Vragenderwijs op zoek naar eenheid?

0

Wat een boeiend en inspirerend artikel van Koert van Bekkum over het geheimenis van Israël! Wat mooi dat hij zo veel vragen stelt en ons als het ware uitnodigt om samen met hem op zoek te gaan naar (nieuwe) antwoorden. Antwoorden die niet meer gebaseerd zijn op waar hij mee opgegroeid is (‘In de vrijgemaakte wereld waarin ik opgroeide, overheerste een zeker vervangingsdenken, zij het met eigen accenten. “De kerk is in de plaats van Israël gekomen”’), maar waar andere ingrediënten en gedachten een plek krijgen (‘Juist voor wie de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament honoreert, valt veel op zijn plek.’ (..) Paulus ziet een golfbeweging van het heil van Joden naar de heidenen, en van heidenen terug naar de Joden.’)

Koert van Bekkum wijst ook op valkuilen bij de liefde voor het Joodse volk. Sommigen schieten zo ver door in hun liefde dat zij komen tot een kritiekloos omarmen van de seculiere staat Israël en een zekere onverschilligheid tegenover christenen in Israël. Anderen voelen wel die liefde, maar omarmen iets anders, namelijk een tweewegenleer: ‘Wij komen door Jezus tot de Vader; maar de Joden waren al bij Hem en blijven dus bij Hem.’ In beide lijkt hij zich niet te kunnen vinden.

Wel is het wat verrassend dat niet veel later volgt: ‘Soms vergeten christenen uit de heidenen zelfs dat ze zijn geënt op de edele olijf (Romeinen 11:17) en beginnen ze Joodse feesten te vieren, terwijl God die feesten helemaal niet aan niet Joden heeft gegeven.’ Hoe kan ik dit anders interpreteren dan een tweewegenleer, iets waar Van Bekkum zich even daarvoor niet mee kon vereenzelvigen? En bovendien, hoe vergaat het in de natuur en dus ook in het geestelijke de takken die geënt zijn? Zij gaan na verloop van tijd toch lijken op de originele takken? Logisch, want ze zitten op dezelfde boom en wortel (de wortel uit Isai, de Zoon van God) en worden gevoed met hetzelfde sap (de heilige Geest).

Terecht geeft Van Bekkum aan: “‘In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen” (handelingen 15: 17).’ Inderdaad, men moest en moet de gelovigen uit de heidenen geen zware lasten opleggen, door hen te verplichten om direct na of zelfs nog voor hun bekering alles uit de wet van Mozes te onderhouden. Vandaar dat van hen in eerste instantie enkel werd gevraagd om zich aan de volgende vier mozaïsche geboden te houden: zich ‘te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte, en van bloed’ (Handelingen 15:16 (NBG: vers 20)). De overige geboden zouden dan wel volgen als men nader kennis maakte met de Thora in de synagoge.

Dit geeft nog maar eens aan dat het geloven in en het leven met God een proces is. Een proces dat nooit af is (zelfs de allerheiligsten…). En dat is ook niet erg, want God ziet het hart aan. Je wordt niet gered door zijn geboden te houden. Dat word je door het geloof in zijn Zoon. Enkel door je over te geven aan zijn liefde en zijn wet in je hart te laten schrijven zul je (van harte willen en gaan) wandelen in wegen die God van tevoren voor ons heeft klaargelegd. Het houden van zijn geboden heeft dus niks met gered zijn te maken, maar met liefde voor God: ‘Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren’ (Johannes 14:15).

Dit jaar wordt herdacht dat het 500 jaar geleden is dat de Reformatie begon. Een proces waarmee we ons losgemaakt hebben van de Rooms-Katholieke Kerk. Een proces dat werd gestart door de bekende 95 stellingen van Maarten Luther. Een proces dat ook werd opgepakt door andere reformatoren zoals Calvijn en Zwingli. Dit proces leidde ertoe dat er afscheid genomen werd van onder meer de biecht, de handel in aflaten en de nadruk op goede werken in plaats van de genade. Maar is dit proces wel helemaal af?

De Rooms-Katholieke Kerk (als staatskerk) vindt zijn oorsprong in Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea in 325. Op dit concilie, maar ook al eerder, in 321, werd definitief afscheid genomen van de Bijbelse feesten en de door God vastgestelde tijden. Een paar voorbeelden:

1. Er mocht niet meer wekelijks gerust worden op de sabbat/ zaterdag, maar er moest gerust worden op zondag, de dag waarop de heidenen vroeger een zonnegod vereerden. Het argument dat de Zoon van God op deze dag is opgestaan is een gelegenheidsargument, aangezien dit slechts één dag in het jaar (de dag van de eerstelingen) betreft en niet elke week.

2. Bijbelse feesten zoals Pesach werden vervangen door Pasen en Kerstmis. In het Engels is Pasen ‘Easter’. Wist u dat dat de naam is van de vruchtbaarheidsgodin Ishtar of Astarte? Wist u dat 25 december een feestdag voor de heidenen was, omdat die dag de geboorte werd herdacht van de afgod Tammuz? En ook van Zeus? Bovendien, hoe logisch is het niet om te verwachten dat het lam Gods net als alle andere lammeren in het voorjaar, dus ergens in april geboren is?

3. De Bijbelse kalender, die gebaseerd is op de standen van de maan en die startte met de maand Nisan in maart/april, werd vervangen door een eigen kalender beginnend in januari.

Kortom, de heidense praktijk werd als uitgangspunt genomen en deze werd gekerstend: overgoten met een christelijk sausje. Dit vergrootte natuurlijk de kansen op acceptatie van de christelijke religie en de rust in het Romeinse Rijk van Constantijn.

Laat ik het persoonlijk maken. Ik ben meer dan veertig jaar lid geweest van de vrijgemaakte kerk. Ik heb in die jaren veel geleerd en veel aan deze kerk te danken, absoluut. Ik heb deze kerk ook leren kennen als een kerk die het Oude en Nieuwe Testament beide serieus neemt. Dus… ik wil u, meneer Van Bekkum, ik wil de vrijgemaakte, nee, ik wil alle gelovigen vragen om juist in dit jubileumjaar van 500 jaar Reformatie, mede gevoed door uw vragen, serieus na te denken over het nog meer afscheid nemen van roomse, Griekse en wereldse denkwijzen en praktijken.

Wat houdt u toch tegen om terug te keren naar de Bijbelse, door God ingestelde tijden en feesten? U gelooft toch niet stiekem dat Yeshua, want zo luidt zijn Hebreeuwse naam, de wet heeft afgeschaft? Hijzelf heeft immers gezegd: ‘Meent niet dat ik gekomen ben om de wet en de profeten af te schaffen, maar ze te vervullen’ (Mattëus 5:17-20). Anders gezegd, Hij heeft ons niet bevrijd van de wet zelf, maar van de vloek van de wet (Galaten 3:13). Hoe kan God anders zelf zeggen dat Hij zijn wet in ons hart zal schrijven (Jeremia 31:33, Hebreeën 10:16)?

Broeders en zusters, ‘wilde takken’ op de olijfboom, ga toch met me mee in de zoektocht naar de Hebreeuwse wortels van ons geloof en de toepassing ervan in de praktijk. Ga toch met me mee in de zoektocht naar de ‘edele takken’ die opnieuw zullen worden geënt. Als we samen op dezelfde stam en wortel zitten, dan moeten we toch ook samen één zijn (Romeinen 11)? Begin gewoon ergens, bijvoorbeeld met het rusten op de door Hem ingestelde dag, de sabbat. De rest zal volgen, ook als u ergens anders begint. Ook ik wil niemand een juk opleggen. Er is er maar Eén die dat mag en zijn juk is zacht.

Shalom!

Wouter Jan van den Berg, Warffum

Delen.

Over de auteur

Laat een reactie achter