Martine Vonk, voorvechter van duurzaamheid

0

Ik ontmoet Martine Vonk in haar nieuwe huis. Een huis vol idealen. In deze Houtense ecowijk gaan ecologie (warmtepomp, zonnepanelen) en gemeenschapsleven (gezamenlijke achtertuin en gemeenschapshuis) hand in hand. Op tafel ligt haar nieuwe boek Genieten van genoeg. Zowel de verhuisplannen als het boek waren al ver op streek toen bleek dat ze ongeneeslijk ziek is.

Martine Vonk (1974) is boerendochter en stond aan de wieg van de christelijke jongerenbeweging Time to Turn. Daarna was ze onder meer voorzitter van natuurbeweging A Rocha en werkte ze als lector Ethiek en technologie aan de Saxion Hogeschool. Vijftien jaar lang sprak en schreef ze geregeld over milieu, duurzaamheid, geloof en waarden. Met haar man Klaas-Hemke van Meekeren en dochter Mirthe kerkt ze in De Lichtboog (NGK) in Houten. Op 14 november jl. is Martine overleden aan de gevolgen van borstkanker.

‘Het idee voor dit boek lag er al langer’, vertelt ze. ‘Het is een afronding van de vijftien jaar dat ik met het thema – genieten van genoeg – bezig ben geweest. Gaandeweg vond ik de toon. Je inzetten voor natuur en milieu gaat niet lukken als je het alleen vanuit verantwoordelijkheid doet. Dat houd je niet vol. Het gaat om een diepere motivatie vanuit het evangelie. Het begint met Gods liefde voor de hele schepping. Ook wij zijn geroepen tot liefde. De manier waarop we op deze aarde leven, hoort daarbij. Die is van invloed op onze medemensen en op andere schepselen. Integreer je leven met de aarde in je leven met God.’

Is dit boek jouw geestelijk testament?
‘Dat woord vind ik te groot. Ik ben er ongeveer een jaar geleden aan begonnen. Toen wist ik nog niet dat ik ziek was. Maar mijn ziekte heeft het project wel een bepaalde mate van urgentie gegeven. Dit is wat ik in ieder geval wil meegeven. “Genieten van genoeg” mag je mijn levensmotto noemen. Het is iets wat ik steeds dieper ben gaan ervaren, vooral ook dat genieten.

Volgens mij draait het om echt ontvangen wat God geeft. Maar wij leggen de lat vaak steeds hoger. Voordat je het weet, zit je in een situatie waarin je alleen maar heel hard moet werken om die torenhoge hypotheek af te lossen. Wil je dat echt, zo hard moeten werken? Waar geniet je van en wat vind je eigenlijk genoeg? Die vragen hoeven niet zwaar te zijn, maar het is goed ze bewust te stellen. Sta eens stil. Verwonder je over de schepping en geniet van een goede maaltijd. Neem daar de tijd voor. Waardeer wat je gekregen hebt.’

‘Je snapt dat het allemaal niet onbekommerd is geweest, de laatste maanden’

Martine vervolgt: ‘Je snapt dat het allemaal niet onbekommerd is geweest, de laatste maanden. Ik kreeg tijdens het schrijven van dit boek de boodschap dat ik ongeneeslijk ziek ben. Acht jaar geleden had ik borstkanker en die is onlangs teruggekomen, uitgezaaid in mijn botten en longen, recent ook in mijn lever. Toen ik ziek werd, kwam de vraag: ga ik het nog wel meemaken, dat nieuwe huis? Ga ik er zelf wonen? Na een paar maanden bleek dat de hormoonkuur aansloeg. Ik kreeg er vertrouwen in en geniet nu erg van ons huis. Nu kijk ik naar de tuin: het duurt een paar jaar voordat het is wat ik voor ogen heb. Ga ik het meemaken? Ik weet het niet. Maar ik geniet nu van de ontmoetingen, van kinderen die hier samen spelen, van mensen die voor elkaar klaarstaan en hun spullen met elkaar delen. Duurzame idealen en sociale betrokkenheid, dat kenmerkt de mensen hier. Met oud en nieuw hebben we samen oliebollen gebakken en de jaarwisseling gevierd.’

Heeft de ziekte invloed gehad op de inhoud van je boek?
‘“Genieten van genoeg” is voor mij op een nieuwe manier een opdracht. De invloed van mijn ziekte zit het meest in het hoofdstuk over tijd, het laatste hoofdstuk in mijn boek. Het is voor mij de opdracht om te genieten van wat er wel is, ook in moeilijke en verdrietige tijden. Mijn eigen tijd is begrensd, ik word met de neus op de feiten gedrukt. Ik kijk kritischer naar mijn tijd, hoe ik die inricht, wat echt belangrijk is.

‘God kent de wensen van mijn hart, Hij weet wat ik graag wil’

Hoe lang heb ik nog? Het antwoord weet ik niet. Ik hoop nu dat ik mijn dochter Mirthe naar de middelbare school kan zien gaan. Klaas-Hemke vroeg me of er nog dingen zijn die ik graag wil doen. De term “bucketlist” is gevallen. Maar nee, ik heb altijd gedaan wat ik belangrijk vond. Het moeilijkste vind ik de vraag of ik er nog genoeg kan zijn voor mijn dochter. Ik voel me nu relatief goed, maar de ziekte is verraderlijk. Daar ben ik heel realistisch in.’

Waar is God in dit hele proces?
‘Ik bid graag om genezing. Ik ben ook gezalfd. We blijven bidden. Mirthe bidt elke dag dat ik beter zal worden. Maar ik ga niet stad en land afreizen naar bijvoorbeeld gebedsgenezers. Ik denk niet dat God dat van me vraagt. Ik wil het ook niet. Ik zou me door God dan niet serieus genomen voelen.

