Gelovige spanning

Jaap Cramer | 6 oktober 2023
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

In de joodse manier van geloven zit zowel ernst als speelsheid. Ernst, omdat elke punt en komma, elke yod en tittel, serieus wordt genomen en becommentarieerd en bediscussieerd. Als het echt Gods Woord is, dan is elk detail het waard om betekenis te dragen. Tegelijk is er ook humor, zelfrelativering en bescheidenheid. Alsof wij de wijsheid in pacht zouden hebben. Niet dus, want wij kunnen veel leren van de manier waarop joden omgaan met de Bijbel.

De bescheidenheid van de joden heeft niets te maken met tekortschieten of met minderwaardigheidsgevoel, maar juist met het grote geloof dat ergens in de gemeenschap Gods waarheid wel boven tafel komt. En zolang we het niet weten, mogen al die meningen naast elkaar staan. Waar wij, christenen, soms het verlangen hebben om een theologisch probleem op te lossen of te begrijpen, laten joden de spanning staan, wachtend tot de Eeuwige uitsluitsel zal geven.

Speelruimte

Deze gelovige houding vind ik inspirerend en bevrijdend. We hoeven niet alles te weten of te begrijpen. Maar ondertussen is er wel speelruimte om soms stevig met elkaar van gedachten te wisselen. Ook rabbijnen doen dat. Daarbij is het niet slechts interessant om gefascineerd naar te kijken, maar verdiept het ook mijn eigen bijbellezen: zowel het begrip van het Oude Testament als het inzicht in de leefwereld van Jezus en zijn leerlingen. Dit kan ook voor ons nieuwe inzichten opleveren.

Extra

De Talmoed vertelt over een meningsverschil tussen rabbi Akiva en rabbi Simon (of Nehemia) de Imsoniet. Rabbi Simon had de gewoonte om gedetailleerd elk woordje van de Tora aan zijn leerlingen uit te leggen. Zo is er in het Hebreeuws een klein woordje, ‘et’, dat een grammaticale functie heeft: het markeert het lijdend voorwerp en wordt verder niet vertaald. Maar binnen een bepaalde uitlegtraditie wordt dat woordje gezien als iets dat verwijst naar iets aanvullends. Het is een uitnodiging voor een uitbreidende uitleg.

Een voorbeeldje (niet van rabbi Simon): in Genesis 4 wordt verteld over de geboorte van Kaïn en Abel. Bij Kaïn staat er ‘[et] Kaïn’ en bij Abel staat

er ‘[et] Abel [et] zijn broer’. Dus bij Kaïn staat er een keer ‘et’, bij Abel twee keer. Uitleggers zeggen dat met Kaïn een tweelingzus is geboren. Dan moet Abel er een van een drieling zijn, met twee zusjes. Los van de vraag of we dit moeten geloven, dit is een voorbeeld van deze manier van bijbeluitleg die rabbijnen de gelegenheid geeft om teksten of tradities met elkaar in verband te brengen. Voor ons als westerlingen is dit misschien veel te speculatief of subjectief, maar binnen de joodse traditie geheel legitiem.

Terug naar het meningsverschil. Rabbi Simon las ook volgens deze methode de Tora. Hij ging alle verzen door tot hij aankwam bij Deuteronomium 10:20: ‘Toon ontzag voor [et] de HEER, uw God.’ Daar raakte hij in de problemen. Want hoe moet je dit vers uitleggen? Wie verdient er naast de Eeuwige, goddelijk ontzag? Is er iemand anders die onze aanbidding verdient? Dat kon rabbi Simon niet geloven en stopte daarop met het interpreteren van het woordje ‘et’. Stel je voor! Zijn leerlingen verbaasd, bijna de hele Tora doorgeplozen en dan kom je er op de valreep achter dat je methode niet deugt… ‘Rabbi, wat moeten we nu doen met alle woorden ‘et’ die u tot nu toe hebt uitgelegd?’ Simon antwoordde: ‘Evenals ik beloning heb ontvangen voor het verklaren van het woordje ‘et’, zal ik beloning ontvangen voor het feit dat ik hiermee nu stop.’

Een prachtige illustratie die iets laat zien van de eerbied waarmee hij Gods Woord las. Zorgvuldig, in het vertrouwen dat hij daarvoor beloning zal krijgen. Zoals hij dat eerst te goeder trouw deed, misschien bij nader inzien wel onterecht, zo heeft hij ook bij het stoppen dezelfde goede trouw. Dit is ook humor. In het Westen neem je met zo’n nieuw inzicht misschien afstand van je vroegere werk, herroep je je boeken. Maar hier mag het naast elkaar blijven bestaan en is dit verhaal vastgelegd, waard om doorgegeven te worden. Wanneer deze anekdote in de Talmoed wordt genoemd is bovendien de grap dat aan het eind staat dat rabbi Akiva wél tot een uitleg kwam van het woordje ‘et’ in Deuteronomium 10:20. Naast God moet men ook de Torageleerden vrezen, omdat ze de goddelijke wet vertolken. Deze Akiva is een zeer gewaardeerde grote rabbi die heel scherpzinnig deze methode wist te gebruiken.

Een soortgelijke anekdote staat op meerdere plekken in de Talmoed. Daarin merk je dat zulke gesprekken uit de traditie op specifieke momenten werden herhaald. Omdat het de herinnering aan dit verhaal opriep, een associatie. ‘Oh, weet je nog van dit verhaal? Dat is misschien ook relevant nu.’ Er is niet één verhaallijn, maar een complex, dynamisch en associatief geheel aan verhalen, exegetische vondsten, soms grappen, soms droge fijnmazige discussies die voor de schrijvers destijds op verschillende momenten als relevant werden ervaren. Ook dat is eigen aan het jodendom, dat in de kern mondelinge leer is. Deze conversaties zijn in de loop van eeuwen en in fases op schrift gesteld.

Er is niet één verhaallijn, maar een complex associatief geheel aan verhalen

Ontspanning

Zijn deze verhalen voor ons ook relevant? Het is heel gereformeerd om te zeggen dat openbaring vooral door de Bijbel heen werkt. Niet de traditie, maar Gods woord. Dergelijke leesmethoden smokkelen allerlei buitenbijbelse tradities naar binnen. Is dat wel ‘kosjer’? Om bij het voorbeeld van Kaïn en Abel te blijven: Genesis heeft niet het doel om te vertellen wie precies wanneer geboren is of hoeveel dochters Adam en Eva kregen. Maar het is wel leerzaam dat een dergelijke traditie die probeert zich te ankeren aan de tekst, indirect antwoord geeft wie de moeders zouden kunnen zijn van de derde generatie mensen. Er zit een ontspanning in, vrij en creatief kunnen doordenken, maar tegelijk toch heel dicht bij de tekst willen blijven.

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Login om toegang te krijgen.
Over de auteur
Jaap Cramer

Jaap Cramer is predikant van de NGKV Heerde en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief