Column Neocalvinisme: Tijd-schrift
- Column
Zo nu en dan denk ik terug aan het wereldkampioen-schap voetbal van 1974. Nee, niet aan de finale, die Nederland verloor van Duitsland. Maar aan de bikkel-harde groepswedstrijd tussen Nederland en Brazilië, hoe Cruijff toen op volle snelheid en hangend in de lucht 2-0 scoorde. Wat een vreugde, wat een schoon-heid! Dit waren de dagen dat het Nederlandse to-taalvoetbal de wereld betoverde. Als ik zucht over het huidige gemodder bij Ajax of het Nederlands elftal (gewonnen van Litouwen!), trek ik me op aan dit hoogtepunt van een halve eeuw geleden.
Zo kun je ook in de kerk terugdenken aan hoog-tepunten uit de geschiedenis. Biedt de kerk van vandaag je weinig vreugde, dan verplaats je je in gedachten naar… zeg het maar. Voor de een is dat Franciscus van Assisi, die tot de vogels preekte, voor een ander is het Benedictus en zijn klooster-regel, weer een ander droomt dat ze bij Katharina von Bora was, de vrouw van Luther. Een vierde trekt zich op aan de precieze Calvijn in Genève, anderen aan het gezag van de synode van Dordrecht. Of je warmt je aan het vurig protest tegen slavernij en onderdrukking van William Wilberforce of Martin Luther King, komt onder de indruk van taalvirtuoos Kuyper, van een hemelsbrede preek van Schilder, van een mooi gesprek van Dorothee Sölle of een nuchtere ‘moreel beraad’-column van Douma. Al deze historische momenten hebben één ding ge-meen: ze vinden niet vandaag plaats, ze zijn voorbij en ze gaan over iets wat je mist in het heden.
Als we niet onderling van gedachten wisselen, gaan we allemaal ons eigen kerkhistorische voorbeeld koesteren, raken we het heden kwijt en worden we als kerkelijke gemeenschap los zand.
Als je zo naar de geschiedenis kijkt, loop je het risico dat je deze terugbrengt tot een paar aanspre-kende hoogtepunten, the best of… church history. hoogtepunten bovendien die je niet voor vragen plaatsen, maar alleen zelfbevestiging en comfort bieden; denk aan het jaartallenrijtje 1834-1886-
1892-1944. Daar komt nog bij, hoogtepunten zijn zeldzaam. Bijna alle christenen leefden in heel ge-wone tijden, zonder ophef en zonder theologische sterren. Als we de geschiedenis als werkplaats van God zien, doen we hem tekort met die focus op hoogtepunten, alsof hij niet dag aan dag werkt aan de komst van zijn rijk en aan jou.
Een nieuw kerkelijk tijdschrift drukt je met de neus op het heden. Dat was zo met De Reformatie van Scholte, met De Heraut van Kuyper, De Reformatie van Schilder en Opbouw van Veenhof. Willen we ver-der komen als gereformeerde kerken, dan moeten we ons niet vastklampen aan hoogtepunten, maar hier-en-nu met elkaar in gesprek. Kairos, het juis-te moment, is niet vroeger, kairos is niet schaars, kairos is nu. Als we niet onderling van gedachten wisselen, gaan we allemaal ons eigen kerkhistori-
sche voorbeeld koesteren, raken we het heden kwijt en worden we als kerkelijke gemeenschap los zand. Zo’n tijdschrift is niet blind voor het verleden, maar bepaalt je vooral bij het heden; het heet niet voor niets tijd-schrift, het beschrijft de huidige tijd. Van het terugkijken naar Cruijffs acties wordt het hui-dige voetbal niet beter, en met de kerk is het al net zo. Een kerkelijk tijdschrift zegt: onze weg is geza-menlijk en ligt vooruit.
George Harinck is hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme en rector magnificus van de Theologische Universiteit Utrecht.

