Informele contacten zijn vaak bepalend voor samenwerking

Wieke Malda-Douma | 30 mei 2015
  • Trefpunt

In 2014 heeft het Praktijkcentrum van de GKv een grootschalig onderzoek uitgevoerd in de GKv, CGK en NGK naar de stand van zaken rond kerkelijke samenwerking. De resultaten van dit onderzoek laten een flinke toename zien in de samenwerking tussen de drie kleine gereformeerde kerken. Daarnaast blijkt er ook op veel fronten te worden samengewerkt met andere kerkgenootschappen.

Op landelijk niveau is consensus bereikt over zaken die lokaal nog voor grote belemmeringen zorgen. (beeld Henk Visscher/RD)

Op landelijk niveau is consensus bereikt over zaken die lokaal nog voor grote belemmeringen zorgen. (beeld Henk Visscher/RD)

Het Praktijkcentrum van de GKv heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Deputatenoverleg Eenheid (DOE, zie kader). Het onderzoek heeft in 2014 plaatsgevonden en is deels een herhaling van een onderzoek hierover uit 2006. De resultaten zijn eerder dit jaar aangeboden aan het DOE. In dit artikel presenteren we enkele belangrijke ontwikkelingen en conclusies.

Intensivering

Samenwerking tussen kerken vindt vooral plaats in missionair werk, jeugdwerk en diaconaal werk. Ook is er vaak sprake van kanselruil en/of gecombineerde erediensten. Samenwerking op meer geloofsinhoudelijk terrein is vaak nog lastig. Gezamenlijke geloofsgesprekken, gemeentevergaderingen en samenwerking op het gebied van pastoraat komen niet veel voor. Bijna twee derde van de gemeenten wil de samenwerking graag intensiveren, waarbij groot belang wordt gehecht aan het gezamenlijk vieren van het avondmaal. Ongeveer een derde is niet op zoek naar verdere samenwerking.

Knellend

In veel gevallen heeft enthousiasmerend optreden van predikanten bijgedragen aan het goed op gang komen van de samenwerking op lokaal niveau. Daarnaast wordt ook het informele contact tussen gemeenteleden van beide kerken genoemd. Een derde factor is de gezamenlijke overtuiging van het belang van Christus’ opdracht tot eenheid.

Belemmerend voor samenwerking zijn vooral: kerkelijke afspraken, pijn uit het verleden en verschillende ideeën over de invulling van de eredienst. Met name binnen de CGK worden kerkelijke afspraken ‘knellend’ genoemd. Het verder intensiveren van de samenwerking wordt in een groot aantal gevallen belemmerd door een verschil in geestelijke sfeer en ligging.

Door gebrek aan informeel contact worden vraagstukken geproblematiseerd

Als kerkleden onderling contact hebben en samen actief zijn in allerlei projecten dan speelt dat een grote rol in het proces van samenwerking tussen twee kerken. In informele contacten proeft men elkaars geloofsbeleving en -belijden en leert men elkaar te vertrouwen. Deze informele contacten zijn vaak bepalend voor de uiteindelijke gesprekken over verdergaande samenwerking. Een gebrek aan informeel contact en vertrouwen heeft tot gevolg dat vraagstukken worden geproblematiseerd. Theologisch-inhoudelijke en kerkorganisatorische vraagstukken worden in zo’n sfeer onoverkomelijke belemmeringen.

Minder problematisch

Verder is onderzocht welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden sinds het onderzoek van 2006. Eén van de ontwikkelingen is een sterke toename van de contacten/samenwerkingen tussen GKv en NGK (van 25 naar 41 procent) en van plannen voor verdere uitbreiding van de samenwerking (van 5 naar 62 procent). Dit zien we bijvoorbeeld terug in de toenemende aantallen kanselruilen en gezamenlijke erediensten. Opvallend genoeg wordt het thema ‘vrouwelijke ambtsdragers’ in 2014 veel minder als problematisch gezien voor de samenwerking dan in 2006.

Verder worden meer voornemens geuit om de samenwerking tussen CGK en GKv op te starten of verder te ontwikkelen.
Sinds 2006 zien we ook een sterke toename van de samenwerking met andere geloofsgenootschappen. In de top drie staan daarbij de Gereformeerde Bond in de PKN, evangelische gemeenten en rooms-katholieke parochies. Dit gebeurt met name op diaconaal terrein en rondom concrete projecten en evenementen. Het levert tegelijk weer nieuwe vragen op over ruimte en mogelijkheden om dit verder uit te bouwen.

Toe-eigening

De meest in het oog springende conclusie van het onderzoek is de complexe relatie tussen de landelijke besprekingen en de ontmoetingen op lokaal niveau. Wat er op deze twee niveaus gebeurt, lijkt zich in hoge mate onafhankelijk van elkaar te ontwikkelen.

Enerzijds wordt aangegeven dat landelijke afspraken en regelingen de plaatselijke samenwerking belemmeren. Op lokaal niveau lijkt men verder te willen gaan dan op landelijk niveau mogelijk wordt geacht.

Anderzijds is op landelijk niveau consensus bereikt over zaken die op lokaal niveau nog voor problemen zorgen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kwestie van de toe-eigening van het heil (vooral bespreekpunt tussen CGK en GKv/NGK) en de kwestie van de binding aan de belijdenis (tussen GKv en NGK).

Het landelijke en het lokale proces bevruchten elkaar niet per definitie op een positieve manier. Beide processen verlopen in een geheel eigen tempo met een eigen dynamiek.

Losser

Een algemeen beeld – zoals bijvoorbeeld dit onderzoek schetst – is niet voldoende voor het oplossen van de vraagstukken van specifieke gemeenten met hun eigen mogelijkheden en belemmeringen. Dit onderstreept de noodzaak voor een deputaatschap als DOE om kennis op te halen van specifieke situaties, om daarmee de landelijke discussie te voeden en de landelijke regelgeving te dienen.

De uitdaging ligt op dit moment in de tendens naar een meer congregationalistische kerkstructuur, die in de GKv en de CGK zichtbaar is (in de NGK is deze vanouds meer aanwezig). Dat wil zeggen dat kerken op een lossere manier aan elkaar verbonden zijn en zich minder dan voorheen iets gelegen laten liggen aan meerdere kerkelijke vergaderingen.

De verwachting is dat deze ontwikkeling zich zal doorzetten. Daarom moet op landelijk niveau gezocht worden naar structuren die daar ruimte voor bieden, om zo de plaatselijke ontwikkelingen te voeden en te stimuleren. Ook vraagt deze ontwikkeling om een helder en inspirerend antwoord op de vraag in welke richting het samenwerkingsproces (ook met de niet-gereformeerde kerkgenootschappen) zich mag ontwikkelen, in het vertrouwen dat Christus zijn kerk zal leiden en bewaren.

Met medewerking van Tiemen Dijkema, als GKv-deputaat lid van het Deputatenoverleg Eenheid (DOE).

DOE
Het Deputatenoverleg Eenheid (DOE) van de deputaten voor samensprekingen van de drie kleine gereformeerde kerken heeft tot taak de kerkelijke samenwerking tussen deze kerken te stimuleren en te ondersteunen. Hun website www.kerkelijkeeenheid.nl bevat informatie voor kerkenraden en gemeenteleden over het werken aan kerkelijke eenheid.

Webtip
Het volledige onderzoeksverslag is te vinden op de site van het Praktijkcentrum: www.praktijkcentrum.org/kerkelijke-samenwerking-anno-2014.

Over de auteur
Wieke Malda-Douma

Wieke Malda-Douma is onderzoeker van het Praktijkcentrum van de GKv.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief