‘Leer om in conflicten je verlies te nemen’

0

Onverbondenheid. Is dat de wortel van veel kerkelijke conflicten en wrijvingen? En is verbonden zijn dus huiswerk voor iedere gelovige? Deze woorden vallen in elk geval herhaaldelijk in gesprek met de Kamper emeritus hoogleraar Kees de Ruijter en Arine Brouwer, coach, trainer en voormalig lid van de Vertrouwens- en Adviescommissie van de NGK. Hoe doe je dat: verbonden zijn? Hoe word je een hechte geloofsgemeenschap waar verschillen kunnen bestaan zonder dat ze tot conflicten leiden?

Kees de Ruijter: 'We hebben verwaarloosd om de onderlinge verbondenheid en de verbondenheid met Christus in onze geloofspraktijk tot uitdrukking te brengen.' (beeld Jaco Klamer)

Kees de Ruijter: ‘We hebben verwaarloosd om de onderlinge verbondenheid en de verbondenheid met Christus in onze geloofspraktijk tot uitdrukking te brengen.’ (beeld Jaco Klamer)

Arine Brouwer heeft NGK-gemeenten begeleid in de omgang met verschillen en conflicten. Kees de Ruijter begeleidt momenteel een GKv-gemeente op het vlak van gemeenteopbouw en schreef recent een notitie over de vraag hoe je in de praktijk een pluriforme kerk kunt zijn.

Kees: ‘Laat ik om te beginnen iets goeds over conflicten in de kerk te zeggen. Zolang er conflicten zijn, zijn gemeenteleden met elkaar verbonden. Ze willen het conflict aangaan. Ik heb in mijn leven zelf moeten leren dat je op een positieve manier ruzie kunt maken. Je kunt namelijk ook langs elkaar heen leven. Dan zit je in het stadium van onverbondenheid en onthechting. Je gaat weg, omdat je het allemaal niets meer vindt.’

Arine: ‘Het begint vaak met emotioneel afhaken. Je stuit op een geschil met een gemeentelid, je schrikt en hebt de neiging je terug te trekken en je eigen mening kracht bij te zetten. Voor je het weet, ben je van elkaar verwijderd geraakt. Het vraagt veel moed om in zo’n situatie te zeggen: jij bent mij te dierbaar, ik wil weten wat er precies gaande is.’

Kees: ‘Het punt waarmee ik erg rondloop, is dat in onze traditie vaak alleen de waarheid is benadrukt. We hebben verwaarloosd om de onderlinge verbondenheid en de verbondenheid met Christus in onze geloofspraktijk tot uitdrukking te brengen. Gereformeerden doen vaak net of ze hersenen op stokjes zijn. Alsof de rest er niet toe doet. In de kerk zie je bij wijze van spreken tweehonderd kolommetjes zich omhoog richten, zonder onderling verbonden te zijn. Dat is een leegte waarin conflicten zich makkelijk kunnen nestelen.’

Arine: ‘Is het echt leegte? Ik denk dat die verbondenheid er wel is, maar vaak te onbewust. Als je in een conflict verzeild raakt, neem je maar al te snel je toevlucht tot argumenteren. Mensen zeggen niet gauw wat ze erbij voelen, waar het hun hart raakt. Wie is er in een conflict echt nieuwsgierig naar de ander, wie wil er nog proberen te onderzoeken wat er dan gebeurt?’

Wat voor soort kerkelijke conflicten hebben jullie nu in gedachten?
Kees: ‘Ik denk vooral aan allerlei conflicten rond de liturgie. Logisch dat juist daar conflicten opkomen: het gaat over verbondenheid met God. Op het moment dat gemeenteleden in de liturgie zaken willen veranderen, kan dat als een groot verlies voelen. Het kan zelfs de vraag oproepen: hebben we het eigenlijk wel over dezelfde God?

Veel mensen van mijn generatie zijn opgevoed met de psalmen. Soms hebben ze de indruk dat ze die tegenwoordig nauwelijks meer mogen zingen. Ze zitten echt met een verlieservaring in de kerk. Terwijl jongeren precies dezelfde emotie hebben. Zij willen via nieuwe liederen uitdrukking geven aan hun geloof, hun hart aan God geven. Hoe komt in zo’n situatie onderlinge verbondenheid tot stand?’

Arine: ‘Je ziet dat de essentie dezelfde is: jongeren en ouderen willen God van harte dienen en loven. Maar beide groepen bereiken elkaar niet.’

Kees: ‘Ik ben altijd echt hoopvol over wat Christus doet in zijn kerk. Maar die onverbondenheid vind ik een akelige cultuurtrek. Mensen zijn niet meer verbonden met elkaar, maar ook niet meer met hun wortels, hun traditie. Op dit vlak kom ik letterlijk alles tegen. Zijn we bang voor conflicten in de kerk? Ik signaleer dat mensen het conflict niet eens meer aangaan. Als iets hun niet aanstaat, gaan ze weg. Ik vind dat heftig.’

Misschien lopen mensen vaak weg voor de confrontatie. Maar tegelijk zijn er wel degelijk conflicten: over de liturgie, over de vrouw in het ambt, over de preek van de dominee enzovoort. Wat dan?
Arine: ‘Als er een conflict speelt, gaat het heel vaak niet om de vragen waarover het moet gaan. Dat is keer op keer mijn ervaring. Het conflict gaat bijvoorbeeld over de dominee. Een aantal gemeenteleden zegt: deze dominee kan niet preken. De dominee zegt: oh, dat hoor ik anders nooit. Ze gaan argumenteren. Maar op de achtergrond leven onbeantwoorde behoeftes en gekwetste gevoelens. Daar zou je het met elkaar over moeten hebben. Het inhoudelijke gesprek mag je ook voeren, maar dan over de vraag: wat vinden we dan een goede preek? Ik vind het niet noodzakelijk dat iedereen het daarover eens is. Maar het gesprek helpt. Ga naast elkaar staan en stel elkaar de vraag: wat zoek je eigenlijk? Kennelijk heb jij een ander beeld van een goede preek. Vertel eens.’

En komt het dan altijd goed?
Arine: ‘Het helpt ontzettend om in echte conflicten eerst tijd te nemen en te erkennen dat je in het putje zit. Het is belangrijk om daar samen verdriet over te hebben. Het is mijn stellige overtuiging dat iedereen in een gemeente daaraan moet meedoen. Omdat iedereen een aandeel heeft, ook degenen die zogenaamd op de tribune hebben gezeten. Als je dat proces samen oprecht ingaat, kun je ruimte ontvangen, waarin je je voorzichtig kunt richten op wat goed is in Gods ogen. Voor mij is de basis in dat proces dat je – waar je ook staat in het conflict – allemaal echt genade nodig hebt.

Ik ken gevallen waarin mensen er oprecht biddend en zoekend niet uitkwamen. Dat vind ik de moeilijkste situaties: waarom lukt het niet, ondanks zo’n oprecht proces? Houden ze misschien toch iets achter? Het vraagt natuurlijk veel moed om te zeggen: daarin heb ik gezondigd of iemand tekortgedaan. Mensen gaan die weg zeker een stuk, maar soms zit er toch nog wat.’

‘Gereformeerden doen vaak net of ze hersenen op stokjes zijn’

Kees: ‘Ik herken dat heel erg bij persoonlijke conflicten. Ik was predikant in een gemeente waar twee mensen een diep en langdurig conflict met elkaar hadden. Ze kwamen elkaar ook zakelijk tegen, dat speelde ook een rol. Ze kenden elkaar al zo lang, maar konden elkaar letterlijk niet meer zien. Er is soms een grens aan wat we kunnen incasseren.’

Arine: ‘Ja, maar ik vind het wel belangrijk om het te hebben over volwassen gelovig zijn. Iedereen heeft zijn meningen en gevoelens. Maar we hebben ook ons verstand gekregen en dat moeten we in het geval van conflicten goed gebruiken. Ik was bij een kerk waar het ging over de vraag of homoseksuelen in liefde en trouw een relatie mogen hebben en het ambt mogen bekleden. Er was een patstelling, maar er was ook een verlangen om elkaar niet kwijt te raken. Ik heb toen een techniek gebruikt om weg te komen bij die enorme focus op de verschillen. Ik heb eerst de groepen apart gezet en laten bespreken hoe ze biddend en denkend tot hun conclusie waren gekomen. Dat leidde tot verdieping. Toen heb ik ze uitgenodigd in gesprek te gaan met de groep die tot een andere conclusie was gekomen. Zaten er bij hen gedachten waarbij ze konden aanhaken? Het is een methodiek die het conflict niet oplost en de tegenstellingen niet wegneemt. Maar het leidde er wel toe dat het blikveld van de deelnemers werd verruimd en beide groepen opener naar elkaar werden.’

Arine Brouwer: 'Echt verbinding maken met elkaar en met mensen buiten de kerk, dat is zo hard nodig.'

Arine Brouwer: ‘Echt verbinding maken met elkaar en met mensen buiten de kerk, dat is zo hard nodig.’

Kees: ‘Ik zat in het deputaatschap dat een rapport heeft uitgebracht over de vrouw in het ambt. In dat rapport staat dat de ambten opengesteld kunnen worden. We hebben eerst een pijnpuntenrapport uitgebracht en een oefening aan de kerken meegegeven. Want de verschillen zitten diep: aan de ene kant is er de pijn, omdat mensen deze keuze niet kunnen rijmen met trouw zijn aan de Schrift. Aan de andere kant zitten mensen die ruimte zien en de Geest volle ruimte willen geven om via vrouwen te werken.

We hebben een oefening aangereikt: laat mensen die diametraal tegenover elkaar staan bij elkaar zitten. Vraag de één om de visie van de ander te beschrijven. De ander zegt dan bijna altijd: nee, dat klopt niet helemaal. Dan moet het nog een keer, net zolang tot hij instemt: dit klopt met hoe ik het zie. En dan andersom. Zo kom je bij de wortel van elkaars verlangen en ervaar je door de verschillen heen dat je bij elkaar hoort.’

Arine: ‘Ik ben zo’n ingewikkelde gemeentevergadering weleens begonnen met te zeggen: “Als iemand de wijsheid in pacht heeft, laat die dan het woord nemen.”’

Kees: ‘Oei, ik geloof wel dat ik me een beetje platgewalst zou voelen door zo’n start.’

Arine: ‘Ik deed het heel vriendelijk, gewoon om duidelijk te maken dat we geen van allen de absolute wijsheid in pacht hebben.’

Kees: ‘Ik snap goed waarom je zo begint. Ik zie op dit moment veel spanningen en conflicten in de GKv. De discussie over de vrouw in het ambt is voor velen de spreekwoordelijke druppel. Dat is niet allemaal op te lossen en dat heeft ook te maken met het feit dat mensen op verschillende plekken in het proces zitten. Ik vind dat de NGK er in de praktijk wel heel wijs mee omgaat. Vrouwen mogen in het ambt, maar er lijkt nog een tikje een rem op te staan. Er is nog niet meteen een hele rits vrouwen in het ambt verschenen. Daar zit wijsheid achter.’

Conflicten over homoseksualiteit en de vrouw in het ambt zijn wel anders dan conflicten over liturgie. Voor veel mensen raken ze aan het gezag van de Bijbel. Stel dat een gemeente besluit vrouwen toe te laten tot het ambt, wat doe je dan met de groep die er ondanks alle gesprekken van overtuigd is dat het tegen de Bijbel ingaat?
Arine: ‘Het lijkt mij belangrijk om die groep te laten weten dat je heel serieus hun mening en hun verlieservaring als gevolg van het besluit hebt meegewogen. Je moet zeggen: het is niet lichtzinnig gebeurd, we hebben je gehoord, maar we komen tot een andere conclusie. De verantwoordelijkheid van die groep zelf is vervolgens om je verlies te nemen. Ik zeg niet dat dat altijd kan. Maar ik zou ervoor willen pleiten dat mensen in de kerk leren om hun verlies te nemen. Dat heeft heel veel met gemeenschapszin te maken. En ook met vertrouwen in de mensen die de beslissing nemen, juist ook als ze een andere keuze maken. Probeer te vertrouwen in plaats van gelijk te krijgen.’

Kees: ‘Op dit punt hebben we nog veel oefening nodig. Ik maakte ooit mee dat voor het eerst de geloofsbelijdenis werd gezongen. Een man in de gemeente had het er knap lastig mee. “Zo kan ik toch mijn geloof niet belijden”, zei hij. Ik proefde de verharding. Daar ben ik tegen ingegaan. Ik heb gezegd: “Straks sta je met Afrikanen en Joden voor Gods troon, zou je je dan niet nog veel sterker moeten aanpassen?”’

‘Als we willen leren een echte geloofsgemeenschap te zijn, is openheid en loslaten essentieel’

Arine: ‘Als je opener wordt als kerk, worden de verschillen alleen maar groter. Er gebeurt van alles. Hoe ga je ermee om? Je hoofd gaat overuren maken en kan bij wijze van spreken ontploffen. Ben je dan bereid om je houvast – dat hoofd, je denkvermogen – los te laten? Kun je vraagtekens zetten bij wat je denkt, ter wille van Christus?’

Kees: ‘Dat betekent echt loslaten, niets achterhouden, je aan Jezus toevertrouwen. Dat confronteert ons met een lastige trek in onze traditie: normativisme. We weten zo precies wat goed is en wat niet goed is. Je kent de norm, je legt die norm zo makkelijk aan anderen op. Maar dan laat je iemand eigenlijk alleen met die norm. Terwijl de kern van het evangelie is dat je nooit alleen gelaten wordt.’

Arine: ‘Daar zit een prachtige boodschap in voor de kerk van nu. Willen we leren een echte geloofsgemeenschap te zijn? Dan is openheid en loslaten essentieel. Ik denk dat het de enige manier is om kerk te zijn in deze wereld. Om er dus ook te zijn voor mensen die God nog niet kennen. Echt verbinding maken met elkaar en met mensen buiten de kerk, dat is zo hard nodig.’

Kees: ‘Misschien is God ons dat in deze tijd wel aan het leren. We zitten in een ingewikkeld transitieproces. We willen geen hersenen op stokjes meer zijn. Als lokale kerk willen we niet alleen zeggen, maar ook belichamen dat er verlossing voor de wereld is.’

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter