dat vertrouwd. Veel doven zijn zelfs huiverig om ooit te gaan horen, ze zijn bang dat ze hun gebarentaal dan verliezen. Dat is hen zo eigen.’

 

Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Bijbels en theologisch slavernijdebat

Bijbels en theologisch slavernijdebat

Martijn Stoutjesdijk
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
Zending en apartheid in Zuid-Afrika

Zending en apartheid in Zuid-Afrika

Bob Wielenga
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief