Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock | 21 februari 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

De vragen die ik hierboven stelde, weerspiegelen uiteenlopende ervaringen met de praktijk van belijdenis doen. Wat ik bijvoorbeeld meer dan eens van predikanten hoor, is dat het animo voor belijdenis doen afneemt. Dat heeft natuurlijk te maken met de terugloop van het aantal kerkgangers in het algemeen en jonge kerkgangers in het bijzonder, maar los daarvan is de indruk van predikanten dat er ook minder belang wordt gehecht aan de openbare belijdenis van het geloof. Belijdenis doen: waar is het goed voor?

Een andere ervaring die ik tegenkom, is dat zich soms geheel onverwacht een hele groep jonge mensen aanmeldt voor het doen van belijdenis. De predikant denkt: jullie?! En bekomen van de eerste verbazing wordt de belijdeniscatechese opgestart. Belijdenis doen: voor wie is het eigenlijk?

Tot slot kom ik predikanten tegen die geconfronteerd worden met vragen als: Waar moet ik het over hebben in de belijdeniscatechese? Welke onderwerpen breng ik ter sprake? Wat mag niet gemist worden? Wat zijn de wezenlijke vragen die ik moet agenderen? Oftewel: belijdenis doen: waar gaat het over?

Waar is het goed voor?

In 2011 organiseerden de jongerenorganisaties HGJB en JOP een symposium over belijdenis doen. De achtergrond was de terugloop van het aantal belijdenissen in de protestantse kerken. Centraal stond de vraag of de openbare geloofsbelijdenis een achterhaald fenomeen is.

Die vraag is sindsdien niet minder actueel geworden. Vaak wordt daarbij genoemd dat jongeren zich tegenwoordig maar moeilijk verbinden aan een geloofsgemeenschap. Maar is dat inderdaad waar belijdenis doen over gaat en waar het goed voor is?

De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland noemt vier motieven om belijdenis te doen. Je doet het om de doop te ontvangen of te beamen, om van de Heer te getuigen, om medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus en om te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten.

Dat is dus meer dan een persoonlijke geloofsbelijdenis van de Drie-enige God en een belofte om van Hem te getuigen. Je spreekt ook de intentie uit om verantwoordelijkheid te dragen in Gods koninkrijk en de christelijke gemeente en je doet een belofte van trouw aan de persoonlijke en gezamenlijke godsdienstoefening. Verder herinnert het mensen die als kind gedoopt zijn aan hun doop en daagt het hen uit om die te beamen. Je bent niet in de eerste plaats een individu, maar onderdeel van het lichaam van Christus, delend in het verbond. Ons geloof is een gemeenschappelijk geloof en een geloof dat in de gemeenschap betekenis krijgt en zeggingskracht heeft. De beaming van de doop geeft daar uitdrukking aan.

De vraag waar openbare geloofsbelijdenis goed voor is, kan dus beantwoord worden met vier kernwoorden: doop (ontvangen of beamen), getuigenis, verantwoordelijkheid en trouw. Overigens speelt in een deel van de kerkelijke praktijk ook de toelating tot het heilig avondmaal als motief mee.

Deze vier kernwoorden zijn terug te horen in de persoonlijke motivaties van belijdeniscatechisanten. Hieronder geef ik er vier die meer dan eens te horen zijn:

  • ‘Ik wil belijdenis doen omdat ik mijn doop als kind wil beantwoorden. Mijn ouders kozen ervoor om mij bij God te brengen en in de doop koos God ervoor om mijn Vader te zijn. Nu is het moment dat ik zelf graag ja wil zeggen tegen God, zodat het echt mijn eigen keuze is.’
  • ‘Ik wil belijdenis doen om aan de gemeente en iedereen die het maar wil horen te laten zien dat ik geloof in God. Ik wil het niet voor mezelf houden, maar er openlijk voor uitkomen.’
  • ‘Ik wil belijdenis doen omdat ik zo dankbaar ben voor wat ik allemaal heb ontvangen in onze kerk. Natuurlijk mijn ouders, maar ook de mensen van de crèche, de leiding van de club. Ze hebben altijd zo veel gedaan voor ons als jongeren. Ik wil nu graag zelf verantwoordelijkheid nemen in de kerk, omdat ik heb ervaren hoe belangrijk dat voor me is geweest.’
  • ‘Ik wil belijdenis doen omdat ik het gevoel heb ik dat ik echt niets anders wil dan te geloven en bij de kerk te horen. Ik heb best vaak momenten gehad dat ik er niets van wilde weten of dat het op een laag pitje stond. Maar nu wil ik ervoor gaan.’

‘Er doen steeds minder jongeren belijdenis,’ wordt wel gezegd. Maar is dat ook zo? OnderWeg dook in de statistische overzichten van de Handboekjes (GKv) en de Informatieboekjes (NGK) van de afgelopen dertig jaar en zette de cijfers op een rij. De bovenste twee diagrammen tonen de jaarlijkse aantallen doopleden, gemiddeld per tijdvak van vijf jaar, die openbare geloofsbelijdenis hebben afgelegd. In de NGK (blauw) is aanvankelijk sprake van een daling, daarna volgt een tiental jaren waarin het aantal licht toeneemt (van 1999 tot 2008) om in de laatste vijf jaar weer fors te dalen. In de GKv (roze) is tot 1998 sprake van toename, daarna van afname in een steeds hoger tempo.  In de onderste twee diagrammen zijn die aantallen afgezet tegen het aantal doopleden; zij zijn het immers die voor het doen van openbare geloofsbelijdenis in aanmerking komen. De diagrammen laten zien: hoeveel procent van de doopleden legde in een bepaald tijdvak openbare geloofsbelijdenis af? Dat toont een net iets ander beeld, maar uiteindelijk met dezelfde trend: het aantal jongeren dat openbare geloofsbelijdenis aflegt in de NGK en in de GKv neemt zowel in absolute zin als procentueel af.
‘Er doen steeds minder jongeren belijdenis,’ wordt wel gezegd. Maar is dat ook zo? OnderWeg dook in de statistische overzichten van de Handboekjes (GKv) en de Informatieboekjes (NGK) van de afgelopen dertig jaar en zette de cijfers op een rij.

De bovenste twee diagrammen tonen de jaarlijkse aantallen doopleden, gemiddeld per tijdvak van vijf jaar, die openbare geloofsbelijdenis hebben afgelegd. In de NGK (blauw) is aanvankelijk sprake van een daling, daarna volgt een tiental jaren waarin het aantal licht toeneemt (van 1999 tot 2008) om in de laatste vijf jaar weer fors te dalen. In de GKv (roze) is tot 1998 sprake van toename, daarna van afname in een steeds hoger tempo.

In de onderste twee diagrammen zijn die aantallen afgezet tegen het aantal doopleden; zij zijn het immers die voor het doen van openbare geloofsbelijdenis in aanmerking komen. De diagrammen laten zien: hoeveel procent van de doopleden legde in een bepaald tijdvak openbare geloofsbelijdenis af? Dat toont een net iets ander beeld, maar uiteindelijk met dezelfde trend: het aantal jongeren dat openbare geloofsbelijdenis aflegt in de NGK en in de GKv neemt zowel in absolute zin als procentueel af.

Waar gaat het over?

De kernwoorden doop, getuigenis, verantwoordelijkheid en trouw geven direct ook een antwoord op de vraag waar belijdenis doen en belijdeniscatechese over gaan. Welke inhouden zouden centraal moeten staan in de belijdeniscatechese?

  • De doop: Welke kracht gaat uit van de doop in mijn leven? Wat betekent het om te leven uit Gods beloften? En om te leven naar zijn geboden?
  • Getuigen: Wat is dat? Waarom zou ik het doen? Hoe doe ik dat al en hoe kan ik dat gaan doen?
  • Verantwoordelijkheid dragen: Wat zijn mijn gaven die betekenis hebben voor de opbouw van de gemeente van Christus? Hoe kunnen deze ingezet worden en hoe doe ik dat al? Wat heeft mijn gemeente nodig?
  • Trouw zijn: Hoe kan ik een nieuwe schakel zijn in de geloofstraditie van mijn gemeente? Wat betekent trouw concreet voor mij? Waarom is dat belangrijk? Hoe houd ik dat vol?

 

Hieruit blijkt wel dat de verbinding aan de geloofsgemeenschap inderdaad een belangrijk aspect van belijdenis doen is. Daarbij kan het gaan om een verbinding aan het geloof van de geloofsgemeenschap (dat houdt verband met doo

Over de auteur
Jos de Kock

Jos de Kock is godsdienstpedagoog en hoogleraar praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

Meest gelezen

Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief