Om de eenheid van de kerk: lang leve de diversiteit!

0

De samenleving wordt diverser en de kerk houdt dat niet buiten de deur. Maar hoe ga je om met al die verschillen? Hebben we een kerk à la carte nodig, met voor elk wat wils? Ik zie een andere weg. Zoek juist in de diversiteit je eenheid. Want diversiteit kan heel heilzaam zijn.

(beeld Gerd Altmann)

(beeld Gerd Altmann)

Een paar generaties geleden zou een gesprek over de omgang met diversiteit onzinnig zijn geweest. Er was gewoon minder te kiezen en de keuzevrijheid die er was, was veilig ingebed in de kaders van de sociale zuil waartoe je behoorde. Verschillen met andere groepen en zuilen waren lastig, maar niet bedreigend voor de eigen kring.

Hoe anders is dat nu. De diversiteit van culturen, normen, waarden en godsdiensten in onze samenleving is enorm toegenomen en de veilige kaders waarbinnen die diversiteit van oudsher werd geduid zijn weggevallen.

Deze ontwikkeling gaat niet aan de kerk voorbij. Ook binnen de kerk nemen de verschillen toe en kent diversiteit inmiddels vele dimensies. Gezamenlijke geloofsbeleving is bijvoorbeeld veel belangrijker geworden. Mensen sluiten zich niet meer zonder meer aan bij een bepaalde denominatie, maar kiezen een kerk waar ze warmte en geloofsherkenning ervaren.

Ook groeit de diversiteit aan geloofsinhouden, doordat de kaders daarvoor minder scherp worden gesteld. Daarbij hebben de verschillende generaties steeds meer moeite om elkaar in het geloof te herkennen, omdat de maatschappelijke ontwikkelingen zo snel gaan.

Missionaire activiteiten voegen ondertussen mensen aan de kerk toe die vaak geen enkele kerkelijke achtergrond hebben en die al zappend en googelend een eigen geloofsvisie in elkaar puzzelen – een fenomeen dat je trouwens ook onder jongere kerkelijke generaties ziet.

Verder krijgen we steeds meer oog voor sociale, economische en etnische verschillen. Zo leiden migratiestromen er soms toe dat er anderstalige diensten in het eigen kerkgebouw gehouden worden.

Sociale diversiteit gaat dus niet alleen maar over de gebruikelijke verschillen binnen een gemeente (mensen, karakters, denkbeelden). Het gaat veel verder dan dat.

Dit stelt de kerk voor grote uitdagingen, omdat geloofsinhoud en kerkorde vaak intiem verweven zijn met de identiteit van een kerk. En als de identiteit verandert, roept dat sterke reacties op. Sommigen ervaren het als een verwatering van wat eens zo belangrijk was. Anderen ervaren het als een heilzame aanpassing aan de context. We worden opgeroepen ons opnieuw te bezinnen op de kern van het evangelie, ons christen zijn en ons kerk zijn.

Hoe je er ook inzit, het blijft lastig om hier goed mee om te gaan. Uit eigen ervaring ken ik de spanning en moeite die diversiteit soms oproept. Mijn onderzoek naar identiteit, leiderschap en context (Emerging Leadership in the Pauline Mission, 2011) zette me echter op een nieuw spoor.

Knelpunt

Om raad te weten met diversiteit is het belangrijk om eerst iets te begrijpen van de psychologische processen die zich afspelen bij de omgang met diversiteit. Sociale diversiteit heeft namelijk alles te maken met perceptie.

Aan de hand van relevante verschillen en overeenkomsten in een bepaalde context delen we onszelf en anderen in groepen in. Zo voelen we ons in het voetbalstadion verbonden met andere FC Utrecht- of Roda JC-fans (of juist niet) en doen opleidingsniveau of geloof er niet toe. En op de nieuwjaarborrel bij de bank voelen we ons meer verbonden met ondernemers in dezelfde sector of mensen met eenzelfde opleidingsniveau dan met anderen.

Per situatie voelen we doorgaans haarfijn aan welke groepskenmerken ons een gevoel van verbondenheid met anderen verschaffen. En is die verbondenheid er, dan negeren we de onderlinge verschillen. Tegenover buitenstaanders vergroten we echter de verschillen uit en negeren we de overeenkomsten. We zijn dus geneigd om de overeenkomsten met de eigen groep en de verschillen met buitenstaanders te benadrukken.

In het voetbalstadion voelen we ons
verbonden met andere FC Utrecht- of Roda JC-fans (of juist niet)
en doen opleidingsniveau of geloof er niet toe

Toegepast op verschillende niveaus van kerkelijke activiteiten betekent dit het volgende. Bij interkerkelijke activiteiten biedt vooral het delen van het algemeen christelijk geloof verbondenheid. Hoewel bijvoorbeeld de leiders van interkerkelijk jeugdwerk nogal verschillend kunnen zijn in kerkelijke oriëntatie en theologie, wordt dat voor het jeugdwerk niet relevant geacht.

Bij activiteiten van een individuele kerk speelt de eigen kerkelijke identiteit wel een grote rol. In de kerkdiensten, de viering van het avondmaal en het geloofsonderwijs moet bijvoorbeeld de gereformeerde of evangelische identiteit helder tot uitdrukking komen. Die identiteit is de verbindingsfactor die bepaalt of iemand zich deelnemer, toeschouwer of zelfs buitenstaander voelt.

Bij kleinschaliger activiteiten binnen een kerk, zoals kerkelijke gespreksgroepen, kringen en taakgroepen, voelen mensen zich vooral verbonden via persoonlijke geloofsbeleving en inzet. De kerkelijke identiteit is secundair, omdat die min of meer wordt verondersteld.

Het knelpunt in de omgang met diversiteit ligt mijns inziens op het middenniveau, dat van de activiteiten van een individuele kerk. Aan diversiteit op het interkerkelijke vlak zijn we namelijk wel gewend en we kunnen daar theologisch wel mee omgaan. En kringen zijn, ondanks de verschillen tussen de deelnemers, vaak klein en homogeen genoeg om een intiem gevoel van eenheid te bewerken. Als de eigen kerk echter bevolkt raakt door broeders en zusters die steeds diverser zijn en die steeds meer verschillen van wat voorgaande generaties gewend waren, gaat het knellen. Dan kunnen we steeds moeilijker aangeven waarin we ons met elkaar verbonden voelen en waarin we ons onderscheiden van andere kerken. De waarde van de eigen groep komt niet meer goed uit de verf. De kerkelijke identiteit wordt anders beleefd.

Sommigen ervaren dit als een verlies van geborgenheid, betekenis en identiteit en komen in verzet. Anderen hechten vanwege leeftijd, recente bekering, buitenlandse oorsprong of eenvoudigweg kerkelijke mobiliteit minder waarde aan een specifieke kerkelijke identiteit. Zij zijn wellicht geneigd een identiteitsverschuiving toe te juichen als een bevrijding uit oude, strakke kaders ten gunste van een nieuwe gevoeligheid voor de veranderende maatschappelijke context.

010208 Lang leve de diversiteit_2

Creativiteit

Wat hier theologisch op het spel staat, is de beleving en definitie van de eenheid van het christelijk geloof. Vaak wordt die eenheid als kerkelijke eenheid opgevat, concreet gemaakt in de leer, de liturgie en kerkorde en gezamenlijke activiteiten. Voor elk van die dimensies zijn de nodige Bijbelpassages te vinden, maar welbeschouwd definiëren deze teksten de kerkelijke eenheid maar heel beperkt.

Ik zie zelf andere belangrijke theologische bronnen die ons kunnen helpen in het omgaan met diversiteit. Sterker nog, ik zie het waarderen van veel vormen van diversiteit als deelname aan het creatieve en verlossende werk van de drie-enige God.

God heeft mensen geschapen naar zijn beeld. Veel theologen wijzen tegenwoordig op de relationele dimensie van dat beeld: mensen zijn ten diepste relationele wezens. Tezamen met het mandaat om de aarde te vervullen en te beheren is de menselijke relationele aard de basis voor het ontstaan van families, sociale groepen, talen en culturen in al hun diversiteit. Menselijke diversiteit is dus een expressie en uitwerking van Gods creativiteit. Oog voor deze diversiteit in de lokale kerkelijke context kun je daarom zien als een deelnemen aan Gods creatieve werk.

Als de eigen kerk bevolkt raakt door broeders en zusters
die steeds diverser zijn, gaat het knellen

Vanwege de gebrokenheid van de schepping is sociale diversiteit helaas vaak de oorzaak geweest van verdeeldheid, discriminatie, ongelijkheid en geweld. Maar diverse gebeurtenissen uit het handelen van Jezus vinden juist in deze context hun betekenis. De genezing van een krom vrouwtje en het bezoek aan een criminele belastingbeambte (Lucas 13:10-17 en 19:1-10) doorbreken de discriminatie en ongelijkheid. Jezus herstelt beiden tot volwaardige deelnemers aan het sociale en religieuze leven.

Jezus vertelt ook hoe een Samaritaan als verachtelijke buitenstaander zich als werkelijke naaste gedraagt en hoe een vader zijn afgedwaalde zoon tegen alle sociale normen in weer ontvangt en verwelkomt (Lucas 10:29-37, 15:11-32), om zo te laten zien dat naastenliefde sociale grenzen doorbreekt en inclusief is.

Ongelijkheid en onrecht treffen vaak mensen die buiten ons sociale systeem vallen, die we als buitenstaander zien, of eigenlijk: niet zien. Het confronteert ons met moeilijke vormen van diversiteit. Maar als wij in onze kerken oog hebben voor sociale ongelijkheid en mensen in al hun diversiteit een nieuwe plek van waardigheid bieden, hebben we deel aan het verlossende en herstellende werk van Christus.

In zo’n nieuwe gemeenschap van Woord en Geest krijgt diversiteit weer een heilzaam karakter. Mensen met allerlei gaven kunnen dan op allerlei manieren bijdragen aan de gemeente, ongeacht hun sociale of religieuze status (Romeinen 12, 1 Korintiërs 12). En de gemeenteleiding wordt uitgeoefend op basis van verscheidene gaven in plaats van op basis van status of positie (Efeziërs 4:7-12). Kerken die de sociale en etnische diversiteit weten te bekrachtigen door gelovigen aan te moedigen om op allerlei manieren de gemeenschap mede op te bouwen, hebben deel aan het bekrachtigende werk van de heilige Geest.

Polderen

Welke concrete aanwijzingen vinden we in de Bijbel voor de omgang met diversiteit in de kerk? Gastvrijheid is de basishouding (Matteüs 25:35, Hebreeën 13:1-2). Over de gastvrije gemeente is al veel geschreven, zowel waarderend als kritisch, maar de basis ligt in Gods gastvrijheid naar ons mensen. Wij zijn allemaal buitenstaanders die tegen alle verwachting in bij Gods kerk mogen horen (Efeziërs 2:19-22).

Gastvrijheid stelt geen andere voorwaarden aan de gast dan dat hij respectvol binnenkomt en zich openstelt voor wat geboden wordt. Zo betekent missionair zijn in de wijk niet allereerst dat we anderen net zulke goede gelovigen maken als wijzelf, maar dat we buiten onze sociale grenzen treden om hen met het evangelie bekend te maken op een manier die bij hen past.

Dit roept allerlei vragen op naar onze identiteit. Niet élk verschil dient immers met respect te worden behandeld, sommige verschillen zijn aanleiding tot vermaning en correctie. Maar we gaan hierin omzichtiger te werk, vanuit het besef dat onze beleving van diversiteit vaak groepsgebonden is en ons voorsorteert om de ander als stereotype en niet als persoon te benaderen.

Een priesterlijke houding van aandacht en luisteren is nodig om het priesterschap van alle gelovigen vorm te geven en helpt ons om over onze eigen vooroordelen heen te stappen. Het Nederlandse ‘polderen’ is daarbij zo gek nog niet. Dat is – als ik dat even theologisch mag vertalen – een erkenning van de diversiteit van mensen en groepen met wie we samen verder moeten, vaak ook in de kerk.

Het lijkt me geen overbodige luxe wanneer ambtsdragers leren om tegenspraak op waarde te schatten

Inspraak en samenspraak zijn in dit kader belangrijk, want we dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid om Gods Woord te verstaan en uit te voeren. En zou het ook mogelijk zijn om meer van tegenspraak gebruik te maken?

In de leiderschapsliteratuur wordt al onderkend, zij het schoorvoetend, dat tegenspraak van essentiële waarde is om tot een verantwoorde visie te komen. Leiders worden aangemoedigd om tegenspraak niet alleen te verwelkomen, maar zelfs te organiseren.

Het lijkt me, in de context van de complexe dimensies van diversiteit, geen overbodige luxe wanneer ambtsdragers leren om tegenspraak op waarde te schatten, vaak als (gebrekkige?) uitdrukking van Gods creativiteit en menselijke diversiteit, om zodoende bij te dragen aan het verlossende en herstellende werk van Christus, die allerlei mensen een nieuwe plek van waardigheid gaf.

Bijbelse voorbeelden van tegenspraak, bijvoorbeeld door Jezus (Matteüs 16:22-23), maar ook in de kerk (Handelingen 6:1, 9:26-27, 11:2-3, 15:1-2), zouden we niet moeten lezen als een voorbije fase in het leven van de nieuwtestamentische geloofsgemeenschap, maar als een essentieel proces om tot een beter verstaan van Gods wil te komen. In diverse perioden van grote veranderingen biedt dat een model van handelen.

Leestips
Over de omgang met verschillen in de gemeente: Piet Schelling, Mijn gelijk en ons geluk. Omgaan met verscheidenheid in de gemeente, Zoetermeer (Boekencentrum), 2012.

Kerkhistorisch gericht: W. van ‘t Spijker, Conflictstof binnen de gemeente en de weg van het evangelie, Heerenveen (Groen), 2012.

Over de oorzaken van conflicten en hoe je ermee kunt omgaan: Eddy de Pender, Vrede stichten in de kerk, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2014.

Bevat een paar waardevolle hoofdstukken over diversiteit: Sake Stoppels, Voor de verandering. Werken aan vernieuwing in gemeente en parochie, Zoetermeer (Boekencentrum), 2009.

Een paar bijdragen over bouwen aan relaties, elkaar aanvaarden en constructief omgaan met verschillen: Marius Noorloos, Groeien bij de Bron. Kansen voor het christelijk en kerkelijk leven, Kampen (Kok), 2005.

Webtips
www.vredestichters.nl
Netwerk van sprekers, trainers en coaches die kerken en gemeenten ondersteunen bij meningsverschillen en conflicten. Op de website zijn diverse artikelen, vuistregels en tips te downloaden.

www.praktijkcentrum.org/diversiteit
Een compleet gemeenteprogramma met achtergrondinformatie en uitwerkingen voor gespreksavonden, geschreven door het Praktijkcentrum (GKv).

Delen.

Over de auteur

Jack Barentsen is universitair hoofddocent, vakgroepvoorzitter praktische theologie en onderzoeker bij het Institute of Leadership and Ethics aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, België.

Laat een reactie achter