Een hemelse gebedstaal

Ronald Westerbeek | 10 december 2016
  • Wandelen met God

De eerste keer dat ik in tongen bad, is 23 jaar geleden. Het overkwam me in mijn eigen woonkamer, in een tijd dat ik nog helemaal niet bezig was met charismatisch christendom. Sterker nog, ik had behoorlijke twijfels over Gods betrokkenheid. Maar opeens kwam God heel dichtbij.

Ik was net terug uit India, waar ik als beginnend journalist een aantal maanden had gewerkt. De confrontatie met het oorlogsgeweld in Kashmir had mijn christelijke geloof behoorlijk geschud. Ik kon even heel weinig met ideeën over een liefdevolle en nabije God. Om eerlijk te zijn, ik zat in mijn woonkamer en begon tekeer te gaan tegen God. Te vloeken. Kwaad vroeg ik waar Hij dan was en waarom ik helemaal niets van Hem zag of merkte. Terwijl ik tekeerging, merkte ik dat mijn verontwaardigde woorden begonnen te veranderen in een dankgebed voor zijn beloften van liefde en trouw. En opeens hoorde ik mezelf bidden in woorden die ik niet kende, in een vloeiende taal van aanbidding. Dat ging zo’n drie kwartier door, en ik ervoer een diepe vrede en rust.

Was dat het moment dat ik de heilige Geest ontving? Nee, ik geloof dat de Geest van God allang in mij woonde, zoals in iedereen die is wedergeboren. Was ik nu een ‘betere’ christen geworden? Bepaald niet. Ik moet bekennen dat ik in de jaren die volgden mijn geloof kwijtraakte. Pas toen God opnieuw ingreep in mijn leven, begon tot me door te dringen hoe dichtbij God wil komen en dat Hij echt ‘de levende in ons midden’ is. Geleidelijk ging ik meer ontdekken over het leven door de Geest. Het duurde jaren voordat ik weer in tongentaal bad. Nu is het onderdeel van mijn gebedsomgang met de Heer, in mijn eigen stille tijd of soms als ik met anderen bid.

Geheimtaal

Over de gave van het spreken in tongen ontstaat al snel discussie, misschien omdat het raakt aan ieders persoonlijke gebedsleven. Wat niet helpt, is dat binnen de pinksterbeweging soms werd beweerd dat iedere ‘Geestvervulde’ christen in tongen moet spreken. Paulus ontkracht dit als hij retorisch vraagt of soms iedereen in tongen spreekt (1 Korintiërs 12:30).

Wat ook verwarrend kan zijn, is dat het Nieuwe Testament niet eenduidig is. Zoals Paulus zegt: ‘Er is een verscheidenheid in werkingen’ (1 Korintiërs 12:6) en er zijn ‘allerlei tongen’ (12:10). Soms zijn ‘tongen’ kennelijk bestaande menselijke talen (xenolalie), zoals toen omstanders de discipelen in hun eigen taal hoorden getuigen. Meestal is het klanktaal (glossolalie), die de indruk van ‘wartaal’ (1 Korintiërs 14:23) kan wekken – het is een ‘geheimtaal’ (14:2), een bidden met de geest die buiten het verstand om gaat (14:14-15), een hemelse taal (13:1).

Opbouw

Destijds leerde ik veel van gereformeerde theologen als J.P. Versteeg, C. Graafland en Dick van Keulen, om mijn ervaring te begrijpen. Bijvoorbeeld dat het een vergissing is om te denken dat Paulus weinig moest hebben van het spreken in tongen. Je zou dat haast denken als je 1 Korintiërs 12-14 leest, maar Paulus schrijft hier over de samenkomsten in Korinte. Binnen de eredienst heeft het spreken in tongen maar een beperkte functie en voor de opbouw van de gemeente draagt het weinig bij. In de samenkomsten kun je beter profeteren, zegt Paulus.

De meeste gaven dienen tot opbouw van de gemeente. Tongentaal, daarentegen, is gericht op God (1 Korintiërs 14:2) en vooral bedoeld tot opbouw van de gelovige zelf (14:4). Het is allereerst gebedstaal, ingegeven door de Geest (14:2,14). ‘Belemmer het spreken in tongen niet’, zegt Paulus daarom (14:39). Sterker nog: ‘Ik zou willen dat u allen in tongen kon spreken!’ (14:5). In je eigen omgang met God is het bidden in tongen een prachtige genadegave, waarnaar je je van harte mag uitstrekken! Het is één van de gaven waarin je mag ervaren dat God heel dichtbij wil komen.

Over de auteur
Ronald Westerbeek

Ronald Westerbeek werkt als theoloog voor de charismatische vernieuwingsbeweging New Wine.

Meest gelezen

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief