Genade is geen pakketje dat je overhandigt

0

Voor de westerse middle-of-the-roadchristen is het sola gratia van de Reformatie stilaan een huis-tuin-en-keukeningrediënt voor degelijke verkondiging geworden. Maar voor wie in de goot ligt, of van huis en haard verdreven is, kan genadeverkondiging bevrijding betekenen die de ellende in een eeuwig perspectief plaatst.

Commandant Hans van Vliet: 'Ik weet zeker dat dagelijks in honderden, zo niet duizenden gesprekken het perspectief van het evangelie naar boven komt.' (beeld Leger des Heils)

Commandant Hans van Vliet: ‘Ik weet zeker dat dagelijks in honderden, zo niet duizenden gesprekken het perspectief van het evangelie naar boven komt.’ (beeld Leger des Heils)

Commandant Hans van Vliet van het Leger des Heils en directeur Jan Pieter Mostert van Stichting Gave kunnen meepraten over genadeverkondiging. Dagelijks spannen hun organisaties zich in om uitzicht te bieden voor mensen die zich tegen wil en dank moeten redden aan de randen van de samenleving. Maar zowel Van Vliet als Mostert haast zich te zeggen dat je niet al te snel over genade moet beginnen.

‘Bij ons in het restaurant hangt een bekende leus van onze oprichter, William Booth’, vertelt Van Vliet. ‘Hij zegt: “Een hongerige maag heeft geen oren.” Wie hongerlijdt, smerig is of nog maar amper op z’n benen kan staan, die moet je niet met een preek om zijn oren slaan: er is genade voor jou! Hij heeft eten nodig, een bad, een bed. Hij heeft zijn zelfrespect verloren en hij heeft hulp nodig dat terug te vinden.’

Tegelijkertijd, vervolgt Van Vliet, heeft dat ook weer alles met genade te maken. ‘Genade betekent voor ons dat Jezus mensen aanneemt zoals ze zijn. Dat is een nieuw begin, dat is hoop, dat is toekomst, dat is zekerheid, dat is vergeving. Als je onderweg bent met mensen die denken dat er geen toekomst meer is, mag je daarover spreken en op die manier wat laten doorlichten van Gods genade.’

Op slot

De hoop op een betere toekomst is ook een perspectief dat belangrijk is in het werk van Stichting Gave, vertelt Jan Pieter Mostert, wiens organisatie christenen traint om gastvrij te zijn voor vluchtelingen en daaromheen allerlei activiteiten organiseert. ‘Het merendeel van de vluchtelingen die in Nederland aankomen, raakt in de problemen. In het begin vaak nog niet, dan zijn ze in de opbouwfase. Kunnen we asiel krijgen? Waar gaan we dan wonen? En hoe richten we ons huis in? Maar als die fase voorbij is en gezinnen weer rust vinden, komen ze in hun verdriet terecht. Mensen raken op slot, contacten breken af, depressiviteit ligt op de loer.’

‘Mensen raken op slot, contacten breken af,
depressiviteit ligt op de loer’

En dan? Is genade genoeg? ‘Eén van de activiteiten van Stichting Gave spitst zich toe op alleenstaande moeders’, zegt Mostert. ‘Weduwen, vrouwen die hun kind uit een verkrachting hebben gekregen of vrouwen die zich moesten prostitueren om hun vlucht te bekostigen. In moeder-en-kindweekenden proberen we hun voor te houden dat hun waarde niet afhangt van hun maagdelijkheid of hun status, maar van de vraag hoe God naar hen kijkt. Het zijn bemoedigende weekenden waarin mensen soms een stuk van hun eigenwaarde terugvinden en God leren kennen als een bron van genade. Niet iedereen wordt christen, maar vaak proeven ze er wel van. En dan is genade genoeg.’

Keerpunt

Behalve dat Jezus mensen aanneemt zoals ze zijn, zegt Van Vliet, geloven we ook dat je mag veranderen. ‘Christus heeft door zijn lijden en dood verzoening bewerkt voor de gehele wereld, zodat iedereen die wil gered kan worden, zegt één van de leerstellingen van het Leger des Heils. Dat is de bodem. Maar om die boodschap voor het voetlicht te brengen, is anno 2017 wel een stuk meer nodig dan dertig, veertig jaar geleden’, zegt Van Vliet. ‘“Er is genâ, arm, schuldig hart. Hij heelt uw smart.” Dat zongen we vroeger, op de hoek van de straat. Er is wat dat betreft veel veranderd. We moeten het evangelie en de noodzaak tot bekering veel meer uitleggen.’

Jan Pieter Mostert: 'Ze weten dat hun aardse leven in puin ligt, dat hun welstandige leven voorbij is, maar het eeuwige leven met God ligt in het verschiet. “Mijn genade is genoeg” is dan gewoon waar.' (beeld Digital21/Shutterstock)

Jan Pieter Mostert: ‘Ze weten dat hun aardse leven in puin ligt, dat hun welstandige leven voorbij is, maar het eeuwige leven met God ligt in het verschiet. “Mijn genade is genoeg” is dan gewoon waar.’ (beeld Digital21/Shutterstock)

De zesduizend betaalde krachten van het Leger des Heils proberen dat in eerste instantie te doen door hun handelen, door hulp te verlenen. ‘Maar je komt in die trajecten bijna altijd uit op vragen van zingeving en betekenis. Voor mensen bij wie het leven is uitgelopen op teleurstelling en verbittering komt ook vroeg of laat de vraag op: hoe ben ik hierin terechtgekomen? Hoe kan dat nou? Waar is het misgegaan? En hoe kom ik eruit? Ik weet zeker dat dagelijks in honderden, zo niet duizenden gesprekken het perspectief van het evangelie naar boven komt. Zoals het bij de verloren zoon gebeurde. Al feestend was er niets aan de hand, maar toen hij in de goot lag en ontdekte dat er veel mis was gegaan, ging hij nadenken. Hij kwam tot het besef dat het thuis, bij zijn vader, veel beter toeven was. Dát moment moet tot een keerpunt leiden. Ga ik voort op de ingeslagen weg of keer ik op mijn schreden terug en ga ik naar huis?’

Isa

Voor moslims die christen worden, is dat keerpunt heel radicaal, weet Mostert. ‘Het is voor moslims echt niet makkelijk zich tot het christendom te bekeren. Vaak snijden ze daarmee ook de banden met familie en vrienden door. Ik heb recent een doopdienst in Libanon meegemaakt. Waar volwassen dopelingen in Nederland de vraag krijgen of ze de ware leer van de verlossing onderschrijven of iets dergelijks, klonk daar letterlijk de vraag: ben je bereid om voor Jezus Christus te sterven? Het is zó fundamenteel om daarop te antwoorden. Het gaat letterlijk niet meer om jouw leven, maar om het leven met God. Vaak kunnen juist christelijke vluchtelingen hun leed daarom enorm relativeren. Ze weten dat hun aardse leven in puin ligt, dat hun redelijk welstandige leven voorbij is, maar het eeuwige leven met God ligt in het verschiet. “Mijn genade is genoeg” is dan gewoon waar.’

Mostert vertelt het verhaal van Mohammed Al-Khadour, een Syrische arts die slachtoffers ongeacht hun achtergrond wilde helpen en daarom gevangengenomen en gemarteld werd. ‘Hij werd met ijzerdraad aan zijn polsen opgehangen, zijn armen gespreid, gekruisigd als het ware. Daar hangend moest hij aan Isa, aan Jezus denken. Ook in de koran zijn Jezus en zijn kruisiging immers bekend. Mohammed kwam uiteindelijk vrij, vluchtte naar Nederland en ging daar op zoek naar een christen. “Want”, zei hij, “Isa heeft mij geholpen en Hem wil ik danken.” Hoe doe je dat, wilde hij weten. Mohammed had helemaal geen intentie om christen te worden, maar de evangelist met wie hij sprak, mocht wel een bijbel achterlaten. Een paar weken later belde Mohammed de evangelist op: “Ik lees allemaal woorden die Jezus mij in de gevangenis al gezegd heeft!”’

‘Daar klonk letterlijk de vraag: ben je bereid
om voor Jezus Christus te sterven?’

Mohammed werd toch christen en hoewel hij nog amper Nederlands spreekt, heeft hij in Breda een gemeente gesticht. ‘Dat is de kracht van de genade ten voeten uit’, zegt Mostert. ‘God is groter dan wij kunnen bedenken.’

Hij vervolgt: ‘We denken weleens dat de wereldgeschiedenis gebeurt en dat ergens in een hoekje het christelijk geloof een plek mag hebben. Maar het is andersom. Zo veel christenen vertellen ons dat ze op hun vlucht naar Nederland Christus hebben ontmoet. Ze zijn God tegengekomen, zoals dat in de tijd van de Bijbel gebeurde. En dan denk ik: nee, de wereldgeschiedenis gebeurt niet, Gods koninkrijk is aan het gebeuren en al het andere staat in dienst daarvan.’

Soms sta je niettemin met lege handen en is Gods koninkrijk in geen velden of wegen te bekennen. ‘Ik denk niet dat IS uit Gods hand voortkomt, maar het is wel een zegen voor de volken dat mensen in dit land met het christendom in aanraking komen’, zegt Mostert.

Van Vliet: ‘Ik heb honderden keren meegemaakt dat iemand zo ver was weggezakt in zijn verslaving aan drank of drugs dat er geen hulp meer mogelijk was. Al zou iemand nog willen, een weg terug was er niet. Of soms willen mensen niet geholpen worden en dan ben je als hulpverlener machteloos.’ Als je in dat perspectief over genade nadenkt, zegt Van Vliet, ‘dan realiseer ik me ook dat we bescheiden moeten zijn, dat we niet te hoog van de toren moeten blazen: ik weet wel hoe het zit. Ik geloof er heilig in dat genade niet iets is wat je als een pakketje aan iemand kunt overhandigen. Maar waar ik elke keer wel weer van onder de indruk ben, is als je met mensen onderweg bent en ze je vragen: waarom doe je dit nou? Waarom doe je dit voor mij? En dat ik dan mijn getuigenis mag geven. Dat ik mag vertellen wat genade voor mij betekent.’

Delen.

Over de auteur

Felix de Fijter is journalist bij Tekstbureau Vakmaten (www.vakmaten.nl).

Laat een reactie achter