Verknocht aan Israël

0

Busladingen Nederlanders bezoeken ieder jaar Israël, benieuwd hoe het decor van al die Bijbelse verhalen er in werkelijkheid uitziet. Op sommigen maakt het heilige land zo’n indruk dat het blijvend iets in hun leven verandert. Drie van hen delen hun verhaal.

Kort na de Jom Kipoeroorlog in 1973 bezocht journalist en buitenlandcommentator Aad Kamsteeg voor het eerst Israël. Samen met de enkele jaren geleden overleden fotograaf Tjerk S. de Vries trok hij in het kielzog van het Israëlische leger het Suezkanaal over. Ze schreven er een boek over, vele jaren later gevolgd door een tweede boek, Ooggetuige in Israël.

Dat eerste bezoek was bijzonder, vertelt Kamsteeg. ‘Je bent in levenden lijve in het land waar Jezus was. Het is een speciale plek. Ik ben er daarna nog een groot aantal keren geweest en kom er ook nu nog vaak. Zolang ik gezond ben, blijf ik op Israël georiënteerd.’

Waar zijn liefde voor het Joodse volk vandaan komt? Het begon al in zijn jeugd. In het vrijgemaakte milieu waarin hij opgroeide was er altijd extra aandacht voor Israël. ‘Maar het onderwerp begon echt te leven toen ik bij het Gereformeerd Gezinsblad ging werken onder hoofdredacteur Piet Jongeling, die een groot hart had voor Israël.’

‘Zolang ik gezond ben, blijf ik op Israël georiënteerd’

Kamsteegs visie op het Joodse volk is vooral geworteld in het Nieuwe Testament. ‘Je hoeft niet alle oudtestamentische profetieën toe te passen om de bijzondere plek van Israël te zien. Ook in het Nieuwe Testament lees je dat het Joodse volk blijft bestaan. God houdt het in het oog. Theologisch heb ik daarbij altijd vastgehouden aan Romeinen 9-11. Wat dat precies voor de toekomst betekent, is volgens mij een mysterie, maar het is mede vanuit Romeinen 11 mogelijk dat er nog heel bijzondere dingen kunnen gebeuren.’

Jaloers

Kamsteeg bouwde als journalist van het Gereformeerd Gezinsblad (nu ND) en later de EO een groot netwerk op in Israël, waar hij nog altijd gebruik van maakt, bijvoorbeeld bij het maken van documentaires voor verschillende christelijke organisaties.

Door zijn vele contacten heeft hij zijn beeld van religieuze Joden moeten bijstellen. ‘Vroeger dacht ik bijvoorbeeld dat je de rabbijnen van nu kon vergelijken met de farizeeën uit de Bijbel. Maar toen ik hen ontmoette, zag ik hoe vroom ze zijn, hoe groot hun eerbied voor God is en hoeveel plezier ze hebben in het volgen van Gods geboden. Het maakte me jaloers. De Nederlands-Israëlische rabbijn Nathan Lopes Cardozo legde me die vreugde in de wet uit. Hij zei dat het een voorrecht is dat je ieder moment in Gods wereld mag leven, dat Hij je zo veel geboden toevertrouwt en dat Hij denkt dat je je eraan kunt houden.’

Iets van Kamsteegs blik op Israël is te zien in de nieuwe documentaire Terug naar Jeruzalem, die hij met zijn zoon Dirk maakte voor de vrijgemaakte organisatie Yachad. Kamsteeg hoopt dat de film de aandacht voor de bijzondere positie van Israël vergroot. ‘Want in de GKv is men, net als in de NGK, soms wel wat lauw over Israël.’

Hoeken en gaten

In tegenstelling tot de GKv en NGK heeft de CGK ook officieel als kerkgenootschap altijd veel aandacht gehad voor Israël. Zo participeert de kerk in het Centrum voor Israëlstudies (CIS). CGK-dominee Aart Brons woont sinds 2012 als vertegenwoordiger van het CIS in Jeruzalem, een aanstelling die dit najaar ten einde loopt.

Brons kan het moment waarop zijn band met Israël begon duidelijk aanwijzen. ‘Na mijn eerste studiejaar theologie maakten we een reis naar Israël. Dat heeft mijn leven op een ander spoor gezet. Ik ging erheen om de Bijbelse plaatsen te zien en de Bijbel beter te begrijpen, maar wat me vooral trof, was de ontmoeting met het Joodse volk. Ik besloot toen om écht Hebreeuws te gaan leren.’

Aart Brons woont sinds 2012 in Jeruzalem. Hij vindt het bijzonder om er te zien en te ervaren dat 'het volk Israël leeft'. (beeld Aart Brons)

Aart Brons woont sinds 2012 in Jeruzalem. Hij vindt het bijzonder om er te zien en te ervaren dat ‘het volk Israël leeft’. (beeld Aart Brons)

Als CIS-vertegenwoordiger onderhoudt Brons contacten met alle mogelijke Joden: orthodox, liberaal, messiasbelijdend. De dialoog met orthodoxe Joden vindt hij spannend. ‘Als je alleen komt om je geloof te verkondigen, gaat het gauw mis. Je moet eerst luisteren en een relatie aangaan. En dan niet als een soort evangelisatiemethode, maar principieel: luister naar Gods volk, met wie Hij een eigen weg is gegaan en zal gaan. Zij bestuderen net zo hard de Schrift, de Tenach, en daarin kun je veel van hen leren. Wat mij bijvoorbeeld bijzonder aanspreekt, is hun vreugde in de wet. Hun omgang met de Thora is helemaal niet wettisch, doods en kil; het ligt heel anders, dat zie je als je het hier meemaakt. Religieuze Joden willen vanuit een warme liefde en overgave de wil van God doen, tot in alle hoeken en gaten van hun leven.’

Matteüs

Brons vindt het bijzonder om te zien en te ervaren dat ‘het volk Israël leeft’. God laat niet los wat zijn hand begon. ‘Dat zie je heel concreet in wonderen die in dit land gebeurd zijn’, zegt Brons. Tegelijkertijd is er die hoeksteen die de Joden afkeurden: Jezus Christus. ‘Dat geeft het contact wel iets eenzijdigs. Joden hebben geen belang bij de ontmoeting met christenen – zij hoeven ons niet te bekeren – terwijl wij graag onze roots willen leren kennen en Jezus willen verkondigen.’

Desondanks lukt het steeds beter om het gesprek aan te gaan, merkt Brons. Zo maakt hij deel uit van de Jerusalem Rainbow Group, waarin christenen en Joden (vooral academici) elkaar elke maand ontmoeten. ‘Er is grote openheid en echte vriendschap. We wíllen elkaar zien en ontmoeten.’ Ook leest hij met een groep van vier Joden en vier christenen het evangelie naar Matteüs. Een interessante ervaring, ook voor zijn eigen geloof. ‘De Joden vragen ons vaak: wat betekent het evangelie voor jullie?’

‘Hun omgang met de Thora is helemaal niet wettisch, doods en kil’

Een hoofdstuk waar Brons tegenop zag – Matteüs 23, waarin Jezus de farizeeën en Schriftgeleerden op scherpe wijze veroordeelt – leverde juist veel openheid op. ‘Ze zeiden: wij herkennen het wel in allerlei Joodse praktijken. Zulke gesprekken helpen mij om aan te voelen hoe Jezus van binnenuit sprak, vanuit de Joodse context. Dat is iets wat de kerk heel vaak niet heeft gezien.’

Ontbijttafel

Voor Daniël (niet zijn echte naam) was Israël niet direct een land om warm voor te lopen. Als tiener voelde hij zelfs enige weerstand. ‘Juist omdat alle mensen om me heen vol lof over Israël waren.’

Op zijn 19e veranderde zijn houding echter toen hij een woord van de Heer kreeg: ‘Ga naar het land dat Ik je zal wijzen’ (Genesis 12). Hij bad lang welk land het moest worden en merkte hoe hij zich opeens begon te interesseren voor alles wat met Israël te maken had. Zijn roeping werd meermaals bevestigd en hij vertrok naar een messiaanse gemeente in Haifa, waar hij tweeënhalf jaar werkte. ‘Eerst in de keuken, toen als assistent van de voorganger. Ik heb er ontzettend veel geleerd over God, Israël en mezelf.’

Na een studie bedrijfskunde in Belfast reisde Daniël voor een tweede keer naar Israël om drie jaar lang voor Near East Ministry te werken. ‘Overdag gaf ik Engels aan Palestijnen in de Westbank, ‘s avonds verbleef ik bij messiaanse Joden in huis. Heel bijzonder.’

In het Joodse gezin verdiepte Daniëls begrip van het Joodse volk zich enorm. ‘Ik heb genoten van de sabbatvieringen en heb geleerd om echt te rusten op zaterdag. Daarnaast kreeg ik heel veel mee van de onderwerpen waar messiaanse Joden mee worstelen. Het ging bijvoorbeeld vaak over identiteit: ben ik Jood, ben ik christen, een combinatie van beide? Ook andere thema’s kwamen geregeld voorbij. Aan de ontbijttafel kon het zomaar over de drie-eenheid gaan.’

Dankbaarheid

Daniël is in het Joodse volk zijn eigen wortels gaan ontdekken en heeft door hun heilsgeschiedenis God beter leren kennen. ‘Via hen hebben wij de Bijbel – toch vrijwel volledig door en voor Joden geschreven – gekregen en via hen hebben we Jezus ontvangen. Door de verharding van hun harten is het evangelie naar de heidenen gegaan, zodat Gods belofte aan Abraham in vervulling kon gaan. Mijn dankbaarheid voor het volk Israël is de afgelopen jaren sterk gegroeid.’

Wat de toekomst betreft heeft Daniël hoge verwachtingen. ‘In Romeinen lees je hoe de Joden, terwijl ze niet geloven, tot zegen zijn voor andere volken. Dat zie je om je heen: in hightech loopt Israël voorop en er zijn bovengemiddeld veel Joodse Nobelprijswinnaars, om twee dingen te noemen. Dus wat zal er gebeuren als ze wél geloven? Dan zal die zegen verdubbelen. Ik geloof dat we dat mogen verwachten.’

Delen.

Over de auteur

Jordi Kooiman is freelance journalist en eindredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter