‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

1

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: ‘Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.’ Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Robert Roth is gereformeerd-vrijgemaakt predikant in Oegstgeest. Al jaren geleden maakte hij uitgebreide studie van catechese en avondmaal. ‘Kort gezegd is dit mijn conclusie: we hebben als kerken een grote uitdaging om jonge mensen vast te houden in de gemeente. Maar op het moment dat dat het helderst kan, aan het avondmaal, laten we ze los. Als ze nog geen belijdenis hebben gedaan, mogen ze niet aangaan.’

Kees de Groot is Nederlands-gereformeerd predikant in Nunspeet en docent homiletiek aan de NGP. ‘Ik ben een gewone dominee, die zich niet in het bijzonder met dit onderwerp heeft beziggehouden.’ Kinderen aan het avondmaal is voor hem een brug te ver. ‘Om je een beeld te geven van mijn persoonlijke weg: ik kom uit een traditie waarin avondmaal vieren niet voor iedereen gewoon was. Ik weet nog hoe verbaasd ik was over de massale avondmaalsviering toen we na ons trouwen in Nederlands-gereformeerd Doorn kwamen.’

Robert Roth: 'We hebben als kerken een grote uitdaging om jonge mensen vast te houden in de gemeente.' (beeld Jaco Klamer)

Robert Roth: ‘We hebben als kerken een grote uitdaging om jonge mensen vast te houden in de gemeente.’ (beeld Jaco Klamer)

Voorwaarde

Roth zou kinderen graag aan het avondmaal toelaten, maar in zijn kerken bestaat die mogelijkheid niet. De Groot is geen voorstander van kinderen aan het avondmaal, terwijl er in zijn kerken zeker negentien gemeenten zijn die dat wel toelaten. Zij laten kinderen van jongs af aan meedoen of hanteren een vereenvoudigde versie van geloofsbelijdenis doen voor kinderen, waarna ze mogen meedoen.

Kees: ‘Waar ik benieuwd naar ben, Robert: waarom is het avondmaal volgens jou het ultieme moment om jongeren vast te houden?’

Robert: ‘We onderwijzen de gemeente in het doopformulier dit: “Onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Zonder het te weten, zijn ze ook in Christus in genade aangenomen.” De doop van onze kinderen vindt plaats op grond van de verbondsbelofte van God, beaamd door de ouders. Kinderen horen er helemaal bij. Bij de doop delen de allerkleinsten in de genade van Christus; ze worden ingelijfd in het lichaam van Christus. Bij elke viering van het avondmaal, dat om dezelfde genade draait en gevierd wordt door datzelfde lichaam van Christus, blijken kinderen er toch niet onvoorwaardelijk bij te horen. We laten ze los op het moment dat het avondmaal de waarheid en werkelijkheid van hun doop kan bevestigen, namelijk dat ze er echt helemaal bij horen.’

Kees: ‘Ik zie het zo: het initiatief ligt bij God. Hij spreekt in het teken en zegel van de doop. Vervolgens is onze reactie belangrijk. Voor kinderen die in oudtestamentische tijden besneden werden, gold dat vervolgens ook “hun hart besneden moest worden”. Er zijn twee soorten kinderen van het verbond: zij die gelovig antwoorden en zij die dat niet doen. Jij vindt dat we een wonderlijk onderscheid hanteren bij het avondmaal. Maar in kerken waar ik predikant ben geweest, deden ook niet altijd alle volwassenen mee. Omdat ze op dat moment niet persoonlijk konden antwoorden of met vragen leefden over hun relatie met de Heer. Het lijkt mij belangrijk dat in het avondmaal die vraag wel op tafel ligt: hoe zit het tussen mij en de Heer? Leef ik vanuit zijn beloften?’

‘Bij elke viering van het avondmaal blijken kinderen er toch niet onvoorwaardelijk bij te horen’

Robert: ‘Ik ben het heel erg met je eens dat het noodzakelijk is dat we tot persoonlijk geloof komen. Maar waarom zijn wij die weg naar een gelovig leven sacramenteel gaan ijken? Waarom is persoonlijk geloof een voorwaarde voor deelname aan het avondmaal? God is op voorhand een gevende God en Hij zal dat altijd zijn. Hij lokt ons met liefde, niet met grenzen of voorwaarden.’

Kees: ‘Maar kan een kind het avondmaal wel echt beleven als er geen persoonlijk geloof is?’

Robert: ‘De vraag is of het avondmaal alleen in het leven is geroepen om avondmaalsgangers hun geloof te laten demonstreren. Ik geloof dat niet. Kijk ook eens naar de inzetting van het avondmaal. Dat allereerste avondmaal werd gevierd met twaalf mensen die de grootste moeite hadden met het feit dat Jezus moest lijden, sterven en opstaan. Ze ontkenden het en liepen erbij weg. Hun geloof werd pas later zichtbaar, toen ze de Geest ontvingen.’

Kees: ‘Is dat echt zo, dat er geen geloof bij de discipelen was?’

Robert: ‘Het geloof in de gekruisigde, degene die moest opstaan, was er niet.’

Kees: ‘Dat kon ook nog niet, want het was nog niet gebeurd. Toch is het wel frappant dat Jezus het avondmaal instelde bij de twaalf, en niet in het grote geheel. Deze twaalf zijn gebleven, zij volgden Jezus, zij hadden een bijzondere verbondenheid met de Heiland. Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed: “Zij hebben mijn woorden aanvaard en weten echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden.” En ook: “Ze horen niet bij de wereld zoals Ik niet bij de wereld hoor.”’

Dood kapitaal

Robert: ‘Laat ik een andere lijn inbrengen. Het Pesach was van oorsprong een maaltijd die met de gezinnen werd gevierd. Van klein tot groot: mee-eten deed iedereen. Vanuit die doorgaande lijn is het helemaal niet raar om kinderen het avondmaal te laten meevieren. Het avondmaal is immers de vervulling van het Pesach. Ik denk dat God ons als zijn gemeente – gelovigen en kinderen – lerend verder wil brengen door te ervaren wie Hij is. Ik ben de gevende, zegt Hij. Zo brengt Hij tot vertrouwen.’

‘Geloven we dat je je inderdaad een oordeel kunt eten en drinken?’

Kees: ‘Dat lerend verder brengen vind ik ook belangrijk. De formulieren die we gebruiken, spelen daar een rol in. Ik lees daarom af en toe een avondmaalsformulier voor kinderen, ook al gaan ze niet aan. Zo steken ze er toch iets van op.

Ik ben het met jou, Robert, eens hoe mooi het is dat de gereformeerde traditie er de nadruk op legt dat je alles ontvangt. God is de gevende God, inderdaad. Prachtig! Maar ik vraag me wel af: kunnen wij altijd ontvangen wat Hij wil geven? Als mijn vrouw tegen mij zegt: “Ik hou van je” en ik heb daar geen gevoel bij, dan zullen die woorden niets in mij uitwerken. Brood en wijn hebben geen kracht in zichzelf.’

Robert: ‘Maar bij de kinderdoop zeggen we: Gods Geest en genade zijn een werkzame kracht in het leven van het kind. Toch? Die beloften van God zijn geen dood kapitaal totdat jij het omarmt. Als je de doop als startpunt neemt, dringt God zich op met alle liefde die Hij wil geven, zodat je de keuze voor Hem wilt gaan maken.’

Spelletjes

Kees: ‘Als student kreeg ik ooit het verzoek om het avondmaal te bedienen in een gemeente waar ook kinderen aangaan. Ik heb dat toen niet gedaan, een ouderling deed het in mijn plaats. Wat mij raakte, was dat een groep jongens van een jaar of 15 gekke spelletjes met het brood begon te doen. Alle eerbied en ernst was weg. Zouden die jongens weten wat ze doen? Geloven we dat je je inderdaad een oordeel kunt eten en drinken?’

Robert: ‘Je zou tegen zo’n tiener kunnen zeggen: “Als jij zo avondmaal viert, kun je de volgende keer beter niet aangaan.” Je kunt ook nadenken of de viering door mensen die een keuze voor Christus hebben gemaakt niet een bepaalde heilige sfeer meebrengt. Zou dat de bedoeling zijn? Of mag een tiener ook leren aangaan? Is gedrag dat belijders oneerbiedig noemen wellicht ook toe te staan?’

