De weg van vrede

Redactie | 28 januari 2026
  • Boekbespreking

Het evangelie in onze tijd is inderdaad vrede, én het is God Zelf als vervulling van ons verlangen, n.a.v. Stefan Paas, De weg van vrede (KokBoekencentrum, 2025)

Door dr. Marinus de Jong, hoofddocent systematische theologie aan de Theologische Universiteit Utrecht en hoofdredacteur van Onderweg.

Kort na zijn prijswinnende boek Vrede op aarde uit 2023 kwam Stefan Paas met een vervolg: De weg van de vrede. Beide presenteren vrede als de grote inhoud van het christelijk geloof, maar zijn verschillend van aard. Het eerste boek was meer historisch en tegelijk meer betogend van aard: Paas liet zien hoe het ‘piëtistisch bekeringsdrama’ in het Westen uitgroeide tot het hart van het christelijk geloof. Om vervolgens te laten zien dat onze tijd vraagt om een andere verwoording van dit hart. Vrede is hierbij een kernbegrip. Vrede met God, met mensen en met de schepping. In dit vervolgboek werkt Paas breed en gestructureerd uit wat hij in zijn eerste boek poneerde. In een soort uitgebreide Alpha-cursus of een toegankelijke minidogmatiek staat hij achtereenvolgens stil bij: God (hf. 2), Jezus Christus (hf. 3-4), de Geest (hf. 5), missie (hf. 6), de kerk (hf. 7) en de heiliging (hf. 8). In het vervolg ga ik niet het boek uitgebreid weergeven. Dat is al genoeg gebeurd. Ik zoom uit en probeer de grote beweging te zien in deze beide boeken.

De beweging die Paas maakt staat in een lange traditie van pogingen om een waargenomen versmalling van wat redding betekent te verbreden. Een paar decennia geleden deed de Engelse nieuwtestamenticus Tom Wright dat bijvoorbeeld door zich af te zetten tegen redding als een ‘ticket to heaven’. Hij zette daar een theologie van het koninkrijk tegenover. Dit koninkrijk is niet alleen straks maar vooral ook nu al zichtbaar. Ruim een eeuw daarvoor deed Abraham Kuyper op eigen bodem iets soortgelijks. Hij leerde zijn vrome gereformeerde achterban dat het geloof niet alleen gaat over je eeuwig behoud, maar ook over school, politiek en wetenschap.

Kritische reacties bij deze verbredingspogingen bleven meestal niet uit. Tom Wright kreeg de wind van voren van de Amerikaanse gereformeerde baptist John Piper. Het werk van Christus werd hier tenietgedaan, aldus Piper. Ook Kuyper en consorten werd door hun hervormde collega’s de maat genomen. Hier wordt het reddingswerk van Christus tot een politiek programma, dat kan toch de bedoeling niet zijn. Zo vergaat het ook Paas. Uit orthodox-gereformeerde hoek worden Paas de oren gewassen.

Het unieke van Christus verdwijnt, zijn bloed verzoent niet meer en redding wordt horizontaal. Er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon.Toch doet deze kritiek ook bij Paas geen recht aan wat er hier op het spel staat. Net als Kuyper spant Paas zich in voor het contextualiseren van het goede nieuws in onze tijd op onze plaats. En dat is belangrijk. Een beetje vanaf de zijlijn roepen wat er allemaal mis mee is, is te makkelijk. Kom zelf maar met een beter voorstel, zou ik zeggen. Hoe vertellen wij het evangelie vandaag? Waar raakt het aan ons leven? Dit boek is Paas’ antwoord op deze vraag.

Er is ook wat voor te zeggen dat juist het bovenaardse, het transcendente, het verhevene van God in onze tijd voor op de tong moet liggen.

Ik herken daarbij dat vrede een woord is dat sterk resoneert in onze tijd, en het zit ook diep in de Schrift. Het is nodig om dat vandaag centraal te zetten in ons getuigenis. Laten wij mensen van de vrede zijn, vrede met elkaar, met God en niet het minst ook met de schepping. Net als in zijn vorige boek schittert Paas als hij spreekt over dieren en de natuur en hun plaats in de vrede van Christus. En terecht. Van Kuyper wordt gezegd dat hij tegelijk modern en orthodox was en juist daarin school zijn kracht. Ik zie de boeken van Paas in diezelfde lijn en dat juich ik toe.

Tegelijk roept Paas’ boek bij mij ook vragen op, juist over deze contextualisatie. Dichter Lieke Marsman werd van atheïst gelovige door een spirituele ervaring. Zij schrijft daarover: ‘Ik besefte dat er een groter plan is, waar wij mensen geen weet van hebben, maar waar we wel op kunnen vertrouwen.’ Cabaretier Freek de Jonge heeft zich zijn leven lang afgezet tegen het geloof. Maar nu vraagt hij zich af of dat nu wel zo verstandig was. ‘Kunst kan religie niet vervangen, want er is geen leven en dood mee gemoeid en er komt geen geweten aan te pas.’ Zijn collega Herman Finkers preekt dat al jaren en hij benadrukt juist het absurde en het mysterieuze van het geloof. Gregoriaans zingen in het Latijn, daarin schuilt de kracht van het geloof. Paas biedt in zijn boek veel wat aan deze verlangens beantwoordt; mijn vraag is of er niet iets aan ontbreekt.

Paas kan in zijn boek natuurlijk geen volledige dogmatiek geven, maar het valt op dat een eschatologie in zijn rondleiding door het christelijk geloof nagenoeg ontbreekt. De laatste paar pagina’s (257-261) stippen het laatste oordeel aan, maar het krijgt geen accent. Terwijl het voorgaande wel herhaaldelijk hint op de toekomst. Het was in de christelijke traditie gewoon om te spreken over het zalige aanschouwen van God als het doel van de mens. Als we iets over de toekomst kunnen zeggen is het dit: we zullen God zien (Op. 22:4). God Zelf zien, je in Hem verblijden, daarin ligt de bestemming van de mens, daarin ligt de ultieme vrede. Paas schrijft ergens dat ‘het doel natuurlijk de vrede is’ (165), ‘vrede is de eindeloze zee waarnaar we verlangen’ (211). Ik snap dat een missioloog het zo zegt. Als systematisch theoloog voeg ik eraan toe: laten we dan ook zeggen dat God zelf het doel is.

Een andere plek in Paas’ rondleiding waar deze vraag rijst, is in het tweede hoofdstuk over God. Paas zet zich daar af tegen God als een ‘ver exotisch land’, een ‘almachtig, alomtegenwoordig, alwetend wezen buiten ons’. Hij pleit voor een God die ‘ongelooflijk nabij’ is, ‘ons zwemwater, de grond van ons bestaan’ (41-43). In die laatste typering kan ik me vinden, maar het is niet nodig dat af te zetten tegen het eerste. Sterker nog, er is ook wat voor te zeggen dat juist het bovenaardse, het transcendente, het verhevene van God in onze tijd voor op de tong moet liggen. Is het in een post-christelijke tijd, waar het materialisme de norm is, soms niet nodig juist te spreken over eeuwigheid? In een tijd waar crises over elkaar heen buitelen, waar klimaatrampen dreigen en een kernoorlog sluimert, doet juist de eeuwigheid ertoe. Is dat niet waar Finkers, De Jonge en Marsman ook om vragen?

De verwoording van het evangelie in onze tijd en plaats is een uitdaging waar we als gelovigen samen voor staan, als we onze kinderen het geloof doorgeven, in gesprek met buren en collega’s en als predikant bij het maken van een preek. Paas geeft ons met zijn boek vele bruikbare handvatten om woorden te geven aan de volle breedte van de redding van Jezus Christus. Het is mijn suggestie om daarbij de eeuwige, heilige en verheven God niet uit het oog te verliezen. Omdat ook onze tijd niet alleen verlangt naar vrede op aarde, maar daarin ook naar God Zelf die deze aarde ver overstijgt.

Meest gelezen

Tot hier

Tot hier

Redactie
  • Boekbespreking
Lees artikel
Future Focused Church

Future Focused Church

Redactie
  • Boekbespreking
Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief