Waarom belijden ertoe doet in de kerk

Marinus de Jong | 28 januari 2026
  • Vitaal belijden

Waarom een rubriek over belijden in het nieuwe Onderweg? Omdat belijden het kloppende hart van de kerk is. De kerk is een gemeenschap van mensen, de kerk is een onderdeel van de samenleving met een roeping voor de samenleving. Maar dat is niet het eigene van de kerk. Dat ligt in haar belijdenis van geloof in Jezus Christus. Je zou kunnen zeggen dat het met belijden gaat over de identiteit van de kerk. Wat de kerk ten diepste is. Wat de kerk onderscheidt van andere verenigingen en clubs. Dat ligt in het feit dat zij de naam van Jezus Christus belijdt.

Je zou kunnen denken dat belijden een wat smal onderdeel daarvan is. En misschien wel niet eens het belangrijkste. Gaat het niet meer om het geloof in Christus? Of in de liefde van en voor Christus? Deze beide zijn zeker belangrijk, maar ze zijn onlosmakelijk met het belijden van de kerk verbonden en kunnen er niet zonder. Belijden is het woorden geven aan deze liefde en aan dit geloof. Nu is het geloof zonder werken dood (Jak. 2). En zonder de liefde zijn woorden hol (1 Kor. 13). Maar Jezus zegt ook: ‘Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel’ (Mat. 10:32). En ook Paulus’ beroemde lofzang op Christus loopt erop uit dat ‘elke tong zal belijden dat Jezus Heer is’ (Fil. 2:11). Belijden is inherent aan geloven.

Maar waar gaat belijden nu eigenlijk over? Zijn dat de belijdenisgeschriften? Of is dat openbare geloofsbelijdenis? Dat heeft er veel mee te maken, maar belijden is breder. Elke keer dat de kerk of jijzelf woorden geeft aan je geloof en je diepste overtuigingen – dat is het belijden van de kerk en van jou als gelovige. Dat speelt dus als je samen een lied zingt, als je bidt, maar ook bij de preek. Het is ook belijden als je aan je collega vertelt waarom je naar de kerk gaat. En als je je (klein)kind antwoord geeft op een vraag over het geloof. En als de catecheet onderwijs geeft aan de jeugd van de kerk. Wat zeg je daar? En wat zeg je daar niet? Wat zing je en wat zing je niet? Daar wordt het belijden van de kerk concreet.

Je zou kunnen zeggen: prima, maar moet daar verder nog iets over gezegd worden? Laat staan dat er iets moet worden vastgelegd in een tekst. Moet niet Gods Woord leidend zijn en centraal staan, zodat de Geest verder vrij kan werken? Dat is natuurlijk het uitgangspunt. Maar zodra je samenkomt als gelovigen ontstaat onmiddellijk de behoefte aan een gemeenschappelijke identiteit, een gezamenlijk belijden. Anders kun je samen niets doen: niet zingen, niet preken en niet bidden. Er zijn natuurlijk wel kerken waar geen belijdenis op papier staat. Onherroepelijk is er dan een impliciete belijdenis of identiteit die bepaalt wat wel en wat niet tot het belijden van de kerk hoort. Die impliciete belijdenis kan ook afhangen van de leider(s) van die kerk. Dat is uiteindelijk niet transparant en ook onveilig. Het kan tenslotte ook zomaar veranderen.

Zodra je samenkomt als gelovigen ontstaat onmiddellijk de behoefte aan een gemeenschappelijke identiteit, een gezamenlijk belijden.

Het is hierom dat kerken in heden en verleden vaak wel kiezen voor een vorm van een belijdenis op schrift. Dat begon rond de doop en de vragen die daarbij werden gesteld, waarschijnlijk al in de tweede eeuw na Christus. Daar ontstonden de contouren van wat we nu de Apostolische Geloofsbelijdenis noemen. De Geloofsbelijdenis van Nicea, waarvan we vorig jaar het 1700-jarig bestaan vierden, is ook een variant daarop. Aangevuld met beslissingen in latere strijdpunten. Rond de tijd van de Reformatie ontstond opnieuw de behoefte om te verduidelijken wat de vernieuwers precies wel en niet wilden. En natuurlijk moest dat ook worden onderwezen. Hiervan zijn de drie gereformeerde belijdenissen een uitdrukking.

pastedGraphic_1.png

 

Dat is uiteindelijk niet transparant en ook onveilig. Het kan tenslotte ook zomaar veranderen.

Wat betreft het belijden is er een zekere urgentie als het gaat om de NGK. Bij de eenwording in 2023 is de vraag naar de belijdenis nog even geparkeerd. Dat had alles te maken met de gevoeligheid uit het verleden. Juist op het punt van de binding aan de belijdenis waren de wegen in 1967 uiteengegaan. Een landelijke commissie kreeg de opdracht om ‘de verankering in de belijdenis’ te doordenken en met voorstellen te komen. In het tussenrapport van deze commissie (zie kader) voor de synode van Deventer (2023) klinkt de analyse dat het belijden in de NGK op allerlei manieren onder druk staat. De commissie wijst naar verandering in de liturgie (verdwijnende middagdiensten en liturgische formulieren, veranderend liederenrepertoire), maar ook in de catechese en de afname van bekendheid met de belijdenisgeschriften in het algemeen. Daarom heeft de commissie haar opdracht verbreed naar het vitaliseren van het belijden in brede zin. Op de volgende synode – van Best in 2026 –komt de commissie met een nieuw rapport met aanbevelingen over deze verlevendiging, maar dus ook over de oorspronkelijke opdracht van de verankering.

De redactie van Onderweg erkent de analyse van deze commissie (niet verwonderlijk gezien de personele overlapping) en wil bijdragen aan de vitalisering van het belijden. In deze rubriek zal daarom aan de verschillende aspecten van het belijden van de kerk in brede zin aandacht worden besteed.

Een vitale kerk is een belijdende kerk. Zij belijdt niet te veel maar ook niet te weinig. Haar belijde-nis wordt gedragen door de leden van de kerk en onderwezen door haar voorgangers. Het belijden kadert de liturgie, de prediking en het onderwijs zonder deze te beknellen. Het belijden verbindt met hen die vroeger en elders Christus volg(d)en. Oude teksten worden gekoesterd en geëerd, maar niet verabsoluteerd. Nieuwe woorden worden gezocht om ook hier-en-nu de Schrift na te spreken en de naam van Christus te belijden.

De Commissie Belijdende Kerk

De Commissie Belijdende kerk bestaat sinds 2022 en kreeg van de eenwordingssynode (GS Goes/LV Zeewolde 2020) de opdracht mee ‘om te verkennen op welke wijze de kerken hun geloof met het oog op deze en de toekomende tijd kunnen belijden en hoe de verankering van de kerken aan de leer van de Bijbel opnieuw vorm kan krijgen’.

Op de synode van Deventer 2023 presenteerde de commissie een eerste rapport in twee delen: een beknopt beleidsrapport en een uitgebreid inhoudelijk rapport.

De synode van Deventer verlengde deze opdracht en vroeg de commissie om aanbevelingen te doen over

  1. de inhoud en het functioneren van ons belijden in al zijn functies: loven, verbinden, oriënteren, onderwijzen, getuigen en beschermen; en
  2. het verlevendigen van het belijden in de praktijk van ons leven als kerken en kerkleden, zodat er meer tijd en aandacht is voor de inhoud van het geloof in vormen die passen bij deze tijd en cultuur.

De commissie maakte in 2024 bekend dat zij voornemens is om het ‘eigentijds getuigenis’ van de zusterkerk de Christian Reformed Church in de Verenigde Staten te vertalen en te bewerken en als NGK te adopteren. De synode van Best 2026 zal hierover besluiten.

De Commissie Belijdende Kerk bestaat uit: dr. Avelien Haan (samenroeper), prof. dr. Hans Burger, Sabine van der Heijden, ds. Mark Janssens, dr. Marinus de Jong en ds. Pieter Niemeijer. Esther de Hek was tot 2024 lid van de commissie.

Over de auteur
Marinus de Jong

Dr. Marinus de Jong, universitair hoofddocent systematische theologie aan de Theologische Universiteit Utrecht. Hij is ook hoofdredacteur van Onderweg.

Meest gelezen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief