René de Reuver: ‘Verschillen kunnen voor ongekende verdieping zorgen’

0

In een buitenwijk in Den Haag staat de Marcuskerk, een PKN-gemeente met verschillende kerkvormen onder één dak. Ds. René de Reuver werkt er nu zes jaar en voelt zich als een vis in het water. Diversiteit heeft oude theologische papieren, meent hij. In de kerk moet je eenheid zoeken, geen uniformiteit.

Te midden van de grauwe straten in de Haagse wijk Moerwijk staat een kloosterachtig gebouw. Lange rijen ramen, een klokkenstoel, een groot dak. Binnen brandt licht. De betonnen pilaren bij de ingang zijn oranjerood geschilderd, ongeveer de kleuren van ING, maar toch anders. Modern en klassiek tegelijk, dat typeert de Marcuskerk.

De ommuurde tuin aan de achterkant van de kerk, met verschillende groenten en een slingerend pad, is een oase van rust in een, zeker op deze waterkoude winterdag, vrij troosteloze omgeving.

Binnen wijst ds. René de Reuver naar de ontvangstruimte, met veel glas, die meteen grenst aan de binnenplaats aan de achterkant en de daarachter gelegen tuin. ‘Onze gemeente bestaat uit drie vormen, die deels overlappen. De tuin is onderdeel van een kerkvorm gericht op mensen van 20 tot 40 jaar, die we MarcusConnect noemen’, vertelt hij. ‘Mensen kunnen er twee keer per week binnenlopen. Ze kunnen zelf een stukje moestuin bewerken of alleen komen om even te zitten of een goed gesprek te hebben.’
MarcusConnect is één van de pioniersplekken van de PKN. Het kerkgebouw is geschikt gemaakt voor deze nieuwe vorm. Wat ooit deel uitmaakte van de pastorie, is nu een ontvangstruimte met statafels en een spreekkamer met een open doorgang naar de binnenplaats en de tuin.

Naast de individuele gesprekken houdt theologe en pionier Bettelies Westerbeek, speciaal hiervoor aangesteld, zich bezig met een Bijbelstudiegroep waar op dit moment zo’n vijftien mensen aan meedoen. Het biedt de deelnemers, veelal migranten, ook een ingang om hun levensverhaal te delen. De Reuver: ‘Het gaat ons om de opbouw van nieuwe geloofsgemeenschappen. Mensen zijn in deze wijk nauwelijks met elkaar verbonden. Als we daar iets aan kunnen doen, hebben we al een slag gemaakt.’

Winkelpand

De Moerwijk is een doorgangswijk. ‘Zodra de mensen ergens anders kunnen wonen, doen ze het’, zegt De Reuver. ‘Alleen wie er economisch niet op vooruitgaat, blijft. Er zijn dan ook grote sociale problemen.’

De Marcuskerk was ooit een doorsnee PKN-gemeente in deze wijk. ‘Maar terwijl de wijk verkleurde, bleef de gemeente wit, en vergrijsde ook nog eens’, vertelt de predikant. ‘Het was niet zo dat wat men deed niet goed was. Het bleek alleen niet toereikend.’

(beeld Johanne de Heus)

René de Reuver. (beeld Johanne de Heus)

Een jaar of twintig geleden werden er daarom verschillende loten aan de stam toegevoegd. ‘We zijn gaan kijken wat we zouden kunnen betekenen. Voor diaconaat hadden we te weinig menskracht. Daarom hebben we ingezet op het opbouwen van een nieuwe geloofsgemeenschap. Daar zijn MarcusConnect en eerder al de Kinderwinkel uit voortgekomen.’

Samen met de traditionele kerkgemeenschap met diensten op zondagochtend vormen MarcusConnect en de Kinderwinkel als het ware ‘drie bollen’ van de kerk, die elkaar overlappen en die heel diverse groepen uit de wijk weten te bereiken.

Terwijl hij koffie zet, vertelt De Reuver enthousiast over de Kinderwinkel. Deze kerkvorm voor kinderen bestaat nu al twintig jaar en is gevestigd in een oud winkelpand in de buurt. Er komen, verdeeld over de verschillende activiteiten, een paar honderd kinderen per week.

De meeste kinderen komen uit gezinnen met een moslim- of (christelijke) migrantenachtergrond. Dat is geen enkel probleem, is de ervaring van De Reuver, als je maar duidelijk bent over wat er op het programma staat. ‘Bij sommige activiteiten komt de Bijbel op tafel, bij andere niet. Sommige kinderen volgen het hele pakket aan buitenschoolse activiteiten, andere niet alles. Dat is de keuze van de ouders. Maar het is voor iedereen volstrekt duidelijk dat de kerk dit doet. En dat wordt zeer gewaardeerd.’

Apartheid

Voor De Reuver loopt de kerkelijke praktijk met al zijn diversiteit over in theologische bevlogenheid. In 2004 publiceerde hij zijn proefschrift Eén kerk in meervoud. Een theologisch onderzoek naar de ecclesiologische waarde van pluraliteit. ‘Ik ben een systematicus. Ik houd ervan om de dingen in de kerk te doordenken. Wat zijn de theologische papieren van wat we doen?’

‘Ik merkte bovendien dat het omgaan met diversiteit niet eenvoudig is. Het is moeilijk om verschillende denkbeelden naast elkaar te laten bestaan. Aan de ene kant zie je radicale pluraliteit, waarbij iedereen zijn eigen waarheid koestert. Aan de andere kant houden veel gemeenten heel krampachtig vast aan uniformisme: alles hetzelfde. Als je in die valkuil stapt op het gebied van liturgie, ethiek, geloofsleven en waarheid, dan is alles uitgekristalliseerd: ben je christen, dan moet je “het hele pakket” aanvaarden. Dat draagt het risico in zich van een soort apartheid, waarbij de kerk er alleen is voor gelijkgestemden.’

‘Wij hebben in Boskoop geen beter gesprek over de doop gehad dan toen er zich een verschil van inzicht voordeed’

Uniformiteit gaat goed zolang iedereen zich in dat spoor begeeft, meent De Reuver. ‘Maar wij hadden in Boskoop, de gemeente waar ik stond toen ik aan mijn proefschrift werkte, een betrokken stel waarvan de vrouw afkomstig was uit een evangelische gemeente. Zij had gekozen om met haar man mee te gaan naar een protestantse kerk. Tegelijkertijd was de volwassendoop heel wezenlijk voor haar. Zij stelde de vraag: moet ik mijn kind wel laten dopen?’

‘Haar punt was: ik respecteer jullie keuze voor de kinderdoop, maar vraag dit niet van mij. Wat is dan sterk, vanuit het evangelie gezien? Zeg je dan: wij staan voor de kinderdoop, sluit je maar aan bij een evangelische gemeente? Of kies je ervoor om te erkennen dat er binnen de christelijke traditie, met een beroep op de Bijbel, verschillend over wordt gedacht?’

Er moet ruimte zijn voor de weg die de Geest in het leven van iemand is gegaan, leerde De Reuver van deze situatie. En: verschillen kunnen voor ongekende verdieping zorgen. ‘In Boskoop zijn uiteindelijk drie kinderen uit dat gezin niet gedoopt, maar opgedragen. De kerkenraad zei: we zoeken een weg waar jullie je als gezin in kunnen vinden en waar je een zegen in kunt ontvangen. Dat hebben we gedaan. Eenheid is dus niet hetzelfde als uniformiteit. De doop is fundamenteel, maar het tijdstip waarop de doop wordt bediend is dat niet. Dat is niet het punt waar de wegen uiteen hoeven te gaan.’

Zandloper

Zoek eerst naar eenheid, naar wat je deelt met elkaar. Dat is in De Reuvers ervaring verrijkend en ook precies wat het christendom spannend maakt. ‘Als je die eenheid in Christus niet kunt vinden, dan is er pas een probleem. Wij hebben in Boskoop geen beter gesprek over de doop gehad dan toen dat verschil van inzicht zich voordeed. Andere kerkleden zeiden: ik blijf voor de kinderdoop, maar ik heb veel respect voor deze twee ouders. Dat is grote winst!’

Diversiteit, hoe lastig ook, is daarom gewenst in iedere kerk, vindt De Reuver. ‘De christelijke kerk is altijd veelkleurig geweest. Calvijn schrijft over de aanpassing van God aan de context waarin het evangelie klinkt. Zo is diversiteit een uitdaging die typerend is voor de christelijke kerk. Voor mij is het veelzeggend dat het volk Israël twaalf stammen had, die voortkwamen uit heel verschillende zonen van Jacob. En dat Jezus twaalf discipelen had, met ieder hun eigen karakter. Dat kun je ook vertalen naar de diversiteit van de kerk. Diversiteit is vervoeging van eenheid.’

‘Voor mij is het veelzeggend dat het volk Israël twaalf stammen had, die voortkwamen uit heel verschillende zonen van Jacob’

In zijn proefschrift over diversiteit haalt De Reuver verschillende passages uit het Nieuwe Testament aan. Is er wanneer het misgaat een soort standaard ‘conflictoplossingsmodel’ dat Paulus bijvoorbeeld hanteert? ‘In de Korintebrief wordt de gemeente geconfronteerd met meervoudigheid. Paulus legt dan de nadruk op eenheid. En wanneer volgens het boek Handelingen de gemeente van Jeruzalem neigt naar uniformisme, zoekt Paulus ruimte voor diversiteit. Het probleem in Korinte was niet dat er verschillende groepen waren, maar dat die met elkaar gingen concurreren. Zo van: als je niet van ons bent, ben je geen christen. Ik gebruik graag het beeld van de zandloper. Het zand loopt vanuit de volheid naar een concentratiepunt en vanuit het centrum, Christus, waaiert het weer uit. Paulus zegt in Efeziërs 3: we hebben alle heiligen nodig om het geheimenis te vatten.’

Koekoek

In de bespreking van de situatie van de doopouders in Boskoop viel het woord ‘geloofsbiografie’. Wat is De Reuvers eigen geloofsbiografie en wat heeft hij daarbij van anderen die verschillend waren opgestoken? ‘Geloof en biografie zijn twee verschillende dingen. Geloof is wat je van Godswege ontvangen hebt, dus wat van de andere kant binnenkomt. Tegelijk respecteert God je biografie. Hij openbaart Zich in levens van mensen en mensen zijn geen robots. Als je wat ouder wordt, vallen de stukjes wat meer in elkaar.’

‘Toen ik jong was zijn mijn ouders van kerk veranderd. Ze werden hervormd, terwijl ze daarvoor lid waren van de Gereformeerde Gemeente. Ik was puber toen dat gebeurde. De Gereformeerde Gemeente was er één van de bevindelijke variant, dus: het leven doet mee in de geloofsbeleving. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Tegelijkertijd heb ik van die overgang opgepikt: denk ook zelf na. Als je denkt: hier kan ik niet mee leven, dit voedt mijn geloof niet, dit is voor mij de dood in de pot, dan kan dat een hele worsteling zijn, maar dan maak je zo’n stap.’

Dat is karaktervormend, biografievormend geweest voor De Reuver. ‘Net als het besef dat geloof nooit vanzelfsprekend is. Ik kom uit Capelle aan den IJssel en in ons rijtje huizen waren wij de enigen die naar de kerk gingen. Als ik met vriendjes voetbalde, wist iedereen dat ik aan sommige dingen meedeed en aan andere niet. Geloof heeft te maken met persoonlijke keuze, in dit geval natuurlijk vooral de keuze van mijn ouders. Het gaat er niet om eigenwijs te zijn, maar het is niet altijd koekoek één zang onder christenen.’

Dubbel

De GKv is ooit gescheurd door een conflict, waaruit de NGK ontstond. Wat is er nodig om elkaar weer terug te vinden? De Reuver: ‘Wie ben ik om dat te zeggen? Je kunt wel de vraag stellen: past kerkscheuring bij ons? Is het verschil nu zo groot dat je zegt: wij trekken gescheiden op? Ik denk dan aan het woord van Christus in Johannes 17: ‘Opdat zij allen één zijn’. Eenheid is belangrijk omdat God één is. Hij is niet dubbel of gescheiden. Wie bij God hoort, bij Christus, hoort ook bij elkaar. Als je je gezamenlijk daarop bezint, opent zich een weg die je kunt gaan.’

Delen.

Over de auteur

Nels Fahner is zelfstandig journalist.

Laat een reactie achter