Reportage: hoe kun je missionair zijn?

0

Hoe ziet een gemeente die missionair wil zijn eruit? En hoe gaat zo’n gemeente om met het begrip discipelschap? Twee predikanten en een studentenwerker vertellen over hun ervaringen in Den Haag, Utrecht en Tilburg.


Erbij mogen horen, dat geeft verlichting

Een nieuwe gemeente kan ontstaan op een bankje in het park, ontdekte dominee Peter Strating van de Havenkerk in Den Haag. ‘Gemeenschap is de sleutel tot discipelschap.’

Wie op een zondagmorgen de Havenkerk binnenloopt, treft geen typisch kerksfeertje aan. De dienst begint officieel om half elf, maar de meeste mensen druppelen te laat binnen. Peter Strating: ‘Het is een beetje gewoonte geworden; we nemen bewust de tijd om elkaar te begroeten en te ontmoeten.’

Een nieuwe gemeente kan ontstaan op een bankje in het park. (beeld Svetlana Iris/Shutterstock)

Een nieuwe gemeente kan ontstaan op een bankje in het park. (beeld Svetlana Iris/Shutterstock)

Die informele stijl typeert de gemeente. En als de dienst om kwart voor elf echt begint, dan wordt het niet ineens anders. ‘We vinden het belangrijk om nieuwkomers niet direct met een “aanbiddingssfeer” af te schrikken’, zegt Strating.

Doop

De Havenkerk is zo’n vijftien jaar geleden ontstaan uit een buurtkring. Die ontstond nadat er op een bank op een pleintje contact groeide en belangstelling werd geuit voor de Bijbel. ‘In die kleinschalige ontmoeting ligt ook vandaag nog de kern van ons gemeente zijn.’

Strating was in die tijd nog predikant in de NGK Rijswijk. Eén dag per week werkte hij in de Haagse Schilderswijk, aanvankelijk om hulp te bieden aan prostituees. ‘Later zijn we bewust gaan werken aan gemeentestichting. Want als je goed wilt doen voor zo’n buurt, dan moet je daar ook als kerk aanwezig zijn.’

Deze ontwikkeling kwam voort uit een eenvoudige vraag van een deelnemer aan de maaltijden. ‘Zij wilde een kind laten dopen’, vertelt Strating. ‘De eerste reacties waren: “Dan moet je je aansluiten bij een kerk.” Maar zij zei: “Dit is voor mij de kerk.” De eerste viering was op kerstavond; het kindje werd gedoopt en tot ieders verrassing zaten er honderd mensen in de kerk. Een overweldigend begin.’

Sporten

Strating heeft wel geworsteld met het woord ‘discipelschap’. ‘Het is lastig om mensen van zowel binnen als buiten de kerk aan te spreken. Veel mensen zijn onder de indruk geraakt van het geloof, maar tegelijk is het heel lastig om mensen te laten doorgroeien in geloof.’

Strating kwam tot de conclusie dat vooral gemeenschap de sleutel is voor discipelschap. ‘Onze gemeente is meer een dienende dan een lerende kerk, maar juist door te dienen, kun je veel leren. De jonge christenen in onze gemeente stimuleren we om verbindingen te leggen met mensen die het minder hebben of niet christelijk zijn. Dat doen ze door dienstbaar te zijn bij maaltijden, uit de Bijbel te lezen of door met jongeren in de wijk te sporten. Jezus liet met zijn discipelen zien wat het koninkrijk betekent. Dat proberen wij ook te doen: geef door te dienen vorm aan de tekenen van Gods koninkrijk.’

Stadspoort

Om beter aansluiting te vinden bij de Schilderwijkers wordt nagedacht over missional communities: kleine gemeenschappen die zich verbinden aan een wijk of buurt. Strating: ‘De groep uit de kerk die sport met jongeren is hier een mooi voorbeeld van. Samen vormen zij een kring waarin ze elkaar toerusten. Zo proberen we in kleine groepen vorm te geven aan discipelschap.’

‘Onlangs heb ik het op een zondag gehad over Hebreeën 13, over Jezus die buiten de stadspoort heeft geleden’, vervolgt Strating. ‘In dit Bijbelgedeelte worden gelovigen opgeroepen om buiten het kamp te gaan, naar de plek van melaatsen. In onze gemeente zijn er veel mensen met grote problemen, die ook niet worden opgelost. Maar als je er met hen over spreekt, zie je dat ze zich gesterkt voelen omdat ze gemeenschap ervaren. Het gevoel dat ze erbij mogen horen. Dat geeft betekenis en verlichting, over grenzen heen.’


Koffiedrinken kan iedereen

Is missionair kerk zijn makkelijker in de stad? Onzin, denkt dominee Jan Peter Kruiger. Hij is predikant van de GKv Utrecht-Noordwest. ‘Wie een taart kan bakken, kan ook missionair zijn.’

Kruigers gemeente is een jonge gemeente. Veel kerkgangers zijn tussen de 20 en 35 jaar. Er zijn ook heel veel kinderen. Kruiger: ‘In de dienst proef je een “evangelisch-gereformeerde” sfeer. Je hoort veel geroezemoes, er worden handen geschud en als de band begint te spelen, gaan we beginnen.’

'Aan mensen die zeggen dat ze geen discipel kunnen zijn, vraag ik: “Kun je koffiedrinken en praten? Dan ben je geschikt.”' (beeld Moljavka/Shutterstock)

‘Aan mensen die zeggen dat ze geen discipel kunnen zijn, vraag ik: “Kun je koffiedrinken en praten? Dan ben je geschikt.”’ (beeld Moljavka/Shutterstock)

Het motto dat de gemeente hanteert, is: ‘In Jezus met elkaar voor Utrecht.’ Hoe goed dit ook klinkt en voelt, Kruiger weet dat er veel kerkelijke ‘yuppen’ zijn. Daardoor komt het ‘voor Utrecht’ nog niet heel ruimhartig naar voren. ‘Maar daarom ben ik blij dat er doordeweeks in de wijken ontmoetingen plaatsvinden waar mensen terechtkunnen voor een kopje koffie en een taartje.’

Taart

Kruiger, die ook betrokken is bij de organisatie Nederland Zoekt, zegt: ‘Pas in verbinding gaat er wat stromen. Verbindingen leggen, dat is wat we willen bereiken. Want vroeg of laat vraagt iemand: “Waarom heb je die taart voor mij gebakken? Waarom ben je hier?” Dan kun je vertellen over je leven, je liefde voor Jezus. Niet alles hoeft meteen gezegd te worden. Je weet: ik zie je wel terug, een volgende keer praten we verder. Ongeveer zo werkte Jezus ook: Hij stond niet altijd te preken, maar schoof ook bij mensen aan en ging rondom de maaltijd in gesprek. We proberen in het verlengde daarvan de liefde van Jezus tastbaar te maken met bijvoorbeeld een lunch, aandacht en kookgroepen die doordeweeks bij elkaar komen.’

Kruiger draaide zelf ook in zo’n kookgroep mee. ‘Tot die tijd kende ik buiten mijn eigen, vertrouwde kerkgroep maar heel weinig mensen in de stad. Door de blik naar buiten te richten, leer je mensen kennen en maak je met Jan en alleman praatjes.’

Geschikt

Missionair zijn is niet iets wat in de stad veel makkelijker is dan daarbuiten, zegt Kruiger. ‘Ik weet in Ulrum ook plekken waar je koffie kunt drinken. Aan mensen die zeggen dat ze geen discipel kunnen zijn, vraag ik: “Kun je koffiedrinken en praten? Dan ben je geschikt.”’

Het motto ‘In Jezus met elkaar voor Utrecht’ klinkt volgens Kruiger in alles door. ‘We waren eerst een gemeente met huiskringen, nu een gemeente bestaande uit huiskringen. Wie binnenkomt, wordt gelijk ingedeeld. Zo zoeken we steeds naar ontmoetingen die het gesprek over Jezus mogelijk maken. Iemand die haar sporen in de kerk verdiend heeft, zei na een ontmoeting met iemand aan de onderkant van de maatschappij tegen mij: “Nu weet ik weer waarom ik geloof.” Die verbondenheid met de wereld moet groter worden om te beseffen wie Jezus voor jouzelf en voor jouw gemeente is.’


Fietsen repareren is óók missionair

Ze vinden het leuk om te doen, maar de mannen die gratis fietsen repareren voor internationale studenten van de Tilburg University, begrijpen niet meteen wat dat met missionair zijn te maken heeft. ‘Maar je maakt iets heel wat gebroken was. Dat is toch het evangelie?’

Anneriet Boonen is studentenwerker bij IFES. Ze richt zich bij de GKv Tilburg primair op internationale studenten. De gemeente wilde zich voor deze doelgroep inzetten en Boonen geeft daar sinds enkele jaren samen met een groep gemeenteleden invulling aan. ‘Ik heb een vrije rol en denk na over hoe je studenten het beste aanspreekt. Wat werkt, wat niet? Wat werkt, is een Bijbelstudiegroep voor niet-gelovige studenten. Maar ook praktische ondersteuning helpt enorm. Internationale studenten hebben hier niemand. Wie vertelt hun waar ze naartoe moeten als ze een huis zoeken, belastingaangifte moeten doen of problemen hebben met een huisbaas?’

(beeld olies/Shutterstock)

(beeld olies/Shutterstock)

Bij het leggen en onderhouden van contacten hoef je volgens Boonen niet alleen maar over geestelijke zaken te praten. ‘We organiseren elk jaar een barbecue. Met een aantal kundige mannen uit onze gemeente staan we op de campus om gratis fietsen te repareren. Zij vinden het leuk, maar begrepen eerst niet waarom dit missionair is. Ik heb gezegd: “Het evangelie gaat over heel maken wat kapot is: dat staan jullie de hele dag te doen!”’

Chinezen

Naast praktische ondersteuning worden ook Bijbelstudies gegeven, bij Nederlandse gezinnen thuis. Die zijn laagdrempelig. Boonen: ‘Je mag alles vragen en vinden, maar we gaan wel met elkaar in discussie. Voor bijvoorbeeld Chinese studenten is dat een openbaring; alleen al het feit dat je geïnteresseerd bent in hun mening! Soms durven ze die niet te geven, maar als de Europeanen dat wel doen, volgen ze uiteindelijk ook.’

Culturele verschillen zijn uitdagend, merkt Boonen. ‘Als ik in de kerk met Nederlanders praat, gaat het al gauw over activiteiten of komt een zaak als lidmaatschap om de hoek kijken. Maar daar moet je het niet in zoeken. Studenten willen gewoon relaties. Ze zoeken vrienden. Je moet met je eigen leven over de brug willen komen.’

Getallen

De Nederlandse gemeenteleden krijgen ook iets terug voor hun inzet, merkt Boonen. ‘Ik ben net terug van zwangerschapsverlof. De activiteiten moesten doorgaan en gelukkig kon een aantal mensen met vrijwilligers de Bijbelstudiegroep vormgeven. Zij ontdekten hoe gemakkelijk het is om geloofsgesprekken te voeren en hoe leuk en leerzaam het is om met je eigen gezin nieuwe relaties aan te gaan.’

Natuurlijk levert dit werk ook vragen op. Zo wordt weleens geklaagd over de ogenschijnlijk geringe ‘resultaten’: op zondag zijn er tussen de vijf en tien studenten in de dienst te vinden. ‘Er is contact met een veel grotere groep, maar de gemeente ziet dat niet allemaal. Dat is best lastig’, zegt Boonen. ‘Maar dit is werk in opbouw, werk aan de rand. Dan moet je het niet over getallen hebben.’

Delen.

Over de auteur

Felix de Fijter is journalist en als hoofdredacteur verbonden aan De Nieuwe Koers.

Laat een reactie achter