‘Ik wist één ding: ik ga niet opgeven’

Sahar Hossini | 12 december 2025
  • Algemeen
  • Essay

In het eerste nummer van OnderWeg, 10 januari 2015, schreef Wim van der Schee een artikel over wat het betekent onderweg te zijn: ‘Onze stad is niet blijvend, we zijn onderweg naar de stad die komt’, zegt Hebreeën 13:14. Maar hebben we enig idee wat dat betekent? Kunnen wij ons hier in het Westen wel inleven in deze woorden? Om eerlijk te zijn: nee, helemaal niet.’ Hij trekt een parallel met het onderweg zijn van vluchtelingen. ‘Onderweg zijn zonder terug naar huis te kunnen: dat staat volgens Hebreeën voor de christelijke manier van in het leven staan. Er is geen weg terug, er is alleen een weg vooruit, zonder te weten waar je komt.’ We vroegen Sahar uit Iran naar haar ervaring met onderweg zijn.’

Ik ben Sahar Hossini, 31 jaar oud, geboren in Teheran, Iran. Tot mijn zestiende woonde ik daar. Het leven was goed. Elk jaar vierden we mijn verjaardag en als kind was ik altijd blij, want dan kreeg ik chocoladetaart en cadeautjes. Mijn leven voelde als dat van een prinses, zonder zorgen, vol warmte en liefde. Maar op mijn negende verjaardag veranderde alles. Vanaf dat moment werd ik gezien als een volwassen vrouw. Ik moest mij ook zo gedragen, al voelde ik me nog een kind. Ik moest mijn mooie haren bedekken en leerde wat het betekent als de wereld kleiner wordt. Mijn prinsessenwereld verdween stap voor stap. Toen ik zestien was, viel alles uit elkaar. We moesten Iran verlaten. De smokkelaar bepaalde onze weg, niet wijzelf. Eerst gingen we naar Turkije en vandaaruit naar Nederland. Toen we hier aankwamen, werd ik één maand vastgehouden in de gevangenis. Niet omdat ik iets verkeerd had gedaan, later noemden ze het een foutje. Na die maand ging ik naar het AZC. Alles daar was nieuw: nieuwe mensen, een nieuwe taal, een nieuwe cultuur. Zelfs de straten waren anders. In mijn land had ik nog nooit een fietspad gezien! Ik voelde me verdwaald, alsof ik opnieuw moest leren leven.

Doorgaan

De eerste jaren waren zwaar. Pas na veertien jaar kreeg ik mijn verblijfsvergunning. Al die tijd was ik ongedocumenteerd, zonder geld, zonder een vast dak boven mijn hoofd. Soms wist ik niet hoe ik de volgende dag kon doorkomen. In die jaren had ik maar een paar dingen die mij houvast gaven. De mensen om mij heen – vrienden, vrijwilligers en soms zelfs onbekenden – gaven mij kracht door hun liefde en steun. Hun woorden, hun aandacht, hun glimlach… dat maakte dat ik me niet helemaal alleen voelde. Soms voelde het alsof ik aan het einde van mijn kracht was. Ik wist: als ik nu opgeef, is dat het einde van mijn verhaal — van mijn leven, van mijn geestelijke gezondheid. Ik wilde mijn leven niet zo eindigen. Ik wist dat ik slim was, dat ik veel kon en dat God nog iets met mijn leven wilde bereiken. Daarom zei ik steeds tegen mezelf: ‘Opgeven is niets voor mij.’ Ook mijn geloof hield mij overeind. Ik bleef geloven dat alles mogelijk is, dat niets voor God onmogelijk is. Soms huilde ik als iets niet lukte of te zwaar voelde, maar daarna zei ik tegen mezelf: ‘Sahar, opgeven is niets voor jou. Morgen is er een nieuwe dag.’ Dat geloof, samen met de mensen die God op mijn pad bracht, hielpen mij elke keer weer op te staan en verder te gaan.

Geloofwaardig

Toen ik na veertien jaar eindelijk mijn verblijfsvergunning kreeg, dacht ik dat alles eindelijk achter me lag. Maar ik ontdekte dat de IND (Immigratie en Naturalisatie Dienst) mij die vergunning al veel eerder had kunnen geven. Ik besloot naar de rechtbank te gaan en daar kreeg ik gelijk. De rechter bepaalde dat de ingangsdatum van mijn verblijfsvergunning jaren werd teruggezet, waardoor ik meteen kon naturaliseren. Dat moment was heel bijzonder. Aan de ene kant voelde ik blijdschap en dankbaarheid, maar aan de andere kant kwam er ook pijn omhoog. Al die jaren had ik in onzekerheid geleefd, in moeilijke omstandigheden, zonder te weten wat mijn toekomst zou zijn en nu bleek dat ik al die tijd de waarheid had gesproken. De IND had gezegd dat mijn verhaal niet geloofwaardig was, maar uiteindelijk bleek: ik had gelijk. Ik was in de war en diep geraakt. Ik had het gevoel dat mijn gouden jaren van mij waren afgepakt. Toen ik naar Nederland kwam, was ik zestien – de leeftijd waarin een meisje hoort te bloeien, te dromen en te groeien. Maar in plaats daarvan leefde ik in onzekerheid. Alles wat ik wilde doen, werd tegengehouden. Niet omdat ik iets verkeerd had gedaan, maar omdat ik moest wachten, altijd wachten. Wachten op een beslissing en op rechtvaardigheid. Jaren gingen voorbij, en ik voelde soms alsof mijn leven stilstond, terwijl de wereld om mij heen doorging. Toch heb ik geleerd dat niets voor niets is. Door al die pijn heb ik kracht gevonden en een diep geloof dat mij helpt om door te gaan. In die moeilijke jaren heb ik ook veel mooie mensen ontmoet, mensen die zeiden: ‘Nee, dat kan niet. Dit is onmenselijk.’ Mensen die eerst de mens zagen en pas daarna de regels. Zij gaven mij hoop, vertrouwen en moed.

Ik heb kracht gevonden in een diep geloof dat mij helpt door te gaan

Blijven geloven

In Nederland leerde ik Jezus kennen. Ik werd christen en dat veranderde alles. God gaf mij kracht om door te gaan, zelfs als ik dacht dat ik het niet meer kon. Door zijn Woord krijg ik elke dag hoop.

‘Maar wie op de HEER vertrouwen, putten nieuwe kracht;
zij varen op met vleugels als arenden,
zij lopen, maar worden niet moe,
zij wandelen, maar worden niet mat.’
Jesaja 40:31

God heeft mij veel geleerd onderweg. Hij bracht mensen op mijn pad die mij hielpen, die naar mij luisterden en mij lieten zien dat ik niet alleen was. Door hen heb ik ervaren wat liefde en genade betekenen. Nu weet ik dat onderweg zijn niet betekent dat je verdwaald bent. Het betekent dat je groeit, leert en vertrouwt stap voor stap. Mijn reis was niet gemakkelijk, maar God was bij mij in elke stap. Ik ben nog steeds onderweg. Niet alleen naar een plek, maar naar wie ik mag zijn in Hem.
Onderweg zijn betekent voor mij: blijven geloven, blijven hopen en nooit vergeten dat God mijn gids is. De reis is nog niet voorbij, maar ik weet nu: met God ben ik altijd onderweg naar huis.

 

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief