Het heilige vind je (ook) op straat
- Algemeen
- Opinie
Van klein en pittoresk tot imposant en monumentaal, Nederland kent veel kerkgebouwen. Wie er binnenkomt, ervaart soms zomaar iets van het heilige. De ruimte van een kerkgebouw ademt vaak een sacrale sfeer. ‘Goed dat ze er zijn, deze plekken van verstilling en verbinding’, zeggen we tegen elkaar. Tegelijkertijd verdwijnen er steeds meer kerkgebouwen. Wat betekent dat voor de ervaring van het heilige? Verdwijnt die ervaring met deze kerkgebouwen? Of duikt ze elders gewoon weer op? Gewoon ergens op straat of in het park?
De PKN kwam even geleden met het rapport Speelruimte gezocht, waarin aanwijzingen staan voor kerkbesturen die nadenken over de toekomst van hun kerkgebouw. Dit rapport omschrijft heiligheid als een dynamisch gebeuren. Kerkgebouwen worden als het ware ‘geheiligd’ door hun gebruik. Het heilige gebeurt bijvoorbeeld tijdens de eredienst. Zou dit heilige ook buiten de muren van de kerk kunnen plaatsvinden? Als architect en theoloog nam ik voor mijn promotieonderzoek de proef op de som. Ik ging op pad met een aantal Amsterdammers en vroeg hen waar zij het heilige ervaren in hun eigen leefomgeving. Welke plekken wijzen zij aan? Welke woorden geven zij aan die ervaring? En is er in onze seculiere tijd nog wel voldoende taal beschikbaar om dit gebeuren onder woorden te brengen?
Confronterend verhaal
Tijdens de wandeling vroeg ik de deelnemers om foto’s te maken van de plekken waar zij iets van het heilige ervaren. Inmiddels heb ik een database opgebouwd met meer dan duizend foto’s. Het is boeiend om ze te bekijken en op zoek te gaan naar een gemene deler.
Opvallend is dat een groot deel van de foto’s gaat over plekken met een indringend verhaal. Zo zijn er nogal wat afbeeldingen van het Tropenmuseum. Een bijzonder gebouw, niet alleen vanwege de uitstraling en de architectuur, maar ook vanwege haar geschiedenis. Het museum verwijst immers naar het beladen koloniale verleden van Amsterdam. Een andere plek die vaak op de foto’s staat, is Artis Zoo: een plek met een rijke geschiedenis en mooie natuur. Tegelijkertijd roept de dierentuin ook vragen op, bijvoorbeeld over de verhouding van de mens tot de natuur en de manier waarop we met de schepping omgaan. Even verderop maakten deelnemers foto’s van de Stadsschouwburg en het Auschwitzmonument. Plekken die herinneren aan de verschrikkelijke gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Het zijn stuk voor stuk plaatsen met een beladen verhaal, toch werden juist deze plekken gefotografeerd. Blijkbaar gaat heiligheid niet alleen maar over het goede gevoel, maar ook om het confronterende verhaal. Hoewel je dat verhaal natuurlijk wel eerst moet kennen of moet willen horen.
Venster
Een deel van de foto’s heeft te maken met terugkijken. Maar het omgekeerde komt ook voor. Dan wordt het heilige niet verbonden met het verleden, maar juist met de toekomst. Niet met herdenken, maar met verwachten. Een van de deelnemers vertelde mij: ‘Ik zocht bewust naar plaatsen waar de dingen van mórgen gaan gebeuren. Zoals het Freedom Lab, een plek waar de programmeurs van Gamemakers aan het werk zijn.’ Inderdaad nodigt de stad altijd weer uit om na te denken over morgen. Juist op plekken die iets van een andere wereld laten zien, ontdekken de deelnemers iets van het heilige, als een venster op de wereld zoals die zou kunnen zijn.
Een goed voorbeeld is het Park Frankendael. ‘Het is natuur, maar het is geen wilde natuur’, zei iemand. ‘Een plek waar je je terugtrekt. Waar je iets vindt dat anders is dan de drukte van de stad. Volgens mij heeft dat iets met het heilige te maken.’ Op een typische dag in het park ontvouwt zich inderdaad een levendig schouwspel. Er zijn joggers en wandelaars in de ochtend. Tijdens de lunch zitten groepjes vrienden te lunchen in het gras. Bezoekers verkennen het historische Huize Frankendael, bewonderen de architectuur en organiseren evenementen. Kunstenaars zitten in rustige hoekjes te schetsen. Kortom, Park Frankendael roept bijna als vanzelf een gevoel van ‘het goede leven’ naar boven. Het leven zoals het volgens velen is bedoeld en altijd zou moeten zijn. Het park nodigt Amsterdammers uit om even met iets anders bezig te zijn dan met de dingen van elke dag. Blijkbaar maakt dat deze plek voor sommigen tot een heilige plaats.
Taal voor het heilige
Waar denken seculiere Amsterdammers het heilige aan te treffen in hun eigen stad? Je kunt beter vragen: waar niet? Deze observatie sluit prima aan bij een trend die al langer gaande is, namelijk dat het sacrale domein zich langzaam maar zeker verplaatst van traditionele religieuze ‘vierplekken’ naar andere plaatsen. De theoloog Paul Post noemt in zijn boek Voorbij het kerkgebouw allerlei voorbeelden: van het museum en het theater tot het stadion en het vakantiepark. Het is het logische gevolg van een cultureel-religieus landschap dat steeds diverser en vloeibaarder is geworden – door de secularisatie, de informatietechnologische revolutie en de komst van mensen met andere culturele en religieuze achtergronden.
Het sacrale domein verplaatst zich van traditionele plekken naar andere plaatsen
Nog een andere vraag is van belang: wat is de reden dat je juist op deze plek iets van het heilige herkent of ervaart? Deze vraag leverde een scala aan antwoorden en inzichten op. Een belangrijke observatie is dat de taal en de concepten die mensen gebruiken om het heilige te duiden sterk verwant zijn aan de taal van de christelijke traditie. De nieuwe seculiere mens maakt nog steeds gebruik van het oude theologische jargon. Overigens zonder helemaal te begrijpen wat al die woorden en concepten nu precies betekenen. Blijkbaar heeft de christelijke traditie iets waardevols te bieden: taal voor het heilige.
Paradijs
Neem het Park Frankendael. Een heel aantal deelnemers verwees bij dit park expliciet naar het paradijs – meestal zonder al te diep in te gaan op het hoe en waarom van deze associatie. Het park deed hen eenvoudigweg aan het paradijs denken. Een intrigerend gegeven dat erom vraagt verder uitgewerkt te worden. Zou de christelijke theologie nog steeds woorden en concepten kunnen aanreiken om deze associatie verder in te kleuren? Wat bedoel je precies met het paradijs? Door de eeuwen heen is het concept paradijs, in de kunst en in de architectuur, op allerlei manieren verbeeld. Vaak als een weelderige en vredige tuin waarin de mens in harmonie leeft met God, met de natuur en met elkaar. Het paradijs als een toestand van onschuld en perfectie, als een plek zonder zonde, lijden of dood. Als een plaats waarop het kwaad geen grip meer heeft. Is dat waarop je hoopt als je in Park Frankendael loopt?
Missionaire uitdaging
In een stad als Amsterdam vallen nog steeds allerlei fragmenten uit de christelijke traditie te ontdekken. Maar je moet ze wel kunnen zien. Als religieus analfabeet loop je zomaar voorbij aan het paradijs. Er is dus alles aan gelegen de taal van het heilige, in spreken en in ontwerpen, levend te houden. Misschien hebben het kerkgebouw en Park Frankendael wel meer met elkaar gemeen dan we vaak denken. In elk geval zijn zowel de kerk als het park in staat om diepmenselijke verlangens te laten resoneren. Het lijkt me een boeiende missionaire uitdaging om, als kerken soms noodgedwongen de deuren moeten sluiten, toch op zoek te blijven naar plekken waar het heilige gebeuren kan. De ervaringen van onze seculiere buren op straat of in het park zouden zomaar een interessant startpunt kunnen zijn. Ik zou zeggen, loop eens een rondje. En wie het heilige ziet gebeuren, mag het zeggen.
Biografie
Willem Jan de Hek is predikant in de Jacobikerk te Utrecht en verbonden aan het zingevingsplatform ViaJacobi. Daarnaast is hij buitenpromovendus bij de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar sacraliteit in de openbare ruimte.
Dit artikel is gedeeltelijk afgeschermd. Je kunt tijdelijke toegang krijgen op dit apparaat en in deze browser.
Prijs: €1,00
Toegang is tijdelijk en gekoppeld aan dit apparaat en deze browser. Het wissen van cookies of gebruik van een andere browser betekent dat de toegang vervalt.

