Eer van je werk

Myriam Klinker | 5 september 2015
  • Woordzoeker

‘Wil iemand zich op iets beroemen,
laat hij zich op de Heer beroemen.’
(2 Korintiërs 10:17)

Was of ben je misschien werkloos? Of vond je het lastig om met pensioen te gaan? Het is ook niet niks. Werk doet veel met je zelfwaardering. Velen zullen de gevoelens van nutteloosheid herkennen, of die neiging om je ontslag tegenover de omgeving ‘in zijn juiste context te plaatsen’.

(beeld Ian Allenden/123rf.com)

(beeld Ian Allenden/123rf.com)

Waarom gaan werk en zelfwaardering zo hand in hand? Het is natuurlijk een gezond verlangen om je – op welke plek dan ook – in te zetten voor de opbouw van de samenleving. Maar voor een groot gedeelte komt het ook doordat je werk een plek is waar je voortdurend geëvalueerd en al dan niet gewaardeerd wordt. Het begint eigenlijk al bij de sollicitatieprocedure. Je moet beter zijn dan de anderen. Je moet je opleiding, ervaring en kwaliteiten duidelijk profileren, anders maak je sowieso geen kans.

Mannetje

Jezelf neerzetten, daar was Paulus niet zo goed in volgens de christenen te Korinte. In deze gemeente kreeg Paulus dan ook niet veel eer van zijn werk. Vergeleken met andere apostelen die in dezelfde regio werkzaam waren, vonden zij hem maar een zwak mannetje, de aanduiding ‘apostel’ geeneens waardig.

Paulus reageert fel. De verdediging van zijn apostelschap vormt een rode draad door de tweede Korintiërsbrief. Hij wil helemaal niet hoog van zichzelf opgeven. Hij schrijft dat hij zich op geen enkele manier wil vergelijken met apostelen die ‘zichzelf aanprijzen’ en dus domweg zichzelf als maatstaf en norm neerzetten. Zelf werkt hij uitsluitend binnen de grenzen van het hem toegemeten werkterrein, grenzen die God voor hem heeft vastgesteld.

Hij wil wel eer van zijn werk, maar dan eer voor de Heer. ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen, want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen’ (2 Korintiërs 10:17-18).

Status

Paulus gebruikt hier woorden uit Jeremia 9:23, een tekst waarnaar hij in een eerdere brief aan de Korintiërs ook al had verwezen (1 Korintiërs 1:31). De passage bij Jeremia betreft een godsspraak in de context van het aangezegde oordeel. De Heer is woedend omdat Israël – zo blijkt uit hun daden – niks van Hem wil weten (Jeremia 9:2, 5).

In zijn woede neemt God zich voor om zijn volk te vernietigen. Want het is onbesneden van hart en wil Hem niet kennen. Maar het enige wat de Israëliet status geeft, het enige waar hij trots op kan zijn, is juist het kennen van zijn Heer – hoe Hij is, waar Hij eigenlijk op uit is: liefde, rechtvaardigheid en recht. Roemen op eigen wijsheid, kracht of rijkdom is volledig uitgesloten (Jeremia 9:22-23).

Waarschijnlijk is het niet toevallig dat Paulus tot tweemaal toe aan deze tekst uit Jeremia refereert. Het kennen van de Heer werd voor hem immers heel tastbare werkelijkheid door zijn ontmoeting met Christus op de weg naar Damascus, een ontmoeting die hem tot in het hart van zijn identiteit heeft geraakt. Dat kun je proeven uit zijn brieven. Christus is voor hem het één en al. Sinds die dag roemt hij niet meer op zijn eigen kunnen. Want het kennen van Christus Jezus, zijn Heer, overtreft voor hem alles (Filippenzen 3:3, 7). Op weg naar Damascus heeft de bewuste tekst uit Jeremia voor Paulus ongetwijfeld gewonnen aan diepte!

Werkterrein

Christenen delen in elk geval dit met Paulus dat ze hun talenten willen inzetten voor de opbouw van Gods koninkrijk. Daarbij heeft God voor ieder van ons de grenzen van het eigen werkterrein uitgestippeld. Wanneer dat patroon zich in jouw leven ontrolt, kan het verrassen, grillig lijken, klein of groot uitgemeten zijn. Maar het belangrijkste is om hierin de Heer te kennen. En dan mag je best eer behalen van je werk: eer voor de Heer.

Om over na te denken
Hoe kun je – heel concreet – God groot maken op de plek waar Hij jou geplaatst heeft?

Over de auteur
Myriam Klinker

Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief