Vlucht niet weg voor de dood

0

De Bijbel getuigt van begin tot eind van een bewogen God, die trouw blijft aan zijn mensen. Maar kun je nog van een trouwe God getuigen in het aangezicht van de dood? Op bezoek bij Janny de Vries en Hanneke Smit, twee vrouwen die moeten leven met de dood.

Janny de Vries: 'Ik kan mij misschien wel door God verlaten voelen, maar ik wéét dat Hij mij nooit verlaat.'

Janny de Vries: ‘Ik kan mij misschien wel door God verlaten voelen, maar ik wéét dat Hij mij nooit verlaat.’

‘Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat eerst was is voorbij’ (Openbaring 21:4). Als klein meisje was dit mijn favoriete Bijbeltekst. En ‘De kerk van alle tijden’ vond ik het mooiste gezang. Het verhaalt van een God die ons door ramspoed, moeite en zorgen heen laat overwinnen.

Ik had al vroeg door dat dit leven gebroken is en dat wij mensen daar weinig aan kunnen veranderen. Hartverscheurend. Maar het goede nieuws is dat dit niet het einde van het verhaal is. Zelfs niet wanneer we oog in oog staan met de dood.

En toch. Slaan al die mooie woorden niet stuk op de wrange realiteit van het leven en de dood? Hoe persoonlijk en kwetsbaar de antwoorden op deze vragen ook zullen zijn, ik wil ze toch stellen aan mensen die de dood van heel dichtbij meemaakten. Omdat ik denk dat zij ons, juist in die kwetsbaarheid, een spiegel kunnen voorhouden.

43 jaar

Als eerste bel ik aan bij Janny de Vries. In 2012 is haar man Tjerk gestorven aan slokdarmkanker – vijf weken nadat ze de diagnose kregen. Hij is 65 jaar geworden. Ik zoek Janny op in haar woning in Amersfoort. Zodra ik binnenkom, zie ik een foto waarop ze omringd wordt door haar veertien kleinkinderen. Uitgelaten, breed lachend. Ze vertelt vol trots over haar kinderen en kleinkinderen, dankbaar ook dat de kinderen nog gelovig zijn.

Ook al is ze bijna 71 jaar, Janny werkt nog met veel plezier voor de ChristenUnie. Daarnaast is ze vrijwilliger bij een hospice. ‘Veel mensen denken: wat is ze sterk, ze redt zich wel, ze werkt nog, ze ziet er goed uit. Ja, ik ga door met leven, wat moet ik dan? Maar er is altijd een andere kant, een gemis, een verdriet dat niet voorbijgaat. Sommigen vragen: heb je het al een plaats gegeven? Wij zijn 43 jaar getrouwd geweest – wat denk je nu zelf? Dat is niet iets wat je een plaats geeft. Dat is iets wat je met je meedraagt. Het gemis, maar ook de goede herinneringen.’

Janny vertelt open en vrij over hoe ze de dood van haar man heeft ervaren. Tegelijkertijd kost het haar zichtbaar moeite. Het verdriet is tastbaar. Het maakt mij ook verdrietig. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om je man of vrouw te moeten verliezen. Het idee alleen al is hartverscheurend.

Ze laat me een gedicht lezen van Rien van den Berg. Woorden die haar verdriet recht doen:

‘Er is geen zin, geen woord van troost,
geen lief bedoeld gebaar dat aan mijn hart
de wond geneest
die schrijnt vanaf de dag dat jij – mij zo lief, mij zo
dichtbij – jij stierf.’
(…)
‘Ik weet het wel, je bent niet doodgegaan.
Hij die ons maakte voor elkaar, heeft je naar huis
gehaald. Maar weet je wel hoe leeg het is sindsdien?’

Ontzettend alleen

Omdat Tjerk snel achteruitging, weerden hij en Janny veel bezoek af. Ze wilden samen zijn als gezin. Mensen respecteerden dat. Maar nu Janny alleen is, is het een ander verhaal. Ze vertelt hoe ze zelf het initiatief moet nemen tot contact en hoe mensen schrikken als ze opbelt om een afspraak te maken.

‘Binnen de kerk is er weinig ruimte om kwetsbaarheid te laten zien’, zegt ze. ‘Mensen lijken zich er geen raad mee te weten als iemand laat zien dat het niet goed gaat. Ik kan me soms ontzettend alleen voelen, bijvoorbeeld bij gesprekken over vakanties en zo. Vraag mij gewoon eens hoe ik mijn dagen doorkom. Bel me eens op, kom eens langs. De dood is verschrikkelijk. Na drie jaar is dat niet anders. Maar juist omdat het zo afschuwelijk is, heb je elkaar nodig.’

Gouden moment

Al die mooie woorden van Gods trouw, troosten die haar? ‘In een mail naar vrienden en kennissen haalde Tjerk Romeinen 8:31-39 aan: “Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus.” Dat was en is een houvast. Ik houd mij vast aan Gods belofte en trouw, ondanks het gemis. Ik kan mij misschien wel door God verlaten voelen, maar ik wéét dat Hij mij nooit verlaat. Hij heeft het beloofd. Op het laatst zei Tjerk, toen hij de kinderen zegende: “De Heilige Geest zal het werk doen.” Wij hoeven het niet van onszelf te verwachten.’

Die overgave geeft Janny de moed om door te leven en er wat van te maken. Om te genieten van het mooie, ook al voelt ze tegelijkertijd het verdriet dat ze dit niet kan delen met de liefde van haar leven. ‘Door die overgave heen wordt God steeds groter, is mijn ervaring. Je ziet hoe Hij werkt in je leven en hoe Hij overal is. En dan komt er ook ruimte voor ontspanning, voor rust.’

Hanneke Smit: 'Ik begrijp heel veel niet. Maar ik weet dat God een plan heeft met deze wereld.’

Hanneke Smit: ‘Ik begrijp heel veel niet. Maar ik weet dat God een plan heeft met deze wereld.’

Janny verlangt naar de dag van Jezus’ wederkomst. Ze bidt er dagelijks voor. ‘Het laatste wat Tjerk zei was: “Ik ga naar het feest van de Heer.” Dat was zo’n gouden moment waar je dankbaar voor bent. Maar ondertussen gaat hij wel alleen en moeten wij hem hier missen.’

Aangetast

De volgende dag spreek ik Hanneke Smit, die in Hospice Nijkerk werkt. Zij ziet hoe iedereen uiteindelijk alleen sterft. ‘Dat vind ik één van de moeilijkste dingen, zeker als mensen er tot het einde toe mee worstelen. Er zijn net zo veel mensen die zich aan de dood kunnen overgeven als mensen die dat niet kunnen.’

‘De dood hoort bij het gebroken leven hier en zoals het leven is aangetast door het kwaad, zo is de dood dat ook. Zo zijn er mensen die naast de lichamelijke strijd ook een geestelijke strijd voeren, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn voor Gods oordeel. Als professional moet ik dat natuurlijk respecteren, maar het liefst zou ik hun willen toeschreeuwen hoe liefdevol en genadig God is. Maar omdat dat niet zomaar kan, ben ik daar heel voorzichtig in. Ook uit respect voor de kwetsbare positie van die ander; daar mag je geen misbruik van maken.’

Mysterie

Hanneke maakt hartverscheurende dingen mee, maar tegelijkertijd ook mooie. Zo verzorgde ze een man die haar en haar collega’s vijf maanden lang afweerde, tot hij zich in zijn laatste halfuur voor hen opende en zich in vertrouwen overgaf.

‘De dood is niet alleen maar afschuwelijk, het brengt mensen er ook toe om te reflecteren op hun leven’, zegt Hanneke. ‘Ze worden opener en kwetsbaarder. Regelmatig zie je dat het mensen dichter bij elkaar brengt.’

Waarom sommige mensen zich wel en anderen zich niet kunnen overgeven? ‘Over het algemeen zie je dat mensen die geloven meer in staat zijn om dit leven en hun naasten los te laten. Tegelijkertijd blijft de dood een mysterie. Je weet niet wat er gaat gebeuren en hoe jij en je naasten erop gaan reageren. Dat kun je van tevoren niet inschatten. Wel zie ik dat de dood in het verlengde ligt van het leven. Hoe je leven was, zo sterf je ook, zou je voorzichtig kunnen stellen. Mensen die het goed hebben gehad, kunnen over het algemeen beter loslaten dan mensen die dit niet zo ervaren. Dat maakt je heel bescheiden. Niet iedereen treft het in het leven en het is pijnlijk dat dit ook doorwerkt in het sterven.’

Door alles heen ziet Hanneke dat God erbij is. Ze kijkt de dood dagelijks in de ogen, maar geen moment heeft dat haar geloof doen wankelen. Dat laat ze niet toe. ‘Ik begrijp heel veel niet. Maar ik weet dat God een plan heeft met deze wereld.’ Ook zij beaamt de woorden uit Openbaring 21 van harte en bidt, net als Janny, dagelijks of Jezus terug mag komen.

Schoorvoetend

Beide vrouwen getuigen ervan dat de dood niet het eindpunt is. Dat geeft hun troost, moed en hoop. God geeft een perspectief dat léven doet. Hij zal recht maken wat krom is, Hij zal verhogen wie verlaagd worden, Hij zal zorgen voor zijn schepping. ‘God is getrouw, zijn plannen falen niet.’

De dood is dus niet het einde van het verhaal. Niet voor de doden, maar ook niet voor de levenden. Of we nu geloven in een genadige God of niet: voor de doden kunnen we niets meer betekenen, maar voor de levenden des te meer. Het verdriet van de nabestaanden zien, dat vindt Hanneke het moeilijkste van haar werk. ‘Juist omdat het zo afschuwelijk is, heb je elkaar nodig’, zei Janny al.

Als er iets is wat ik meeneem uit dit verhaal, dan is dit het: zet je schroom, je ongemak, je mening, je oordeel en je onvermogen opzij. De dood is iets waar we allemaal mee te maken krijgen. Vlucht er niet voor weg, maar wees elkaar tot steun. Schoorvoetend en stotterend, in alle kwetsbaarheid. Maar wel met een open hart. Waar heeft onze schepper ons anders voor gemaakt?

Delen.

Over de auteur

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Laat een reactie achter