Kees Haak en Rien Vrijhof: Worstelen met Israël

0

Hoe bijzonder is het Joodse volk? Het is opvallend dat de CGK daar een heel ander idee over heeft dan de kerken uit de Vrijmaking (GKv en NGK). Waarin bestaat dat verschil in visie? Hoe komt dat? En is er misschien een mogelijkheid om dichter bij elkaar te komen? OnderWeg spreekt met Kees Haak, missioloog en oud-docent aan de TU Kampen, en Rien Vrijhof, emeritus predikant en deputaat voor de relatie kerk en Israël in de CGK.

Hoe kijkt u naar de taak van de kerk tegenover het Joodse volk?
Haak: ‘We respecteren en eren Israël als volk waaraan God zich geopenbaard heeft en waaruit Jezus Christus is geboren, en als land en volk waar het hart voor het evangelie het eerst klopte. Maar heilshistorisch heeft Israël geen aparte plek meer. De fixatie erop als voorkeursvolk is de klok terugdraaien. Het “eerst de Jood en ook de Griek” is iets van toen en daar, een momentopname.’

Vrijhof: ‘Ik denk vanuit de missio dei dat God een zending heeft in deze wereld. En in de realisering van zijn plan is het Joodse volk de eerstgeroepene. Daarbij gaat het niet om voorkeur, maar om opdracht. In het vervullen van die opdracht struikelt Israël en is het vaak conflictueus geweest, maar telkens was er behoud en terugkeer. Die bijzondere plek van dit volk is met Christus niet vervallen, het verbond is niet opgezegd. Ik denk aan een tekst als Romeinen 11:1: “Heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet!” Er blijft altijd een hand van God naar hen uitgestoken, zij blijven op een bepaalde manier in Gods aandacht. Tegelijk zeg ik dat er ook voor een Jood geen weg tot heil is buiten Jezus Christus om.’

Haak: ‘Zeker, Gods beloften blijven altijd van kracht, net zoals voor “bondelingen” die hun geloof vaarwel hebben gezegd. Maar het verbond legt je ook een verplichting op en het zal verzwarend werken in het oordeel. En op een gegeven moment moet je realistisch zijn: natuurlijk blijf je hopen en bidden dat er verandering komt, maar de karavaan van de kerkgeschiedenis trekt verder.’

Kees Haak: 'Heilshistorisch heeft Israël geen aparte plek meer.' (beeld Jan Haveman)

Kees Haak: ‘Heilshistorisch heeft Israël geen aparte plek meer.’ (beeld Jan Haveman)

Rien Vrijhof, wat maakt het Joodse volk bijzonder voor u?
Vrijhof: ‘Voor mij houdt het Joodse volk een blijvende plek in Gods verbond. En wat dit volk verder bijzonder maakt, is dat zij de Schriften lezen. Dat zij daarin de gestalte van Jezus niet zien, doet me zeer. Maar omdat zij wel die Schriften lezen, zijn ze toch anders dan onze kinderen die God vaarwel zeggen en er helemaal niks meer mee te maken willen hebben. In de Tweede Wereldoorlog zijn talloze Joden in de gaskamers met het sjema op de lippen gestorven: “Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!” Moet ik dan over die mensen zeggen dat ze aan het eind van hun leven God vervloekt hebben? Dat kan ik niet. Het gaat om de messias Jezus, maar ik kan niet leven met dat massieve dat het niks was wat zij hebben beleden.’

Haak: ‘Dat je aandacht vraagt voor de religieuze Joden die met eerbied de Schriften lezen, vind ik goed en terecht. Maar het evangelie is heel duidelijk dat mensen die niet in Jezus geloven niet behouden worden. Zeker, elke keer wanneer iemand sterft, past ons dat we zeggen: “Het is in Gods handen.” Dat geldt voor een moslim die heel trouw de Koran naleeft of een Papua die zijn godsdienst navolgt, en wat hij daar dan aan herkenning van de ware God doet – dat onttrekt zich aan ons oog, daarover doen we geen uitspraak. Maar Jezus Christus is de vervulling van het Oude Testament. En hoezeer Joden ook onze voorgangers zijn in het nauwkeurig lezen van het Hebreeuws en het verstaan van de context, we moeten toch zeggen dat ze de spits van dit hele verhaal hebben gemist.’

Vrijhof: ‘Maar als ze dat nou niet kónden zien? Als het gedrag van de kerk belemmerend werkte om de messias werkelijk te leren kennen?’

Haak: ‘Maar dat geldt voor de zending net zo goed: hoeveel mensen heb je als zendeling niet in de weg gezeten?! Dat neemt nooit de verantwoordelijkheid weg voor mensen zelf die met Christus te maken krijgen en Hem niet als hun redder aannemen. Dat kun je niet bagatelliseren.’

Vrijhof: ‘Maar de kerk gaat hier toch niet vrijuit?! Kijk eens hoe de Joden eeuwenlang door de kerk zijn benaderd, en dan niet één keer door een bepaald individu, maar structureel. Hoe Joden zijn gekleineerd en weggezet, met de bedoeling om hun hun Jood-zijn af te nemen.’

Wat is de verantwoordelijkheid van de kerk nu voor het Joodse volk? Het valt op dat juist de kerken uit de Vrijmaking weinig met Israël hebben en wel wereldwijd actief zijn in de ‘heidenzending’.
Haak: ‘Dat komt mijns inziens omdat ze serieus nemen dat er verbondsontrouw is. Je kerkelijke strategie richt je ook niet op mensen die de kerk vaarwel hebben gezegd. Het heeft te maken met een kerkvisie die gebaseerd is op de belijdenis en het grenzen stellen aan de kerk.’

Vrijhof: ‘Ik wil daar toch echt verdergaan. Omdat de Joden de Schriften lezen die wij voor een deel ook hebben, is het de táák van de kerk het gesprek met hen daarover te voeren. Ik wil ervoor openstaan dat door hen dingen worden aangewezen, benoemd en getekend die wij niet kennen, waar wij geen antenne voor hebben.’

Haak: ‘Samen met mensen uit andere culturen Bijbellezen is altijd leerzaam en ontdekkend. Maar theologisch is er voor mij geen verschil tussen Jood of niet-Jood; die twee volken zijn één geworden. Het toch weer uit elkaar trekken, het toch weer bijzonder maken van een bepaald volk, dat lees ik niet in het Nieuwe Testament.’

Vrijhof: ‘Dat komt omdat jij “eerst de Jood en dan de heiden” leest als een praktische, tijdgebonden situatie, terwijl ik het lees als een principiële keus. Want ook verderop in het Nieuwe Testament maakt Paulus nog steeds dat onderscheid, bijvoorbeeld als hij zegt: ja, maar jullie zijn uit de heidenen, en wij uit de Joden.’

Heeft de kerk op basis van Romeinen 9, 10 en 11 een boodschap speciaal voor de Joden?
Haak: ‘Dat zie ik absoluut niet. Paulus spreekt in Romeinen over het verdriet dat hij heeft en hij deelt een geheimenis mee. Hij zegt dat er een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen en dat er openheid blijft voor bekering. Alleen, dat geldt net zo voor andere volken en voor hen die de kerk vaarwel hebben gezegd. En bij afwijzing komt, vanuit missionair-strategisch denken, het moment om het stof van de voeten te schudden en verder te gaan, naar mensen die wel openstaan voor het evangelie. Hoe God dan in andere tijden toch weer hen die het evangelie eerst afwezen (Jood én niet-Jood) kan benaderen, is deel van het geheimenis. Het mag nooit een argument zijn om de actuele, serieuze weigering om Christus te belijden te bagatelliseren door maar eindeloos de dialoog te willen doorzetten.’

Vrijhof: ‘Voor mij ligt dit fundamenteel anders: God gaat zijn eigen weg met Israël.’

Rien Vrijhof: 'Voor mij houdt het Joodse volk een blijvende plek in Gods verbond.' (beeld Jan Haveman)

Rien Vrijhof: ‘Voor mij houdt het Joodse volk een blijvende plek in Gods verbond.’ (beeld Jan Haveman)

Haak: ‘Maar wat betekent dat in de praktijk?’

Vrijhof: ‘Voor mij heeft die weg te maken met aan de ene kant Gods trouw en aan de andere kant dat zij de Schriften lezen. Denk aan wat in Romeinen 11 staat: God blijft hen liefhebben en Hij neemt zijn genade niet terug.’

Haak: ‘Oké, maar ik zie geen tweedeling in de Bijbel, geen ándere weg. En een druk op de kerken leggen van: “als jij niet aan Israël doet, dan ben je geen goede kerk”, daar wil ik niet van weten. Voorbede voor Israël is prima, maar dat staat voor mij op gelijk niveau met voorbede voor hen die de kerk hebben verlaten en voorbede voor het feit dat de kerk gescheurd is. Er loopt over de wereld veel meer verbondsvolk rond dat halsstarrig Jezus Christus weigert.’

Vrijhof: ‘Als CGK geven we per lid iets van 15 euro per jaar aan de zending en 1 euro voor het gesprek met Israël. Ook al is dat al veel meer dan in de GKv en de NGK, het staat toch niet in verhouding? Het is helemaal niet zo dat Israël de boventoon moet voeren en dat dat hét item in de kerk moet zijn, maar je gaat óók in gesprek met Israël. Ik wil helemaal niet zeggen dat het allemaal zo duidelijk is, maar ik wil vasthouden dat God iets met hen begonnen is, en dat Israël zijn oogappel is.’

Haak: ‘Gods oogappel is de kérk.’

Vrijhof: ‘Wij zijn erbij gekomen, wij zijn ingeplant als wilde takken aan de edele olijf. Ook Israël blijft Gods oogappel.’
Haak: ‘Dat kan ik niet meemaken. Gods oogappel is de kerk wereldwijd, en niet een etnische groepering die nauwe banden heeft gehad met de Schrift. Gods bruid is de kerk uit alle volken.’

Hoe zou de kerk meer aandacht aan Israël kunnen geven?
Vrijhof: ‘Er is weinig aandacht in de wereld voor het Joodse volk op de manier zoals de CGK die heeft. Wij moeten de messias verstaanbaar verkondigen, niet met allerlei bijbedoelingen. Pinchas Lapide, een Joodse geleerde die veel met christenen praatte en veel van het Nieuwe Testament wist, zei eens: “In Amerika kon ik van christenen wel geld krijgen om tien tempels te bouwen.” Kijk, daar waren die christenen op uit. Die hadden een idee over hoe de eindtijd in elkaar stak, waarin er nog weer een nieuwe tempel in Jeruzalem moest komen, maar dat is totaal onze visie niet. Ik wil het hebben over de Schriften, over wie God is in zijn verbondstrouw, over wie de messias is.’

Haak: ‘Eens! Maar wat is de dwingende noodzaak dat iemand als dominee Brons in Israël is, terwijl daar tig zendingsorganisaties en kerken zijn, die aan alle kanten ondersteund worden?’

Vrijhof: ‘In Israël heb je veel charismatische kerken, met elk hun eigen agenda voor de toekomst. En ook nogal wat kerken, van kopten, Ethiopiërs en Armeniërs, die nauwelijks weten dat Israël in Israël leeft, die het niks interesseert of daar nou Arabieren leven of Joden, als zij maar hun heilige plek hebben. Daarom is het belangrijk dat er in het land Israël een kerk is die vanuit onze visie denkt. En zeker, dat gesprek met Joden kun je ook in Antwerpen en Amsterdam voeren. Maar het mooie van het land Israël is dat het een plek is waar Joden rustig kunnen spreken en het gewoon niet met ons eens kunnen zijn. In Nederland is dat toch lastiger, omdat de druk op Joden zo ontzettend groot is en het trauma van de geschiedenis zo veel impact heeft.’

Haak: ‘Laat duidelijk zijn dat er alleen maar blijdschap kan zijn wanneer het gesprek over en weer gevoerd wordt. Maar tegelijk: waar blijft dan de bekering van Israël en de evaluatie bij volgehouden afwijzing?’

Vrijhof: ‘Dat is een terechte vraag, maar voor die bekering in Israël is veel tijd nodig, en tegelijk blijft er het goddelijke geheimenis waar Paulus over spreekt. En waarom zou je, zo lang je die tijd hebt, de tijd daarvoor niet nemen?’

Delen.

Over de auteur

Jan Haveman is predikant van de Goede Herderkerk in Emmen (GKv) en redacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter