Geloven als een kind

0

Soms kom je God tegen op plekken waar je het niet direct verwacht, soms wijst alles op zijn aanwezigheid. Wat de omstandigheden ook zijn, om God te kunnen zien, heb je geloof nodig. Het geloof van een kind.

De Lofoten zijn een eilandengroep boven in Noorwegen. Volgens kenners is het de mooiste plek in Europa en nummer vijf op de wereldranglijst. Een prachtig gebied met bergen en witte stranden, een ongerept gebied van overweldigende schoonheid. Als je daar loopt, heb je het gevoel dat je met God wandelt. Dan komt bijna vanzelf Psalm 8 bij je op: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam!’

Wij zijn er dit jaar op vakantie geweest, mijn vrouw en ik. Samen met de kinderen en kleinkinderen, met z’n achten. Natuurlijk hebben we gevist. Een motorbootje gehuurd voor een paar uur en toen het water op. De eerste tocht, met de jongens, leverde één vis op, een koolvis. Niet veel, maar toch… Enthousiast keerden we terug.

De tweede tocht, met de meisjes, leverde in eerste instantie niets op. We besloten terug te gaan. We hadden natuurlijk de hengel aan de andere kant van de boot kunnen uitwerpen, maar Margot, onze kleindochter, zei zo heel vanzelfsprekend voor haar: ‘We kunnen erom bidden.’ Toen ben ik maar op de achterbank gekropen en heb eenvoudig en in stilte gebeden: ‘Here God, de kinderen zijn zo teleurgesteld dat ze niets gevangen hebben. Wilt U hun geloof in U sterk maken, al is het maar door één visje?’

Vijf minuten later – beet! En nog een keer! En nog eens! Zeven keer achter elkaar. Er was bijna geen tijd om ze in de bak te leggen. De kinderen waren laaiend enthousiast! En ‘s avonds hadden we ieder een vis op ons bord. We hebben nog nooit zo lekker vis gegeten, met Jezus als gastheer aan tafel.

Verhoord

Gaat bidden altijd zo? Soms wel. Ik denk aan Maarten Luther, die een brief schreef aan een zieke vriend. Hij schreef: ‘Ik bid dat u weer gezond wordt. Dit is mijn wil en moge mijn wil geschieden, omdat ik dit niet voor mijzelf vraag, maar voor Gods koninkrijk.’ Toen de brief zijn vriend bereikte, was hij al weer beter. Hij overleefde Luther zelfs.

Gaat het altijd zo? Soms niet. Een meisje van vijf is heel erg ziek. Haar vader en moeder zitten naast haar bed en bidden vurig met haar, ze vragen God of ze weer beter mag worden. ‘En’, vroegen de mensen, ‘heeft God je gebed verhoord?’ ‘Ja’, zei het meisje, ‘Hij zei nee.’

Concreet

God is tegenwoordig voor veel mensen uit het leven verdwenen. Hij doet er niet meer toe. Wat opvalt in elk van deze drie voorvallen, is dat Gods aanwezigheid zo concreet is. Mensen rekenen erop dat God erbij is. Hij was aanwezig op het meer en bij de ziekbedden.

Wat je daarvoor nodig hebt? Het geloof als van een kind. Een kind dat naar de bergen op de Lofoten kijkt en zegt: ‘Here God, wat machtig staan die bergen om dat dorpje heen!’ ‘Ja, m’n kind, zo staat mijn liefde om jou heen.’ ‘Heer, wat geweldig, dat U zelfs de vissen in het meer aanstuurt!’ ‘Ja, m’n kind, zo leid Ik jou ook aan mijn hand door het leven.’

Laten we bidden dat onze kinderen en kleinkinderen dat geloof in een persoonlijke God mogen bewaren. Een God die ons meetrekt over water en bergen heen.

Delen.

Over de auteur

Wim van der Linde is emeritus predikant in de NGK.

Laat een reactie achter