Kees de Groot: 'Het lijkt mij belangrijk dat in het avondmaal deze vraag op tafel ligt: hoe zit het tussen mij en de Heer?' (beeld Jaco Klamer)

Kees de Groot: ‘Het lijkt mij belangrijk dat in het avondmaal deze vraag op tafel ligt: hoe zit het tussen mij en de Heer?’ (beeld Jaco Klamer)

Dubbel

Kees: ‘Ik noem nog een ander bezwaar: ik ken jongeren in mijn eigen gemeente in Nunspeet die niet zullen meedoen als we de avondmaalstafel voor hen zouden openstellen. Ze voelen zich nog niet echt verbonden met de Heer. Dat leidt dus tot een tweedeling onder jongeren. Jij gaat ervan uit dat iedereen wil ontvangen van de gevende God, maar de praktijk is weerbarstiger. Ik vind bovendien de zelfbeproeving belangrijk. Ben je verbonden met de Heer, ben je een levend lidmaat van de gemeente?’

Robert: ‘Als wij een dienst hebben zonder avondmaal, doet iedereen mee. Niemand zegt: kinderen moeten bij de geloofsbelijdenis hun mond houden, want ze hebben nog geen persoonlijk geloof. Ook in de liederen belijden we samen ons geloof. Onze praktijk is dus opmerkelijk dubbel. Als we ons geloof belijden aan het avondmaal, moet je eerst apart geloofsbelijdenis doen. Al we ons geloof belijden in een gewone dienst, hoeft het niet.’

Kees: ‘Bij de inleiding van de geloofsbelijdenis zeg ik altijd: ik hoop dat je het in je eigen hart kunt meezeggen. Ik zie jongeren die bewust niet meezingen. Soms ook ouderen. Bij het avondmaal vind ik belangrijk wat in 1 Korintiërs 11 staat: daar wordt de gemeente expliciet gewaarschuwd dat het belangrijk is te onderscheiden dat het om het lichaam van de Heer gaat. Wanneer het avondmaal door één of meerdere personen ontheiligd wordt, kan dat ernstige gevolgen voor de hele gemeenschap hebben.’

Robert: ‘Paulus zegt: jullie weten hoe het moet, toch doen jullie het heel anders. De weg die hij wijst is: beproef jezelf en eet dan samen! Hij zegt niet: blijf maar weg.’

Vreemds

Kees de Groot en Robert Roth hebben hun argumenten uitgewisseld. Maar hebben ze ook iets van elkaar geleerd? Wat nemen ze aan het einde van het gesprek van de ander mee?

Kees: ‘Ik vind dat Robert op een heel mooie manier het aspect van Gods gevende liefde benadrukt. Dat God daar ook het avondmaal voor wil gebruiken, zodat ook kinderen aan het avondmaal Hem kennen zoals Hij is, vind ik iets om over na te denken.’

Robert: ‘Ik snap heel goed dat Kees die vraag over tieners naar voren schuift. Hoe ga je om met tieners met wisselende buien, die avondmaal meevieren? Hij maakt me duidelijk dat op dat punt goed nagedacht moet worden. Zorgvuldigheid is belangrijk. Het schrikt mij niet zozeer af van de lijn die ik trek, maar het is een punt dat ik van hem meeneem.’

We gaan terug naar het begin van het gesprek, waar Robert Roth benadrukte dat kerken kinderen loslaten op het moment dat ze hen moeten vasthouden door ze aan het avondmaal toe te laten. Maar willen kinderen zelf eigenlijk wel?

Robert: ‘Ik ken niet veel jongeren die graag aan het avondmaal willen. Niemand nodigt hen uit, want we zeggen allemaal: eerst belijdenis doen. Oké, zegt het kind, en stelt niet veel vragen. Op het moment dat het dat wel gaat doen, is het al redelijk gedresseerd in de gewoonten van de kerk.’`

Kees: ‘Ik ken jongeren die graag mee zouden willen doen en jongeren voor wie het geen issue is.’

Robert: ‘Ik nodig hen wel uit. Elke viering zeg ik: vergis je niet, je hoort bij het lichaam. Als je hier nu zit en denkt: ik geloof in Jezus Christus, praat er dan met je ouders over en kom eens bij me langs. Maar niemand komt.’

Illustreert dat niet dat het avondmaal voor jongeren iets vreemds is? Robert: ‘Voor ons allemaal! Wat zijn we vervreemd geraakt van de liturgische taal en betekenis. Het avondmaal is de taal van de kerk, God wil daardoor een wonder verrichten. Hij wil zijn genade schenken aan hen die zijn lichaam vormen en die genade zichtbaar maken aan hen die nog niet bij de gemeente horen. Wees daarom koppig, hardnekkig, volhardend in het vieren van het avondmaal. Makkelijk is het niet, maar het helpt om te doorgronden hoe groot Gods liefde voor ons is.’

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

1 reactie

Laat een reactie achter