James MacMillan en Bart Visser: zingen in De Lichtboog

Freddy Gerkema | 17 oktober 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

NGK De Lichtboog in Houten is geen doorsnee NGK met zijn 1.800 leden, eigen kerkgebouw, drie diensten op een zondag, charismatische trekjes en rijke palet aan kerkelijk werkers. Eén van die werkers is James MacMillan. Twee dagen per week coacht hij de musici van de gemeente voor de zondagse diensten. Samen met zijn voorganger Bart Visser vertelt hij over de opzet van de diensten, de liederen die gezongen worden en de toerusting van de musici.

Als ik vraag naar de ontwikkelingen in het gezongen lied in Houten, maakt Bart Visser direct de sprong naar het begin van de jaren negentig en een ‘legendarische’ gemeentevergadering die de toen nog doorsnee Nederlands-gereformeerde gemeente van Houten op een ander spoor zette. Bart: ‘Dick Westerkamp, die net predikant was geworden, had zorgwekkend statistisch materiaal over de betrokkenheid van jongeren bij de kerk en pleitte ervoor om de diensten veel meer te richten op de volgende generaties. De vraag aan de 30-plussers was of ze het traditionele liederenpakket van psalmen en gezangen in ieder geval voor een deel wilden opgeven, om ruimte te maken voor de liederen die jongeren graag zingen. Dat gebeurde.’

Die stap gaf allerlei verschuivingen. Niet langer werd er alleen in bijzondere diensten een lied gezongen uit Opwekking of uit de Youth for Christ-bundel, alle diensten werden ‘bijzonder’. Visser: ‘Het zondagse lied werd iets waar we als plaatselijke gemeente onze weg in gingen zoeken. Tot die tijd – en dan spreek ik over de jaren zeventig en tachtig – was dat meer iets van het landelijk kerkverband, dat bijvoorbeeld een verantwoorde selectie maakte uit het Liedboek voor de Kerken. Dat veranderde bij ons dus in de tijd na die gemeentevergadering. Daarbij speelde ook de Alphacursus een rol. De deelnemers daaraan, vaak onbekend met de kerk, hadden geen idee van liedboeken en de opzet ervan. Dat nodigde uit om de overheadprojector en de beamer, die we bij het Alphawerk al gebruikten, ook in te zetten in de diensten.’

James MacMillan coacht twee dagen per week de musici van NGK De Lichtboog voor de zondagse diensten. 'Het is een hele kunst om muziek te maken.'

James MacMillan coacht twee dagen per week de musici van NGK De Lichtboog voor de zondagse diensten. ‘Het is een hele kunst om muziek te maken.’

Geen bundels

In Houten ging het niet van twee naar één dienst, maar van twee naar drie. Al is het wel zo dat ook in Houten maar weinigen meer dan één dienst per zondag bezoeken.

De drie diensten hebben een verschillende kleur. James: ‘De dienst van 9.15 uur is het meest traditioneel, met een wetslezing, een geloofsbelijdenis en meer psalmen en gezangen dan in de andere twee samenkomsten. Misschien denk je dat je hier alleen maar oudere gemeenteleden zult aantreffen, maar dat is zeker niet het geval. Er zijn juist veel jonge ouders. Dat hangt voor een deel samen met de aanvangstijd, die voor hen gunstig is.’

‘Om 11.30 uur is er een gezinsdienst’, vervolgt James. ‘Daar klinken veel kinderliederen, Psalmen voor Nu en Opwekking. Eens per maand maken de kinderen deze dienst helemaal mee. Ten slotte is er om 14.00 uur een dienst waarbij we mikken op de leeftijd 18-30 jaar. In deze middagdienst wordt Opwekking gezongen en soms ook Engelstalige liederen. Ik vind het leuk om te merken dat de drie diensten ook een beetje naar elkaar toegroeien. Dat hangt volgens mij samen met de manier waarop we onze diensten qua liedkeus voorbereiden.’

‘Bij ons zijn de muziekteams verantwoordelijk
voor de liedkeus’

Dat laatste maakt nieuwsgierig. Hoe gaat dat in Houten in zijn werk? Het eerste wat opvalt, is dat de predikant niet bepaalt welke liederen gezongen worden. ‘Dat is inderdaad veranderd’, zegt James. ‘Bij ons zijn de muziekteams verantwoordelijk voor de liedkeus. Zij krijgen van degene die voorgaat het thema van de dienst op en gaan dan aan de slag. Daarbij wordt niet gelet op bundels, maar wordt vooral inhoudelijk vanuit het thema gewerkt. En – heel basic – vanuit het verlangen om de Heer lof toe te zingen. Verder rekenen we zoals gezegd met de eigen kleur van de drie diensten. En ook met praktische kanten, zoals de muzikale mogelijkheden van de musici. Dat is heel belangrijk.’

De tijd van het jaar speelt ook een rol, vindt James. ‘Dan denk ik aan de adventsweken, waarbij je als gemeente toch een beetje naar kerst toezingt. Of aan de lijdenstijd, met de gerichtheid op kruis en opstanding. Maar in bundels wordt nauwelijks gedacht. Daar komt bij dat veel liedboeken (misschien wel allemaal) verzamelbundels zijn. Dat geldt ook voor recente bundels als Op Toonhoogte en Hemelhoog. En hetzelfde kun je volgens mij zeggen van Opwekking. Voor sommige mensen is dat een soort begrip, alsof het om een heel specifiek genre liederen gaat. Voor mij is het in feite een verzamelbox met liederen van heel verschillende achtergrond en stijl.’

James heeft de indruk dat er de laatste jaren meer liederen in de gemeente worden gezongen waarvan de oorspronkelijke tekst in het Nederlands is geschreven, zoals de Psalmen voor Nu en de liederen van Sela. Dat gaat volgens hem wat ten koste van Opwekking en de liederen van Taizé en Iona.

Canon

Een punt van aandacht bij de keuze van liederen is hoe bekend ze zijn. Onbekendheid kan een negatieve factor in een dienst worden als je bij te veel liederen vooral met de noten bezig bent, zodat je er niet toe komt om je over te geven aan de inhoud. James herkent dat: ‘Je moet in een dienst niet meer dan één onbekend lied hebben. Een voordeel van onze werkwijze met een paar vaste muziekteams is dat we aan een liedrepertoire bouwen. We hebben dus geen formele canon, maar gaandeweg is er wel een praktische canon ontstaan van liederen die in de gemeente graag en goed gezongen worden.’

Bart Visser hoopt dat er nog eens een volwaardige hbo-opleiding theologie komt, waarin mensen ook kunnen worden opgeleid tot kerkelijke werker in de muziek.

Bart Visser hoopt dat er nog eens een volwaardige hbo-opleiding theologie komt, waarin mensen ook kunnen worden opgeleid tot kerkelijke werker in de muziek.

Gordijnen

Het begrip liturgie vinden de beide heren lastig te hanteren. Bart: ‘Als je het woord “liturgie” laat vallen, gaat er van alles mee resoneren, vooral vanuit het verleden. Hier in Houten gebruiken we geen liturgie die is vastgesteld door een synode of landelijke commissie. Wel zijn er momenten die in liturgische zin structuur geven aan de dienst, zoals een stiltemoment en votum en groet. Er brandt een kaars en we zingen een kaarslied. En ook de aankleding van de kerkzaal doet natuurlijk iets: het kruis aan de muur, het doopvont met daarachter de gordijnen, waarvan eentje steeds de kleur heeft van het kerkelijk jaar. Al denk ik dat de meeste mensen de betekenis ervan niet of nauwelijks kennen.’

Kunst

Het meest opvallend aan de situatie in Houten is misschien wel dat de gemeente een betaalde kracht in dienst heeft ten behoeve van de gemeentezang. Bart en James vinden dat echter geen overbodige luxe. James: ‘Elke week moeten drie diensten muzikaal begeleid worden. Dat vraagt de nodige organisatie en een flink aantal muziekgroepen. We hebben elf muziekgroepen, oftewel zo’n honderd mensen die met muziek en geluid bezig zijn. Dat betekent dat ik voortdurend alert ben op nieuwe mensen die een instrument kunnen bespelen. Je hebt er eigenlijk nooit genoeg.’

‘Als je het woord “liturgie” laat vallen, gaat er van alles mee resoneren, vooral vanuit het verleden’

‘Een volgende stap is dat je zo’n muziekgroep moet coachen. Belangrijk is dat de musici de gemeente begeleiden en niet bezig zijn met een optreden. Hoe sta je dus op een podium, wat is je lichaamstaal, wat straal je uit? Dat is echt belangrijk. En dan is het ook een hele kunst om samen muziek te maken. Oefening baart kunst, zeggen ze, en dat is ook zo. Maar dat moet dan wel gebeuren. Het is ontzettend leuk om te zien dat daar soms geweldige vorderingen in worden gemaakt.’

Bart: ‘Dat samenspelen gaat inderdaad niet vanzelf. Neem alleen al het feit dat je als instrumentalist niet alles van een lied hoeft mee te spelen. Juist door op een bepaald moment wel mee te doen, maar op een ander moment niet, voeg je veel toe. Dat zijn dingen die de mensen moeten leren. Dat geldt zeker voor jongeren. We hebben twee jongerenbands van onder de 18 jaar en nog een kinderorkest. Ik vond het altijd ontzettend leuk om met hen te werken, en om op een gegeven moment te zien dat mensen doorstromen.’

Niet zomaar

Bart en James hebben ook buiten Houten geregeld cursussen en studiedagen gegeven aan muziekteams van andere gemeenten. In de loop van de jaren hebben ze daarbij het aantal organisten zien verminderen. ‘Er zijn andere begeleidingsvormen bijgekomen. Dat hangt samen met de veranderingen in het liedrepertoire: dat vraagt soms om een andere begeleiding dan die van een orgel.’

‘Ik ben voortdurend alert op nieuwe mensen die een instrument kunnen bespelen’

De beide musici kunnen erg genieten van zulke trainingen buiten de deur en zijn ervan overtuigd dat het nodig is. ‘Begeleiden in een kerkdienst, dat doe je niet zomaar. Je hebt soms organisten die al jaren de gemeentezang begeleiden, maar muzikaal toch een beetje zijn vastgeroest. En je hebt ook bands die vaak met groot enthousiasme begeleiden, maar kwalitatief nog zo zouden kunnen groeien. Met wat coaching kan er veel gebeuren.’

Bart Visser hoopt dat er nog eens een volwaardige hbo-opleiding theologie komt, waarin mensen ook kunnen worden opgeleid tot kerkelijke werker in de muziek.

Hart

Waar gaat het nou om bij het zingen in de kerk? Een mooie vraag om mee af te sluiten. James: ‘Het mooie aan gemeentezang vind ik dat je daarin een diepe eenheid kunt ervaren, zowel met God als met degenen die om je heen zitten. Dan kan het zijn dat liedbundels komen en gaan, maar dat is niet zo erg. Als je maar samen zingt voor God. Daarvoor moet je luisteren naar het hart van de ander, die naast je staat te zingen. En bedenk verder dat het lied en de liedcultuur in de kerk een groot geschenk is. Laat je niet beperken tot een klein deel daarvan.’

Bart sluit daarbij aan: ‘Soms is er in gemeentes veel gedoe over wat je wel of niet moet zingen. Dan worden liederen zo gemakkelijk een struikelblok. Het valt me op dat de smaak van mensen daarbij vaak zo’n grote rol speelt! Maar heerlijk is het als je al zingend daar bovenuit getild wordt: zing voor de Heer een nieuw lied. Dat kan zo verbindend werken. Wij als musici zijn ervoor om de mensen iets daarvan te laten ervaren.’

Over de auteur
Freddy Gerkema

Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord.

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief