‘Vrede begint met het onderkennen van elkaars pijn’

Ineke Zuidhof | 14 november 2025
  • Interview
  • Thema-artikelen

Ik ontmoet Arie Kok in zijn kantoor, een mooi vertrek in het Eemklooster in Amersfoort. Alle wanden zijn gevuld met boeken: literatuur die hij recenseert, documentatie voor zijn boeken of gewoon interessante boeken. Als journalist schreef Arie jarenlang regelmatig interviews in OnderWeg, maar nu is hijzelf aan de beurt. Want deze maand verschijnt zijn boek Strijd om een land, Israël-Palestina in 100 vragen en antwoorden. Mijn vraag is vooral: hoe raakt dit onderwerp jezelf?

Maar eerst: hoe kwam je ertoe dit boek te schrijven?

‘Het begon met een artikel in De Nieuwe Koers. De redactie vroeg me vorig jaar een artikel te schrijven waarin ik vijfentwintig belangrijke vragen rondom het Israël-Gazaconflict liet beantwoorden door deskundigen. Dat viel goed: mensen zeiden: “Hé, daar heb ik wat aan.” Daarna vroeg de uitgever of ik het wilde uitwerken naar een boek.’

Dan toch die vraag: wat was je eigen beweegreden?

‘Ik ben al jarenlang geïnteresseerd in dit onderwerp. Toen ik nog bij de EO werkte (onder andere als hoofdredacteur van Visie, red.), ben ik twee keer als journalist naar Israël geweest. Het viel mij toen op dat als wij onze mening ergens over gaven Israëliërs en Palestijnen ons vaak wat meewarig aankeken. Zo van: daar heb je weer zo’n Europeaan met een mening. Dat zette me aan het denken. Je rol als journalist is om te vertellen wat er gebeurt en alle kanten te belichten. Vaak worden mensen tegenover elkaar gezet om in debat te gaan, daarmee verdiep je de tegenstellingen. Een term van de paus sprak me aan: hij sprak over ‘vredesjournalistiek’. Hoe kan ik als journalist de vrede bevorderen?’

Hoe wilde je dat in dit boek uitwerken?

‘Ik probeer me bij de feiten te houden en mensen in beeld te brengen die door dat conflict vermorzeld worden. Wat zijn de achterliggende feiten waardoor we kunnen begrijpen wat er gebeurt? In dit boek gaat het om contextgeving. Wat is de aanleiding geweest, tegen welk decor en in welke omstandigheden? Op basis daarvan kan de lezer zelf zijn mening vormen.’

Hield Israël jou al langer bezig?

‘Israël en Jodendom. Kijk, die kast bij het raam, dat is allemaal Israël. Mijn eerste boek Morie ging over Joods Nijkerk, toen heb ik me erg verdiept in het Jodendom. Als tiener zag ik de film Exodus naar het boek van Leon Uris. Die maakte diepe indruk: een schip vol Joodse overlevenden van de holocaust. Zij mochten niet aan land komen. Het Britse mandaat in Palestina gooide de grenzen dicht. In die film sprak me dat optimistische zionisme aan: “We gaan na de oorlog een nieuwe staat opbouwen.” Dat maakte me betrokken bij de staat Israël. Dan kom je bij de EO werken en is pro-Israël zo’n beetje de standaard. Ik was altijd pro-Israël, maar wel kritisch. Ik ontdekte gaandeweg dat je dan toch in een narratief zit en een beetje oogkleppen op hebt. Een narratief is één versie van de geschiedenis die jouw eigen mening ondersteunt. Als journalist moet je beducht zijn beide kanten te vertellen en je bewust zijn van frames en woordgebruik.’

Heb je dat narratief nu anders leren zien?

‘Wat ik niet goed kende, was de Palestijnse weergave van de kwestie. Zij benaderen het bestaan van de staat Israël vanuit machtsverhoudingen en gebruiken zelfs het woord kolonialisme: “Israël is de laatste westerse kolonie.” Mijn eerste neiging was: dan begrijp je niet wat een kolonie is, dat gaat meestal om handel of grondstoffen. Maar vanuit Palestijns perspectief zegt men: het Westen heeft zelf een probleem gecreëerd met de Joden, is daar ook verantwoordelijk voor en creëert dan als oplossing een staat op ons grondgebied. Palestijnse historici ontkennen de geschiedenis van antisemitisme en de holocaust niet, maar maken het kleiner. Voor hen is er een agressor gekomen in hun land; ze vinden dat zij betalen voor die oplossing. Dat gevoel is begrijpelijk, ze hebben voortdurend land ingeleverd.’

Hoe kwam het dat je hiervoor nu kon openstaan?

‘Het speelde mee dat mijn kinderen er heel anders inzitten. Ik wist helemaal niet dat ze zich daarmee bezighielden! Toen ze gingen meedoen met rode-lijnacties, wilde ik me verdiepen in het verhaal van de Palestijnen, al was het maar om in gesprek te blijven. Zij houden zich niet zo met de voorgeschiedenis bezig, ze komen gewoon op voor wat zij als onrecht zien. Wat in Gaza gebeurt, is natuurlijk afschuwelijk.’

Hoe zie jij nu de claim van Israël op het beloofde land?

‘Voor mij is de staat Israël vooral een veilige haven voor het Joodse volk. Na eeuwen antisemitisme en de Sjoa (holocaust) moet die er ook zijn. Maar ik weet niet hoe legitiem een beroep op oudtestamentische landsgrenzen is. De historische afstand van vierduizend jaar is erg groot. Voor mij is de belangrijkste legitimatie het antisemitisme en dat zeg ik ook altijd tegen mijn dochters.’

Beide kanten hebben dus hun eigen verhaal.

‘Allebei laten ze dingen weg en framen ze. Voor Palestijnen is dat de geschiedenis van het antisemitisme en de Sjoa. Voor de Joden: dat Palestijnen gewoon mensen zijn met rechten net als zij.’

Sluiten de Joden dan hun ogen voor wat in Gaza gebeurt?

‘Het nieuws wordt in Israël selectief gebracht. Van wat in Gaza gebeurt, weten wij meer dan de gemiddelde Israëli. Ze horen het daar niet en zien de beelden niet. Als ze al iets zien, is het moeilijk te bevatten. Een ander aspect: het conflict duurt al meer dan honderd jaar, mensen raken huizen kwijt, zijn ontheemd, worden bang. Als psychiater zou je zeggen: hier zijn twee getraumatiseerde volken die niet meer met elkaar door één deur kunnen. Hoe krijg je dat ooit goed? De pijn aan beide zijden is te groot geworden.’

De pijn aan beide zijden is te groot geworden

Hoe probeer je met je boek hierin te helpen?

‘Ik wilde in ieder geval niet vanuit tegenstellingen werken, maar proberen de feiten zo naakt mogelijk op tafel te krijgen. Dat kun je het beste doen door gespecialiseerde historici te raadplegen. Ik wilde niet, zoals op internet populair is, de ‘twintig meest voorkomende misverstanden’ ontkrachten. Dan ben je vooral bezig een andere mening te ondergraven. Ik heb bewust gekozen voor een neutrale toon. Met een betrokken, maar objectief oog.’

Wat heb je met dat oog gezien?

‘De opvatting dat het Joodse volk onder de belofte van God leeft, wil ik laten staan. Het is ook waar dat het Westen en de kerk een grote schuld hebben in de geschiedenis van antisemitisme en Sjoa. Dus dat de staat Israël er is gekomen, is legitiem. Maar het veroorzaakte een ander probleem, van onrecht voor de Palestijnen. Als je breed leest, ontdek je dat de Palestijnen van het begin af aan niet serieus genomen zijn en onrechtvaardig behandeld werden. Daarom wil ik het streven naar recht en vrede centraal stellen en pak ik bij de antwoorden ook steeds die Palestijnse kant erbij. Theodor Herzl, die de eerste zionistische congressen bijeenriep, schreef in zijn dagboek dat hij wel wist wat er met de niet-Joodse bewoners van het land moest gebeuren: “Ongemerkt over de grens zetten”. Zo is er van het begin af aan gedacht. Terwijl er rond 1900 bij benadering 400.000 moslims, 75.000 christenen en 50.000 Joden in Palestina woonden.’

Heb je nog meer nieuwe inzichten gekregen?

‘Een belangrijk inzicht is: dat de Joden het verbondsvolk zijn, wil in het Oude Testament al niet zeggen dat ze zich alles konden veroorloven. Als het volk van God zondigde, lezen we dat Hij in toorn ontstak. Het bleef niet onbenoemd, werd niet weggemoffeld. Dus op het moment dat de mensenrechten geschonden worden en dat gebeurt op het moment elke dag, moet daar iets van gezegd kunnen worden.’

Nog een tweede inzicht?

‘Wij westerse christenen hebben boter op ons hoofd wat betreft het antisemitisme. Er is de Joden veel leed aangedaan doordat wij hen in het verleden verantwoordelijk hielden voor Jezus’ dood en dachten dat wij de plaats van Israël hadden ingenomen. Wij hebben dus geen sterke positie om Joden nu de les te lezen. Het is dan ook belangrijk dat dat door bevoegde instanties gebeurt.’

Wat is je nog meer opgevallen?

‘Het ‘koloniale’ verwijt van de Palestijnen vind ik wel legitiem, door het Westen en door veel Israëli’s is altijd op hen neergekeken. “Ze zijn kwaadaardig, een stel terroristen die ons de zee in willen drijven.” Dat is niet helemaal denkbeeldig, je hoeft 7 oktober 2023 maar voor de geest te halen. Tegelijk zijn het veelal ook mensen als jij en ik, die in rust en vrede willen wonen en hun land bewerken. Trouwens, het is interessant dat die leus ‘From the river tot the see’ in het Arabisch precies andersom is: van de zee tot de rivier. De vertaling klonk andersom blijkbaar pakkender. Dat heeft toch minder de klank van: de zee in drijven.’

Heb je na 100 vragen en antwoorden een idee hoe er vrede zou kunnen komen?

‘In Israël hoor je niet vaak zeggen: “We willen vrede”, eerder: laat het morgen stabiel en rustig zijn. Als onze kinderen maar veilig naar school kunnen. Dus het eerste waarnaar je moet streven is wapenstilstand en stabiliteit, dat mensen weer gewoon kunnen leven, de rest volgt later. Die wapenstilstand is er op dit moment, dat is hoopvol. Vrede komt er alleen als Israëls veiligheid wordt gegarandeerd én de Palestijnen recht wordt gedaan. Dat moet samen opgaan. Vrede begint bij elkaars pijn onderkennen. Eigenlijk zouden ze elkaar bij uitstek goed moeten kunnen begrijpen, ze lijden allebei onder terreur en afwijzing. De pijn van verlies van doden, van gevangenschap, van onrecht. Maar het is lastig om de pijn van anderen te zien en te erkennen als je zelf zoveel pijn ervaart. Je kunt dat van de ander er domweg niet bij hebben.’

Wat raakt jou het meest in dit conflict?

‘Dat in een land dat ik nog altijd een warm hart toedraag, dingen gebeuren die niet kunnen. Dat er mensen kapotgaan en de toekomst van kinderen wordt vernield. In de Thora zijn rechtvaardigheid, medemenselijkheid en barmhartigheid belangrijke pijlers onder het samenleven. In een leeskring bespraken we Een gebroken wereld heel maken van rabbijn Jonathan Sacks. Het Jodendom heeft altijd richting gewezen in het inrichten van een humane samenleving.’

Zie je ergens iets van hoop?

‘Mij troost de gedachte dat God trouw is. Het feit dat Hij Israël trouw is ondanks alles, betekent dat Hij ons ook trouw zal zijn ondanks alles. Hoop betekent dat je gelooft dat er iets kan gebeuren wat je niet verwacht. Dus, wie weet…’

Arie Kok (57) is auteur, recensent en journalist. Hij schreef onder andere de romans Morie (2013) en Zoete zee (2018), Biografie van de Zuiderzee (2021) en Biografie van de Noordzee (2025). Eerder was hij hoofdredacteur bij het programmablad Visie (EO) en bij opinieblad De Nieuwe Koers.

Strijd om een land

Strijd om een land

Arie Kok
  • Essay
  • Thema-artikelen
Waarom zouden we het over Israël moeten hebben?

Waarom zouden we het over Israël moeten hebben?

Koert van Bekkum
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief