Wat kost de kerk?

0

Gemeenten in de GKv moeten hogere bedragen opbrengen voor kerkelijke activiteiten buiten de eigen gemeente dan gemeenten in de NGK. Dat blijkt uit een vergelijking van de bovenplaatselijke lasten in beide kerkverbanden. In de NGK bedragen die jaarlijks circa 38 euro per kerklid, in de GKv 67 euro per kerklid. De trend is echter dat deze bedragen zich naar elkaar toe bewegen.

Bij bovenplaatselijke lasten gaat het om het landelijke quotum (het bedrag per kerklid dat de financiële instanties van de kerkverbanden jaarlijks van de gemeenten vragen als afdracht), het lidmaatschap van het landelijke Steunpunt KerkenWerk, de verplichte bijdragen van gemeenten aan missionair werk (binnenland) en zending (buitenland) alsmede de verplichte bijdragen aan andere bovenplaatselijke activiteiten, zoals een studentenpredikant of een gezamenlijke jeugdwerker voor alle classiskerken.

Uiteraard is het antwoord op de vraag wat de kerk kost veel uitgebreider dan dat. Dat antwoord begint met de plaatselijke lasten van gemeenten: het traktement van één of meer predikanten en/of kerkelijk werkers, de kosten van het kerkgebouw of van een gehuurde locatie, uitgaven voor catechese en jeugdwerk, financiële steun aan missionaire of diaconale projecten, ondersteuning van gemeenteleden die zijn uitgezonden voor werk in Gods koninkrijk, enzovoort. Die lasten verschillen zowel in de GKv als in de NGK sterk per gemeente, maar zijn in alle gevallen fors hoger dan de landelijke lasten. Gemiddeld is een kerklid al bijna 150 euro per jaar kwijt aan het traktement van een predikant.

Maar over al die dingen gaat het dus niet in dit artikel. Ik beperk me tot de min of meer verplichte afdracht van plaatselijke gemeenten voor bovenplaatselijke activiteiten. Daarbij gebruik ik zo veel mogelijk de (afgeronde) cijfers over 2015. Waar die niet beschikbaar zijn, val ik terug op cijfers uit 2014. De emeriteringsbijdragen en pensioenpremies in GKv en NGK blijven daarbij vanwege de systeemverschillen tussen beide kerken buiten beschouwing. In een volgend nummer daarover meer.

Landelijk

De afdracht binnen de GKv (67 euro per kerklid) is opgebouwd uit 31 euro voor landelijk geheven bijdragen, exclusief de pensioenbijdragen, en 36 euro voor classicaal of provinciaal geheven bijdragen voor zendingswerk in het buitenland, missionair werk in vooral de grote steden en andere classicale lasten. In de NGK is de afdracht van 38 euro per kerklid opgebouwd uit 19 euro voor landelijke geheven bijdragen, exclusief de pensioenbijdragen, en 19 euro voor de regionaal geheven, meer of minder verplichte bijdragen voor de zending in Zuid-Afrika.

De landelijke quota voor 2015 bedragen 29,17 euro (GKv) en 25,04 euro (NGK). Maar bij het ene kerkverband zitten posten in het quotum die er bij het andere kerkverband buiten vallen, en omgekeerd. Ik heb daarom een aantal correcties toegepast op het landelijke quotum. Dat leidt tot het overzicht ‘Bovenplaatselijke lasten landelijk kerkverband’ (zie kader).

Tabel

Deze cijfers weerspiegelen de verschillende rollen die het landelijke kerkverband in de GKv en de NGK speelt, ook bij de financiering van kerkelijke activiteiten. In de GKv is die rol behoorlijk groot, maar een stuk kleiner dan in het verleden. In de NGK is die rol kleiner, maar wel groter dan vroeger. Overigens laat de tabel op sommige punten een verrassend omgekeerd beeld zien.

Regionaal

Naast de verplichte bijdragen aan het landelijke kerkverband kennen beide kerken ook afdrachten waarover regionaal afspraken zijn gemaakt. In de GKv gaat het dan vooral om zending in het buitenland, missionair werk in eigen land en hulpbehoevende kerken in de eigen regio (gemiddeld 36 euro per lid). In de NGK gaat het alleen om de zending in het buitenland (gemiddeld 19 euro per lid).

Rond het GKv-gemiddelde van 36 euro per lid (waarvan 23 euro voor buitenlandse zending, 7 euro voor missionaire projecten in het binnenland, 3 euro voor hulpbehoevende kerken en 3 euro voor diversen) is sprake van grote onderlinge verschillen:

  • 51 euro in Holland-Noord (voor zendingswerk in Benin en missionaire projecten in Amsterdam, Amstelveen en Heerhugowaard, terwijl deze regio relatief weinig kerkleden telt).
  • 49 euro in Gelderland (voor zendingswerk in Oekraïne en een missionair project in Lichtenvoorde).
  • 47 euro in Holland-Zuid (voor zendingswerk in Benin en India en missionaire projecten in Rotterdam e.o).
  • 39 euro in Utrecht (voor zendingswerk in Congo en Oeganda en missionaire projecten in Utrecht en Amersfoort).
  • 38 euro in Zeeland/Brabant/Limburg (voor zendingswerk in India en missionaire projecten in Gent, Maastricht en Venlo).
  • 31 euro in de vier noordelijke provincies (voor zendingswerk in Indonesië, Zuid-Afrika en Latijns-Amerika).

In de NGK wordt alleen de zending (uitsluitend in Zuid-Afrika) regionaal gefinancierd. Er is geen sprake van gezamenlijke financiering van missionaire projecten in streekverband.

Er zijn drie samenwerkingsverbanden van kerken die de zending in KwaZulu Natal financieel en anderszins ondersteunen. Daarbij is niet altijd sprake van verplichte bijdragen, maar wel van financieringsmethoden die in het kader van dit artikel voldoende vergelijkbaar zijn. Dat leidt tot het volgende beeld:

  • Kamper zending (40 kerken): gemiddeld 16 euro per lid, variërend van 28 euro in de zendende kerk van Kampen tot 14 euro in de steunbiedende kerken.
  • Nederlands Gereformeerde Zendingsvereniging Nqutu (34 kerken): gemiddeld 25 euro per lid.
  • Stichting Zending Zuid-Afrika (7 kerken): gemiddeld 22 euro per lid.

Landelijk bezien komt dat neer op gemiddeld 19 euro per kerklid, met een bandbreedte van 14 tot 28 euro.

Deze cijfers laten zien dat de tussenlaag van de classis/regio in de GKv een stevige rol speelt in het gezamenlijk dragen van financiële lasten die de draagkracht van één gemeente te boven gaan. In de NGK is de financiering plaatselijk óf landelijk en speelt de regionale tussenlaag geen enkele rol als financieringsplatform.

Trend

De bovenplaatselijke lasten in de GKv zijn dus beduidend hoger dan in de NGK (zeker als de pensioenlasten erbij worden geteld), maar de twee kerkverbanden bewegen in dit opzicht wel naar elkaar toe. In de GKv is het landelijke quotum sinds 2010 met meer dan 20 procent gedaald en een speciaal deputaatschap bekijkt hoe de komende jaren de kosten van het landelijke kerkverband nog verder omlaag kunnen.

In de NGK is de trend omgekeerd, nu daar het besef is gegroeid dat ‘kerk zijn op een koopje’ op termijn niet wenselijk en niet houdbaar is. Het landelijke quotum steeg er sinds 2010 met ruim 15 procent en die stijgende trend lijkt zich de komende jaren door te zetten.

Webtip
www.steunpuntkerkenwerk.nl/wp-content/uploads/2013/05/Eindrapport-Cijfers-en-Feiten-2014-en-2013-publicatieversie-001-september-2015.pdf

Delen.

Over de auteur

Ad de Boer is actief in het NGK-kerkverband en was hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter