Van Alphen tot Ommen: Kerk voor het dorp
- Kerkelijk leven
De Nederlandse Gereformeerde Kerken vormen een kerkverband met ruim 130.000 leden, verspreid over het hele land. Van Zeeland tot Noord-Groningen, van Maastricht tot Den Helder vind je gemeenten die horen bij dit jonge gefuseerde kerkverband. In deze rubriek, Van Alphen tot Ommen, verken-nen we hoe het er in de NGK’s voorstaat. Hoe gaat het met de gemeenten, de mensen, de geloofsbeleving? Hoe zijn ze kerk op hun eigen plek – in het Groningse land, in een Vinex-wijk als Leidsche Rijn of onder de rook van Rotterdam? Wat bindt hen, en waarin herkennen ze Gods werk?
We gaan daarom in gesprek met kosters en scriba’s, predikanten en gemeenteleden. We luisteren naar verhalen over geloof en gemeenschap, over hoop én krimp – want de NGK verloor de afgelopen twee jaar bijna 8.000 leden. En we gaan op zoek naar de verhalen achter de cijfers. Om zo meer te leren over de gemeenten die er zijn en de vragen die lokaal (en landelijk) spelen. Sinds de fusie op 1 mei 2023 zijn de NGK’s ingedeeld in zogenoemde regio’s. In deze rubriek beginnen we onze ontdekkingsreis in de regio Winsum, waar we spreken met Harrie de Hullu, predikant van de NGK in Uithuizermeeden.
Van Rozenburg tot Uithuizermeeden
Harrie de Hullu is sinds 1995 predikant. Hij be-gon zijn predikantschap in Rozenburg en Voorne – destijds GKv, inmiddels NCGK – en werd daarna telkens noordelijker beroepen: via Bunschoten, Apeldoorn en Ommen kwam hij uiteindelijk te-recht in Uithuizermeeden. Een route van zo’n 350 kilometer. En alle gemeenten onderweg hadden een heel andere kleur en context. Inmiddels is Harrie drie jaar verbonden aan de NGK in Uithuizermeeden, een gemeente van zo’n vijfhonderd leden in het uiterste noorden van Groningen. ‘De meeste mensen kerken hier op hun eigen dorp’, vertelt hij. ‘Kerk en dorp zijn sterk met elkaar verweven. Dat merk je in alles – de manier waarop mensen betrokken zijn, de directheid, de manier van samenleven.’ Waar in het Vechtdal (Ommen) de cultuur eerder wat ingetogen en voorzichtig is – ‘je steekt niet snel je kop boven het maaiveld uit’ – is men in Groningen opener, directer. ‘Mensen zeggen hier gewoon wat ze ergens van vinden’, zegt Harrie met een glimlach. ‘Over bepaalde onderwerpen zoals homoseksualiteit of vreemdelingen wordt veel openlijker gesproken. Dat maakt het gesprek vaak makkelijker, alhoewel je natuurlijk moet blijven zorgen dat alle stemmen gehoord worden.’
Een kerk midden in het dorp
Uithuizermeeden kent een lange kerkelijke traditie. De afgescheiden gemeente is er altijd groot geweest, en de dorpscultuur en kerkelijke cultuur beïnvloeden elkaar nog steeds. ‘Als dominee heb je hier een publieke rol’, legt Harrie uit. ‘Je hoort zichtbaar te zijn in het dorp. Dat doe ik door gewoon mee te doen – bij activiteiten, in de contacten op straat, tijdens lokale evenementen.’ Een mooi voorbeeld daarvan was de Eemsmond-week, een groot dorpsfeest. ‘Mij werd gevraagd om een orkest te dirigeren’, vertelt Harrie lachend. ‘Muzikaal gezien was het geen groot succes, maar het werd enorm gewaardeerd. Mensen vonden het mooi dat de dominee meedeed. Het ging niet om de muziek, maar om het meedoen – om zichtbaar zijn.’
NGK Uithuizermeeden
Maar als het niet zo ver in het gesprek komt is dít denk ik al zo belangrijk om te delen: Jezus ziet jou.
De samenwerking met andere kerken in het dorp, vooral met de protestantse gemeente, is in de afgelopen jaren gegroeid. ‘Die samenwerking was niet vanzelfsprekend’, vertelt Harrie. ‘We hebben daar echt bewust in geïnvesteerd. We waren als gemeente lang vooral naar binnen gekeerd, gericht op onszelf. Nu ontdekken we hoe waardevol het is om samen kerk te zijn in het dorp.’ Dat krijgt vorm in gezamenlijke kerkdiensten, soms zelfs buiten het kerkgebouw, en in de dankdagdienst, waarin het dorpsleven en de landbouw centraal staan. ‘Dat past goed bij wie we zijn’, zegt Harrie. ‘We willen als kerk van betekenis zijn voor het dorp. En juist in de samenwerking met de protestantse gemeente merken we dat we elkaar daarin aanvullen en versterken.’
Een gemeente in beweging
Toch gaat het niet vanzelf. ‘Na corona hadden we echt het gevoel: alles glipt ons uit de handen’, vertelt Harrie. ‘Het lukte niet goed om weer op gang te komen als gemeente.’ Daarom werd er een aantal gesprekken gevoerd over de toekomst. Wat is belangrijk? Waar willen we in investeren?
Twee speerpunten kwamen naar voren: jongeren en kerk-zijn voor het dorp. ‘We hebben bewust prioriteit gegeven aan jongeren en jonge gezinnen’, zegt Harrie. ‘Dat was spannend, want dan komt al snel de vraag: wat betekent dat voor de ouderen? Maar iedereen voelde wel: het is erop of eronder.’ En de inzet heeft vrucht gedragen. Vrijwel alle jongeren doen inmiddels mee aan zogenoemde Ca-Ve-groepen (catechisatie-vereniging). Er is een pastoraal jongerenteam dat contact onderhoudt met jongeren tussen de achttien en de leeftijd waarop ze belijdenis doen. ‘Met iedereen is er wel een lijntje’, vertelt Harrie. ‘Via een appje, een gesprek, of gewoon door even langs te gaan. We proberen met iedereen minstens één keer per jaar contact te hebben en dat contact warm te houden.’ Ook jonge stellen, die misschien minder kerkelijk actief zijn, blijven aangehaakt. ‘Ze vinden het fijn dat er aandacht is’, zegt hij. ‘En dan zie ik ook regelmatig weer dingen groeien – iemand die toch belijdenis doet, een partner en een kind die gedoopt worden. Er zit opmerkelijk veel hoop in die contacten. Ook al denk je soms: dit wordt nooit meer wat, onverwacht gebeuren er dan soms zulke mooie dingen.’
‘Het is denk ik ook echt het evangelie in deze tijd: Jezus ziet jou. Bij de bevestiging van een nieuwe PKN-collega onlangs hier, was dat de boodschap die centraal stond. En natuurlijk is daar veel meer over te zeggen. Jezus ziet jou, in genade… Jezus ziet jou in… Maar als het niet zo ver in het gesprek komt is dít denk ik al zo belangrijk om te delen: Jezus ziet jou.’
Er verandert veel, maar er groeit ook veel. De vanzelfsprekendheid van het kerk-zijn is minder dan vroeger.
Leren om naar buiten te kijken
De NGK in Uithuizermeeden is van oudsher op diaconaal gebied een nogal naar binnen gerichte gemeente. ‘Dat paste bij de afgescheiden traditie: we zorgden zogezegd voor onze eigen armen.’ Met evangelisatie hield men zich hier meer bezig. Bijvoorbeeld in jongerenweken, die voelen voor mij een beetje als E&R. Nu is dat aan het veranderen. De gemeente leert opnieuw wat het betekent om ook diaconaal open te zijn naar buiten, om er te zijn voor het dorp.’
Dat gebeurt bijvoorbeeld via de Voedselbank en door praktische hulp aan dorpsbewoners. ‘Het is echt een leerproces’, zegt Harrie. ‘We ontdekken opnieuw hoe we als kerk van betekenis kunnen zijn voor de mensen om ons heen.’
En dat alles gebeurt in een gemeente die van zin-gen houdt. ‘We zingen graag – oude en nieuwe liederen’, vertelt hij. ‘Dat is de taal waarin we elkaar verstaan, ook als we verschillend denken over dingen. Muziek verbindt.’ De plaatselijke brassband Immanuël, waarin veel gemeenteleden meespelen, helpt daar zeker bij.
Vooruitkijken
Na drie jaar voelt Harrie zich thuis in Uithuizermeeden. ‘Ik ben ingestapt in een beweging’, zegt hij. ‘Er verandert veel, maar er groeit ook veel. De vanzelfsprekendheid van het kerk-zijn is minder dan vroeger. Voor sommigen is dat een bevrijding, voor anderen een uitdaging. We zijn samen aan het ontdekken wat het betekent om nu, hier, kerk te zijn.’ Dat gezamenlijke zoeken herkent hij ook persoonlijk. ‘Ik herken wel wat van beide perspectieven.
Een eigentijdse gemeente willen zijn met focus op jongeren en jonge gezinnen is mooi. Niet meer zo gesloten als vroeger, niet meer zo strak of zo’n nadruk op de leer. Maar het kan de vraag oproepen naar wat of wie we dan wél zijn als kerk. Ik ben blij dat ik hoor dat onze gemeente door leden en bezoekers gewaardeerd wordt om preken en onderwijs. De gemeente ziet dat ook als een belangrijke uitdaging.’
De komende jaren hoopt Harrie verder mee te mogen blijven bouwen aan verbinding – binnen de gemeente, met de protestantse gemeente, en met het dorp. ‘Ik hoop dat we nog meer handen en voeten kunnen geven aan hoe je echt van betekenis bent voor de plek waar je woont’, zegt hij. ‘Dat mensen merken: de kerk is er niet alleen voor zichzelf, maar voor het dorp.’
Zingen is de taal waarin we elkaar verstaan, ook als we verschillend denken over dingen. Muziek verbindt.
Denk mee!
In volgende nummers van Onderweg gaan we in deze rubriek in gesprek met kosters en kerkenraden uit de noordelijke NGK-regio’s. Moeten we echt eens aankloppen bij jouw kerk? Laat het ons weten!
Ook zijn we benieuwd of de keuzes in Uithuizermeeden herkenning oproepen. Zijn jullie ook bezig ‘meer kerk voor het dorp’ te zijn? Levert het goede contacten op en meer kansen voor het evangelie? Of is het ook uitdagend en soms vervreemdend? En waar zit dat dan in? We zijn benieuwd!
Geranne Tamminga is als projectleider valorisatie en nascholing verbonden aan de Theologische Universiteit Utrecht. Zij is ook lid van de kernredactie van Onderweg.
