Rob van Houwelingen over hermeneutiek

Leendert de Jong | 26 november 2016
  • Interview
  • Thema-artikelen

Welke betekenis hebben teksten die eeuwen geleden geschreven zijn voor vandaag? Dat is geen makkelijke vraag, zeker niet als het gaat om Bijbelse teksten. Hoe kun je de woorden van God verstaan, begrijpen en toepassen op het leven vandaag en op actuele vraagstukken? Er zijn mensen die zich hier beroepshalve mee bezighouden. Eén van hen is Rob van Houwelingen, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. OnderWeg praat met hem.

Wat is hermeneutiek?
‘Hermeneutiek is de kunst van het vertolken. Het woord komt oorspronkelijk van Hermes, de boodschapper van de goden in de Griekse mythologie. Letterlijk is hermeneutiek “vertaling”: je vertaalt, je zet iets over van de ene taal in de andere. Zoiets kun je ook doen van de ene tijd naar de andere; dan maak je dus de vertaalslag van de brontekst naar nu. Ergens kun je dit vergelijken met een musicus die van een partituur speelt. Natuurlijk speelt hij “gewoon” wat er aan noten staat, maar tegelijk geeft hij er een eigen vertolking van.’

En in ons gesprek zijn die noten de Bijbel?
‘Ja, het boek dat in een andere tijd geschreven is. En dus geldt dezelfde vraag: hoe vertaal je dit naar nu, naar vandaag? Het is belangrijk om daar zorgvuldig mee om te gaan. De Bijbel is het Woord van de God die toen, in die tijd, mensen aansprak en ook nu mensen wil aanspreken.’

Hermeneutiek is dus net iets anders dan exegese?
‘Exegese is: wat staat er en wat is, rekening houdend met allerlei uitlegprincipes, de betekenis van de tekst? Alleen al door deze formulering proef je dat hermeneutiek daar dichtbij zit. Wel zit hermeneutiek meer aan de kant van de huidige lezer: wat betekent die tekst voor hem of haar nu, in deze tijd?

Zoals in elk vak en elke discipline zijn er verschillende opvattingen over wat hermeneutiek precies is. Bekend in de gereformeerde traditie is de opvatting dat hermeneutiek de bezinning op de exegese is. Hermeneutiek beperkt zich dan tot de regels van het uitleggen. Maar er is in mijn optiek méér, zeker omdat hermeneutiek de laatste decennia steeds meer begrepen is als het verstaansproces. Daarmee is ook de rol van de huidige lezer nadrukkelijker in beeld gekomen. Geen enkele lezer is immers objectief.

Maar daardoor kun je hermeneutiek ook te breed gaan opvatten, alsof de tekst pas betekenis krijgt door de lezer van nu. Dat kan gevaarlijk worden: dat de lezer er zelf zijn of haar eigen interpretatie aan geeft, en iedere lezer dus voor zich. Dat is niet goed, zeker niet waar het om de Bijbel gaat! Zelf kies ik voor een gulden middenweg, die beide uitersten overstijgt: hermeneutiek is een bezinning op het hele verstaansproces, inclusief de exegese.’

Even inzoomen. Rond hermeneutiek lees je vaak dat uit de polygamie die in de Bijbel voorkomt een hermeneutisch principe af te leiden is: God past zich als het ware aan mensen aan door polygamie niet te verbieden als bijvoorbeeld de aartsvaders meerdere vrouwen nemen.
‘Ik wil daar twee dingen over zeggen. In de eerste plaats: het is bij het begrijpen van de Bijbel belangrijk om te beseffen dat het daarin gaat om Gods grote verhaal, zijn geschiedenis met mensen en met de wereld. In dat verhaal zit groei, beweging.

Voor polygamie betekent dit dat zoiets door God blijkbaar toegestaan werd op een bepaald moment in zijn verhaal, als iets wat ook weer voorbijgaat. In de tweede plaats: liever dan “God past zich aan” gebruik ik het woord “interactie”. Ik bedoel daarmee dat mensen in die tijd, in het Oude Testament, een cultuur hadden, een bepaald geestelijk klimaat waarin zij leefden. Te midden van dat klimaat neemt God mensen als het ware mee in zijn heilshistorie. Hij plaatst hen niet in een vacuüm en ook niet in een heel andere leefwereld.’

‘Wij leven in een andere tijd: over “rare steak” en bloedworst hangt geen geur van afgoderij meer’

En dit zie je in heel de Bijbel terug?
‘Neem het Nieuwe Testament, waarin in het boek Handelingen de vraag opkomt: hoe horen niet-Joden die Jezus hebben leren kennen bij de God van Israël? Sommigen zeiden: daarvoor is ten minste nodig dat ook zij besneden worden. De apostelen nemen een besluit dat later wordt ingevoerd. Centraal daarin staat dat niet-Joodse christenen moeten breken met de afgodendienst door zich te onthouden van offervlees dat uit heidense tempels afkomstig is en van rauw vlees waar nog bloed in zit.

Als je nu zonder besef van de heilshistorie de Bijbel en dit Bijbelgedeelte leest, zeg je: wij zijn ook niet-Joodse christenen en dus gelden die verboden nog steeds, ook voor ons. Christenen mogen dus geen rare steak of bloedworst eten. Maar bedenk: zoiets is gezegd in een bepaalde context, op een bepaald moment in de heilshistorie, toen gelovigen uit de Joden de gelovigen uit de heidenvolken moesten leren accepteren. Inmiddels is die historie verder: wij leven in een andere tijd. Over rare steak en bloedworst hangt geen geur van afgoderij meer. Die afweging is een typisch hermeneutische beslissing.’

Waar ligt dan de begrenzing? Je zegt: ‘We leven in een andere tijd.’ Die zin zou je bij wijze van spreken op alles kunnen toepassen.
‘Laat ik verduidelijken wat ik bedoel. Ik doe dit met een voorbeeld dat bedacht is door de bekende theoloog Tom Wright. Hij gebruikt het beeld van een dramastuk, bijvoorbeeld van Shakespeare. Het script van dat stuk is verloren gegaan. Op een bepaald moment wordt het teruggevonden, maar slechts gedeeltelijk: van de vijf bedrijven zijn er vier bewaard gebleven en van het vijfde bedrijf alleen de eerste akte. In het voorbeeld van Wright vormt het Nieuwe Testament die eerste akte. Nu staan wij op het toneel om het drama uit te spelen.

Van Houwelingen: 'In Hebreeën 12 wordt het beeld van een estafetteloop gebruikt: velen zijn ons in het geloof voorgegaan, nu zijn wij aan de beurt.' (beeld vectorfusionart/Shutterstock)

Van Houwelingen: ‘In Hebreeën 12 wordt het beeld van een estafetteloop gebruikt: velen zijn ons in het geloof voorgegaan, nu zijn wij aan de beurt.’ (beeld vectorfusionart/Shutterstock)

Je kent het script, de Bijbel. Je vindt daarin aanwijzingen over hoe de heilshistorie afloopt: het komt goed, er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde! Je opdracht is om het vijfde bedrijf uit te spelen. Hoe doe je dit? Door (1) het materiaal dat er ligt, de Bijbel, heel goed tot je te nemen; (2) door voortdurend te kijken naar en samen te werken met medegelovigen; (3) door steeds te beseffen: God is de grote regisseur en (4) door je ervan bewust te zijn dat jij niet jouw eigen rol kiest: God geeft jou die.

Zo ga je aan de gang. En pas dan op voor deze valkuil, dat je zegt: “We zitten nog midden in de eerste akte, midden in het Nieuwe Testament, want we zijn een nieuwtestamentische kerk.” Nee, het is eerder zo: het Nieuwe Testament is afgesloten, maar Gods verhaal gaat verder. Je neemt de hele Bijbel mee bij de navolging van Christus.

In Hebreeën 12 wordt het beeld van een estafetteloop gebruikt: velen zijn ons in het geloof voorgegaan, nu zijn wij aan de beurt. En daarbij moeten wij het oog gericht houden op Jezus. Je leeft niet in de Bijbelse maar in de moderne wereld. De kloof met de nieuwtestamentische situatie is in onze tijd en cultuur zo groot geworden dat je die situatie niet een-op-een kunt kopiëren naar vandaag.’

Dan stel ik opnieuw de vraag: waar ligt de grens? Ligt dan alles open?
‘Nee, en ik realiseer me: het wordt er inderdaad niet makkelijker op. Maar besef tegelijk: je doet het niet alleen, je werkt niet op eigen houtje. We leven immers in het krachtenveld van de heilige Geest. Dat geeft vertrouwen. Gods Geest wil ons hart vernieuwen.

Er is bovendien een hele gemeenschap van gelovigen om je heen. En je hebt de Bijbel (!), tot en met die eerste akte van het laatste bedrijf. Maak je die heel goed eigen. Besef daarbij wel dat je – het is maar een voorbeeld – om die Bijbel te lezen niet alleen een leesbril nodig hebt, maar welbeschouwd een varifocusbril: zodat je ook de wereld om je heen en de tijd waarin je leeft goed kunt waarnemen. Ook daarin is God aanwezig.

Zo’n estafette, zoals Hebreeën het noemt, heeft iets spannends. Je hoeft niet te verwachten dat je in de Bijbel op alle vragen een antwoord kunt vinden, zo werkt het niet. Ik merk dat er mensen zijn die juist hierop vastlopen: ze meenden dat de Bijbel pasklare antwoorden geeft op allerlei hedendaagse vragen, maar dat blijkt niet zo te zijn.’

Wat is in jouw optiek de rode draad in de Bijbel, die steeds houvast geeft tijdens onze estafette?
‘God is de enige constante. Hij gaf en geeft zijn Woord, de Bijbel. Pak die er dus bij om Hem te leren kennen. Bekijk waar een Bijbeltekst over gaat, tegen wie het primair gezegd wordt en wat de context is. Weeg vervolgens af wat dit betekent voor ons als christenen in deze tijd, voor onze situatie in West-Europa.

Als je naar de rode draad vraagt, zeg ik: die draad is dat God uit is op de redding van mensen. Daar deed Hij alles voor, Hij gaf zelfs zijn eigen Zoon. Dat is de kern van het heilshistorische drama van God waarin wij, in verbondenheid met Jezus Christus, onze rol mogen vervullen. Gods liefde voor mensen, dwars door alles heen.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is hoofdredacteur van
OnderWeg.

Hopen tegen wil en dank

Hopen tegen wil en dank

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen
Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Zal er ooit een dag van vrede zijn?

Peter Hommes
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief