God bakt een brood voor de wereld

0

Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.
(1 Korintiërs 10:17)

Weet u niet dat al een beetje desem het hele deeg zuur maakt?
(1 Korintiërs 5:6)

Zeker, jij mag je een zaadje weten in Christus’ hand. Hij strooit jou uit op de akker van zijn wereld. Je moet individueel de grond in en wortelen. Bekering en toewijding zijn persoonlijk. Tegelijk: je bent wel individu binnen een geheel. Want kerk-zijn doe je samen. De Bijbel tekent ons daarvan een mooi beeld: het beeld van de gemeente als een brood.

Laten we eens wat dieper doordenken over dat brood en over de bakker. Letterlijk schrijft Paulus in 1 Korintiërs 10:17 ‘want één brood, één lichaam zijn wij, de velen’. En wat voor brood: een pesachbrood. Niet gerezen – gist verboden! Daar waarschuwt hij de gemeente voor in 1 Korintiërs 5:6. Zelfs het kleinste beetje gist of desem mogen we niet toelaten. Dat zou het hele deeg, het hele baksel onbruikbaar maken.

Heftig proces

‘God bakt een veelgranenbrood.’ Is dat niet het hele proces van gemeentevorming in beeld gebracht? God kiest veel granen, veel soorten zaden – wat een individuele variatie! Hij verzamelt ze en maakt er één deeg van, één smakelijk, voedzaam brood. Malen, kneden, de oven in: ga maar na wat voor heftige dingen er gebeuren tijdens dat proces van losse graankorrels tot een heel brood. En kijk er niet vreemd van op als dat ook het geval is bij de vorming van een gemeente uit losse gelovigen. De heilige Geest heeft er dagwerk aan. Want wie houdt er nu van om gemalen en gekneed te worden en boven het vuur gehouden te worden?

(beeld Victority/iStock)

(beeld Victority/iStock)

Zou het daardoor komen dat een gemeente soms nog zo veel weg heeft van een pot graan? ‘Ja hoor, wij horen bij elkaar, we zitten toch allemaal in dezelfde pot, we komen toch naar hetzelfde gebouw?’ Zoiets. Maar we mogen verder komen: God wil een brood van ons maken tot zijn eer. Een veelgranenbrood. De fijnproever kan nog wel proeven wat voor rijke variatie aan ingrediënten God voor zijn recept heeft willen gebruiken. En al zou je het niet proeven, reken maar dat het gezond is! (Zie vraag 1 in het kader.)

Honger stillen

Waar is brood eigenlijk voor? Overbodige vraag. Om anderen te voeden natuurlijk! Brood eet nu eenmaal niet zichzelf op. Maar waarom denken we er dan toch niet zo gauw aan dat wij namens God als het ware het voedsel zijn voor de wereld om ons heen? Dat vergt misschien een hele omschakeling in ons denken, maar wel een noodzakelijke: hoe zouden we anders als gemeente aan ons doel beantwoorden? Wereldwijd is de kerk Gods middel om zijn wereld te hulp te schieten. Overal waar maar honger is naar het Woord, naar genadebrood, naar Jezus Christus, het brood dat leven geeft, eeuwig leven – daar mag de gemeente er zijn om die honger te stillen, om een levende verwijzing te zijn naar de Heer zelf.

Toen de menigte van vijfduizend man honger had, zei Jezus tegen ons: ‘Geven jullie hun te eten!’ En we deden het: wat Jezus ons gaf om uit te delen, deelden we uit. Dat was zwoegen en zweten, na zo’n lange werkdag, maar we deden het. Handen van Jezus Christus – dat zijn en blijven we als christenen. Altijd maar weer moet duidelijk zijn: bij Hém horen we. Daarom is het helemaal niet gek dat Paulus die vergelijking van het brood doortrekt naar onszelf. En zoals brood gebroken en uitgedeeld moet worden om honger te stillen, zo zal ook de christengemeente zich in de wereld op moeten stellen: bereid om door Christus te worden gebruikt voor zijn doel (zie vraag 2).

Ongezond brood

Dat moet wel worden beklemtoond: we moeten ons voortdurend gezond laten maken. Wat heb je aan ongezond brood? Wat heeft een hongerige wereld aan een ongezonde kerk? Dat roept het beeld van 1 Korintiërs 5:6-7 op: ‘U hebt geen enkele reden om zo zelfvoldaan te zijn. Weet u niet dat al een klein beetje desem, het hele deeg zuur maakt?’ Weg ermee! Radicaal! Zoals Israël voor Pesach radicaal al z’n gist (desem) weg moest doen. Tot op de dag van vandaag zoeken Joodse gezinnen het hele huis af naar oude brood- en koekkruimels, tot in de zomen van de kleren, maar vooral natuurlijk in de keuken. Koosjere restaurants zijn in Israël zelfs een dag dicht om met hogedrukspuit en gasbrander helemaal te worden gezuiverd (Exodus 12:15-20).

Zuurdeeg is het symbool voor het kwaad, het onzuivere verleden dat het heden bezoedelt. Zo klein als het lijkt, misschien. Kijk maar eens hoe klein de korreltjes zijn in een pakje gist! Maar wat een enorme invloed kan het hebben… Gist blaast op en zo krijg je een gerezen brood. Nu is daar op zich niets mis mee, maar als een gemeente niet veel meer is dan gebakken lucht, dan zet dat voor de hongerige wereld niet veel zoden aan de dijk.

Hoe zou een verontreinigde gemeente
getuigenis kunnen afleggen?

Wij hebben geen ceremonie om speciaal voor Pasen ons huis te zuiveren (zie vraag 3). Dat hoeft ook niet. Maar als we er geen werk van maken om met elkaar het huis van de gemeente zuiver te houden, zijn we levensgevaarlijk bezig. Paulus waarschuwt voor vergiftiging van het hele gemeenteleven doordat men één gelovige gewoon in het openbaar door laat gaan met praktijken die zelfs niet voorkomen onder mensen die aan God noch gebod doen. Hoe zou een verontreinigde gemeente getuigenis kunnen afleggen tegenover een verloren wereld?

Als mensen in de gemeente niet anders zijn dan mensen in de wereld zou de wereld echt geen aandacht schenken aan de gemeente – en terecht! Tucht (dat is: iemand weer achter Christus willen leiden) is goed voor de persoon zelf, voor de gemeente, én voor de wereld (zie vraag 4).

Radicale grondkeuze

Paulus spreekt in de geest van Christus. Die waarschuwde al tegen het zuurdeeg (zie vraag 5). De gemeente moet er elke keer weer duidelijk voor kiezen om alleen van Jezus Christus te zijn. En niet ook nog voor een klein deel van de wereld, al was het maar zo klein als een gistkorreltje.

‘Als gemeente doe je het meest voor de wereld als je het minst op de wereld lijkt’, luidt een bekende uitspraak (zie vraag 6). Daar kun je allerlei absurde gedachten aan vastknopen, alsof we wereldvreemd zouden moeten worden en fobisch voor alles wat maar in de wereld bedacht wordt. Dat is onzin natuurlijk. Laten we met twee voeten midden in de wereld blijven staan, waar God ons niet voor niets zaaide en ons samen het brood laat zijn. Maar laten we tegelijk niet werelds zijn in ons denken en doen, in onze motieven, ons levensdoel, onze methoden.

Dat vraagt onderzoek, bekering en nieuwe toewijding: persoonlijk én samen als gemeente. Willen we missionaire gemeente zijn? Een prima wens! Sterker nog: zo bedoelt de Heer ons. Maar dat vergt een radicale grondkeuze: vóór Christus en zijn missie. En telkens weer vervolgkeuzes die daarbij passen. Bid als gemeente de heilige Geest dat Hij je helpt te zijn wie je bent: een gezond gemaakt veelgranenbrood van Christus voor zijn wereld. En laat je hiertoe bij elke avondmaalsviering inspireren door bewust deel te hebben aan het ene brood Christus.

Om over na te denken

1. Probeer eens te benoemen waar jij Gods wijsheid proeft in de gevarieerdheid waarmee Hij jouw gemeente heeft samengesteld.

2. Herken je die bereidheid bij jezelf en de gemeente waar je bij hoort? Denk in dit verband eens na over die waarschuwende kerntekst uit Matteüs 16:25 ‘ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden’.

3. Wij hebben geen ceremonie om speciaal voor Pasen ons huis te zuiveren. Mis je zoiets? Wat hebben wij wel?

4. Breng je tucht in deze zin zelf in praktijk? En laat je jezelf ook corrigeren op deze manier? Kun je daar (met elkaar) positieve voorbeelden van geven?

5. Jezus waarschuwt tegen het zuurdeeg van de huichelarij van de farizeeën (Lucas 12:1). En tegen het zuurdeeg van de valse leer van de farizeeën en sadduceeën (Matteüs 16:6, 12): het wetticisme en het ongeloof in het bovennatuurlijke, zoals engelen, geesten, opstanding en eeuwig leven. En tegen het zuurdeeg van Herodes en zijn volgelingen: wereldgezindheid en verkeerde compromissen (Marcus 8:15, 6:17-29). Zijn deze vormen van zuurdeeg nog steeds herkenbaar?

6. ‘Als gemeente doe je het meest voor de wereld als je het minst op de wereld lijkt.’ Ben je het eens met deze uitspraak?

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Laat een reactie achter