Hemels cadeau in de nacht

0

Vergeefs is het dat je vroeg opstaat,
je laat te ruste legt,
je aftobt voor wat brood –
Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.
(Psalm 127:2)

Druk, druk, druk. We zijn er maar druk mee, met het leven. Vroeg op, laat naar bed. Gelukkig komt de vakantieperiode er weer aan. Tijd om even stil te staan. Om je af te vragen wat de waarde is van al dat getob.

Tien voor zes in de ochtend. Onze brievenbus kleppert: trouw als hij is stond de krantenbezorger weer om vijf uur naast zijn bed om ons het Nederlands Dagblad te kunnen bezorgen. Half zeven: de buurman pakt zijn bus in om op karwei te gaan. Zeven uur: de buurvrouw aan de andere kant gaat naar haar dienst in het zorgcentrum. Zelf ben ik wakker geworden met de vergadering van gisteravond in mijn hoofd: hebben we de goede dingen gedacht, gezegd, gedaan? Wat zal het effect zijn?

(beeld deyangeorgiev/iStock)

(beeld deyangeorgiev/iStock)

Gods nieuwe dag was intussen allang begonnen: de eerste merel kondigde vóór vieren al aan dat het echt gedaan was met de nacht en een gloednieuwe morgen was aangebroken. Opnieuw een creatie van onze maker, zomaar aan onze zorg toevertrouwd. Wat zal er van komen vandaag? De handen uit de mouwen. Er tegenaan, zwoegen en zweten als ’t moet. En dan ook resultaat mogen zien: daar gaat het toch om in het leven? Hard werken en zo veel mogelijk winst maken?

Verdieping

Ik lees Psalm 127 en merk dat deze psalm een verdieping brengt in mijn waarneming van het alledaagse. Dit lied is het commentaar van een wijze dichter op het leven van ons christenen in z’n volle breedte. Nee, het gaat niet alleen om bouwen aan je carrière, om de vraag: hoe sta ik in de maatschappij?, maar net zo goed over het bouwen van de gemeente: hoe geef ik mezelf in de gemeente? En ook het bouwen van een gezin komt ter sprake: hoe investeren we in elkaar en in de kinderen, als God ons die geeft? Dat is bouwen aan je leven.

Wanneer we ergens voor onszelf winst uit denken te halen, hebben we de neiging om kosten noch moeiten te sparen. Dat zit blijkbaar in ons. Als mensheid zijn we ambitieus. Daar hoeft op zich helemaal niets mis mee te zijn. We krijgen als mensen gaven en mogelijkheden om ermee aan de slag te gaan en ze tot bloei te brengen. Kijk maar eens om je heen: niets van wat je ziet zou bestaan als mensen zich niet hadden laten uitdagen om hun hersenen te laten kraken en hun handen te laten wapperen. De bril op je neus, het horloge om je pols, de smartphone in je zak en wat je aan materiële en immateriële mogelijkheden maar kunt bedenken: waar zou het allemaal geweest zijn zonder menselijke drive? We vinden wat uit en we maken wat klaar hier op aarde – en we onderhouden het ook nog eens zo goed mogelijk.

Doe-het-zelvers

Maar nu: al die verworvenheden, wat is het wáárd? Luister eens naar wat Salomo, de wijze, hierover zegt: ‘Wat het waard is? Niets, helemaal niets – als de Heer er niet achter staat, als Hij niet je drive is, als Hij niet de eigenlijke bouwer is. Dan is het niet meer dan vergeefs geploeter van de mens, van jou en van mij, doe-het-zelvers pur sang. Het heeft dan geen waarde.’

Vergelijk dat eens met hoe Jezus ons daarover aanspreekt in Johannes 15: ‘Ik ben de wijnstok – jullie zijn de ranken: wil je vrucht dragen voor God? Blijf dan met Mij verbonden.’ Hij bedoelt: zonder Mij kun je prestaties leveren op allerlei gebied die misschien geweldig genoemd worden, maar denk er goed om: dat fruit komt dan toch niet op Gods fruitschaal.

Dat fruit komt dan toch niet op Gods fruitschaal

Dat zet mij – als iemand die Christus wil volgen – wel aan het denken. Ben ik echt verbonden met Jezus, gaat het mij om Hem, richt ik mij telkens opnieuw op Hem? Of sta ík centraal met mijn ‘kunstje’? Dan is het vergeefse moeite.

Ja, dat kan ook gelden voor gemeenteopbouw. Een bruisende gemeente, actie zus, project zo, mooie diensten, keihard aan gewerkt, jeugdwerk en jeugdpastoraat draaien, alles is geregeld… Maar is het wel echt vrucht dragen voor God?

Altijd weer zullen we in de spiegel moeten kijken: hoe zit het met ons? Is het ‘dat organiseren we wel’, of is het echt van begin tot eind een biddend proces? Weten en voelen we ons met elkaar voortdurend verbonden met Jezus? Beseffen we altijd dat het God zelf is die zíjn vrucht in ons tot stand brengt?

‘Het’

‘Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.’ Dat is de clou van Psalm 127. We hoeven het niet te veroveren met noeste arbeid, uiteindelijk is het een geschenk van onze maker en behoeder, een genadegave. En om die verrassing nog eens extra te benadrukken: we krijgen dat cadeau midden in de nacht, nota bene terwijl we slapen.

Zoals het Adam overkwam, wiens toekomst open ging door ‘die ene speciale’ die God voor hem maakte, terwijl hij sliep. Zoals bij Jacob, die bij Betel bevrijd werd van zijn angsten en ongedacht beloftevol verder kon. Zoals bij Jozef, die ’s nachts levensverheldering kreeg, waardoor Gods messias met zijn moeder in leven bleef. Zoals bij Paulus, toen ’s nachts een moedgevende engel bij hem kwam (Handelingen 27:23). En zoals bij Salomo, de maker van dit lied. God verscheen hem midden in de nacht in een droom om zijn jonge ‘lieveling’ (Jedidja, 2 Samuël 12:25), die worstelde met zijn onervarenheid, met gaven toe te rusten. Deze psalm van Salomo, de bouwer en de waker, is autobiografisch!

Dat ‘het’ dat we krijgen kan allerlei verschijningsvormen hebben. Als we maar weten dat het een cadeau van God is, dat wij nodig hebben op onze verdere tocht, hand in hand met Hem. We hebben het nodig om de obstakels uit te bannen die verhinderen dat we zijn vrucht dragen. De tevergeefsheid (vers 1) verdwijnt. Is dat niet een groot geluk: te mogen meemaken dat je inspanningen hierdoor tóch Gods doel mogen dienen?

Om over na te denken

Hoe zouden we ‘het’ kunnen samenvatten? Ik denk aan: dat wat nodig is om zinloos om te zetten in zinvol. Is het niet de levendmakende Geest die ons bestaan voor doodlopen behoedt? Kijk eens met me mee, met hulp van het lied ‘Zoals de wind’ van Martin de Geus en stel jezelf de vraag: herken ik ‘het’ in mijn leven?

Zoals de wind*

Zoals de wind een boom tot ruisen brengt,
zijn stam bestrijkt, zijn bladeren doet horen,
zo werkt een geest van hoop op mensen in
om ons tot recht en liefde aan te sporen.

Die geest is God, die hand van scheppen heeft,
die ons voorziet van krachten om te leven,
die ons bezielt, doet zingen van geluk,
doorgloeit van Hem die ons zijn hart wil geven.

En niemand die dat zo heeft voorgeleefd,
zo onverdeeld, zo één van daad en adem,
als Jezus, mens van liefde, wind en vuur –
Hij helpt ook ons te leven van genade.

Uw adem doet ons opstaan uit de nacht,
U blaast ons moed in, hoop in lijf en longen,
we zien weer licht, een nieuwe dag gebaart:
uw liefde is de wereld bijgesprongen.

Maar slapeloosheid dan? Is dat geen vloek? Menigeen lijdt daar aan. Van Cyprianus leerde ik dat hij het omdacht tot een zegen. Hij kreeg verheldering en begreep: ’s nachts de slaap niet kunnen vatten hoeft geen ramp te zijn, want zo heb ik des te meer tijd om te bidden, me op God te richten. Zo gezegd, zo gedaan, en het was hem tot grote zegen.

Felix Mendelssohn-Bartholdy vertelt in zijn oratorium Elias (1846) hoe het Elia verging. Burn-out ligt hij onder de bremstruik (2 Koningen 19). Een engel krijgt de opdracht Elia daar uit te halen en hem nieuwe brandstof te geven voor de weg die hij moet gaan. In het libretto laat de componist de engel aan Elia bemoedigend en rustgevend de uitweg zien:

Sei stille dem Herrn und warte auf ihn;
der wird dir geben, was dein Herz wünscht.
Befiehl ihm deine Wege und hoffe auf ihn.
Steh ab vom Zorn und lass den Grimm.
Sei stille dem Herrn und warte auf ihn.

Ook in de Engelse vertaling is deze aria zeer geliefd: ‘O rest in the Lord, wait patiently for Him‘. Luister eens op YouTube naar de uitvoering van deze aria door de jongenssopraan David Wigram. Misschien helpt het ook jou om tot deze rust te komen. Of denk je dat engelen niet via YouTube kunnen werken?

* Dit lied is met 24 andere liederen van Martin de Geus op muziek gezet door Dirk Zwart en als verzameling verschenen op de cd Bron van leven (2012). Zie www.dirkzwart.com.

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Reacties zijn gesloten.