Toeval bestaat…

0

Het toeval wilde dat de akker waar ze kwam van Boaz was, het familielid van Elimelech.
(Ruth 2:3)

In de twaalf jaar dat ik nu in Zuid-Afrika woon, ben ik slechts één keer bij een Nederlands feestje geweest. De eerste persoon die ik daar sprak, bleek op dezelfde middelbare school te hebben gezeten en was ook lid van de GKv. Sindsdien zijn we vrienden. Toeval?

De kans op een dergelijke ontmoeting is klein. Maar niet onmogelijk. Was het toeval of leiding? Misschien is die vraag voor dit voorbeeld niet levensbepalend, maar in andere gevallen kan dat wel zo zijn. Als iemand bijvoorbeeld iets zegt wat jij net dacht en wat jou bevestigt in de keuze die je wilt maken. En wat als je die jongen waarmee je nu bent getrouwd bij de bushalte nooit had ontmoet?

030620 Eyeopener fotoChristenen zijn geneigd te zeggen dat toeval niet bestaat. God bestuurt alles en toeval staat daarmee in contrast. Het geeft een veilig gevoel te geloven dat God alles leidt en er geen toevalligheden zijn. Maar staat toeval eigenlijk wel tegenover Gods leiding?

Als er iets negatiefs gebeurt, dan vinden we het al lastiger om te zeggen dat toeval niet bestaat. Als je bijvoorbeeld op de verkeerde plek op de verkeerde tijd bent en een dronken automobilist je aanrijdt. Was dat dan ook Gods wil? Of gewoon stom toeval?

Veel gereformeerden hebben een rationele inslag en willen graag alles verklaren. De realiteit is echter dat we niet overal antwoorden op hebben en ook niet altijd snappen waarom iets gebeurt, juist toevalligheden niet. Als je geen kinderen krijgt, is daar dan altijd een reden voor? Vaak niet. Dat roept op om voorzichtig te zijn met duiden en verklaren.

Leiding

In de Bijbel komen we het woord ‘toeval’ een paar keer tegen. Bijvoorbeeld in Ruth 2:3: ‘Het toeval wilde dat de akker waar ze kwam van Boaz was, het familielid van Elimelech.’ In het vers daarvoor wordt de lezer ook al in kennis gesteld van het feit dat Boaz – een belangrijke man – familie is van Elimelech. Ruth lijkt dat niet te weten. Dat ze toch op zijn akker kwam, verklaren wij als leiding van God, want uiteindelijk trouwen de twee en wordt hun zoon een voorvader van David en van Jezus.

Staat toeval eigenlijk wel tegenover Gods leiding?

Maar als het zo duidelijk leiding van God was, waarom gebruikt de schrijver dan niet het woord ‘leiding’? In de Bijbel wordt vaak expliciet verteld dat God individuen of groepen bij de hand neemt en hen – door de Geest – leidt, of ze dat nu in de gaten hebben of niet. Maar in het geval van Ruth en Boaz ontbreekt dat.

Een genoegzaam antwoord is niet te geven, maar dat het woord ‘toeval’ wordt gebruikt, zegt dat we voorzichtig moeten zijn om het honderd procent Gods leiding te noemen. Immers, niet alles wat – toevallig – gebeurt is de wil van God. Heel veel eigenlijk niet. Hij kan het positieve en negatieve toeval wel gebruiken in zijn plan, zoals bij Ruth blijkt. Dat te weten is belangrijker dan het precies willen duiden van toeval.

Incognito

De Duitse theoloog Albert Schweitzer heeft ooit gezegd dat toeval God incognito is. Dat klinkt alsof God zich verstopt, terwijl juist het toeval voor christenen vaak een aanwijzing is voor het bestaan van God. We staan versteld van iets wat er is gebeurd, het is te toevallig, daar móet Gods leiding wel achter zitten, redeneren we dan. Voor mensen die God niet kennen, kan toeval ook wijzen op een hogere macht, die bijzondere dingen laat gebeuren. Net als een wonder, want dat is uniek en bijzonder. Daarom is het mooi dat toeval bestaat, en tegelijkertijd vraagt het voorzichtigheid om al te stellig te beweren dat God er wel of niet achter zit.

Als je het toeval kunt verklaren, is het geen toeval meer

Veel wetenschappers zeggen dat toeval strikt genomen niet bestaat, want statistisch gezien zijn toevallige gebeurtenissen voorspelbaar. Toeval is datgene wat afwijkt van het verwachtingspatroon, en dat verwachtingspatroon is ook nog eens per mens verschillend. De een is meer verbaasd over bepaalde toevalligheden dan de ander. Achter toeval zit vaak een duidelijke logica.

Als je van tevoren alle omstandigheden had gekend, was wat er gebeurde eigenlijk heel logisch. Echter, als je het toeval kunt verklaren, is het geen toeval meer. In veel gevallen is zo’n verklaring niet mogelijk, maar God is niet per definitie meer of minder aan het werk bij gebeurtenissen die je wel of niet kunt verklaren. Juist in het gewone leven van elke dag is God aanwezig.

Vrije wil

In het nadenken over toeval moeten we ook de vrije wil noemen. Met de vrije wil bedoelen we dat we geschapen zijn als mensen die eigen keuzes kunnen maken. In dit geval gaat het niet zozeer om de fundamentele keuze voor of tegen God – en de uitverkiezing –, maar om dingen die in het dagelijks leven gebeuren. Als ik op straat loop, zegt Calvijn, dan is het mijn eigen keuze om jou wel of niet te groeten. Anders waren we robots geweest. De vrije wil is een lastige kwestie, waar al eeuwen over wordt gedebatteerd, en je merkt direct dat ons denken over dit onderwerp zeer beperkt is. Maar de gedachte dat toeval niet bestaat, lijkt wel de vrije wil uit te sluiten.

Toch lijkt het er in de Bijbel wel op of God dobbelt

De bekende natuurkundige Albert Einstein ontkende het bestaan van toeval. God dobbelt immers niet, zei hij. Ook veel hedendaagse hersenwetenschappers menen dat mensen geen vrije wil hebben, omdat alles wat we doen of vinden bepaald wordt door onbewuste processen in onze hersenen. Dat roept vragen op over onze eigen verantwoordelijkheid.

Toch lijkt het er in de Bijbel wel op of God dobbelt. Bijvoorbeeld als hij Adam en Eva de boom van kennis van goed en kwaad geeft en hun de keuze laat of ze daarvan eten. In het boek Job gaat God een weddenschap aan met Satan over Job. In beide gevallen neemt God een risico. In het eerste geval gaat het helemaal mis, in het tweede geval blijkt God gelijk te krijgen.

Speelt God dan een spelletje? Integendeel. We hebben als mensen de – zij het zeer beperkte – vrijheid om keuzes te maken, maar dat gebeurt binnen het kader van Gods macht. Niets gebeurt buiten Hem om, God houdt alles in zijn hand. Dat staat niet tegenover toeval of vrijheid, maar valt daarbinnen. Zoals Ruths leven door God werd geleid, enerzijds door haar keuze voor Hem en anderzijds door dat wat God haar toe liet vallen. Maar hoe dat precies zit, blijft voor ons een mysterie. God is alomtegenwoordig en als wij zouden bepalen wat wel en niet toeval is, dan spelen we eigenlijk voor God.

Om over na te denken

1. In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan staat het volgende (Lucas 10:31): ‘Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen.’ Waarom zou Jezus juist het woord ‘toevallig’ gebruiken en wat heeft dat ons te zeggen over naasten die we ‘toevallig’ tegenkomen, op straat, in het nieuws, op internet? Heeft het misschien ook iets te maken met ‘dat wat wij niet hebben gepland’? Wat verwacht Jezus dan van ons?

2. Heb jij toevalligheden meegemaakt die je als Gods leiding zag (positief) en ook toeval waarin Gods wil niet te vinden was (negatief)? Hoe bepaal je dat onderscheid?

3. ‘Toeval bestaat niet, want alles heeft een wetmatigheid.’ Ben je het met die uitspraak eens?

4. Als je zegt dat toeval niet bestaat, ben je eigenlijk een determinist: iemand die beweert dat alles van te voren al vaststaat. Hoe valt dat te rijmen met de vrije wil van mensen en welke implicaties heeft dat voor het nemen van verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt in je leven?

5. In Zondag 10, vraag en antwoord 27, staat het volgende: ‘Wat verstaat u onder Gods voorzienigheid? Antwoord: De almachtige en alom tegenwoordige kracht van God, waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, als met zijn hand in stand houdt en zo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.’ Wat wordt bedoeld met ‘uit zijn vaderhand ons ten deel vallen’? Is dat wat anders dan Gods wil en moeten we Gods wil dus onderscheiden van Gods voorzienigheid?

Delen.

Over de auteur

Almatine Leene is onderzoeker aan de Universiteit van Stellenbosch en docent dogmatiek aan de Viaa Hogeschool in Zwolle.

Laat een reactie achter