Ik zie in de praktijk dat er weinig mensen van kanker genezen. Waarom God dat niet doet? Ik heb die vraag geparkeerd, misschien is voor God genezing niet de eerste prioriteit. Ik wil me ook geen schuldgevoel laten aanpraten, alsof het van de kwaliteit van mijn geloof zou afhangen. Zo ken ik mijn God niet.

(beeld Rogier Bos)

(beeld Rogier Bos)

Ik bid dat God ons draagt en geeft wat we nodig hebben. Het lukt om daar een mate van rust in te vinden. God kent de wensen van mijn hart, Hij weet wat ik graag wil. In sommige periodes is mijn gebedsleven niet zo rijk. Dan ben ik er gewoon, zoek ik Gods aanwezigheid en dan is het goed. Intussen probeer ik te leven. Ik kan veel wel. Deze dag is mij gegeven. Dat is genieten van genoeg: zien wat je wel hebt.

Het gaat allemaal niet vanzelf hoor, we struikelen soms ook maar wat. Hoe ga je om met een dochter die dit allemaal heel moeilijk vindt en daarom heel boos is? Die mij slaat en trapt en uitscheldt? Het is haar onmacht. We zeggen dat boos en verdrietig zijn heel normaal is en zoeken andere manieren om het te uiten. Ze kan het nu beter benoemen, dankzij begeleiding door een kinderpsycholoog. Op dat vlak is het moeilijk. Het is ook zo lastig uit te leggen aan een kind: dat God niet altijd geneest, maar dat we er wel om bidden.’

Hoe bewust ga je om met het levenseinde?
‘In de natuur is sterven heel reëel en altijd dichtbij. Dat heb ik op de boerderij als kind al meegekregen. Dieren gingen dood. Die cyclus is er en als mens ontkom je daar niet aan. Ook als mens ben je gewoon natuur. Je hoeft het niet mooi te vinden en ook niet goed. Maar het is wel zoals het is. Dus van de realiteit van de dood schrik ik niet erg. Dat het zo vroeg zou komen, vind ik heel verdrietig. Dat ouders uit gezinnen wegvallen, daar heb ik moeite mee. Ik denk dat God het daar ook wel mee eens is.

Ik vind dat er weinig wordt gesproken over toeleven naar de dood. Ziekte en dood staan vaak ver van ons af. Als we het er al over hebben, gaat het over genezing. Ik probeer er wel bij stil te staan. Hoe doodgaan is, kan niemand mij vertellen. Maar ik denk bewust na over concrete zaken: adressenlijsten, een afscheidsdienst, wachtwoorden noteren. Met Mirthe bezoeken we vaker vrienden, zodat zij zich ook thuis voelt op andere plekken.’

Mensen noemen jou in dit ziekteproces sterk. Vind je dat zelf ook?
‘Wat is sterk? Ik ben optimistisch en rationeel. Maar dat is mijn karakter, ik doe daar niets voor. Anderen zouden misschien emotioneler reageren. Is dat minder sterk? Dat zou ik niet zeggen.’

Je bent in je leven heel sterk bezig geweest met deze aarde, met het tijdelijke. Verandert dat nu je nadenkt over de eeuwigheid?
‘Ik zie die tegenstelling niet zo. De aarde is gevat in de eeuwigheid. Gods werkelijkheid zit als een andere dimensie om deze aarde heen. De eeuwigheid maakt het leven hier niet minder relevant. Voor mij is heel het leven hier op aarde waardevol. In deze tijd beleef ik dat zelfs intenser, omdat het misschien korter is dan ik had gehoopt. Ik ben feller op het onrecht dat er gebeurt. De urgentie van het klimaatprobleem, de biodiversiteit die onder druk staat, de honger. Het wordt scherper omdat mijn tijd korter is. Er moet echt wat gebeuren. Mensen lijden nu, de natuur lijdt nu. Je kunt toch niet dingen vergoelijken met “straks is er de eeuwigheid”? Ik kan dat niet zeggen tegen meisjes die door IS ontvoerd zijn of mensen die honger hebben.

‘Ook rijkdom, milieu en klimaat hebben te maken met het leven met God’

Ik kan gelukkig nog dingen doen. Elke vijf weken schrijf ik een column in het Reformatorisch Dagblad. Tot voor kort was ik hoofdredacteur van Denkwijzer, het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie. Ik volg het nieuws over president Trump op de voet. Ik vind het moeilijk te verteren dat conservatieve christenen op hem stemmen, alleen vanwege zijn abortusstandpunt. Ook rijkdom, milieu en klimaat hebben te maken met het leven met God. Het lijkt of sommige mensen daar blind voor zijn.’

Hoe kijk je vooruit?
‘Ik wil mijn leven op deze plek vormgeven. Ik word bestuurslid van de ecowijk. De wijk is prachtig gebouwd, maar hoe gaan we nu als bewoners met elkaar leven? Dat moet nog vorm krijgen. Ook al ben ik helemaal afgekeurd, ik heb nog contact met mijn werk. Er moet binnenkort een artikel komen waar ik aan meewerk. Ik bekijk welke opties ik heb. Die wil ik ten volle benutten en ervan genieten.

Ik geloof in de nieuwe aarde. Hoe die eruit zal zien, weet ik niet. Dat de nieuwe aarde een vernieuwde aarde is, is voor mij altijd een mooie gedachte geweest. Er zal veel te zien zijn van wat er nu ook is. Maar ik probeer niet te veel naar de toekomst te kijken. Het risico is dat je vergeet te genieten van het goede dat er nu is: lieve vrienden, mensen die om je heen staan, een spelletje met je dochter. Verder leg ik mijn toekomst in de handen van God.’

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter