Onbetwijfeld

0

Op mijn Bijbelschool lees ik momenteel met mijn studenten het briefje van Judas. Dat leverde een levendige discussie op over kerk zijn in de Afrikaanse context. Laat ik eerst even ophalen waarover Judas schrijft. Daarna kom ik bij onze discussie, waaruit ook lessen te trekken zijn voor kerk zijn in Nederland.

Judas schrijft over het algemeen onbetwijfeld christelijk geloof, zoals hij en zijn lezers dat eens en voor altijd overgeleverd hebben gekregen vanaf de tijd van de apostelen (de verzen 3, 17 en 20). Dat is een geloofstraditie waarachter we het gezag van onze Heer en meester Jezus Christus aan het werk moeten zien (vers 4).

Voor dit geloof moeten de lezers van Judas strijden, en wel tegen mensen uit hun midden. Geen meelopers, maar mensen die meedoen met de liefdemaaltijden van de gemeente (vers 12), die vaak uitliepen op de viering van het avondmaal (1 Korintiërs 11). Leerstellig komen ze betrouwbaar over; anders hadden ze geen lid van de gemeente kunnen worden. Maar langzaam wordt toch duidelijk waar deze mensen grondig fout zitten. Judas schrijft dat hun goddeloosheid uitkomt in losbandigheid. Ze laten zich leiden door hun begeerten en zijn nogal met zichzelf ingenomen (vers 16). Waar het bij hen aan schort, is meer het leven dan de leer.

Judas’ nadruk op Jezus als Heer en meester doet vermoeden dat ze wel in Gods genade door Jezus geloven, maar Hem geen ruimte geven om als Heer gezag over hun leven uit te oefenen. Ze hebben moeite met gezag, ook goddelijk gezag, over hun leven. Ze laten de zonde in hun leven toenemen, want Gods genade reikt altijd dieper dan de zonde (Romeinen 6:1). De gemeente raakt het rechte spoor bijster. Daarom grijpt Judas in.

Geen vechtende kerk

Onze discussie ging over het strijden voor het overgeleverde geloof. Kan dat wel in een kerk waar we allemaal door het geloof in Jezus als heiland met elkaar verbonden zijn? We leven toch allemaal van vergeving? Is het niet beter om te bidden voor eensgezindheid en het risico van verdeeldheid te vermijden? Een vechtende kerk is geen missionaire kerk.

In Afrika krijgt de kerk als gemeenschap, als huisgezin van God, een sterk accent. Verbondenheid, en niet verdeeldheid, is kenmerkend voor kerk zijn in Afrika. Dat laat niet veel ruimte om te strijden voor de overgeleverde geloofstraditie. Opkomen voor de apostolische inhoud van het geloof schiet er makkelijk bij in. Gebrek aan geloofskennis werkt dit ook in de hand. De prediking en de catechese zijn nogal eenzijdig gericht op de moraal. Kennis van de Bijbel laat vaak te wensen over.

Kerkscheuringen zijn er niettemin bij de vleet, maar dat gaat zelden of nooit over het overgeleverde geloof. De hang naar geld, aanzien en macht is meestal de wortel van het kerkelijke kwaad in Afrika.

Gods genade staat hoog aangeschreven in Afrika,
gehoorzaamheid aan Jezus als Heer en meester gooit lage ogen

En toch: Judas leert ons dat strijden voor het algemeen onbetwijfeld christelijk geloof bij het kerk zijn hoort, al vraagt het de nodige voorzichtigheid en zachtmoedigheid (verzen 20-23). De spiritualiteit van de strijd voor de waarheid komt er wel op aan. De lofprijzing juist aan het slot van deze brief spreekt hier boekdelen (verzen 24-25).

Gods genade staat hoog aangeschreven in Afrika, gehoorzaamheid aan Jezus als Heer en meester gooit lage ogen. Talloze gezangen gaan over het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt, over het bloed van het Lam dat de zonden bedekt. Jezus als Heer en meester, die we op alle terreinen van het leven willen volgen, komen we zelden tegen in de kerkelijke liederenschat. Jezus is er voor de vergeving, niet voor het leven van elke dag.

Lessen voor ons

Strijden voor het algemeen onbetwijfeld christelijk geloof kennen we in onze kerkelijke traditie maar al te goed. De kerk ging eraan stuk. Er scheelde wel het één en ander aan de spiritualiteit van onze strijd. Maar dat neemt niet weg dat de overgeleverde geloofstraditie ons lief moet zijn, en onze verdediging verdient als ze aangevochten wordt. Waar Jezus als Heer wordt beleden, zetten we ons in voor de apostolische geloofstraditie.

De scheiding tussen Jezus als heiland en Jezus als Heer kennen wij niet zo. De gedachte dat zondigen niet erg is omdat de genade toch wel overwint, komt ook vreemd op ons over. Maar de scheiding tussen leer en leven, daar weten wij natuurlijk ook alles van. Moeite met gezag – of het nu over het gezag van de Bijbel gaat, of van de geloofstraditie, of van Jezus als Heer over ons leven – komen we overal in de kerk tegen.

Het overleveren van het geloof in prediking en catechese – en niet minder via de liederen die we zingen, of op welke andere manier dan ook – blijft van cruciaal belang, waar in de wereld we ook maar kerk zijn. Geen missionaire kerk zonder een lerende kerk.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter