‘Heer, help en troost hen’

0

Bidden vind ik mooi en moeilijk. Het is heerlijk om welkom te zijn, gehoord te worden, je hart uit te kunnen storten. Ik vind het goddelijke ironie dat ik kan bidden voor de bekering van IS-aanhangers, zonder dat zij me kunnen tegenhouden. Tegelijk roept bidden vragen op, bijvoorbeeld als je bidt voor vervolgde christenen.

Woensdag 21 oktober 2009. Het gebedsrooster van Open Doors vraagt me te bidden om bescherming voor mensen die trainingen geven aan Noord-Koreaanse christenen. Ik adem in om te gaan bidden, maar de woorden blijven steken in mijn keel. Opeens ben ik boos en in de war. Wat zit ik eigenlijk te doen? Die mensen doen voor God het gevaarlijkste werk dat er bestaat. Daar zal God toch blij mee zijn? Moet ik Hem dan toch nog vragen of Hij hen wil beschermen? Mag ik niet verwachten dat Hij uit eigen beweging zijn mensen op zo’n gevaarlijke plek beschermt? Ik laat mijn gedachten hierover gaan, deel ze ook met God, en bid dan toch maar door alle vragen en gevoelens heen voor die mensen in Noord-Korea.

Vragen

Zoals gezegd: bidden roept vragen op. Vragen over wat de zin is van bidden voor mensen in Noord-Korea. Vragen over wie God is. Vragen over mijzelf: waarom blijf ik het moeilijk vinden om rust te nemen voor gebed, terwijl ik weet dat het goed is en ik er nooit spijt van heb als ik het gedaan heb? En dan zijn er nog de praktische problemen rond bidden: de goede woorden vinden, je gedachten erbij houden, niet altijd hetzelfde riedeltje bidden, een keus maken uit die miljoen dingen waarvoor je zou kunnen bidden.

Bij dat laatste, een keus maken, helpt een gebedsrooster. Ik gebruik al jaren het rooster van Open Doors (gratis aan te vragen, zie www.opendoors.nl).

Spiegel

Waar bidden hopelijk iets met God doet, weet ik zeker dat het iets met mij doet. Jarenlang bidden voor de vervolgde kerk heeft me veel geleerd over de wereldkerk, en over wat mijn broers en zussen in de Heer soms moeten doorstaan vanwege hun geloof. Ik blijf me (pijnlijk) verbazen over de hoeveelheid landen die langskomen bij de gebedspunten. Wel meer dan vijftig, denk ik. Ik verheug me erover dat mensen tot geloof komen in naar mijn idee onmogelijke omstandigheden. Het valt me op hoe vaak vervolging betekent dat mensen in een sociaal isolement komen.

11 juli 2016: ‘Op de begrafenis van Murat kwamen dorpsgenoten erachter dat zijn vrouw Aisha christen is. Als ze haar geloof niet loslaat, wordt ze door de islamitische leiders uit het dorp weggejaagd.’

Bidden voor vervolgde christenen is ook kijken in een spiegel: hoe zou ik zijn als… Hoe zou ik omgaan met gevangenschap, werkkamp, een aanslag op gemeenteleden, weggepest worden uit mijn buurt, dreigbrieven, een paria zijn, een afgebrande kerk? Heb ik de Heer Jezus zo diep en standvastig lief dat mijn geloof dat zou aankunnen? Dan bid ik ook maar voor mijzelf…

Kwaad

Telkens weer word ik bepaald bij de diepte van het kwaad. En bij de vraag hoe het toch komt dat het christelijk geloof zulke diepe haatgevoelens kan oproepen en tot zulk afschuwelijk gedrag kan leiden.

2 juli 2016: ‘Radicale hindoes vielen de kerk van pastor Deenanath en zijn zwangere vrouw aan. Een hindoe probeerde hen in brand te steken, maar ze overleefden de aanval.’

Al die mensen voor wie ik bid zijn kinderen van God, mijn broers en zussen door Jezus Christus. Dat geeft wereldwijd perspectief aan mijn geloof. En het roept vragen op over God, over zijn zorg en wat Hij toelaat. Maar ook dat moment van plotseling boos worden heeft me gevormd. Ik hoef niet alles van bidden te begrijpen. Ik hoef alleen maar te weten dat God luistert. En dan is bidden voor de mensen van Open Doors een open deur.

Delen.

Over de auteur

Jeroen Sytsma is predikant van de GKv Middelburg.

Laat een reactie achter