Ik volg een Jood en zijn naam is Jezus

0

De laatste dagen heb ik geworsteld met de vraag: kan ik met een bord met de tekst ‘Je suis Charlie‘ de straat op gaan? De uitkomst is: dat kan ik niet. Ik kan me heel goed verplaatsen in mensen die dat spontaan hebben gedaan. Maar ik kan het niet. En dat is een gewetenskwestie.

Ik ben solidair met de nabestaanden van de redactieleden van Charlie Hebdo die op 7 januari 2015 op meedogenloze wijze van het leven zijn beroofd. Maar ik kan me niet vereenzelvigen met het gedachtegoed van de redactie.

Charlie Hebdo is namelijk geen humoristisch blaadje, zoals de burgemeester van Rotterdam suggereerde. Als je het blad zo betitelt, doe je schromelijk tekort aan de principes waar het voor staat.

Toen er daags na de aanslag gedemonstreerd werd op de Dam in Amsterdam, werd er iemand afgevoerd omdat hij tijdens de minuut stilte begon te zingen. Hij zong ‘Het vrije woord’, een lied van cabaretier Hans Teeuwen.

Wil je weten wat de mensen van Charlie Hebdo ten diepste drijft, dan komt dit lied dicht in de buurt. En dan zult u begrijpen waarom ik me daar om des gewetens wille niet mee kan vereenzelvigen. Solidair met de nabestaanden: zonder meer! Maar me identificeren met hun principes en zeggen: ‘Ik ben Charlie’, dát kan ik niet.

Een scheldwoord aan het adres van Mohammed
zult u van mijn lippen niet horen

Dubbele bodem

Als ik iets omhoog wil houden, dan is het een bord met de tekst: ‘Je suis un Juif‘, ik ben een Jood. Dan stelt u de vraag: maar kun jij je dan wel identificeren met een Jood? Ken jij de angst om er op straat zomaar uitgeplukt te worden? Ken jij de onzekerheid dat jouw zaak, of die nu ligt in de Rue des Rosiers of ergens buiten het centrum van Parijs, zomaar doelwit kan zijn? Weet jij wat het is om niet naar de synagoge te kunnen op de sabbat na de aanslag, wanneer je wilt bidden en elkaar het meest nodig hebt?

Nee, die angst ken ik niet. Ik ben verbonden met het Joodse volk, als een trillend twijgje dat geënt is op de edele olijf van Gods verkiezing. Wanneer Joden wat wordt aangedaan, puur omdat ze Jood zijn, dan raakt me dat tot op het merg. Maar ik bén geen Jood.

Hoe haal ik het dan in m’n hoofd om hier met dit spandoek te gaan staan? Dat zal ik u zeggen. De tekst heeft een dubbele bodem. ‘Je suis‘ kan in het Frans twee dingen betekenen: ‘ik ben’, maar ook ‘ik volg’. ‘Je suis un Juif‘ betekent dus ook: ‘ik vólg een Jood’.

Dat is mijn devies: ik volg een Jood. En zijn naam is Jezus, Jesjua van Nazaret. Hij is verschenen tot redding van alle mensen. In Hem is Gods genade aan de dag getreden op het strijdtoneel van déze wereld.

Ooit heeft deze Jezus tegen de Samaritaanse vrouw gezegd: ‘Het heil is uit de Joden.’ Daarom verklaar ik vandaag, zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog: ‘Je suis un Juif.’

Kolen

Er wordt alom verkondigd dat níet schelden op de profeet een teken is van laffe zelfcensuur. Voor mij is niet schelden echter een voortvloeisel uit het volgen van Jezus.

In het licht van de Schrift is Mohammed een valse profeet, die zijn volgelingen heeft opgezadeld met een gespleten verhouding tot het gebruik van geweld. Maar een scheldwoord aan zijn adres zult u van mijn lippen niet horen. Omdat zijn volgelingen mij aan het hart gaan.

Het volgen van Jezus, Zoon van de levende God, heeft consequenties.
Dat ik, als ik uitgescholden word, me niet laat verleiden om terug te schelden.
Dat ik, in plaats van olie op het vuur te gooien, gloeiende kolen stapel op het hoofd van mijn naaste.
Dat ik opkom voor de waarheid, ook als die de publieke opinie niet welgevallig is.
Dat ik bid voor mijn vervolgers en ze niet vervloek.
Dat ik, voor zover het in mijn vermogen ligt, alles in het werk stel om met alle mensen in vrede te leven.

Naar Romeinen 13:
Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt.
Wilt u niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, berg u dan maar! Want de overheid voert het zwaard niet voor niets. Ze staat in dienst van God. En door wie het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn.
U moet haar gezag dus erkennen, niet alleen uit angst voor Gods toorn, maar ook omwille van uw geweten.

Naar Romeinen 12:
Stel, voor zover dat in uw vermogen ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’ Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem te eten, heeft hij dorst, geef hem dan te drinken. Dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd.’
Zegen wie u vervolgen; zegen hen, vervloek hen niet. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Delen.

Over de auteur

Albert van Leeuwen is predikant van de NGK Dronten.

Laat een reactie achter