Zoek naar antwoorden op vragen over leven en geloof  

Anne-Wil Ruijg-Jens | 14 november 2025
  • Algemeen
  • Ontmoeting

Sara Abdella Kedir (37) uit Ethiopië woont al ruim zes maanden in Nederland met haar man en twee dochters. Ze is hier voor een doctoraalstudie in de Systematische Theologie aan de Theologische Universiteit Utrecht. Eerder studeerde ze aan de University of Sint Andrews, de oudste universiteit van Schotland. We ontmoeten elkaar bij de faculteit aan de Plompetorengracht in Utrecht, waar ze me vertelt over haar betrokkenheid bij de kerk in Ethiopië, haar studie en de theologische kwesties die haar bezighouden.

Hoe bevalt het je om in Nederland te zijn?

‘Momenteel woedt er een burgeroorlog in Ethiopië. Er zijn veel conflicten. Waar ik vandaan kom, is het moeilijk om academisch werk te doen. Hier kan ik er afstand van nemen en heb ik de ruimte om onderzoek te doen. Tegelijkertijd heb ik last van schuldgevoelens, omdat ik me ervan bewust ben dat ik bevoorrecht ben en de luxe heb om me met complexe, theologische vraagstukken bezig te houden. Ik kwam dus met gemengde gevoelens naar Nederland, omdat ik het gevoel heb dat ik mensen daar achterlaat. Ik voel me ook machteloos, want ik kan de situatie daar niet veranderen, behalve dat ik er kan zijn. Maar het is goed om hier te zijn en afstand te kunnen nemen van de oorlogssituatie, zodat ik me kan concentreren op het schrijven van mijn thesis. Dat beschouw ik als een voorrecht. Ik heb nog wel contact met mensen daar. Soms bidden we samen en bespreken we lastige kwesties.’

Heb je een cultuurshock ervaren?

‘Zes jaar geleden verliet ik Ethiopië voor een masteropleiding aan de Sint Andrews University in Schotland. Voor die tijd was ik nog niet in Europa geweest, behalve drie weken in Polen voor een conferentie. In Schotland heb ik wel een cultuurshock ervaren. De mensen zijn er erg gereserveerd. Je kunt niet spontaan afspreken voor een kop koffie, zoals ik in Ethiopië gewend ben. Daar zijn mensen veel toegankelijker en maken gemakkelijker contact met onbekenden. In Schotland heb ik ervaren dat iedereen het erg druk heeft en dat je een week van tevoren een afspraak moet maken om met iemand koffie te kunnen drinken. Voor mij was het moeilijk om nieuwe mensen te leren kennen en vrienden te maken. Aan de Sint Andrews University waren er voornamelijk witte studenten. De meesten van mijn klasgenoten waren Amerikaans en niet Schots. Als de enige zwarte student in mijn klas had ik het gevoel dat ik werd omringd door mensen die niet begrepen wat het betekent om zwart te zijn. Dit gevoel van vervreemding en eenzaamheid was niet fijn. Nu is Nederland mijn culturele context en respecteer ik de vragen die voortkomen uit de context van het land en de kerken hier. Er is nog steeds onvoldoende begrip voor de situatie in Ethiopië; ik doe mijn best om het begrip hiervoor te vergroten. Bijvoorbeeld, momenteel speelt in de wereld het vraagstuk rondom immigranten. Zoeken we naar onaantastbaarheid voor ons eigen land en onze cultuur of zijn we nog steeds een open samenleving waarin we openstaan ​​voor andere mensen en ideeën van buitenaf? Ik zie met dit vraagstuk overeenkomsten met Ethiopië, omdat ook daar verschillende etnische groepen vijandig tegenover elkaar staan ​​en nu in toenemende mate etnische minderheden uit delen van het land worden verdreven. Iedereen is bezig zijn land en grondgebied te beschermen. We leven in een vreemde tijd. Als christen is het belangrijk om afstand te nemen van nationalistische geluiden en Christus centraal te stellen, dus wat betekent het om christen te zijn in een wereld van chaos?’

Hoe was jouw jeugd in Ethiopië en jouw religieuze achtergrond?

‘Mijn moeder was lerares Engels en mijn vader was elektricien bij het enige elektriciteitsbedrijf van het land. Ik was de oudste thuis en moest het goede voorbeeld geven. Ik had een broer en een zus, maar kortgeleden ben ik mijn broer verloren. Tot mijn zevende was ik enig kind. Ik groeide op in een gemengd religieus gezin. Mijn moeder was Ethiopisch-Orthodox en mijn vader had een islamitische achtergrond. Vandaar mijn achternaam ‘Abdella’, die daarnaar verwijst. Kedir is de naam van mijn grootvader. Later heeft mijn vader zich bekeerd tot het christendom, hij was de eerste christen in zijn familie. In mijn jeugd ging ik naar een katholieke school. Mijn katholieke onderwijzeressen, de nonnen, waren erg aardig. Tijdens Kerstmis en Pasen deelden we wat we hadden met de armen. Ons werd op school gevraagd om mensen van straat uit te nodigen om naar school te komen. We brachten ook voedsel mee in een lunchtrommel om samen te eten en gaven de mensen een paar kilo suiker, meel en zeep mee. Mijn godsbeeld werd voornamelijk gevormd door de katholieke kerk, omdat ze ons, zonder voorwaarden, toestonden deel te nemen aan de eucharistieviering. Elke week gingen we naar de kapel en namen we deel aan de vieringen. Op islamitische feestdagen ging ik naar de moskee, waar ik een hidjab droeg. Mijn vader was een interessante man. Als moslim had hij ook de Bijbel gelezen. Hij las graag de Thora, de wet van Mozes. Hij las die ook aan mij voor, voordat hij zich bekeerde tot het protestantse christendom. Ik vond het leuk om naar de kerk te gaan. De evangeliën spreken me erg aan en geven me een beter beeld van Jezus. In Ethiopië zijn er vooral pinkstergemeentes waar veel ruimte is voor charismatische ervaringen, zoals handoplegging en het zien van dromen en visioenen. Ik ben ook in zo’n kerk opgegroeid. Theologische dogma’s werden er niet zo veel onderwezen, waardoor mensen in de kerk zich minder bewust zijn van hun kerktraditie zoals men dat gewend is in gereformeerde kerken in Nederland. Toen ik elf was, begon ik het geloof beter te begrijpen. We hadden een fantastische zondagsschooldocent die de tijd nam om ons uitleg te geven over de bijbelverhalen en het leven van Jezus. Vooral de compassie van Jezus voor het lijden van anderen en de armen sprak me erg aan. De zondagsschoolleraar moedigde ons aan om serieus na te denken over het nemen van een persoonlijke beslissing om Jezus te volgen en zij nam ons mee in het gebed. Ik kan me herinneren dat ik een getuigenis aan de kerk gaf om Jezus te volgen, niet alleen omdat mijn ouders christen waren, maar omdat ik nu zelf overtuigd was van het geloof. Toen begon mijn persoonlijke zoektocht en ging ik meer in de Bijbel lezen. Toen ik twaalf was, liet ik me dopen. Nu mijn leven was veranderd, voelde ik dat er geen weg meer terug was.’

Ben je daarom theologie gaan studeren?

‘Ik voelde me altijd al aangetrokken tot theologische en existentiële vragen, maar ik ben niet meteen theologie gaan studeren. Eerst heb ik vijf jaar Elektrotechniek en Computertechniek gestudeerd aan de Addis Ababa Universiteit (2003-2008). Hoewel ik wiskunde en natuurkunde interessant vond, viel de studie mij tegen, met name hoe de studiestof werd aangeboden. Er werd van ons verwacht dat we de formules uit ons hoofd leerden. Dat impliceerde dat ik door het leren van formules problemen kon oplossen, maar zo zit het leven niet in elkaar. De grote vragen die in de wereld moeten worden opgelost, zijn meer ontwerpgericht. Het is veel interessanter om te onderzoeken waarom de formules zo zijn opgesteld om wereldproblemen aan te pakken. Ik had niet het gevoel dat deze studie me goed voorbereidde op de toekomst en het sloot niet aan bij mijn interesse voor de exacte vakken. Ik heb de studie wel afgemaakt, maar ik bleef zitten met een onvoldaan gevoel en wilde graag iets anders doen. Op de universiteit was een christelijke studentenvereniging, waarbij ik nauw betrokken was als leider van de bijbelstudiegroep en vicevoorzitter van het leiderschapsteam. Dit heeft mij goed voorbereid op de theologische studie, want ik moest ter voorbereiding op de bijbelstudies veel lezen. Ik luisterde naar veel lezingen, raadpleegde veel handboeken met bijbelstudiecommentaren en online materiaal. Al snel, in 2011, kwam er een nieuwe uitdaging op mijn pad als studentenpastor op de universiteitscampus. Ik werd gevraagd door de Ethiopische Evangelische Studentenvereniging, vergelijkbaar met IFES in Nederland. Op een wereldwijde IFES-conferentie in Polen, waar het boek Openbaring werd besproken, voelde ik me geroepen tot de bediening. Thuis vertelde ik mijn ouders dat ik deze taak graag op me wilde nemen en evangelisatiewerk wilde gaan doen. Dat verraste hen niet. In mijn rol als studentenpastor, waarin ik jongeren coachte, had ik veel bijzondere gesprekken met studenten. We bespraken theologische en existentiële vragen. Ik was getuige van hun worsteling en zag dat veel studenten teleurgesteld waren in hun studie. De vraag ‘wat wil ik met mijn leven?’ hield hen bezig. Er is veel armoede, angst, onrecht en corruptie in Ethiopië. En er is weinig aandacht voor jongeren, terwijl er relatief veel jonge mensen in dit land wonen. Zeventig procent van de bevolking is jonger dan vijfenveertig jaar. Ik vroeg me af wat de betekenis van geloof in deze situatie kan zijn. Na verloop van tijd voelde ik me door dit werk opgebrand en was ik toe aan een periode van rust. In 2015, vier jaar nadat ik mijn bachelorsdiploma Elektrotechniek had afgerond, begon ik aan een postdoctorale studie Bijbelwetenschappen en Theologie in Ethiopië.’

Hoe heb je de studie theologie ervaren?

‘De studietijd gaf me de ruimte om inhoudelijk na te denken over theologische vraagstukken, wat me nieuwe energie gaf. Na een jaar theologische postdoctorale studie ben ik doorgegaan met een tweejarige theologische master. Dit was de beste studieperiode die ik ooit heb gehad. De studie gaf me veel voldoening. Ik heb er veel vrienden voor het leven gemaakt. Ik heb er ook mijn man ontmoet. Hij is oudtestamentisch theoloog. Er waren ook docenten die mij hebben gevormd tot de theoloog die ik wilde zijn, namelijk een theoloog die het Woord van God kan verbinden met de actualiteit. Ik ben opgeleid als systematisch theoloog. Systematische theologie ordent christelijk-religieuze opvattingen tot een samenhangend geheel, maar onderzoekt ook de ontwikkeling van de christelijke leer in de loop van de geschiedenis, zoals in de filosofie, ethiek en natuurwetenschappen. Aan de hand van bijbelteksten wordt geprobeerd om de hele Schrift te vergelijken en de verschillende teksten met elkaar in verband te brengen, wat leidt tot een systematische uitleg van wat de hele Bijbel over bepaalde onderwerpen zegt. Hoewel ik geneigd ben tot abstract denken, wilde ik de theologie concreter maken. Mijn docenten moedigden me ook aan om conceptuele ideeën in te bedden in het dagelijks leven en in het mens-zijn.’

Welke theologische vraagstukken houden jou bezig?

‘Ik vind vragen over de kwetsbaarheid van God interessant. Hoe maakt Gods relatie met ons mensen Hem kwetsbaar? Wat is de betekenis van Jezus’ kwetsbaarheid en wat betekent dit voor ons bestaan? Ik stel ook vragen als: ‘Wat betekent het om over God te spreken te midden van lijden?’ De theologische master die ik in Schotland volgde, was ‘Analytische en exegetische theologie’. Tijdens de studie kwamen theologische kwesties die mij bezighielden aan bod, maar deze vragen werden te abstract benaderd. Na de eenjarige master ben ik gestopt, hoewel ik een promotieplek kreeg aangeboden binnen deze studierichting. Voor mij was de methode te abstract. Dan duren vier jaar wel erg lang. Analytische filosofie is een methode die naar heel precieze antwoorden zoekt. Deze methode werkte niet voor mij persoonlijk en ik kon de concrete, contextuele vragen die voortkomen uit het geloof er niet mee beantwoorden. Wat ik nodig heb, is een zekere mate van vrijheid van denken.’

Hoe maakt Gods relatie met ons mensen Hem kwetsbaar?

Ervaar je die vrijheid nu wel en hoe zie je de toekomst?

‘Ja, die vrijheid ervaar ik nu wel. Ik ervaar de ruimte om na te denken en onderzoek te doen. Ik kan in een open sfeer vragen stellen. En mijn supervisor is ruimdenkend. Omdat theologische universiteiten verbonden zijn aan bepaalde kerken, zijn er wel dogmatische beperkingen. Ik verwacht dat ik nog drieëneenhalf jaar bezig ben met mijn promotieonderzoek. Ik kan binnen de theologie werken met verschillende onderzoeksmethoden, naast de analytische methode zoals in Schotland. Daarna is de toekomst nog onzeker. Hebben we nog wel een thuis als we teruggaan naar Ethiopië? Maar we leren in het moment te leven, er valt niets te voorspellen. Ik blijf toegewijd aan Ethiopië en de mensen daar.’

Over de auteur
Anne-Wil Ruijg-Jens

Anne-Wil Ruijg-Jens is kunsthistoricus en freelance journalist.

Van De Reformatie en Opbouw tot OnderWeg

Van De Reformatie en Opbouw tot OnderWeg

Sjoerd Wielenga
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
Als pelgrims samen OnderWeg

Als pelgrims samen OnderWeg

Elze Riemer
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief