‘Ik ging op kickboksen, ik wilde vooral stoer zijn’

Ineke Zuidhof | 12 april 2024
  • Interview
  • Thema-artikelen

Tussen een weggeefwinkel en een huisje met heftig uitziende graffiti (een motorclub?) loop ik naar het gebouw. Om de hoek zie ik een fel beschilderde bus staan. Dan spot ik een bordje ‘Inloophuis’ en nog iets verder: Youth for Christ. Hier is het! Binnen zit een groep jonge mensen gezellig te lunchen. ‘Het is tostidag, wil je er ook één?’ vragen ze gastvrij. Een van hen staat op en komt naar me toe: Marten Timmer (38). Hij is jongerenwerker en dit is zijn honk. Van hieruit organiseert hij activiteiten voor jongeren van de wijk en hier geeft hij hen een plek om binnen te komen.

Hoe ben je jongerenwerker geworden?

‘Dat is een lang verhaal, het verhaal van mijn leven. Mijn eerste baan was bij de luchtmacht, als onderofficier bij de Patriots. Ja, stoer hè, dat zocht ik toen ook. Vanaf mijn puberteit ging ik mijn eigen gang, met drank, foute vrienden en soms een vechtpartij. Ik groeide op in de hervormde kerk, maar spijbelde vaak. Van jeugdclub bijvoorbeeld: als ik wist waarover de meditatie ging, glipte ik weg met een vriend en gingen we naar de kroeg. Maar ik voelde een leegte. Niets hielp om die te vullen: stappen, uitgaan, vrouwen… Een relatie ging uit toen ik vijfentwintig was, ik merkte: er mist iets in mijn leven. Ik ging nog wel naar de kerk en ik bad af en toe. Op een dag zat ik alleen op de bank en kon niet meer verder. Het was alsof God mij bij de kraag greep, ik ging op mijn knieën. Ik vroeg vergeving voor wat ik deed, voor hoe ik leefde. Er veranderde iets: ik voelde dat God mij aanraakte met zijn liefde en de leegte in mij vulde. De volgende dag kwam ik op mijn werk bij de luchtmacht, ik dacht: wat doe ik hier? Daarna ging ik op zoek naar wat er bij mij paste. Zo kwam ik terecht op de opleiding voor jongerenwerker en liep stage hier bij Youth for Christ in Zwolle, waar ik nu werk.’

Helpt jouw eigen ervaring om de jongeren hier te begrijpen?

‘Ja, ik begrijp de jongeren heel goed. Ik was destijds net als zij. Net als ik zijn ze op zoek naar iets om zich te uiten of waarin je je waarde kunt vinden. Ik zocht naar bevestiging bij mijn vrienden, ook in de sport, ik ging op kickboksen. Nu is God nog steeds met mij bezig. Destijds ging het balletje rollen, maar dat was niet in een keer klaar. Ik ging op ontdekkingstocht, wie wil God voor me zijn? Ik ging meer optrekken met vrienden die wel naar de kerk gaan, mijn broers waren er ook bij. Die groep is nog steeds belangrijk voor me. We gaan bijvoorbeeld voetballen, maar er is ook ruimte om het over Jezus te hebben. Ik heb dat nodig, die jongens houden me bij de les. De jongeren hier hebben zo’n vriendengroep niet, daarin voel ik me bevoorrecht.’

Vertel je eerlijk aan de jongeren hoe je zelf was?

‘Ja, juist! Dat is wat we proberen te doen, hen laten merken dat we allemaal fouten maken en dan weer terug mogen komen. Elke donderdag en vrijdag gaan we voetballen met de jongeren uit de buurt, in de pannakooi in het park. In de pauze delen we iets over ons leven met God. In het begin wilde niemand er iets van weten, de jongens en meiden hadden vaak ruzie onderling. Toch komen ze elke keer weer terug, ook als het regent of sneeuwt. Daarin proef ik hun verlangen naar een plek waar ze echt worden gezien of gehoord, waar ze zichzelf kunnen zijn. Dat zie ik nog steeds. De jongeren van toen, twaalf jaar geleden, komen nog altijd. Soms met een baby of met broertjes en zusjes. Sommigen komen tot geloof of willen er iets mee, maar vaak lukt ze dat niet. Ze hebben niemand om zich heen die gelooft. Ze worden belachelijk gemaakt in hun familie, dat is echt bizar. De drempel naar een kerk is voor hen enorm hoog. De cultuur in een kerk is heel anders dan wat ze gewend zijn. Maar soms sta je versteld, een jongen vroeg laatst: ‘Zal ik bidden?’ Ze pikken er meer van op dan je denkt.’

Hoe ga jij zelf om met je uiterlijk, is dat belangrijk voor jou? En hoe was dat toen je jonger was?

‘Zelf ga ik bijvoorbeeld elke maand naar de kapper, een paar keer per week naar de sportschool en ik wil wel fit zijn/blijven. Maar tegelijk geniet ik ook gewoon van een hapje en een drankje. Dus ik sport veel en let op, maar probeer ook te genieten van het leven. Ik vind het belangrijk om er goed uit te zien, omdat ik me dan goed voel en ik probeer een positief zelfbeeld te houden. Ik heb wel gehad dat ik mijzelf niet mooi vond en dat gaf mij toen een negatief zelfbeeld. Gelukkig heb ik dat om kunnen zetten en ben ik nu tevreden over hoe ik eruitzie.

Toen ik jonger was, zocht ik vooral bevestiging bij anderen. Ik vond mijzelf niet mooi en probeerde daarom bevestiging te zoeken bij anderen door stoer te doen, meisjes te versieren en veel bij mijn vrienden te zijn bij wie ik herkenning vond.’

Wat is naar jouw mening belangrijk als het gaat om schoonheid en uiterlijk?

‘Ik vind dat het belangrijk is om tevreden te zijn met jezelf. Iedereen heeft iets wat hij niet mooi vindt aan zichzelf, er is altijd wel iets te vinden. Maar als ik accepteer dat dat erbij hoort en ik tevreden ben met mijzelf, ga ik mijzelf ook goed voelen. Als ik me goed voel, heeft dit positieve invloed op mij en op anderen. Je mag zeker ook voor jezelf zorgen en genieten, dus lekker naar de kapper gaan voor een mooi kapsel, mooie kleren kopen, etcetera. Maar uiteindelijk is het belangrijkste dat je jezelf ziet met Gods ogen.’

Merk je dat de jongens bezig zijn met hun uiterlijk of met zelfbeeld?

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief