Yme Horjus wil terug naar tucht van onderop

0

‘De tucht in de kerk is helemaal verambtelijkt. Veel te gauw en veel te makkelijk wordt er naar de kerkenraad gekeken. Er is verlegenheid om elkaar aan te spreken. Maar we moeten die vrijblijvendheid voorbij en weer rekenschap vragen en verantwoording afleggen aan elkaar, precies zoals onze Heiland het heeft bedoeld.’ Emeritus baptistenpredikant Yme Horjus (1950) vertelt hoe tucht voor hem op een bijzondere manier actueel werd.

Yme Horjus met twee beeldjes die typerend zijn voor tucht: Petrus, die de sleutel in zijn hand heeft, en de goede herder, die liefdevol de schapen weidt en het verloren schaap op de nek neemt. (beeld Jan Haveman)

Yme Horjus met twee beeldjes die typerend zijn voor tucht: Petrus, die de sleutel in zijn hand heeft, en de goede herder, die liefdevol de schapen weidt en het verloren schaap op de nek neemt. (beeld Jan Haveman)

De ouders van Yme Horjus werden ooit onder de tucht gezet vanwege een conflict met een voorganger uit een baptistengemeente. Uiteindelijk werd de censuur opgeheven, maar zonder excuses. ‘Dit had veel impact op mijn zus en mij. Mijn zus is daarna nooit meer lid geweest van een kerk, terwijl ze wel gelovig is gebleven. Zelf had ik zoiets van: zo moet het dus niet. Maar hoe dan wel?’

Horjus ging erover nadenken. Al in 1994 schreef hij er een afstudeerscriptie over en sinds 2008 is hij met een promotieonderzoek bezig aan de TU Kampen, onder leiding van Mees te Velde. ‘Je kunt tucht niet losmaken van de kerk en de kerk niet losmaken van tucht’, stelt Horjus. ‘Beide horen echt bij elkaar, zoals discipline bij discipelschap.’

Toch is tucht niet meer vanzelfsprekend. Waarom horen tucht en kerk bij elkaar?
Horjus: ‘Allereerst omdat de Heer Jezus zelf in Matteüs 18 een instructie geeft hoe je moet handelen als je iemand ziet zondigen. In die beschrijving valt het woord “winnen”. Dat wil zeggen dat een broeder of zuster “verloren” raakt als hij of zij een dwaalweg opgaat. Het is dus de taak van de kerk en de individuele leden om in actie te komen. En als ik het goed begrijp van de Heer Jezus: eerst een-op-een.

Alle vermaning in het Nieuwe Testament is er trouwens op gericht om ons op het spoor van het evangelie te houden. “Vermaan elkaar.” De verantwoordelijkheid voor elkaar spreekt hier duidelijk uit.’

‘Mijn grootmoeder werd onder censuur geplaatst omdat ze vleeskleurige in plaats van zwarte kousen droeg’

Hoe moet je de tucht bedienen, en over welke zaken?
‘Mijn grootmoeder werd onder censuur geplaatst omdat ze vleeskleurige in plaats van zwarte kousen droeg. En ik las van iemand die onder de tucht werd gezet omdat hij op de dag des Heren aan een hardrijderij op de schaats had meegedaan. Dergelijke tuchtoefening houd je nu voor onmogelijk. Dat laat zien dat de opvattingen over zonde steeds opschuiven.’

In Matteüs 18 gaat het over ‘iemand die zondigt’, maar je moet het er dus eerst over hebben wat zondig is?
‘Het is onvermijdelijk dat zonde vanuit de eigen tijd en cultuur wordt ingevuld. Je moet altijd oordelen met de kennis die je op dat moment hebt. Dat vraagt zelfonderzoek van kerken en kerkleden. Is er misschien te veel verabsoluteerd van wat we in de kerk gewoon zijn gaan vinden? Bijvoorbeeld als het gaat om de zondagsrust? Er zijn in het geloof en in de kerk zeker vaststaande, onopgeefbare dingen. Maar wat ik nu als vaststaand zie, kunnen anderen en ikzelf over twintig jaar weer anders beschouwen.’

Horjus pleit voor tucht van onderop. Dat sluit aan bij de structuur van baptistengemeenten. Daarin is over het algemeen de gemeentevergadering het hoogste gezag (congregationalistisch). Dat in tegenstelling tot de gereformeerde kerkstructuur, waarin de kerkenraad doorgaans het beleid bepaalt (presbyteriaal). Horjus: ‘Ik geloof dat de Geest van God aan de gemeente gegeven is en dat alle leden dragers van Gods Geest zijn. Samen beslissen zij of iets of iemand tuchtwaardig is.’

Maar gemeenteleden zijn niet altijd vol van de Geest en op gemeentevergaderingen is er nog weleens geharrewar.
‘Maar datzelfde geldt natuurlijk net zo goed voor een kerkenraad. Het is niet bewezen dat een kerkenraad een betere hoeder is van de waarheid dan een gemeentevergadering.’

Maar loop je met zo’n gemeentevergadering over tucht niet het risico dat iemand aan de schandpaal genageld wordt (tegenwoordig sowieso een trend)? Is het vanwege de gevoeligheid niet beter om het in een kleinere kring op te pakken?
‘Die kleinere kring heeft zeker mijn voorkeur. Zo kun je in een vroeg stadium heel wat voorkomen, zodat situaties niet escaleren of in aanmerking komen voor echte tuchtmaatregelen.

In de gemeentevergadering zou besloten moeten worden waarop de gemeente met tucht moet reageren, maar dan wel los van een casus die zich aandient. Zo zou het goed zijn als er een doorgaand gesprek plaatsvindt over dingen die vanuit de navolging van Christus verwerpelijk zijn. Ik pleit niet voor lijstjes, maar er zijn nu eenmaal dingen die niet horen bij discipelschap.

Een belangrijk voordeel van het congregationalistische model is dat je in elk geval draagvlak hebt voor de besluiten die worden genomen, ook als het gaat om tucht en wat tuchtwaardig is.’

‘Het niet bewezen dat een kerkenraad een betere hoeder is van de waarheid dan een gemeentevergadering’

Gereformeerde kerken hebben Matteüs 18 kerkrechtelijk ingeweven in hun tuchtpraktijk. Wat vindt u daarvan?
‘Ook in de statuten en reglementen van menige baptistengemeente wordt bij het artikel over de tucht verwezen naar Matteüs 18. Het is mij opgevallen dat het vaak de enige Bijbeltekst is die in de statuten genoemd wordt. Ik wil dat honoreren door de volgorde van de stappen die in die tekst genoemd worden aan te houden. Verklaar iets dus niet meteen tot een kerkenraadszaak, maar geef alle ruimte voor de tucht van onderop. Pas in een later stadium komt de kerkenraad eraan te pas, wanneer iemand volhardt in zondig gedrag. Dat is ook het stadium waarin de gemeente als geheel erbij betrokken wordt en de gemeentevergadering zich erover moet uitspreken. In de meeste gemeenten van baptistensignatuur heeft die vergadering het laatste woord en ik wil erop vertrouwen dat de leden daarin door de Geest geleid worden.’

Tegelijk is de praktijk van de tucht in baptistengemeenten net zo problematisch geworden als in gereformeerde kerken…
‘Matteüs 18 staat echt onder druk. We kijken weg. We zijn bang om iemand ergens op aan te spreken. Daarmee komt de erosie van binnenuit. En je merkt de afbrokkeling en verkruimeling van het geloof aan alle kanten.

Het is echt nodig dat we weer gaan doen wat onze Heiland heeft aangewezen: dat we elkaar wél rekenschap vragen en dat we verantwoording afleggen. We zouden juist bang moeten zijn om bang te zijn voor tucht. Want je bent kapitein van de reddingsboot; je moet die ander redden! Daar gaat het toch ten diepste om.’

Yme Horjus: 'Laten we met elkaar toch vurig bidden om wijsheid om in 2016 op de weg van de Heer te blijven.' (beeld Jan Haveman)

Yme Horjus: ‘Laten we met elkaar toch vurig bidden om wijsheid om in 2016 op de weg van de Heer te blijven.’ (beeld Jan Haveman)

Horjus loopt naar de kast en haalt er twee beeldjes uit die volgens hem typerend zijn voor tucht. Het ene symboliseert Petrus, die de sleutel in zijn hand heeft. Dat sluit aan bij het Bijbelwoord dat wat op aarde gebonden wordt, ook in de hemel gebonden zal zijn. Het andere is een beeldje van de goede herder, die liefdevol de schapen weidt en het verloren schaap op de nek neemt. ‘In het verleden zaten we vooral op de pool van de waarheid, de sleutel die de deur opent of sluit. Later vooral op de pool van de liefde: we durfden een langere weg met mensen te gaan. Maar je merkt dat dat het ook niet helemaal is. Het is de uitdaging om beide bij elkaar te houden.’

Volgens Horjus zie je hetzelfde in de maatschappij, waar meer en meer behoefte komt aan duidelijkheid en handhaving. ‘Zelfs premier Rutte heeft het nu over “de norm stellen”. De kerk heeft meegedeind op het postmodernisme. Laten we niet bang zijn om nu ook duidelijk te zijn.’

Hoe werkt tucht van onderop concreet?
‘Het begint met het gesprek. Durf die ander aan te spreken. Niet belerend, hoogmoedig of veroordelend, nee, heel duidelijk vanuit de geest van Galaten 6:1, met zelfkennis en zachtmoedigheid. Maar wel doen dus, wel durven. Aansluitend bij de navolging van Christus, bij discipelschap. Informerend, aansporend, zo nodig vermanend. Zo van: heb je erover nagedacht dat dit of dat niet in overeenstemming kan zijn met wat Jezus Christus van je vraagt? Laat merken dat je elkaar niet wilt betuttelen, maar elkaar bij de Heer wilt houden.’

Tegelijk kent Horjus situaties waarin het niet heeft gewerkt en waar het nodig was om er samen met iemand anders naartoe te gaan. Of waar het uiteindelijk zo ver kwam dat de gemeentevergadering iemand het lidmaatschap van de kerk ontnam. ‘Maar meestal komt het niet zo ver en neemt iemand zelf afscheid van een gemeente.’

Een beroep op de Schrift neemt de onmacht om elkaar aan te spreken niet weg. Zeker omdat er grote onzekerheid is over welke zonde wel benoemd moet worden en waar je niet al te moeilijk over moet doen. Hoe kom je uit die spagaat?
‘Ik beaam volmondig dat het postmoderne levensgevoel, dat ook van gelovigen bezit heeft genomen, verlammend werkt. Daardoor alleen al is er een zekere onmacht. Maar ook vanwege schuivende panelen binnen de christelijke ethiek. Wat is nog tuchtwaardig? Ik heb dat gemerkt bij het onderwerp ongehuwd samenwonen. In lang niet meer alle gemeenten binnen ons kerkverband is dat nog een item van tuchtwaardigheid. Dat lag in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw wel anders. Toen werd vanuit een allergische reflex gereageerd. Ik denk dat we ons bewust moeten zijn dat het in elke tijd aankomt op het onderscheidingsvermogen waar Paulus in het begin van de Filippenzenbrief op wijst. Laten we met elkaar toch vurig bidden om wijsheid om in 2016 op de weg van de Heer te blijven. De spagaat blijft voelbaar.’

Delen.

Over de auteur

Jan Haveman is predikant van de Goede Herderkerk in Emmen (GKv) en redacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter