Tel je mee?

0

‘Ze wierpen het net uit en er zat zoveel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.’
‘Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig.’
(Johannes 21:6, 11)

We hadden ons rondje Oriëntalis er bijna opzitten. Aanschouwelijk onderwijs in wat ooit begon als het Groot Bijbelsch Openluchtmuseum. In 1911 waren er nog niet zo veel gelovigen die op pelgrimage konden naar het Heilige Land zelf, en dan bood dit devotiepark nabij Nijmegen een betaalbaar alternatief. Abrahams’ tenten, wakende herders en een konkelend Sanhedrin, het lag alles inmiddels achter ons. Net als het ‘Arabische dorp’ aan het ‘Meer van Galilea’, met de recent toegevoegde islaminfo (met subsidie van een kapitaalkrachtig oliestaatje aan de Perzische Golf). Er restten ons nog een paar tentoonstellingsruimten met hedendaagse verbeelding.

Leermomenten

En dan gebeurt het… Naar beneden kijkend vanachter een balustrade met uitzicht op het atrium van een Romeins huis zie ik een fascinerende, levensgrote weergave van de boot van Simon bar Jona (alias Petrus). Inderdaad ja, die van: ‘Ik ga vissen!’ Die van de grote uitspraken. De jongen die met zijn overspontane acties geregeld voor leermomenten zorgde. Lessen met de nodige heilige humor, die rabbi Jezus ook ons graag wil meegeven.

Na een nacht lang ploeteren, met de loklamp buiten aan de voorplecht, was er nog geen vis binnenboord gehaald. Zelfs geen minivoorntje. En dan één machtswoord van de vreemdeling op de oever en daar liggen niet veel later welgeteld 149, 150, 151, 152, 153 grote vissen op de bodem van de boot. De kunstenaar suggereert zelfs dat het ‘kerkschip’ zo ongeveer uit vis is opgebouwd. Ik zit me al voor te stellen hoe deze creatieve houtsnijder met engelengeduld ze één voor één vormt en de juiste plek geeft…

Ze horen bij elkaar, dat zie je meteen. Allemaal uit hetzelfde hout gesneden. Door dezelfde visser gevangen. Wat ging er in de houtsnijder om toen hij deze harmonieuze school bijeen sneed? En misschien dacht hij bij de 153ste vis wel: dat ben ik, ik mag er ook bij, ik ben ook door Hem gevangen!

Persoonlijk

153 zijn het er. Geteld met getuigen erbij en genoteerd voor de eeuwigheid. Waarom? Om dit verhaal des te meer de glans van levensechtheid mee te geven? Vast. Maar zou het er ook niet alles mee te maken hebben dat iedere vangst van Jezus persoonlijk gezien wordt en meetelt?!

Hij kent de zijnen en de zijnen kennen Hem. De kerk is geen ‘zootje vis’ voor onze God. Hij die het getal van de sterren nog iedere nacht bepaalt en ze alle noemt bij hun naam, Hij kent elke nieuwe vangst. Zou Hij jou niet kennen en al die anderen? Natúúrlijk! Dat spreekt helemaal vanzelf.

De vraag is alleen wel: spreekt het ook zo vanzelf bij ons? Zien we elkaar met de ogen van God? Tellen we mee voor de ander? En telt de ander ook mee voor ons?

Om over na te denken

Weet je nog wie de laatste vijf nieuwe ‘vangsten’ van Jezus waren in de ‘school’ (gemeente) waar je bij hoort? Tellen ze mee voor jou? Hoe laat je wederzijds merken dat je van betekenis bent voor elkaar? En als een ‘vangst’ weer afhaakt, hoe reageer je daar dan op?

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Laat een reactie achter