Christelijke homolobby lijkt het gesprek voorbij

1

Wat is er toch aan de hand met de christelijke homolobby? Met die vraag blijf ik zitten na de ‘affaire Thony’ van een paar weken geleden. Het lijkt erop dat er voor hen nog maar één manier is om het onderwerp homoseksualiteit aan de orde te stellen en dat is hun manier.

In de afgelopen jaren heb ik als (principieel) celibatair levende homo een paar keer deelgenomen aan platforms die bedoeld waren om het gesprek tussen ‘voor’ en ‘tegen’ te bevorderen. Sommigen in mijn omgeving vonden dat ik daar niet aan moest meedoen, omdat men niet geloofde dat de ander werkelijk geïnteresseerd was in mijn mening. Maar ik wilde de polarisatie verminderen en dacht daar op deze manier aan te kunnen bijdragen. Nu vraag ik me af of die ‘sommigen’ misschien toch gelijk hadden.

Maar eerst over de ‘affaire Thony’. Op 11 februari plaatst de EO-jongerenbeweging BEAM op haar website het verhaal van de 19-jarige Thony. Na een periode waarin hij helemaal opgaat in de gayscene – ‘waar alles draait om uiterlijk, seks en scoren’, aldus Thony – is hij krachtdadig bekeerd. Hij is nog steeds homoseksueel, maar achter de relatie die hij had en zijn homoseksuele levenswijze heeft hij radicaal een punt gezet. Hij wil nu helemaal leven voor God.

Het is een nogal uitgesproken verhaal met een uitgesproken mening. Vandaar dat BEAM eronder schrijft: ‘We zijn ons ervan bewust dat er ook andere verhalen en meningen over homoseksualiteit bestaan. Lees bijvoorbeeld ook eens het interview met Miriam.’ Wie doorklikt, vindt het verhaal van Miriam, die gelukkig getrouwd is met een andere vrouw.

Cynisch

Je zou verwachten dat de christelijke homolobby het verhaal van Thony zou negeren. Het past tenslotte niet in hun kraam. Of je zou een reactie verwachten als: ‘Fijn voor hem, maar jammer dat hij doorslaat en helemaal geen homoseksuele relatie meer wil.’ Maar wat gebeurt er? Via de sociale media barst een hevig protest los: de EO had dit verhaal niet mogen publiceren!

De eerste reactie op de website van BEAM luidt, met een duidelijk cynische ondertoon: ‘Beste Thony, bedankt dat je een mening waarvan we hoopten dat die binnen de christelijke gemeenschap langzamerhand verleden tijd zou worden, weer leven hebt ingeblazen.’ En op andere plaatsen wordt de EO een gebrek aan verantwoordelijkheid verweten. ‘Wil je doden op je geweten hebben, blijf dan vooral dit soort verhalen plaatsen.’

De vereniging van christelijke homoseksuelen, lesbiennes en biseksuelen CHJC schrijft over het voorval een brief naar de EO. Wielie Elhorst, voormalig voorzitter van het LKP (de koepelorganisatie van de christelijke LHBT-beweging) laat via Facebook weten dat hij hoopt dat de EO een dergelijk bericht niet nog een keer zal plaatsen. ‘Want dat zal eenzelfde ophef geven’, belooft hij. ‘Wat ik je brom…’

Alleenrecht

Ik ben hiervan geschrokken! Ik snap dat men niet blij is met het verhaal van Thony. Maar waarom mag de EO daar geen ruimte aan geven?

Als de omroep er nu bij had gezegd dat Thony de enige juiste mening vertolkt, had ik me de verontwaardiging kunnen voorstellen. Maar dat is niet het geval. De EO verwijst na het artikel zelfs expliciet naar een interview dat een totaal andere mening vertegenwoordigt. De ene mening naast de andere. Maar de christelijke homolobby neemt daar geen genoegen meer mee. Er is maar één manier om het onderwerp homoseksualiteit aan de orde te stellen en dat is hun manier.

De orthodoxen moeten niet alleen een toontje lager zingen,
ze moeten nu maar eens hun mond houden

De christelijke homolobby heeft er terecht (!) voor gezorgd dat de stellige orthodoxie rond dit onderwerp voorzichtiger is geworden. Ze heeft zich als gesprekspartner een plaats verworven op allerlei christelijke podia. Een erg sterke plaats. Zó sterk dat men kennelijk de tijd rijp acht om het alleenrecht op deze podia op te eisen. De orthodoxen moeten niet alleen een toontje lager zingen, ze moeten nu maar eens hun mond houden.

Dat is niet iets van gisteren of eergisteren. Signalen ervan waren er al veel eerder. Op de platforms waar ik het in het begin over had, kreeg ik vaak het idee dat ik met mijn overtuiging eerder gedoogd werd dan dat men echt in gesprek wilde gaan.

Andersom kreeg dr. A. J. Plaisier op de studiedag die de Gereformeerde Bond en de HGJB in februari vorig jaar organiseerden ruimschoots de gelegenheid om zijn ‘afwijkende’ mening te berde te brengen. En de bonders zelf spraken op die dag voor het eerst in positieve zin over vriendschappen tussen homo’s.

De reacties van de homolobby bleven echter vooral zuur. ‘Ze zijn nog steeds niet zo ver.’

Zorg

Ik maak me hier zorgen over. De christelijke homolobby lijkt het gesprek voorbij. Ondertussen zitten hun woordvoerders wel prominent aan tafel bij minister Bussemaker, bij wie ze zich opwerpen als bruggenhoofden naar de orthodoxie.

In november 2011 stelde het LKP nog dat scholen zelf moeten kunnen uitmaken van welk materiaal zij gebruikmaken om het onderwerp homoseksualiteit aan de orde te stellen. Ik vertrouw er niet bij voorbaat op dat men nu nog zal opkomen voor dat recht, óók als dat materiaal de traditionele christelijke visie uitdraagt (ik hoor het graag als deze twijfel onterecht is).

Nog even terug naar de affaire Thony. De christelijke homolobby maakt zich zorgen dat dit geluid nog steeds klinkt. Ik wil daar graag mijnerzijds een zorg tegenoverstellen. Hoe is het mogelijk dat men in alle ophef nauwelijks of niet wijst op de gevaren die er in de gayscene inderdaad zijn? Zijn we al zo ver dat de christelijke homolobby liever een Thony heeft die gaat voor seks, seks en nog eens seks dan een Thony die God vindt en daarop besluit zonder seksuele relatie verder te gaan?

Delen.

Over de auteur

Herman van Wijngaarden is als schrijver en redacteur werkzaam bij de HGJB, een jeugdorganisatie binnen de PKN. Van zijn hand verscheen onder meer het boek 'Oké, ik ben dus homo – over homoseksualiteit en het volgen van Jezus'.

Laat een reactie achter