De schijnwerper op: Kopiisten of misschien toch schrijvers?

Koert van Bekkum | 15 augustus 2025
  • Algemeen
  • De schijnwerper op

Begin juni stond de wereld van de bijbelwetenschap even op zijn kop. Nog altijd dreunen ze na: de resultaten van onderzoek met onder meer de Groningse hoogleraar Mladen Popović dat de Dode Zeerollen opnieuw probeert te dateren.

Waarin is het onderzoek vernieuwend? 

Allereerst door de methode. Handschriften uit de oudheid en middeleeuwen worden vanouds op drie manieren gedateerd. Natuurlijk spelen inhoud en taal van de tekst een rol. Een tweede manier is kijken naar het (hand)schrift. Aanvankelijk werd de Bijbel geschreven in oud-Hebreeuwse letters die we ook aantreffen in oud-Israëlitische inscripties. Maar in de derde eeuw voor Christus stapten de schrijvers over op het Aramese kwadraatschrift, de letters die iedereen nu kent als Hebreeuws. Al werd het oud-Hebreeuws heel soms nog gebruikt. De opeenvolging van deze twee soorten schrift biedt al een globale indeling om te bepalen wanneer iets is geschreven, terwijl ook daarbinnen sprake is van ontwikkeling. Gaandeweg ontstond zo een beeld welk handschrift wanneer gedateerd kan worden. Vooral de vondst van inscripties was behulpzaam. Zoals die in de Siloam-tunnel in Jeruzalem uit de tijd van koning Hizkia en oude tekstfragmenten in de Ben Ezra-synagoge van Cairo. De ontdekking van de Dode Zeerollen in Qumran vanaf 1947 – met veel bijbelhandschriften en enkele teksten in oud-Hebreeuws – betekende een spectaculaire stap vooruit. Toch heeft deze ‘paleografische’ manier van dateren ook nadelen. Het komt immers aan op het oordeel van de expert. Die kijkt naar een beperkt aantal tekstkenmerken. Er zit een subjectief element in.

Welke manieren van dateren zijn er nog meer?

De tweede klassieke manier van dateren is koolstofdatering. Die meet de afname van de licht radioactieve straling van organisch materiaal, zoals de dierenhuid waarvan een boekrol is gemaakt. Deze methode bevat een onzekerheidsmarge. Een groter nadeel is dat je er een stukje boekrol mee vernietigt. Sinds 2015 loopt er met Europees geld in Groningen echter een project dat deze problemen probeert aan te pakken. De studierichting Kunstmatige Intelligentie ontwikkelde een methode om handschriften systematisch te analyseren en toe te wijzen aan een schrijver. Zou je dat ook op oude boekrollen kunnen toepassen? En koolstofdatering werkt inmiddels ook met piepkleine monsters die eerst chemisch zijn gereinigd. Dat verlaagt de drempel om dit ook bij de zeer kwetsbare tekstfragmenten in te zetten. De resultaten mogen er inmiddels zijn. Er werd al vermoed dat de grote Jesajarol uit grot 1 bij Qumran (1QIsaa) door twee handen is geschreven. Maar het is toch mooi als meer systematische analyse van de letters (verwerkt tot plaatjes voor de computer) dit bevestigt. Tegelijk blijft de geweldige titel van het project, The Hands that Wrote the Bible, natuurlijk een beetje misleidend. De schrijvers van de Dode Zeerollen waren immers geen bijbelschrijvers maar kopiisten.

Wat maakt het resultaat zo spectaculair?

Het artikel over de datering van oude manuscripten dat begin juni verscheen, gooit een knuppel in het hoederhok. Komen we misschien toch dicht bij de bijbelschrijvers? Het revolutionaire zit allereerst in de combinatie van koolstofdatering en handschriftonderzoek in een zelflerend programma Enoch. Dit naar Henoch, de man uit Genesis 5 die in het boek 3 Henoch wordt aangesteld als bewaker van hemelse geheimen. Dit programma combineert de koolstofdateringen van dertig teksten rond Qumran met vijfenzeventig digitale plaatjes van meer dan honderdvijftig letters uit dezelfde rollen. Stapje voor stapje natuurlijk, zodat onderweg de voorspellende waarde van de machine voor de datering van een handschrift kon worden getest. De resultaten mogen er zijn. Er zijn zo’n duizend Dode Zeerollen. De honderdvijfenzestig daarvan die inmiddels zijn bekeken, zijn volgens Enoch tot zo’n halve eeuw ouder dan gedacht. Dat is bijzonder. Allereerst voor het nadenken over Qumran zelf. Uit aardewerk en munten blijkt dat de nederzetting in de woestijn van Juda rond 135 voor Christus werd gesticht en in 68 na Christus door de Romeinen werd verwoest. Het was al bekend dat sommige manuscripten ouder zijn dan de nederzetting. Maar stel dat dit geldt voor veel meer handschriften. Dan zijn de meeste rollen niet in Qumran geschreven, maar daarheen gebracht. Kort na de stichting van de gemeenschap, of later, op de vlucht voor de Romeinen.

Het artikel over de datering gooit een knuppel in het hoenderhok

Is er nog meer naar boven gekomen?

Een tweede bijzondere uitkomst betreft het gangbare onderscheid tussen ‘Hasmonese’ (genoemd naar de tijd van de Makkabeeën) en ‘Herodiaanse’ (naar koning Herodes) schrijfwijzen. Zoals de namen zeggen, werd gedacht dat het ene type handschrift opgevolgd werd door het andere. De analyse suggereert nu dat beide teksttypen rond 200 voor Christus ontstonden, dus al voor de regeerperiode van de Makkabeeën en ver voor Herodes de Grote. Dat roept vragen op, vooral naar de verhouding tussen beide soorten teksten. Ten slotte is er de datering van bijbelhandschriften. Enoch dateert fragmenten van de boeken Samuël en Jeremia uit grot 4 al in de derde eeuw voor Christus. Spectaculairder is de datering van een rol met Daniël 8-11, ook uit grot 4 (4Q114). De visioenen in Daniël 7-12 gaan over ontwijding van de tempel door Antiochus Epifanes IV, die plaatsvond tussen 167 en 164 voor Christus. Volgens veel exegeten, ook de evangelical John Goldingay, zijn de beeldende voorspellingen hierin zo gedetailleerd dat we niet te maken hebben met profetie, maar met apocalyptiek uit de tijd van de dramatische gebeurtenissen zelf. En nu suggereert Enoch dat de bewuste rol ook uit die tijd komt. Is de rol dan misschien een heel vroege kopie van het bijbelboek?

Wat is de conclusie?

Het te vroeg voor antwoorden op alle vragen die nu opborrelen. De onderzoekers houden slagen om de arm. Volgens sommige collega’s hintte eerder onderzoek ook al op oudere dateringen. Anderen wijzen erop dat de monsters voor koolstofdatering en de plaatjes van de letters nogal wat bewerking nodig hadden voordat de benodigde informatie in Enoch kon worden gestopt. Hoe betrouwbaar zijn de uitkomsten dan? Tegelijk erkent iedereen dat men in Groningen nieuw en onbekend terrein betreedt. Alle reden uit te zien naar het vervolg.

Over de auteur
Koert van Bekkum

Koert van Bekkum is hoogleraar Oude Testament aan de ETF Leuven; hij doceert ook aan de TU Kampen.

Meest gelezen

Perspectief van buitenaf

Perspectief van buitenaf

Hans Schaeffer en Els Veurink
  • Algemeen
  • Interview

Redactielid Hans Schaeffer sprak met Rik Peels over de toestand van de wereld, de rol van kerken daarin en de rol van bladen in het algemeen.

Lees artikel
Het wonder van de schepping in zes dagen

Het wonder van de schepping in zes dagen

Koert van Bekkum
  • Algemeen
  • Opinie

Wat wil God ons vertellen in Genesis 1?

Lees artikel
‘Weet dat het Gods wereld is. Ik doe wat ik kan en heb vertrouwen’

‘Weet dat het Gods wereld is. Ik doe wat ik kan en heb vertrouwen’

Arie Kok
  • Algemeen
  • Interview

Hoe ziet de kerk van de toekomst eruit? Daarover spreken we met drie jonge predikanten.

Lees artikel
Preken voor jongeren: doe het samen!

Preken voor jongeren: doe het samen!

Nelleke Plomp
  • Algemeen
  • Opinie

Omdenken geeft op een vrolijke manier ruimte. Je doet een stapje achteruit, houdt je hoofd een beetje schuin, kijkt door je oogharen en ineens zie je wat je niet eerder zag. We kunnen wel wat omdenkkracht gebruiken als het om jongeren en preken gaat.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief